Dojo Osaka (Katwijk) opent de deuren

dojo osakaKatwijk aan Zee, zaterdag 15 juni 2013. Opening en open dag: Osaka

De uitnodiging van Osaka was officieel van toon, dus ik kleedde me ervoor. Netjes. Ik nam de bus naar Katwijk aan Zee, stapte bij het Raadhuis uit en liep even later langs de lange mooie haven. Aan de ene kant lag alles in puin, daar komen appartementen. Aan de andere kant een voormalige garage, waarin nu Osaka huist.

Je stapt binnen in een klein portaal. Linksaf: de kantine, formaat kleinste slaapkamer van een flat. Rechtsaf: via de keuken naar de dojo. En overal hing een goede geur en gezellige sfeer. Het was ontspannen. Ik geloof dat er wel drie, vier verschillende generaties aanwezig waren. Een meisje van zes vertelde me dat ze hier later ook wilde trainen, maar ze zat nu op paardrijden en ze kon niet alles tegelijk.  We zaten samen op een fitnessbankje. De sfeer  is dus wat je noemt: toegankelijk. Iedereen praat met iedereen.

En overal waren de twee initiatiefnemers aanwezig: Ron Hek en Cem Senol. Twee verschillende karakters.

“Voor mij had de gezelligheid niet gehoeven,” zegt Cem. “Ik had liever gehad: binnenkomen, trainen. Maar Ron is een verenigingsman, die vult me daarin aan.”  Ik knik, want dat is een mooi evenwicht.  Cem gaat door: “Ik ben dominant. Ik wil handelen, doen. ” Hmhm, doe ik, want zo heb ik hem in vechtsportkringen gezien. Eens zag ik hem een onzekere jonge vechter naar de ring brengen. Cem sprak op hem in, duwde, stompte, deed alles tegelijk, en de jonge vechter ging, vol testosteron, zelfvertrouwen en nieuwe moed, ook doordat hij wist dat Cem in de buurt bleef.

Maar met alleen trainen heb je nog geen vereniging. Wel als er onderlinge samenhang is.  Trouw, loyaliteit, een beetje naar elkaar omkijken, van die dingen.

Even later vertelt Ron dat het bepaald geen hobbywerk is, deze dojo. Bloedserieus is hij. Net zo goed als Cem wil hij wat neerzetten, iets opbouwen. Uitbouwen. Ze draaien nu een paar maanden, in den beginne met kyokshin karate en daar kwamen de andere sporten bij: MMA, kickboksen. De zaalhuur is hoog, dat wil je niet weten. Allebei hebben ze er heel wat uren inzitten.  Opknappen, trainingen verzorgen en dan met de vechters naar wedstrijden gaan. En had ik dat schilderij buiten al gezien? Gemaakt door de Katwijkse graffiti master Chen.

Osaka was het voorstel van Cem. Hij is gek van Japan en komt er graag. Ron vond het meteen een goede naam. Ze hebben een Gordeau-logo met een bescheidener samourai masker erin dan op het hoofdkwartier.

Wat interessant is: overal hangen instructies en gedragsaanwijzingen.  En er is protocol. Elkaar netjes aanspreken, zoals het in de traditie hoort. Jong geleerd is oud gedaan. “Downscalen kan altijd nog,” vindt Cem en daar heeft hij gelijk in. Daarin zit ook een beetje de sfeer van Honbu Kamakura in Den Haag, waar Cem al sinds 1998 traint. Protocol en hiërarchie zijn daar normaal. Hij vertelde hoe het in het begin voor hem was. Hij kwam binnen en wilde vechten, type knokken. Nou, dat is vragen om een cursus realiteitszin. Ze hebben hem alle hoeken van de dojo laten zien en dat was leerzaam. Zo leer je het verschil tussen vechten in de sport en knokken. Inmiddels heeft Cem aardig wat titels op zijn naam staan.

Het was een zonnige middag. Iedereen stond buiten, bij de lange tafel vol eten. Zelden zoveel taarten bij een dojo-opening gezien, en allemaal home made. Behalve die ene grote, die officieel doorgesneden werd door Ron en Cem samen. De breektest van  Cor Mol was even plechtig, in zekere zin. De opeens historische plankjes nam hij mee. “Ik wil wel een replica laten maken,” bood hij nog genadig aan.
IMG_0065_resizeIMG_0068_resize

IMG_0069_resizeIMG_0070_resize

IMG_0071_resizeIMG_0073_resize

IMG_0074_resizeIMG_0075_resize

IMG_0076_resizeIMG_0077_resize

IMG_0078_resizeIMG_0079_resize

IMG_0080_resizeIMG_0084_resize

IMG_0086_resizeIMG_0087_resize

IMG_0089_resizeIMG_0111_resize

IMG_0117_resizeIMG_0118_resize

IMG_0129_resizeIMG_0139_resize

IMG_0142_resizeIMG_0152_resize

IMG_0153_resizeIMG_0155_resize

IMG_0156_resizeIMG_0159_resize

Vos Gym

Naar binnen, de trap op…

Amsterdam: Vos Gym, vrijdag 20 mei 2011.

Op de trap wist ik al dat het goed zat. Want die trap was oud. Krakend hout, gehavend, steil omhoog, geen luxegedoe. Een deur door, de smalle gang in. Wachten tot ik me kon aanmelden. Ik was in Vos Gym.  Op de site staan “house of legends” en dat is nog bescheiden als je ziet welke grote namen er allemaal getraind hebben. Ze hebben er meer titels dan ik schoenen heb. Straks in 2013 bestaan ze 35 jaar; in 1978 werd de sportschool opgericht door Johan Vos, na 1995 is de school overgenomen door Ivan Hippolyte. Johan Vos stond indertijd aan de ring toen Gerard Gordeau de wereldtitel savate behaalde. Dus naar Vos Gym ging ik om savate te zien. De training, tenminste.

Savate is een van oorsprong Franse vechtsport. Veel benenwerk, technische precisie, kracht ontmoet elegantie. Dat is het ideaal, tenminste. In Nederland vind je op elke straathoek zowat een kickboksschool, maar savate? Haast nergens te zien. Dus ik was blij dat ik naar Vos Gym mocht, want daar geeft Harm Domisse savate training.

Naar de zalen…

Vos Gym is groot en compact tegelijkertijd. Twee zalen. Achterin was een training kickboksen gaande, waar ik was werd aan de ene kant op de mate savate gegeven, en aan de andere kant stond wat fitnessapparatuur. Er was ook een eenvoudig honk met wat zitgelegenheid. Daar hing een mooie tegelcompositie als dank aan de oprichter.

Het goede gevoel dat ik op de trap kreeg, zette zich snel om in geluk. Alles was er. Het rook er goed, het zag er sober uit, ik ging savate zien en het was het legendarische Vos Gym. Je hebt ook van die sportscholen met sauna’s en massagebankjes en dure ventilatiesystemen met viooltjesgeur. Dat zijn voor mij meer wellness-centrumpjes. Hier, bij Vos, was geen sauna. Hier kwamen de mensen om wat te leren en goed ook. Het ventilatiesysteem bestond uit een raam openzetten.

Daar hou ik van. Naar de kern. Echt overtuigt, altijd.

Bij de savatetraining was het niet druk, vier mensen. Ik zat aan de kant en keek. Harm droeg een tshirt en een broek met zonnebloemen erop. Warming up. Eenvoudige combinaties. En toen begon het. Harm ging schoppen voordoen en combinaties van schoppen, met een gemak alsof de mens gemaakt was om op één been te staan. Daarbij hoorde ik Franse termen. Op wikipedia staat een lijstje, waarvan ik alleen de schoppen overneem:

Fouetté (literally “whip”, roundhouse kick making contact with the toe), high (figure), medium (median) or low (bas)

Chassé (side or front piston-action kick), high (figure), medium (median) or low (bas)
chassé italien (aimed at the opponent’s inner thigh, with the toe pointed at the opponent’s groin. Contrast the chassé bas lateral, which targets the front of the thigh.)

Revers (frontal or lateral “reverse” or hooking kick making contact with the sole of the shoe), high (figure), medium (median), or low (bas)

Coup de pied bas (“low kick”, a front or sweep kick to the shin making contact with the inner edge of the shoe, performed with a characteristic backwards lean) low only, designed to break the shin bone.

Met dank aan sensei Vos

Coup de pied bas de frappe (coup de pied bas which is used to strike the opponent’s lead leg).

“Chassé” zei Harm ontspannen, en deed het voor. Hij stond volmaakt in balans op dat ene been, hield het andere in een wiskundige hoek gestrekt, kwam dan even terug, even maar, om weer verder te schoppen. Daarna volgden meer combinaties, met draaien om de eigen as, terugkomen met links, vloeiend doorgaan naar rechts en natuurlijk uitstappen.

Dat is het mooie van een training zien. De kleinste elementen van de sport komen voorbij. En die kan ik dan weer onderscheiden in het grotere geheel. Zo leer ik kijken. Als het gemakkelijk lijkt, heb ik talent gezien. Bij Vos mag ik best terugkomen, zei Ivan nog. Graag. Die balans, dat technische, en daarbij zo’n kracht, het was voor mij een nieuwe vorm van schoonheid.

Weer thuis keek ik in de grote spiegel in de huiskamer. Even dan. Ik zei: “Chassé”, schopte, en viel om.

Tijd voor Vechtsport Den Haag

Nederlands Instituut voor Vechtsport en Maatschappij. Bijeenkomst Den Haag, woensdagavond 16 maart 2011

We zaten in het zaaltje… (foto: NIVM)

Echt overweldigend druk was het niet, nee. Er hadden zich zo’n zestien verenigingen aangemeld en nog niet de helft was gekomen. Dan waren er mensen van de Gemeente, afdeling Sportsupport. En drie mensen van het Nederlands Instituut voor Vechtsport en Maatschappij. Daarmee was zowat de halve organisatie aanwezig.

Het project Tijd Voor Vechtsport is afgelopen. Daaruit is dit Instituut voortgekomen. Er zijn enorm veel projecten, plannen, opleidingen en andere mogelijkheden. Heel goed dat er erkenning is voor vechtsport, fantastisch dat er waardering is.

Maar er zijn ook enkele minpuntjes, die me niet los lieten naarmate de avond vorderde.

Die was best gezellig, overigens. Thai boksen, judo, aikido (“wij zijn eigenlijk geen vechtsport”), taekwondo, boksen en een oosterse vechtsport waarvan ik de naam vergeten ben, we zaten allemaal braaf aan tafeltjes in de kantine van een sportclub. Wij luisterden. De ene presentatie volgde de andere op, met mooie powerpoints. Dure kleurendruk folders, die ik allemaal verzamelde, wat dat betreft leek het net de Huishoudbeurs.

Het was ook een beetje de evaluatie van Tijd Voor Vechtsport. Dat project is in het Haagje uitmuntend verlopen. Bijna duizend leden erbij voor de vechtsportclubs, verenigingen waar trainers beter opgeleid werden en meer uren in het onderwijs verzorgden. En natuurlijk het Fight Right Keurmerk, dat bij veel clubs naast de voordeur hangt. Dan weten de mensen: hier is het in orde.

Er is nu ook een Label Veilig en Verantwoord Vechtsport. Dat is zeg maar een kleine uitvoering van het Keurmerk. De eisen voor het Label zijn lager, dus een uitkomst voor de clubs die wel erkenning willen maar (nog) niet kunnen voldoen aan alle voorwaarden van het Keurmerk.

Haast terzijde zeiden de jongens van het Instituut dat ze alleen nog geld voor dit jaar hadden. Daarna? Hopelijk vond de overheid het dan zo zinvol, dat ze weer door konden. Lijkt me onrustig werken. En dan zal je je als boksschool in dat jaar toch net het schompes hebben gewerkt voor dat Keurmerk, wat dan misschien niet meer komt.

De Gemeente zette uiteen hoe ze de verenigingen konden helpen. Ze gaan themabijeenkomsten houden (zoals over de penningmeester), ze hebben subsidieregelingen en nieuwsbrieven en ze willen altijd meedenken, bel of mail vooral. Het is natuurlijk wel zo, zei de Gemeente daarbij, dat clubs met een Label of het Keurmerk een streepje voor hebben als de Gemeente wat gaat opzetten.

Dat betekent, dacht ik, dat er op termijn dus een tweedeling gaat ontstaan. Je krijgt de verenigingen met Keurmerk/Label, en die zonder. De laatsten krijgen vanzelf minder geld, maar hebben ook minder toezicht. Dat kan een vereniging wel eens heel fijn vinden. Plus, ze hoeven dan ook ook geen maatschappelijke functies te vervullen. Ik kan zo een paar boksscholen en vechtsportverenigingen bedenken die alleen in vrijheid bloeien. En ik dacht terug aan de oude boksscholen van weleer, zonder keurmerk, met niks, waar iedereen toch heen ging omdat die ene oude oom er boksles gaf. Zijn gezicht was het beste keurmerk ter wereld. Een reputatie is alles waard.

