Worstelen in Utrecht

00-kijkend-naar-mat

- mail van de Halter -

Op 30 en 31 maart vindt in Utrecht een editie plaats van het Paastoernooi, het grootste jeugd worsteltoernooi ter wereld. Aan het evenement doen 500 deelnemers mee uit 18 landen. Worstelvereniging De Halter organiseert dit jaarlijks terugkerende toernooi voor de 43 keer op rij. Voor het eerst dit jaar vind het toernooi plaats in sporthal Galgenwaard op het Herculesplein 341, 3584 AA, Utrecht, Nederland.

De openingshandeling van het toernooi is op zaterdag 30 maart om 10.00 uur.

Demonstratie tegen het genomen besluit van het IOC

Het bestuur van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) heeft  besloten om de worstelsport vanaf 2020 uit het vaste programma van de Olympische Spelen te schrappen.  Dit laten wij natuurlijk niet zomaar gebeuren. Wereldwijd is er al gedemonstreerd tegen dit besluit. De Halter, en alle honderden aanwezige worstelaars, zullen direct na de opening, op zaterdag 30 maart om 10.00 uur, op opvallende wijze demonstreren tegen het genomen besluit van het IOC!

Tijdens het toernooi wordt er in verschillende gewichtsklassen geworsteld, door zowel jongens als dames. In de leeftijdscategorie 8-20 jaar zullen de jongens worstelen in de Grieks-Romeinse stijl. De dames worstelen in de leeftijdscategorie 8-25 jaar in de Vrije stijl.

Vrijwel alle Europese, mondiale en Olympische worstelkampioenen hebben in hun verleden aan het Utrechtse toernooi deelgenomen. Het mag daarom met recht het ‘toernooi der kampioenen’ worden genoemd.

Uit Nederland zal bij de dames onder andere Jessica Blaszka deelnemen. Het NOC*NSF heeft worstelaarster Jessica Blaszka de High Potentialstatus (HP-status) gegeven en ziet in Blaszka een serieuze medaillekandidate op de Olympische Spelen van 2016.

Op zaterdag wordt er geworsteld van 10.00 tot 20.00 uur, op zondag van 09.00 tot 17.00 uur.

De finales vinden plaats op zondag vanaf 12.00 uur.

w-mail info@dehalter.com

website www.dehalter.nl

Karate en kickboksen in Katwijk 2012

poster-12-2012-723x1024_resize

Kickboksgala Kamakura Katwijk, zaterdag 8 december 2012. 

Het was anders dan vorig jaar. Toen kwam ik er voor de eerste keer, en het leek me ontspannen genoeg. Dat hadden ze van te voren ook tegen me gezegd: in Katwijk is het gezellig, old skool. Maar dit jaar begreep ik pas wat ze bedoelden. De sfeer was losser, gemakkelijker.  En hoe dat kan?  Dat is het raadsel van Katwijk. Na alle ellende in het kickboksen van de laatste tijd lieten zij wat anders zien. Meer sponsoren. Een verlaagde toegangsprijs: van 20 euro naar 15 euro.  Ja, zo kan het ook, denk je dan, maar de avond moet intussen met veel beleid in elkaar gezet zijn. Gericht sportscholen uitnodigen, dat scheelt ook.

Ik was mee met Honbu Kamakura. Een paar auto’s volgeladen met coaches en vechtsporters. Verzamelen in Den Haag, op tijd erheen voor het wegen en dan wachten op de wedstrijden die gaan komen.

Dat is altijd zo’n contrast. In de zaal ziet het publiek de ene wedstrijd na de andere. In de kleedkamers wachten de vechters. “Hoeveelste is dit? ” “Nog vijf”.  Hangen en rustig blijven.

Dit jaar zouden er ook karatewedstrijden zijn, Kyokushin, dat is het hardste dat er is. Full contact, zowat alles mag binnen de grenzen van het sportieve. Witte kleren, blote voeten, streng protocol. Je moet ervan houden. En ik hou ervan.

Daar begon de avond mee. Voor het publiek was dat nog onwennig. Iedereen zat en keek, zonder goed het hoe of wat ervan  te begrijpen. Bij de laatste wedstrijden begon de scheidsrechter af en toe een uitleg te geven, die door de ringspeaker werd overgenomen. Misschien iets voor de volgende keer: wat uitleg op het grote projectiescherm op het podium. Dat die volgende keer er komt, staat nu al vast.  Trainer Wim van Rhijn vertelde me, dat ze streven naar 50/50, dus de helft karate en de helft kickboksen. Daarmee is Kamakura Katwijk dan terug bij de bron, want ooit begon Jack Nugter er met karate. Vanaf januari gaat Cem Senol (van Kamakura Den Haag) er les geven. Motiverend detail: tijdens het gala werd omgeroepen dat Cem een Europese titel zwaargewicht kyokushin had gewonnen. In Polen, waar hij met kancho Gerard Gordeau verbleef. Dat wordt leuk in Katwijk. Cem is precies zoals je je een zwartebander kyokushin voorstelt: sterk van postuur, correct in de omgangsvormen. Ogen die recht door je heen kijken.

Wat ook meewerkte, was het strenge toezicht van de bonden. Het kickboksen viel onder de WFCA. Het karate vond plaats onder auspiciën van de International Budokai (IBK) dat ook scheidsrechters had afgevaardigd. Vooraf werden alle karatecoaches bij elkaar geroepen in een zaaltje. Ik mee natuurlijk. De regels werden nog eens doorgenomen, aandachtspunten werden genoemd: een paar jongens waren nog maar een paar maanden met karate bezig en dit was de eerste wedstrijd, dus de tegenstander hoefde daar niet vol op los te gaan. Wel eerlijk en hard, niet slopen. Anders liepen die jongens nooit meer een dojo in natuurlijk.
Bij de kickbokswedstrijden daarna leek iedereen op te leven: dat kenden ze. Er klonk meer gejuich en geroep en kinderen liepen gemakkelijker rond.

Aan dat losse in de sfeer, vooral na het karate, heb ik me overgegeven.

Dus ik ging de ring zitten en besloot te kijken zonder te schrijven, alleen het ritme van de rondes volgen, de trainers horen en zien, dan een nieuwe wedstrijd, de muziek, dan de aanwijzingen van de scheidsrechter. Het ging onder mijn huid zitten en als het naar mijn hoofd steeg, ging ik even naar de kleedkamer beneden. Daar rook het naar tijgerbalsem en zweet, een goede geur is dat. En toch dacht ik steeds aan die karatewedstrijden.

 

Daar heb ik ook wat foto’s van gemaakt.

bewerkt P1030770_resize_with_border

bewerkt P1030778_resize_with_border

bewerkt P1030779_resize_with_border

bewerkt P1030785_resize_with_border

bewerkt P1030786_resize_with_border

bewerkt P1030789_resize_with_border

bewerkt P1030799_resize_with_border

bewerktP1030766_resize_with_border

Seminar Royce Gracie

Seminar BJJ Royce Gracie, 4 november 2012. Den Haag, Sporthal Hellas. Organisatie: Duncan Smit en Robbert Jol, Honbu Kamakura, onder ausp. van de International Budo Kai (IBK).

We stonden allemaal in de sporthal te wachten, of nou ja, allemaal. De een was wat in z’n tas aan het zoeken. De ander stond op de mat, helemaal klaar met de warming up. Elders werd wat gepraat. Ik keek opzij en zag vanuit de gang een magere man naar me toe lopen, zijn pak was schoon en een beetje versleten. Dat was hem. Royce Gracie himself. Die gewoon doorliep, langs me heen, dwars door de groep, naar de mat.

Hij viel dus niet meteen op. ‘t Was niet zo dat de aarde beefde toen hij binnenkwam. Iedereen praatte ook gewoon door.

Royce stond op de mat. Ik keek naar wat hij deed. Rekken, strekken. En zijn ogen sluiten, een paar minuten lang. Vermoedelijk begon het daar. De concentratie die uit zou groeien tot een eenpersoons-energieveld.

Het was druk, op een goede manier. Pers. FightStar TV, die ook filmde  bij het besloten ochtendprogramma op Kamakura. De oud-worstelaar Thomas was uit Amsterdam overgekomen, en daarmee waren er drie mannen aanwezig uit die allereerste editie van de Ultimate Fighter Challenge, dat legendarische toernooi uit 1993. De andere twee waren de finalisten: Royce Gracie en Kamakura’s kancho Gerard Gordeau. Alleen daarom al was ik gegaan. De historische sensatie om die twee in dezelfde ruimte te zien. Al hadden ze een telefoonboek voorgelezen.  Ik zag Remco Pardoel, zwarte band BJJ en in de tweede UFC, die van 1994. Gerard Gordeau stond toen in zijn hoek. Ook MMA-vechter Stefan Struve was in de groep.  Blond en lang: ruim twee meter.

Er was veel vechtsportgeschiedenis aanwezig, maar ook toekomst. En heden, want uit alle windstreken waren er vechtsporters naar het seminar gekomen. Ik signaleerde Satisch Jhamai van de Haagse sportschool Shaolin Ryu. Die grote belangstelling is logisch, het was de eerste keer dat Gracie hier was. Hij doet een Europese toernee.

