De Elfstedentochten

Lolle van Houten

Elfstedentocht 1963

Boksers in Friesland vinden de Elfstedentocht een uitstapje. Leuk als conditietraining. Die indruk kreeg ik het afgelopen jaar tijdens mij gesprekken met de broers van Lolle van Houten, de Leeuwarder bokser. Lolle heeft zo’n drie keer meegedaan aan een Elfstedentocht, de eerste keer in 1963. Reinier Paping won toen. Geen bokser. Hij was een van de 129 schaatsers die op 18 januari 1963 over de finish gingen. Lolle was er niet bij. Zijn schaatsen knelden, de bloedcirculatie stopte waardoor zijn tenen bevroren en kort voor Stavoren moest hij opgeven. De twee broers verderop in de route. In ‘de hel van 63’ gaven de meesten op.

Maar schaatsen, dat bleef, hoorde ik.

De Van Houten broers schaatsten gemakkelijk honderd, honderdvijftig kilometer als warming up. Elfmerentocht? Leuk. Voor het donker thuis, warme chocolademelk en de volgende dag weer gewoon naar je werk. In het westen gaan ze een week revalideren, maar Friezen, dat zijn bijzondere mensen als het op schaatsen aankomt.

In 1985 en 1986 reed Lolle de Elfstedentocht wel uit, ongetraind en op oude ijshockyschaatsen, en ver binnenkomend achter Evert van Benthem, de winnaar van die jaren. Maar hij deed het. Als uitstapje, dus. Hij had een berenconditie.

scheidsrechter Ben Bril

Miijn biografie over Lolle

Overigens had de tocht van ’63 voor Lolle nog een vervelend gevolg. De dag erna waren er in Dokkum de noordelijke districtskampioenschappen. Lolle, die al twee jaar titelhouder was, wilde natuurlijk zijn derde titel halen. Tegenover hem in de ring stond zijn neef Tinus. De scheidsrechter Ben Bril waarschuwde de twee jongens serieus te boksen. Ja, scheids. Maar in de eerste ronde greep Bril in: diskwalificatie. Boksen was geen showbusiness. Dat jaar werd Lolle geen noordelijk kampioen. Maar hij had wel deelgenomen aan een legendarische Elfstedentocht.

Boek bestellen?

“Je bent zeker wel blij dat het boek uit is?”

Dat duurt nog even. Het zit zo. Ik heb Lolle nooit ontmoet en door het boek te schrijven, ben ik gaan beseffen wat een bijzondere  man het was. Zaterdag in Leeuwarden op het Lolle van Houten Memorial draait alles om hem. Ach, had ik hem maar gekend.

Dat is niet zo gek hoor. Een biografie schrijven is logeren in het leven van iemand anders. In dit geval Lolle’s leven. En nu het boek uit is, moet ook ik afscheid van hem nemen. Dat valt niet mee.

“En wat ga je nu doen?”

Verder werken aan het grote boek over boksen. Daarvoor ging ik begin februari naar Leeuwarden, daar waren toen districtskampioenschappen.  Zo is ‘t gekomen.

“Word je daar nou rijk van, boeken schrijven?”

Neen, helaas niet.  Er moet geld bij. Maar ik word er dus blij van. En dat is ook wat waard.

biografie Lolle van Houten

Bokser pur sang. Lolle van Houten (1944-2008)
ISBN: 978-90-77948-54-5.  Prijs: € 16,50. Door  Vilan van de Loo, met een voorwoord van Europees Kampioen Rudy Koopmans. 112 pagina’s, full colour.Met meer dan 100  unieke boksfoto’s voor het eerst verschenen in druk. Verschijnt 20 november 2010.  Uitgeverij PENN.nl. www.uitgeverijpenn.nl

Straks is het zover. Op 20 november verschijnt mijn tweede boek over het boksen. Vorig jaar Tien jaar Haagse Directe. Boksgeschiedenis van de stad. En straks de biografie van de bokser uit Leeuwarden. Er zitten nog wel tien boksboeken in mijn hoofd, maar ik ga me nu weer richten op dat ene: een groot boek over boksen in Nederland. Verschijnt eind volgend jaar.