Misschien krijgen we dat soort oude scholen hierdoor weer terug. Van ooms, van indrukwekkende trainers, achterzaaltjes waar het lekker ruikt naar zweet.

En daarnaast komen er nette scholen met ventilatie en keurmerken en subsidies.

Ik geloof in samenwerken. Maar ook in vrijheid. Dus dat wordt interessant.

Aan het einde van de avond kwam de discussie. Stelling 1: “De vechtsportclubs in Den Haag zouden zich moeten verenigen.”

Iemand van het Instituut sprak optimistisch over “een stukje kennisdeling”. Een vechtsportclub gaf een uiteenzetting over “kleine koninkrijkjes” die bestuurd werden door grote ego’s. Iemand zei nog, dat we ongeveer met een miljoen vechtsporters in Nederland zijn, en als dat één bond werd, dan hadden we wat. Daarna liep de discussie zo enorm uit dat ik nog voor het einde naar de tram moest, dat was ongeveer op hetzelfde moment dat de kaaskoekjes verschenen. Het speet me, ook om de koekjes.

Website Nederlands Instituut voor Vechtsport en Maatschappij

Vergadering Nederlandse Boksbond

Vergaderen in Nieuwegein

Bijzondere ledenvergadering van de Nederlandse Boksbond. Nieuwegein, maandag 7 februari 2011

Over één zaak waren we het tenminste allemaal eens: de boksers moeten zo snel mogelijk weer wedstrijden kunnen boksen. Internationaal. Want die voorlopige schorsingvan de AIBA  is een olievlek van ellende. Het treft allereerst de boksers. Daarmee zijn ook hun trainers en boksscholen geraakt, die plannen hadden om hierheen of daarheen te gaan. En dan zijn er de buitenlandse organisaties die Nederlandse boksers hadden verwacht. In Duitsland heet het: “Wir darfen nicht”, we mogen niet. Dat gaat dan over ons. ’t Is net of we plotseling melaats zijn.

Het was een bewogen ledenvergadering. Druk ook: inclusief het bestuur tegen de 50 aanwezigen. In de afgelopen jaren heb ik nog nooit zoveel mensen gezien op een boksbondvergadering, en ook niet zoveel betrokkenheid. De een was boos, de ander raakte geëmotioneerd en een derde en een vierde wilde aldoor in discussie. Maar de opzet van de vergadering was: het bestuur licht toe wat er de afgelopen periode is gebeurd, wat de toekomstplannen zijn en geeft antwoord op vragen.  Het interne onderzoek loopt nog, dus er worden momenteel geen Barbertjes gehangen.

De AIBA heeft de Nederlandse Boksbond voorlopig geschorst. Er zit daar in Lausanne een commissie die uitspraak over ons lot gaat doen. Wanneer die uitspraak komt, is onduidelijk. Hopelijk over een paar weken. Maar wil die commissie het rekken, dan kunnen ze het rekken. Maken ze er een lange zaak van waarin ze veel getuigen gaan horen. Nou, lekker. En dan komt de uitspraak er nog eens achteraan. Wat dat dan inhoudt, daar hou je vanzelf je hart voor vast.

Dus dat moeten we niet hebben. Daarom koos de Bond voor de snelste weg om de schade te beperken en er zo min mogelijk ellende bij te krijgen. Boetekleed aantrekken en via de diplomatieke weg gesprekken voeren. Daar is de Bond nu mee bezig. Je kunt wel als Nederlands Boksbondje tegen het machtige AIBA gaan procederen, maar dan ben je zo jaren verder, dus dat lijkt geen wijsheid.

Wat is er nu eigenlijk gebeurd? Dat bleek een verwarrende zaak te zijn. Ook hoe het kon gebeuren, en wie er wanneer van wat wist. Ik hou hier alleen de twee grote lijnen vast. Details kunnen opgevraagd worden bij de Nederlandse Boksbond.

