Artistieke uppercut komt hard aan

artistieke uppercut

Recensie in Friesch Dagblad, 24 december 2013:  Artistieke uppercut komt hard aan
Kijken naar boksen is magie. Kijken naar alles wat eromheen gebeurt evenzeer.” Jan van den Berghe wilde ooit journalist of bokser worden. In het vuistdikke De artistieke uppercut wil hij het alletwee zijn. Grote namen, sterke verhalen, een scherp tempo om de lezer in de ring te houden. Als idee is het geweldig, net zoals de techniek van een bokser die wil winnen dat moet zijn. Maar alles komt aan op de uitvoering.

Meeslepend is het zeker. Maar er is een gebrek.

Het is een mannenboek, door, voor en vooral over mannen. Waar is The Dutch Destroyer Lucia Rijker, meervoudig kampioene? Waar is Esther Schouten met haar verschillende wereldtitels in het bantamgewicht? En als het om de grote namen in de geschiedenis gaat, hebben we de legendarische Britse Elizabeth Stokes, die in 1722 de eerste vrouwelijke pugiliste was. Voor zover bekend, tenminste. Maar in dit mannenboek verschijnen vrouwen vooral als ring candy, die aan de ring zitten en naar de bokser als man kijken. Niet als sporter. Goed, iedereen recht op een eigen opvatting. Los hiervan, wat houden we over?
Een overweldigend aantal korte stukken, waarin Van den Berghe een grote hoeveelheid namen naar de lezer gooit. Boksers, schrijvers, schilders, boeken en tijdschriften, in elk stuk lijken minstens tien, twintig namen te staan. Leest het nog goed? Jawel.

Maar dat komt ook doordat het gemakkelijk zappen is tijdens het lezen.

In ‘Picasso & Co in de ring’ springen we over de inleiding heen om meteen bij dat ene beroemde schilderij uit 1912 te komen. Le boxeur. Gek genoeg geen beschrijving. Meteen daarna komt iets anders: ‘Op een zelfportret uit 1915 staat de meester kloek poserend als pugilist in zijn atelier aan de rue Schoelcher. De positie van armen en vuisten, de ogen gericht op de tegenstander, de houding tezelfdertijd agressief en ontspannen, het zit allemaal juist.’
Dat is geen wonder, want de schilder bokste tot hij een keer door de kunstenaar Derain ‘zo deerlijk’ werd toegetakeld, schrijft Van den Berghe, dat het voor hem niet meer hoefde. Kijk, van die achtergrond hadden we meer willen weten. Toch een mooi kijkje in mentaliteit en karakter. Onwillekeurig denken we aan Rudi Koopmans, die in zijn carrière dat ‘deerlijk’ nooit doorgrond heeft. Of nou ja, alleen waar het anderen betrof. Koopmans vinden we trouwens evenmin in het boek.

Je blijft erin bladeren, en je verbazen en je ergeren.

Ruim vijfhonderd bladzijden dik, geschreven volgens de methode grote stappen, snel thuis.

Maar wat staat er veel in, en wat zou het mooi zijn als er veel meer foto’s in hadden gestaan. Een heerlijk boek, ook voor vrouwen. Tóch.

Jan van den Berghe: De artistieke uppercut. Hoe kunst en boksen elkaar vonden. Uitgeverij de Bezige Bij, Antwerpen. 559 pagina’s, 29,99 euro

Autobiografie Wim de Haan

Wim de Haan: Klappen genoeg gehad! Schiedam, 1992 (157. pag; pocket)

Een bokser schrijft zijn levensverhaal, en hoe. Een stortvloed van herinneringen, anecdotes, terzijdes en mooie momenten krijg je over je heen in dit boek van Wim de Haan. Zelden heb ik een boksboek gelezen dat leuker, interessanter en vooral: levendiger was dan dit boek. Ik heb het in één adem uitgelezen. Heerlijk.

Het is een bomvolle pocket. Hoofdstukken zonder titel, nergens een inhoudsopgave. Gedichten, foto’s en andere afbeeldingen. De taal is lekker kloek Hollands, met hier en daar ervaringen die zeer treffend worden uiteengezet, zoals een verhaal dat begint met: “Ik maakte nog een keer een grietje mee, haar grootste liefhebberij was pijpen, daar was ze een artieste in”. Ja, dat lees je niet elke dag. Dan weet je ook meteen de aanpak van de schrijver: niet van dat flauwe. Hij staat niet te wenen bij bloempjes in de knop gebroken. Hij houdt van boksen en van vrouwen. Wim de Haan is een man waar je u tegen zegt. Vanzelf. Kermisbokser, trainer, dichter en levenskunstenaar. Al denk ik als vrouw soms: “Oom Wim, niet alwéér aan de seks”, ik gun het hem wel.

Op de achterkant staat een korte omschrijving van de inhoud:
“Zijn gemis aan natuurlijk ouders en de haatverhouding met zijn moeder. Het alleen opvoeden van zijn zoon van zijn zesde maand tot zijn vijftiende jaar. ZIjn gevechten met de kinderrechter en instanties.
U beleeft in vogelvlucht zijn omzwervingen over de aardbol, zijn optreden bij Willem Duys, zijn voetbal-en bokssuccessen. Het kweken van zeven Nederlandse en vierendertig Zuid-Hollandse bokskampioenen en zijn bijna vliegtuigongeluk in 1976 op weg naar de Olympische Spelen in Montreal”.

Dat is dan nog maar een samenvatting. Als er een hoofdstukindeling was geweest, dan was dit vanzelf een overzichtelijker boek dan het nu is. Vooral omdat er zoveel in gebeurt, en er haast niets in uitgelegd wordt. Dat is voor zijn persoonlijk leven best te doen, maar als het over boksen van toen gaat, wordt het moeilijker. We moeten maar weten wie wie is, en wat wat. Maar neem nou het volgende:

“Ik hoorde dat het Oude Badhuis op de Lange Haven leegstond en na overleg met de Gemeente werd ik de nieuwe huurder. Ik heb de cafetaria verkocht en van dat geld een sportschool gemaakt, wat is daar gewerkt met mijn leerlingen en kennissen, maar in tien weken was de opening. Ik was zo trots.
De inleiding tot wat wij nu zijn was een uitnodiging van de katholieke arbeidersjeugd om een boksdemonstratie te geven in hun clublokaal.
Als oud amateurbokser wilde ik hier graag gehoor aan geven en alras had ik enkele boksers om mij heen verzameld en kon de demonstratie doorgang vinden. Met namen als Gras, Raijmakers, Knoop en Pronk op het programma, was succes verzekerd, na afloop werd mij toen gevraagd, veel kunnen wij niet missen maar zou je bij ons boksles willen geven.”  (p.80)

Dat ontwikkelt zich mooi verder want:

“Dus in 1957 werd boksschool de Haan opgericht met als eerste wedstrijdboksers Leen Kaufman, Joop Kleinherenbrink, Johan Offerman en Jaap van Onlangs.” (p.81)

Het is wel heel beknopt allemaal. Misschien kan er nog eens een tweede editie komen met wat voetnoten voor degenen die het niet hebben meegemaakt. Die staan hier door een beslagen raam te kijken: zie zien wat, maar niet helemaal.

Maar ondanks dat lééft het boek als een mooie bonk boksgeschiedenis. Je krijgt een beeld van een tijd en daar zit gevoel in. Sommige dingen blijven ook altijd hetzelfde; Wim de Haan vertelt ook een bokser voor zijn wedstrijd opeens last kreeg van de zenuwen en weg wilde. Oom Wim wist raad, en hij diende de bokser wat druppels toe uit een flesje. Alle zenuwen waren weg en hij won. Toen kwam de ontknoping:

“Na de wedstrijd heb ik hem het flesje laten zien, wij hebben met zijn allen gebruld van het lachen toen hij op het flesje las dat het staaldruppels waren.”(p.83)

Het boek is hopelijk nog te koop bij antiquariaten, daar vond ik het ook. Het is zeker het aanschaffen waard.

Biografie Bep van Klaveren

J.A. Deelder: Bep van Klaveren. The Dutch windmill
Veen, 1980. Rijk geïllustreerd met veel foto’s, 166 pag.

Over Bep van Klaveren is misschien meer geschreven dan over welke andere bokser ooit, en toch is het te weinig. Elk boek roept weer meer vragen op: ja maar hoe dit, ja maar waarom dat? Dat geldt zeker voor de beroemde biografie die J.A. Deelder schreef: Bep van Klaveren. The Dutch windmill.

Eerst een minpuntje. Het boek stort zichzelf over de lezer uit. Dat is dan wel een lekker Rotterdams bad, maar voor degenen die niet Rotterdams zijn, is het een beetje veel. Want alles wordt bekend verondersteld. Namen van boksers, van straten, bekende Nederlanders en feiten. Een toelichting was handig geweest. Gewoon, een lijstje achterin. Of voetnoten, handzaam onderaan de bladzijde. Misschien zelfs een inhoudsopgave.

