Leren boksen

(verschenen in Leven Magazine (editie Leiden), voorjaar 2008 onder de titel Vilan wil… boksen)

Van de ene dag op de andere belandde ik in de boksschool. Mijn hart was voor de ene helft gebroken en voor de andere helft gevuld met woede op het varken waarop ik ooit verliefd was geweest, dus het was tijd voor actie. Zwemmen kalmeerde me niet. Meditatie evenmin.

Al die agressie, die moest eruit, voordat ik aan de drank raakte en dus besloot ik te leren boksen. “Leuk!” zei mijn moeder, die gescheiden is. “Geweldig!” zei de ex, die ik per ongeluk opbelde. “Jawel”, zei ik tevreden en pakte mijn tas in om naar LuckyGym te gaan, zonder een enkel idee wat mij daar te wachten stond.

Boksen had ik alleen op de televisie gezien. Boze mannen die op elkaar insloegen, en dan veel publiek eromheen dat brulde. Het leek me een toegankelijke sport, en bovendien had ik gestudeerd dus zou ik het allemaal ongetwijfeld snel begrijpen. Daarbij kwam dat ik de boksschool had opgebeld en daar had iemand gezegd: “Ja hoor, het is te leren, kom eens sparren!” Dus zo was ik in LuckyGym terecht gekomen.

Een grote zaal waarin bokszakken hangen, in een lange rij, net als in de film. Een mand met bokshandschoenen. Op een plank matjes voor buikspieroefeningen. Wat spiegels. Aan de muur een enkele poster van Mohammed Ali in actie. En die avond stonden om mij heen twintig, dertig mensen die allemaal wisten wat “links links, hoek” betekende. Ik niet.

“Het is even doorzetten”, meldde Luc Zirkzee opgewekt toen ik kwam klagen. Hij bokst zelf al twintig jaar. Jong begonnen, eerst gaan trainen, toen kwamen de wedstrijden. Dan het echte harde trainen, want winnen telt. Net als met zo min mogelijk schade de ring uitstappen. Als brave jongen heeft hij zijn opleiding afgemaakt; Luc is officieel bouwkundig tekenaar. Na een baan hier en een baan daar begon hij met LuckyGym, vier jaar geleden. Eerst in het Leidse Universitaire Sportcomplex en nu aan de Morsweg, waar hij zo langzamerhand uitgroeit. Hij is dus bokser, sportinstructeur en ondernemer maar wat interessanter is, zijn neus staat recht, ondanks die twintig jaar. Als iemand mij kan leren boksen, dan is hij het, besloot ik, en vervolgens stapte in uit de groep en begon met privéles. Elke week een uur.

Eerst leerde ik staan. “Brééd staan. Een voet naar voren. Blijf in balans. Je basis moet goed zijn.” Ik kocht nieuwe sportschoenen. Toen kwamen de stoten. “Draai je schouder in. Sneller! Of wil jij geraakt worden?” En: “Driehonderd stoten in een minuut moet je kunnen halen.” Ik ging thuis oefenen. De combinaties volgden. “Nee, die andere links. Nog een keer. Goedzo. Nu tien keer.” Fouten. “Hou je verdediging hoog. Hoezo, waarom?” Plok. “Daarom”. Eindelijk kwam het sparren. “Nee, niet staan nadenken, je moet dóén. Anders doet je tegenstander wel iets. Kan dat ook harder?” Ik begon met krachttraining.

In de tussentijd probeerde ik Luc zoveel mogelijk uit te horen over de wereld van het boksen. Want ik kwam niet voor de conditie of de recreatie zoals de anderen, ik kwam voor het glorieuze zelfbedachte doel van de ring. En daar vertelde hij over. “De mensen weten meestal niet wat het is. Hoe hard er voor een wedstrijd getraind wordt. Soms mis ik het. Dat toeleven naar een wedstrijd. Je weet van elkaar wat je ervoor doet, dus je hebt respect voor elkaar. Als iedereen ’s avonds gezellig binnen zit, gaat een bokser nog twee uur hardlopen voor de conditie. Mensen zoeken vaak sensatie in het boksen. Iemand als RegilioTuur is zwaar ondergewaardeerd in Nederland. Hij heeft zoveel voor de sport gedaan. Ja, dan doet hij in zijn persoonlijke leven dingen waarmee ik het niet eens ben. Toch maakt dat zijn boksprestaties niet minder.”

“Boksen is een oerinstinct. Het zit in iedereen. Een kind maakt al vuistjes en probeert een rechtse directe. Ik geef ook boksles aan kinderen. Dan leren ze dat er regels zijn. Ze leren discipline en respect. Dat vind ik mooi. Iets van de sport overbrengen. Het gaat er mij niet om dat ze leren vechten, we slaan hier op pads of op elkaars bokshandschoenen.”

Dus zo gaan die dingen. Ooit is je hart gebroken geweest, vervolgens sta je week in, week uit in LuckyGym en probeer je te begrijpen hoe het moet. Conditie, techniek, strategisch inzicht, kracht, blijven trainen, “boksers krijgen niets gratis” zegt Luc, en al is het liefdesverdriet van toen vandaag voorbij, het boksen laat me niet los. Ik wil leren boksen. En ik wil nog veel meer.

(Wordt vervolgd)

One thought on “Leren boksen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *