Fred Westgeest (interview)

(Verscheen in Den Haag Centraal op 2 augustus 2009, in de zomerserie waarin sporters terugkijken)

Neem nou Fred Westgeest. De lezeressen van Cosmopolitan, Viva en Linda mogen hopen dat de ideale man toch bestaat. Fred kan koken en metselen, hij is lief voor poezen en kleine kinderen en hij praat uit zichzelf over zijn gevoelens. Hij gaat goed om met zijn ouders die twee huizen verderop wonen. Bij dit alles komt nog dat ik het geen straf vind om naar Fred te kijken. Er is echter een aandachtspuntje. Fred slaat graag anderen knock-out. In de ring. Hij is in 1994 bokskampioen van Nederland geweest, categorie zwaargewicht. Fred zei, dat ik zijn zoontje best even op schoot mocht nemen. Hij kreeg zo de handen vrij om zijn plakboeken te openen. Terwijl ik luisterde naar Fred die hardop telde hoeveel tegenstanders hij gevloerd had, zei ik verbaasd tegen junior: “poelepoelepoele”. Het werd een gedenkwaardige middag.

“Als je wint, ben je blij, hoe rot het ook voor de ander is”

“In 2002 had ik mijn 49ste wedstrijd, met de amateurpartijen erbij geteld en het was als prof mijn 25ste wedstrijd. In de eerste ronde ging Levin neer, ik denk, dat maak ik mooi af, maar hij kwam keihard terug. Aan het einde van de vierde ronde raakte hij me boven mijn oog, en hoe is het met een oog, als dat volloopt met bloed dan zie je niks meer. De wedstrijd wordt even gestopt, maar met de volgende klap loopt het oog weer vol. In de vijfde ronde ging ik weer neer. Ik zakte op een knie en op dat moment dacht ik, ik stop ermee. Dat is geen leuke manier om te stoppen. Met verlies”. Fred Westgeest moet je eigenlijk horen. Hij is een klassieke bokser-verteller, die een verhaal theatraal kan brengen. Je vergeet bijna dat het over zijn eigen leven gaat. Fred vertelt wat er daarna gebeurde.

“Chris van Veen van Haagse Directe heeft een afscheidspartij voor me georganiseerd. Daarna ben ik drie jaar niet in een boksschool geweest. Ik wilde er niks meer mee te maken. Wat ik toen deed… zo hard mogelijk werken. Ook ‘s avonds. Voor boksen sloot ik me af”.

Droom
Tegenwoordig werkt Fred volle dagen als metselaar in het familiebedrijf Westgeest. Vroeg opstaan, zijn uren maken, hardlopen voor de conditie en thuis is er zijn vriendin Wilma en hun zoon Fred jr. “Ik heb haar ontmoet nadat ik gestopt was. Ze wist gelukkig niet wie ik was”. Verliefd, samenwonen en samen een nieuw leven begonnen. Fred leest en pokert; hij gaat regelmatig hardlopen. Of hij de tijd van toen mist? “Soms. Ik was een bekende Nederlander, zat bij Barend en Van Dorp en op straat herkende de mensen me. Dat is weg. Maar ik ga niet opnieuw wedstrijden doen. De druk daarvan kan ik missen. Ik moest van mezelf altijd winnen en dan leg je de lat natuurlijk hoog. Als ik wist dat ik over twee maanden een wedstrijd had, dacht ik al die tijd aan niets anders”.

Soms lijkt dat van vroeger wel een droom, denkt Fred. Vooral als hij tijdens de schaft aan de bouwvakkers over zijn boksersleven van toen vertelt. Is hij nou een metselaar of is hij ook een bokser? In 2002, stond hij in het American Square Garden, toch een bokswalhalla, en wat denk je, vertelt de tegenstander dat hij een staf om zich heen had, een trainer, een looptrainer, een psycholoog. Nou, Fred bokste en daarna ging hij gewoon weer terug naar de bouw. Toch heeft hem dat wel aan het denken gezet: “Als ik in Amerika had gebokst, was ik veel verder gekomen. Of in Duitsland. Daar bokste ik in een zaal met meer dan tienduizend mensen en de dag erna stond ik weer te metselen. Dat waren mijn twee werelden, boksen en metselen.”