Op 20 november van dit jaar komt dit boek uit, dat wil zeggen, tijdens het Lolle van Houten Memorial in Leeuwarden. Daar kennen ze Lolle allemaal nog, vooral de oudere generaties. Een aantal heb ik ook gesproken. Sommigen waren erbij toen hij in 1965 en 1970 de nationale titel zwaargewicht behaalde. En al die vooroordelen over stugge zwijgzame Friezen…. niks van gemerkt. Ik heb middagen beleefd waarbij de gevulde koeken niet op konden. Daarna zat ik platgepraat in de trein naar huis.

Door dit boek heb ik het boksdistrict Noord een beetje leren kennen. Het is er anders dan in Zuid. En Oost is ook weer anders, net als West. Veel boksgeschiedenis is alleen regionaal bekend. Daar word ik soms wanhopig van.  Over het voetbal zijn boekenkasten vol te vullen en over het boksen? Nauwelijks een plankje.  Gelukkig hebben we  veel oudere trainers en boksers , die het levende geheugen van de sport zijn. Noem ze een naam en ze zeggen: ” O ja, dat is die van…..  En die heeft nog… ” Zulke mensen, heerlijk.

In ieder geval, Lolle van Houten is bewaard voor de vergetelheid. Over honderd jaar ben ik er niet meer, maar dan is dit boek over hem er nog wel. Als ik ‘s nachts wakker word en niet kan slapen, denk ik daaraan. Tot ik  vervolgens denk aan die andere boksboeken in mijn hoofd. Tevreden zijn? Doe dat eens voor.

Cor Hillenga (2)

 

Cor Hillenga, jaren '50

 

Kijk, Cor Hillenga in dienst. Zat hij in het militaire boksteam onder de strenge leiding van Rinus Krijger. “Alle dagen trainen voor de wedstrijd,” herinnert hij zich. “Dan zat je twee weken in een trainingskamp, je mocht niet naar huis, trainen, trainen trainen.” Hij moet er nog bijna van zuchten. “Dat is toch heerlijk, met de vaste jongens,” zeg ik bemoedigend, maar Cor denkt er anders over: “Het was net de gevangenis, met Rinus Krijger als de cipier.”

Dus dat werd geen groot succes, bedoelt hij te zeggen.

Ik was in Groningen, bij Cor Hillenga, Nederlands kampioen zwaargewicht in 1958, hetzelfde jaar waarin Theo Wilbrink en Wim Gerlach een Nederlandse titel haalden. Drie mannen van School Abelsma, de boksschool die lang de Noordelijke kampioenschappen domineerde. De school bestaat nu niet meer.

In Cors startboekje staan 76 wedstrijden en daarbij heeft hij in zijn diensttijd nog wat wedstrijden gebokst. Voorin staan met rode pen de titels geschreven: 1955 kampioen C-klasse Noordelijk district, geprolongeerd op 21 januari 1956; in 1958 kampioen militairen, A-Klasse Noordelijk district en daarna van Nederland. De A-klasse titel van Noord haalt hij dan ook nog in 1959, 1963 en als halfzwaar in 1965 en 1966.

Cor heeft de glorietijd van School Abelsma meegemaakt. De oprichter, Dirk Abelsma, trainde hem en stond bij hem aan de ring. Hoe het begon, weet hij ook:

 

Uit een krant, 1958

 

“Abelsma zat aan de Akkerstraat, hijzelf woonde er vlak achter in de Kerkstraat. De boksschool was heel eenvoudig, eigenlijk gewoon een gymnastiekzaal. Het zat naast de kerk, en zo kwam ik ertoe. Wij waren gereformeerd en gingen naar die kerk. Mijn moeder was er zwaar op tegen dat ik ging boksen, maar toen ik mijn eerste wedstrijd in de Harmonie hier in Groningen had, toen kwam ze wel kijken.”

“Abelsma was een correcte man. Heel rustig. Iedereen had respect voor hem. Overdag gaf hij les aan de politie en ’s avonds op maandag, woensdag en vrijdag, dan trainde hij ons. Als je naar de ring toe ging, dan praatte hij met je.”

In Cors collectie oude boksfoto’s zit Dirk Abelsma helaas niet. Toch een man die heel wat grote boksers heeft begeleid. Cor kwam als jongetje van vijftien jaar bij hem en is altijd blijven trainen, ook bij Abelsma’s opvolger Teun Koster. Daarna kwamen er veel andere trainers, maar toen was Cor er eigenlijk al een beetje uit. Hij stopte in 1966. Nee, nooit spijt van gehad. Ook geen prof willen worden. Het was eenvoudig zo, hij had een bedrijf en daarin begon hij personeel te krijgen, dus het was gewoon druk. En dan moet je kiezen. Maar die bokstijd, dat was wat. Toch heel wat jaren van zijn leven liggen er tussen 1954 en 1966. En heel wat herinneringen ook.