De eerste grote lijn. Vorig jaar hadden we de Final Four in Purmerend. Geweldig bokstoernooi. Met vernieuwende elementen, die in het boksen toch al oeroud waren. Boksen zonder kap en zonder shirt. Dat toernooi vond plaats onder auspiciën van de NBB en de AIBA. Het bestuur dacht dat de AIBA  toestemming had gegeven, maar dat hadden ze niet, bleek later. Mails uit de Nederlandse bokswereld met waarschuwingen voor consequenties van de vernieuwing, werden niet serieus genoeg genomen. “Een taxatiefout”, gaf het bestuur toe. Een brief van de AIBA bereikte het bestuur niet. Hoe dat kon, daar bestonden in de vergadering verschillende meningen over.

Dat bestuur wéét dat ze achterstand hebben op mensen in de bokswereld met grote kennis van boksreglementen. Dat is pijnlijk duidelijk. Dus zoeken ze met de snelheid van de wind naar aanvulling van het bestuur, precies op dat punt. Want zij kunnen wel de bestuursdingen doen van vergaderen en overleggen en van zus en zo, maar die specifieke bokskennis ontbreekt. En als ze daarom en om de schorsing opstappen, dan heeft de bokswereld er vandaag een bestuurscrisis bij. Aftreden kan altijd nog. Eerst moet deze schorsing opgelost zijn.

De tweede grote lijn. Dat is eigenlijk een conflict van twee andere partijen, en wel tussen de AIBA en arts Ed van Wijk.  Het conflict is ontstaan in 2008 en de AIBA besloot om Ed – meer dan 25 jaar dienaar van de bokssport – voor een periode van vier geen functies te geven op AIBA-niveau. Daarvan was hij “banned”, uitgesloten, heette het. Dus niet geschorst. Je zou zeggen, knokken jullie het alstublieft samen uit, maar zo werkt dat kennelijk niet bij de AIBA. Het leek me een overgevoelige organisatie. Beetje zenuwenlijders ook.

Begin dit jaar kreeg de AIBA nieuws uit Nederland. Over de Final Four. De boodschapper meldde, dat er zonder kap en shirt was gebokst, en dat Ed in de organisatie had gezeten.

De AIBA sloeg meteen op tilt.

Vervolgens vernam de Boksbond op de website van de AIBA het nieuws van de schorsing. Dus toen was het alle hens aan dek. De AIBA meldde alleen schriftelijk te willen overleggen. Dan is het een kwestie van strategie kiezen. Gaan we er vol tegenaan? Processen kunnen jarenlang aanslepen. Dat kost boksers veel te veel tijd. In overleg met André Bolhuis (voorzitter NOC*NSF) werd de strategie anders. Boetekleed aantrekken, een grote nederigheid tonen in het verweerschrift, en daarbij inzetten van stille diplomatie. Ed van Wijk trok zich in overleg terug uit de medische commissie. Rode lap weg, stier hopelijk kalmer.

Zo zit het in grote lijnen.

Het leek net of ik een slecht toneelstuk bijwoonde. Misverstanden, gebrekkige communicatie, beroerde omgangsvormen, overgevoeligheden, eigenzinnigheid. Je gelooft het niet. Maar die voorlopige schorsing is een feit. Dus moeten we daarmee zien om te gaan. Redden wat er te redden valt, en daarna gaan we intern eens goed rondkijken.

De vergadering duurde van zeven tot tien uur. Daarna napraten in de bar. Ik was na middernacht thuis en kon er niet van slapen. Want ik hoor soms iets over hoe het boksers treft. De ene die niet naar een buitenlandse trainingsstage kon, de ander die moest terugkomen, een derde die Olympische Spelen ziet wankelen, een vierde die, nou ja, de lijst is lang. Al met al is het een verschrikkelijke toestand, maar hoe dan ook, we moeten door.

 

Update 15 maart:  De schorsing is opgeheven. Hoera! AIBA legt een boete op van 3.000 Zwitserse franken (2.000 boete en een post van duizend voor “kosten”), dat is omgerekend 2.351,83 euro. Dus, boksers kunnen weer boksen, de boete valt mee en alles had nog veel erger kunnen zijn.  De techniek van het boetekleed en de stille diplomatie heeft dus snel gewerkt. Van de AIBA-site:

“The AIBA Disciplinary Commission concluded that, “Under these circumstances, suspending all boxers, coaches and officials of a National Association for the behaviour of some persons would be grossly disproportionate and a fine shall be imposed, being the adequate sanction.”