Dat is dan ook vrijwel het enige minpuntje dat er te noemen is. Verder is ‘t een heerlijk boek. Veel foto’s. Bep die sprekend aanwezig is. Wat aan te bevelen valt, is eerst een dosis Bep tot je nemen voordat je begint te lezen. Dan hoor je zijn stem in je hoofd de woorden zeggen. Even doen dus, en luister ook naar zijn vriend Aad Veerman:

Nou, dan lezen. Levende literuur is het. Over de bokswereld in Rotterdam vooral, maar dan heb je ook meteen een wereld apart. Met mooie fragmenten:

“Rotterdam was boksstad nummer één. Hier kwamen een hoop goeie jongens vandaam. Had je Kourimsky, Willem Westbroek, Piet van der Veer,  m’n ome Nol niet te vergeten, Herman van ‘t Hof... Die hadden al naam, toen moest ik nog beginnen, weetjewel… Herman van ‘t Hof was een hele goeie jongen, een echte eh… ik zal maar zeggen, een moordenaar in de ring, weetjewel. Als ik als kleine jongen met ‘m sparde en ik raakte ‘m een beetje een paar keer, dan sloeg ie je in elkaar. Ja nou! Dat kon ie niet hebben, dan spuugde die vuur! Nou niet meer, hij is nou de rust zelve. Toevallig kwam ik ‘m laatst nog tegen, bij Van Oosten op het Noordplein, weetjewel. Joop Amen was er ook bij. Ook veel mee gespard. Kon ook heel hard slaan, Joop…”(p. 46)

Je hoort hem praten, toch?

Het boek is nog steeds verkrijgbaar via Boekwinkeltjes.nl/ Eigenlijk wordt het tijd voor een allesomvattende Bep Biografie. Net zo dik als dat boek over Mohamed Ali. Uit Bep-kringen heb ik gehoord dat er nog allerlei opnames zijn. Foto’s ook nog. Dus.

Biografie Hassan Aït Bassou

Mister 100%. Het gaat er niet om hoe je valt, maar hoe je  neer komt…. Door Brenda Zoutendijk, mei 2009. Uitgave in eigen beheer. Te bestellen via Hassanaitbassou.nl voor 14,90 exlusief verzendkosten. 159 pag., geïll.

Dus dit jaar is hij weer op het Ben Bril Memorial. Hassan Aït Bassou. Vorig jaar (2010) prolongeerde hij in Carré met een harde knock out zijn Benelux titel in het weltergewicht.  Kobe VandeKerkhove ging neer en hoe. Ik stond aan de ring en filmde wat er gebeurde:

Het gebeurde in de vierde ronde. Tegenstander Kobe Vandekerkhoven ligt KO, Hassan en zijn trainer Michel van Halderen weten dat de titel binnen is. Ben Bril Memorial 2010.

Dit jaar heeft Hassan de zesde wedstrijd, tegen Ali Ahrouari (Duitsland), over acht rondes van drie minuten. Hij hoopt daarmee zijn titel terug te winnen die hij eerder dit jaar verloor. Ik geef hem een grote kans. Hopelijk komt er dan ook een nieuwe editie van zijn biografie, want die is uit 2009 en sindsdien is er veel gebeurd.

Mister 100 % is een biografie en autobiografie tegelijk. Brenda schreef het, in samenwerking met Hassan. Terwijl Brenda in grote lijnen het levensverhaal vasthoudt, wordt dat onderbreken door veel kadertjes. Daarin staan uitspraken, commentaren, toelichtingen en terzijdes van mensen die deel uitmaakten van het verhaal. Familie, trainers, andere vechters, noem maar op. En dan spreekt Hassan ook, wat weer cursief gedrukt staat. Dat maakt het best onrustig om te lezen, maar omdat het een spannend verhaal is, lees je dóór.

Een inhoudsopgave is er niet. Wel veel foto’s, die overal vandaan zijn gekomen. Het moet een heel werk zijn geweest die te verzamelen. Goed dat ze nu vastgelegd zijn.

Hassans levensverhaal is niet gemakkelijk geweest, zacht gezegd. In 2001 wordt hij profthaibokser en met enkele titels lijkt een goede carrière in de sport gegarandeerd. Als hij Nordin Ben Saleh leert kennen, gaat hij bij hem en hoofdtrainer Michel van Halderen trainen: boksen. Wedstrijden volgen. De moord op Nordin Ben Saleh raakt hem hard en het duurt lang eer hij dat verwerken kan.

Het boek is een mengeling van veel persoonlijke gebeurtenissen en korte beschrijvingen van wedstrijden. Ups and downs, waarbij de downs vooral in de privésfeer lijken te liggen. Terwijl Hassan in de ring overwinningen en titels behaalt, gaat zijn huwelijk stuk en loopt hij door een neefje problemen met de politie op. In het nawoord zegt Hassan:

“Ik heb na het behalen van de Nederlandse en de Europese titel nog steeds de droom om ooit de wereldttiel te winnen. Ik train hier hard voor en hoop dat ik de kans krijg om mijn droom waar te maken. Mijn sport is immers ontzettend belangrijk in mijn leven. Maar mijn familie, waaronder mijn dochter Rommischa, blijft op nummer één”.