Kampioen
Fred begon te boksen toen hij achttien was, dat is oud voor een bokser. Eerst bleef hij naar feestjes gaan, bier drinken. Totdat John Kristalijn, de trainer van de gelijknamige boksschool hem duidelijk maakte dat winnaars een andere levensstijl hadden. Fred: “Toen heb ik 13 jaar niet meer gedronken”. Hij deed wat er van hem verlangd werd: ‘s morgens hardlopen, metselen, naar de boksschool om te trainen, laat thuis, eten en om negen uur naar bed. Altijd hetzelfde, een half jaar lang.

“Op een zaterdagavond belde John Kristalijn me op en zei dat ik de dag erop moest boksen. Het werd mijn eerste wedstrijd. Ik won. Daarna zei John, hou je gereed, want maandag moet je misschien invallen. Die wedstrijd won ik op knock out in de derde ronde. Ik vertrouwde mijn trainer blindelings. Als hij zei, je kunt winnen, dan hoefde ik verder niets te weten over mijn tegenstander, niet eens zijn naam. Dan stapte ik zo de ring in”.

Zeven gouden jaren volgden, waarin Fred onder andere kampioen van Nederland werd. Hij won de ene wedstrijd na de andere won, vaak op knock out. “Dat vond ik heerlijk, want dan kwam alles eruit van de training. Tegen Saleta had ik wel tweeduizend keer mijn links-rechte directe geoefend en als je dan daarmee wint, dat is wat hoor. Het is heerlijk om iemand knock out te slaan. Dat is het mooiste dat er is. Je weet meteen dat je gewonnen hebt. Daar trainde ik op, om iemand zo hard mogelijk te slaan. Het is hij of ik. Als je wint, ben je blij, hoe rot het ook voor de ander is. Voor mijn tegenstander had ik altijd het grootste respect. Ik gaf hem altijd een hand”.

De Olympische Spelen lokten, maar Fred zou dan zijn eigen trainer niet mogen meenemen. Daarom werd hij in 1986 prof. Fred stond in Duitsland, Amerika, Polen en in Rusland. Hij trainde met Harry van der Hulst en met Chris van Veen. En hij bleef metselen. Tot dus dat ene moment in de ring kwam waarop hij stopte. Abrupt.

Naboksen
Het huis waarin Fred met zijn gezin woont, heeft hij grotendeels zelf gebouwd. De aanbouw, de vissenvijver, de vloer in de grote woonkamer tot en met de tegels in de wc, wat Fred ziet met zijn ogen, dat kunnen zijn handen maken. Van dat andere leven getuigen zijn plakboeken en het grote schrift waarin hij al zijn wedstrijden noteerde. Als hij met zijn vinger over de regels gaat, zegt hij wat er in welke ronde gebeurde, hoe de uitslagen waren. Wat voor publiek er was. De scheidsrechter. Maar ook vertelt hij het verhaal dat de foto’s en het schrift niet weten, het verhaal dat gaat over de schaduwzijde van het boksen.

Want elke nacht na de wedstrijd, kwam de echte tegenstander langs en dat gevecht duurde de hele nacht. Die tegenstander was hijzelf. Ik kijk gefascineerd naar deze sterke man van meer dan twee meter lang, en probeer me de verschrikkingen van zo’n nacht voor te stellen. Hoe donker dat was. De flashbacks van momenten uit de wedstrijd waarop hij in gevaar kwam. Die steeds opnieuw te moeten beleven, zonder zich deze keer te kunnen verdedigen. Hij vertelt over liters vocht uitzweten van angst.

Dat “naboksen” zoals hij het noemt, is de echte reden waarom Fred nooit meer een wedstrijd wil boksen, ook al zou het kunnen. Inmiddels traint hij weer een beetje, zegt hij, maar rustig aan. Ik vraag of zijn zoontje later mag boksen. Fred junior is groot voor zijn leeftijd, er groeit vast een zwaargewicht uit hem. “Misschien”, aarzelt Fred, “als hij het echt wil. Alleen geen voetballer, dat is me te agressief”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>