Die middag zag ik discipline. En toewijding. Het bleef rustig. Gracie demonstreerde een techniek, dan werd dat in tweetallen geoefend. Gracie liep rond, keek, controleerde en corrigeerde.  Riep hij:  ”Time out, time out”, dan verzamelde iedereen zich en werd de volgende techniek onderwezen. Er zat een sterke candans in. Roepen, luisteren en kijken, nadoen. En dat ruim drie uur lang. Iedereen bleef volle aandacht geven. Gracie ook.

De pers werd in de hand gehouden. Niet filmen. Er komt waarschijnlijk een dvd. Beperkt foto’s maken.

Op de tribune raakte ik  in gesprek met de Amerikaanse Bobby Thompson. Hij traint nu ongeveer tien jaar bij Royce Gracie en heeft sinds kort de bruine band. Een zwarte komt pas na vijftien jaar, dat betekent dus vijftien jaar constante inzet, binnen en buiten de sportschool. Bobby heeft ook een sportschool: xequematebjj.com. Die loopt heel redelijk maar dat kon beter. Want wat is het geval? Het grote publiek komt af op zwartebanders met sportschool. Dat publiek weet niet dat de ene zwarte band de andere niet is. Je kunt best ergens na een paar jaartjes zo’n zwarte band scoren, ergens waar ze het zo nauw niet nemen. Maar ja, zwarte band, dat heeft nou eenmaal een uitstraling. Terwijl (en dit vind ik zelf, hoor) een enkele vezel van een bruine band van de ene sportschool meer waard kan zijn dan twee zwarte banden van een andere.

Bobby volgt de Gracie familie al jaren. De levensstijl. De sport. En het eten: er is iets als het Gracie Diet. Veel water, en enorm veel regels over welke voedingsstoffen je wanneer mag eten en wel of niet combineren. “Hij zondigt nooit, ” zei Bobby over Royce. “En daarom heeft hij ook zoveel energie, de afgelopen nachten heeft hij bij elkaar zo’n vijf uur  geslapen.”

Na het seminar veranderde alles. Iedereen werd losser. Lachen en praten, en enorm veel foto’s maken. Gracie poseerde onvermoeibaar. En het beste moment van die middag kwam toen. Voor een fotograaf ging dat ene groepje van vier echte zwarte band mannen staan: Duncan Smit (geeft BJJ bij Kamakura), Gerard Gordeau, Remco Pardoel (Godfather of BJJ in Nederland) en Royce Gracie. In mijn ooghoek zag ik Thomas ook kijken naar zoveel vechtsportkracht bij elkaar. Thomas lachte en riep:  ”Mooie middag, wat!”

Olympia Leeuwarden/Osnabrück

Osnabrück (Duitsland). Raspo Sportpark. Teuto Cup 2010, 6 en 7 november.

“Je komt toch wel mee?” had trainer Eddy ten Cate gezegd. Even dwingend als hartelijk, zoals alleen een Fries dat kan zeggen. Olympia Leeuwarden ging boksen in Osnabrück. Wedstrijden om de tiende Teuto Cup, en belangrijker dan dat: het was de eerste keer dat ze naar het buitenland gingen, sinds de dood van Tabe Kooistra in maart. Dus ik zei dat ik kwam, naar de finale op zaterdag.

In de trein naar Osnabrück dacht ik aan Tabe, aan Eddy, en aan de balans tussen herinneren, respecteren en toch ook een eigen weg zien te gaan. Het is een beetje als in een familiebedrijf waar de opvolger de traditie vasthoudt maar die op een eigen manier moet zien voort te zetten. Ga er eens aan staan.

De sporthal was groot en leeg. Koud licht, een ring in het midden, eromheen weinig publiek. Op een lange tafel stond een lange rij Teuto Cupjes. En bij de ring zaten de Olympianen. Hilgur Demmer en Ricardo Stuivenvolt, die deze avond moesten boksen. Taco van der Heijden, mee voor de support. Remco de Jong, helaas te ziek om te boksen. Hendrik Hensema was gisteren naar huis gegaan met een gebroken neus. En Eddy dus, die het ook druk had met de Deutsche Freunden, want de plannen zijn om vaker bij ze te boksen.

Tabe in het nieuwe logo van Olympia Leeuwarden

Een andere verandering was al zichtbaar. Olympia heeft een nieuw logo. ’t Staat op de site, op de nieuwe vaantjes, op de tassen en ’t is te zien op de kleding. Een eerbetoon aan Tabe. Ze koesteren hem, en dus komt zijn naam regelmatig voorbij. Wat hij zei. Hoe hij aan de ring stond. Toen ik de eerste keer ging boksen en ik de ring uitkwam. Veel herinneringen zijn er. Maar Tabe zelf is er niet meer, dus dat betekent dat de  boksschool een nieuw evenwicht moet vinden.