Dat ze met z’n drieën, hij dus met Wim Gerlach en Pukkie Wilbrink, na de wedstrijd altijd gingen stappen. Nee, niet naar de bioscoop. “Gewoon, een barretje. Geen gekke dingen.”

Dat ze in 1959 naar Luzern gingen, voor de Europese kampioenschappen, en dat Pukkie in dat hotel een meisje ontmoette waar hij later mee getrouwd is.

 

Uit Cors wedstrijdboekje

 

 

Dat toen ze in ’58 alledrie een titel hadden, hij ’s nachts laat thuis was, tegen vijf uur, en dat z’n vader toen zei dat hij een uurtje langer mocht slapen. Op de training feliciteerden ze hem. Er kwam een stukje in de krant. En dat was alles, eigenlijk. Ja, wel kaal.

Dat hij in principe links is, met alles. Voetballen, slaan, wat maar. “Dus toen ik begon te boksen, ging dat aardig goed. Eerste ronde stond ik links voor. Maar de tweede ronde rechts voor, dat kon ik ook. In de derde ronde wisselde ik af. Dat ze dachten, net stond hij zo en nu zo.” Cor lacht.

 

Met Bep Kneppers. En Cor maar lachen: alweer gewonnen!

 

Zijn mooiste partij was die tegen Bep Kneppers. “Het was kiele kiele, maar ik won.” Het startboekje leert: die wedstrijd was op 31 maart 1958, in Den Haag. Misschien in de Dierentuin, vraag ik, of in Amicitia? We komen er niet uit.

Cor leent zijn boksfoto’s aan mij uit, dan kan ik ze inscannen. Want dan kun je alles beter zien, ook bijvoorbeeld wat er ergens aan de muur hangt. Dan leer je vanzelf meer over een boksschool. In zijn startboekje zie ik veel wedstrijden in Noord, veel in Duitsland en ook in enkele andere landen. Bekende tegenstanders: Jack Roossien (1963), Jan Lubbers (1964, 1966) en natuurlijk Lolle van Houten. Tegen hem bokst Cor zijn voorlaatste wedstijd in 1966: onbeslist. Daarna komt de laatste, in Maastricht tegen ene Steindl (MMS): gewonnen.

En toen besloot Cor met boksen te stoppen, vanwege de zaak.

Hij volgt het alleen nog op televisie, als hij de sport bij het zappen tegenkomt. Dan blijft zijn aandacht toch even hangen. Naar wedstrijden gaan? Nee. Maar misschien dat Wim Gerlach Memorial. “Wanneer is dat?” Ik zeg het: 27 november, Delfzijl. O, ja. Misschien dat hij daar jongens van vroeger tegenkomt, denkt hij hardop, dat zou mooi zijn.

We zeggen het alletwee niet: als die er tenminste nog zijn. Van de drie kampioenen uit 1958 is alleen hij  over. En Cor is van 1937, in september werd hij 73, en zijn gezondheid is nou, wat moet hij zeggen? Tot dusver heeft hij van alles overleefd. Wel met littekens van de operaties en hij heeft een nieuwe manier aangeleerd om te praten sinds zijn stembanden verwijderd moesten worden, maar hij kan praten, en vertellen.

 

In de kneep van Cor.

 

En Cor kan ook hard knijpen, ontdek ik, wanneer zijn vrouw een foto van ons maakt. Kijk eens waar zijn rechterhand is, dan is meteen duidelijk waarom ik ietwat geschrokken kijk en zo rechtop zit. Hier ontdekte ik dat Cor Hillenga nog veel kracht in zijn handen heeft.

Ik denk eigenlijk niet dat het boksen ooit uit een bokser gaat, ook uit niet uit degenen die  beweren dat het helemaal voorbij. Ze kijken toch even naar de televisie als er een wedstrijd, halen graag herinneringen op en als je dom genoeg bent om ze te provoceren, komt er altijd een technische stoot uit de bokser. Cor heeft die ook in huis, weet ik nu.