Olympia Leeuwarden/Osnabrück

Osnabrück (Duitsland). Raspo Sportpark. Teuto Cup 2010, 6 en 7 november.

“Je komt toch wel mee?” had trainer Eddy ten Cate gezegd. Even dwingend als hartelijk, zoals alleen een Fries dat kan zeggen. Olympia Leeuwarden ging boksen in Osnabrück. Wedstrijden om de tiende Teuto Cup, en belangrijker dan dat: het was de eerste keer dat ze naar het buitenland gingen, sinds de dood van Tabe Kooistra in maart. Dus ik zei dat ik kwam, naar de finale op zaterdag.

In de trein naar Osnabrück dacht ik aan Tabe, aan Eddy, en aan de balans tussen herinneren, respecteren en toch ook een eigen weg zien te gaan. Het is een beetje als in een familiebedrijf waar de opvolger de traditie vasthoudt maar die op een eigen manier moet zien voort te zetten. Ga er eens aan staan.

De sporthal was groot en leeg. Koud licht, een ring in het midden, eromheen weinig publiek. Op een lange tafel stond een lange rij Teuto Cupjes. En bij de ring zaten de Olympianen. Hilgur Demmer en Ricardo Stuivenvolt, die deze avond moesten boksen. Taco van der Heijden, mee voor de support. Remco de Jong, helaas te ziek om te boksen. Hendrik Hensema was gisteren naar huis gegaan met een gebroken neus. En Eddy dus, die het ook druk had met de Deutsche Freunden, want de plannen zijn om vaker bij ze te boksen.

Tabe in het nieuwe logo van Olympia Leeuwarden

Een andere verandering was al zichtbaar. Olympia heeft een nieuw logo. ’t Staat op de site, op de nieuwe vaantjes, op de tassen en ’t is te zien op de kleding. Een eerbetoon aan Tabe. Ze koesteren hem, en dus komt zijn naam regelmatig voorbij. Wat hij zei. Hoe hij aan de ring stond. Toen ik de eerste keer ging boksen en ik de ring uitkwam. Veel herinneringen zijn er. Maar Tabe zelf is er niet meer, dus dat betekent dat de  boksschool een nieuw evenwicht moet vinden.

Na de inleidende speech komen alle boksers in de ring. De ringspeaker noemt elke bokser bij de naam, die dan naar de overkant loopt, de tegenstander een hand geeft en daar blijft staan. Zo staat uiteindelijk iedereen aan een andere kant.

Op de matching zie ik een indeling in Junioren, Jugend en Kadetten. Voor mij zijn de Kadette een nieuwe leeftijdsklasse maar precies wat, is me onduidelijk. De tweede partij van Jugend wordt gebokst door twee flinke jongens, 17, 18 jaar misschien. En mooi ook: ze zijn sterk, alert, kunnen wachten en leveren dan scherpe combinaties af. Junus Arsenow (BC Gütersloh) is van dezelfde boksschool als Joschka Bambor, tegen wie Hilgur later die avond staat.

Ik ga op onderzoek. Trainer Peter Strickrodt vertelt me dat Gütersloh een kleine club is met “maar” 200 leden en 15 aktieve wedstrijdboksers. “Ach so,” zeg ik neutraal, en denk dat dat best veel is. Joshka Bambor blijkt naast hem tegen de meur te leunen. Blond en ontspannen. Hij is 25 jaar, oud-basketballer en begon pas te boksen op z’n 22ste. “Aber warum denn?” vraag ik, en hij vraagt terug: “Warum nicht?” Daar heb ik geen antwoord op.
Nee, zenuwachtig is hij niet. “Ich bin ganz ruhig”, vat hij zijn karakter samen. Zo is hij gewoon. Ook met zijn toekomstplannen. Sociale academie afmaken, dan bij voorkeur boksles geven aan kinderen. Het klinkt lief. Dus ik besluit bij zijn hoek te gaan filmen, dan kan ik van dichtbij zien hoe moeilijk hij het krijgt. Eerst nog even inslaan. Ik mag mitkommen.

Dat had ik niet verwacht. Zit er dat brave blondje opeens een loeisterke tank. Ik kijk waar Hilgur is, maar die is niet meer aanspreekbaar. Hij heeft een koptelefoon op en is met de warming up bezig. Ik ga terug naar de Olympianen die er net als ik van uitgaan dat “we” winnen.

Zo gaat het verder. Tussen de rondes hoor ik Joschka flink vloeken. Hilgur vind ik technisch beter, maar een loeisterke tank is moeilijk te hanteren. Na de derde ronde vloekt Joscha nog een paar keer grensverleggend. Hij ziet eruit of hij moet overgeven. Dat vind ik fijn om te zien. Maar hij wint en dan is hij prompt weer ganz ruhig. Hilgurs rechteroog zal later op de avond opzwellen en allerlei kleuren aannemen.

Intussen ben ik verbaasd over de kale ongezelligheid van de avond. De tiende Teuto Cup, en nergens hangt ook maar één enkele feestballon. De toeschouwers bestaan vooral uit familie, vrienden en kennissen. Al wordt het later op de avond iets drukker, feestelijk zal het geen moment zijn. En ik dacht nog wel dat ik een groots lustrumtoernooi ging meemaken. Aan de andere kant heeft dit ook wel iets. Bokswedstrijden lijken veel gewoner zo.

Meteen na Hilgur komt Ricardo de ring in. Dan sta ik ook weer in de Deutsche Ecke, maar er is toch maar één stem die in de sporthal klinkt. Helaas, ook Ricardo verliest. Bijna, bijna.

Blauwe hoek Ricardo Stuivenvolt (Olympia Leeuwarden) tegen Eduard Seiferling (BC Warendorf). Eerste ronde minus eerste seconden, hele wedstrijd op YouTube.

Eddy ten Cate aan de ring

Na de wedstrijden komen de boksers weer in de ring voor hetzelfde oversteek-ritueel. Nu worden de medailles en bekers uitgereikt. De boksers krijgen een tasje met inhoud mee naar huis. Er zit een certificaat en dergelijke in. Dan is het klaar. Min of meer, want de nabespreking gaat door tot en met de laatste minuut in Leeuwarden.

In het busje dat over de Autobahn terugrijdt is het geen moment stil. Er valt veel te bespreken. Afstemmen op elkaar. Boksstijl. Het zekere voor het onzekere nemen. Had ik hem kunnen hebben. Als ik dit zeg dan bedoel ik dat. Wat Tabe vroeger deed. Toekomstplannen. Leren van elkaar. Wanneer weer naar de boksschool. Iedereen is betrokken, het is soms emotioneel, maar het is een boksschool waar toekomst in zit, dat is zeker. Dit is Olympia na Tabe, met Eddy, maar toch ook niet zonder Tabe.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>