Na de inleidende speech komen alle boksers in de ring. De ringspeaker noemt elke bokser bij de naam, die dan naar de overkant loopt, de tegenstander een hand geeft en daar blijft staan. Zo staat uiteindelijk iedereen aan een andere kant.

Op de matching zie ik een indeling in Junioren, Jugend en Kadetten. Voor mij zijn de Kadette een nieuwe leeftijdsklasse maar precies wat, is me onduidelijk. De tweede partij van Jugend wordt gebokst door twee flinke jongens, 17, 18 jaar misschien. En mooi ook: ze zijn sterk, alert, kunnen wachten en leveren dan scherpe combinaties af. Junus Arsenow (BC Gütersloh) is van dezelfde boksschool als Joschka Bambor, tegen wie Hilgur later die avond staat.

Ik ga op onderzoek. Trainer Peter Strickrodt vertelt me dat Gütersloh een kleine club is met “maar” 200 leden en 15 aktieve wedstrijdboksers. “Ach so,” zeg ik neutraal, en denk dat dat best veel is. Joshka Bambor blijkt naast hem tegen de meur te leunen. Blond en ontspannen. Hij is 25 jaar, oud-basketballer en begon pas te boksen op z’n 22ste. “Aber warum denn?” vraag ik, en hij vraagt terug: “Warum nicht?” Daar heb ik geen antwoord op.
Nee, zenuwachtig is hij niet. “Ich bin ganz ruhig”, vat hij zijn karakter samen. Zo is hij gewoon. Ook met zijn toekomstplannen. Sociale academie afmaken, dan bij voorkeur boksles geven aan kinderen. Het klinkt lief. Dus ik besluit bij zijn hoek te gaan filmen, dan kan ik van dichtbij zien hoe moeilijk hij het krijgt. Eerst nog even inslaan. Ik mag mitkommen.

Dat had ik niet verwacht. Zit er dat brave blondje opeens een loeisterke tank. Ik kijk waar Hilgur is, maar die is niet meer aanspreekbaar. Hij heeft een koptelefoon op en is met de warming up bezig. Ik ga terug naar de Olympianen die er net als ik van uitgaan dat “we” winnen.

Zo gaat het verder. Tussen de rondes hoor ik Joschka flink vloeken. Hilgur vind ik technisch beter, maar een loeisterke tank is moeilijk te hanteren. Na de derde ronde vloekt Joscha nog een paar keer grensverleggend. Hij ziet eruit of hij moet overgeven. Dat vind ik fijn om te zien. Maar hij wint en dan is hij prompt weer ganz ruhig. Hilgurs rechteroog zal later op de avond opzwellen en allerlei kleuren aannemen.

Intussen ben ik verbaasd over de kale ongezelligheid van de avond. De tiende Teuto Cup, en nergens hangt ook maar één enkele feestballon. De toeschouwers bestaan vooral uit familie, vrienden en kennissen. Al wordt het later op de avond iets drukker, feestelijk zal het geen moment zijn. En ik dacht nog wel dat ik een groots lustrumtoernooi ging meemaken. Aan de andere kant heeft dit ook wel iets. Bokswedstrijden lijken veel gewoner zo.

Meteen na Hilgur komt Ricardo de ring in. Dan sta ik ook weer in de Deutsche Ecke, maar er is toch maar één stem die in de sporthal klinkt. Helaas, ook Ricardo verliest. Bijna, bijna.

Blauwe hoek Ricardo Stuivenvolt (Olympia Leeuwarden) tegen Eduard Seiferling (BC Warendorf). Eerste ronde minus eerste seconden, hele wedstrijd op YouTube.

Eddy ten Cate aan de ring

Na de wedstrijden komen de boksers weer in de ring voor hetzelfde oversteek-ritueel. Nu worden de medailles en bekers uitgereikt. De boksers krijgen een tasje met inhoud mee naar huis. Er zit een certificaat en dergelijke in. Dan is het klaar. Min of meer, want de nabespreking gaat door tot en met de laatste minuut in Leeuwarden.

In het busje dat over de Autobahn terugrijdt is het geen moment stil. Er valt veel te bespreken. Afstemmen op elkaar. Boksstijl. Het zekere voor het onzekere nemen. Had ik hem kunnen hebben. Als ik dit zeg dan bedoel ik dat. Wat Tabe vroeger deed. Toekomstplannen. Leren van elkaar. Wanneer weer naar de boksschool. Iedereen is betrokken, het is soms emotioneel, maar het is een boksschool waar toekomst in zit, dat is zeker. Dit is Olympia na Tabe, met Eddy, maar toch ook niet zonder Tabe.