Op zoek naar Charles Dumerniët

Deze column verscheen in 2012 bij HaagseTopsort.nl

Zelden noemt iemand zijn naam nog. Het internet geeft een magere oogst. Een free fight gala in Ockenburg, dat was in de jaren ’90. Een filmpje met vechtsporter Wout Kist,  met “spinning backfist” staat erbij. Veel meer is er van hem niet overgebleven. Charles Dumerniët was een Hagenaar die zijn tijd ver vooruit was.

Die mensen hebben we wel meer in onze stad. Denk eens aan Pieter Toepoel, in 1911 mede-oprichter van de Boksbond en degene die jiu jitsu lessen gaf. Hagenaar. Iemand met een idee en met daadkracht. Een man die een sportbond opricht, omdat hij het nodig vindt. Dan is er the International Budo Kai, opgericht door Gerard Gordeau van Kamakura aan de Gheijnstraat. Ook een Hagenaar, met een internationale bond die martial arts worldwide promoot, vooral kyokushin karate. Tussen die twee zit Charles. Ergens. Maar waar precies?

Charles Dumerniët hield zich al bezig met freefight toen niemand er wat in zag. Dat was in de jaren ’70. Hij organiseerde wedstrijden en gala’s, hij was de oprichter en de hoofdredacteur van het blad De Samurai en richtte een sportbond op: de Internationale Organisatie Gevechtskunst. Verder was hij trainer, masseur en vast nog duizend dingen meer. Zo’n man als die twee anderen. Ze bedenken iets. Ze doen het. Daar hebben ze geen vergadering voor nodig. Zeldzaam is zoiets. In Den Haag gebeurt het.

Toepoel hebben ze een achterafstraatje met zijn naam gegeven. Gordeau kreeg nog geen felicitatiebriefje. En Dumerniët is zowat vergeten.

Dan moet je mij hebben. Precies van dat soort zaken word ik driftig. Van het gemak waarmee de Haagse geschiedenisboekjes aangepast worden. Alleen toen Louis Couperus over het boksen bij Toepoel schreef, wilden we dat onthouden. Maar ja, dat was een schrijver, hè? Dat is het minder vechtsport, en meer literatuur.

Het stikt van de vechtsportscholen in de stad. In elke wijk, in iedere buurt, daar heb je wel wat. De toeloop is groot, en groeiend, van jongens en van meisjes. Dat is mooi. Scheelt weer dikke kindertjes. Maar zouden we niet wat beter op het oer-Haagse ervan moeten passen? Ik bedoel, vechtsport heeft een lange traditie in de stad. Kijk maar naar Toepoel: hij begon meer dan een eeuw geleden. Kamakura doet het overal uitstekend. En Charles Dumerniët, die is in de vergetelheid aan het zakken. Tenzij u zo’n ondernemende Hagenaar best wilt leren kennen. Als u mij informatie mailt, schrijf ik er een stukje over. Doen?

Gezocht: Ko Cornelissen

Ko Cornelissen op 1 oktober 1925 (Familiebezit)

In mijn mailbus vond ik een oproep. Bokser gezocht. Ko Cornelissen heette hij. Zijn dochter is op zoek naar hem, dat wil zeggen naar informatie over zijn bokstijd. Ooit was er een plakboek waar alles in stond. Iemand gooide dat weg en toen stond ze met lege handen. Dat is rot, als het je vader betrof. Yvon Kennedy-Cornelissen schreef: “Er is een polygoonfilmpje uit 1924, waar gebokst wordt, maar ik herken niet mijn vader, ‘t is vrij onmogelijk iémand te herkennen. Wèl herken ik hem aan tafel links met grote kuif. Maar ja, ik kan niets bewijzen.”

Ko Cornelissen dus. Hij bokste in het Amsterdamse, onder andere in Krasnapolsky.

Dit is wat Yvon schreef:

Ik zoek al heel lang naar informatie over mijn vader. Hij was in 1921 kampioen van Amsterdam, 16 jaar, vlieggewicht. In 1924 2e kampioen van Nederland. In dat jaar deed hij mee aan de Olympische Spelen in Parijs.

Hij heette Ko (Jacobus) Cornelissen, dat wordt vaak verkeerd geschreven Jan en L. Geboren in 1924, overleden in 1953. Beide Amsterdam. Hij was 25 jaar lid van D.O.S. Amsterdam. Ooit had ik een boek met knipsels en foto’s, door een familielid weggegooid. Het is lang geleden, maar wie heeft nog info?

Ik heb van de vele trofeeën die hij had er slechts twee over, plus een prachtig boksbeeld.

Ivon Kennedy-Cornelissen
mailen: chris-ivon@versatel.nl

De Halter en de Clubactie

Mail van de Utrechtse worstelvereniging De Halter. Een verzoek om aandacht voor hun deelname aan de Grote Clubactie. Met een leuke foto erbij. Wat doet De Halter dat weer goed. Ze munten uit door communicatie, site, twitter, Hyves en Facebook, ze zijn overal. Alleen al daarom steun ik de oproep, maar vooral voor het goede doel. Lees zelf maar.

Onze vereniging, UKV DE HALTER, doet mee aan de Grote Clubactie. Om veel geld op te halen voor onze jeugd hebben wij jouw hulp hard nodig! Daarom wil ik je vragen om naar onze clubpagina te gaan en daar loten te kopen! 80% van de opbrengst gaat naar onze jeugd en met het kopen van loten maak je kans op 100.000 euro belastingvrij. Het zou geweldig zijn als je onze jeugd wil steunen, want onze jeugd kan het geld ontzettend goed gebruiken voor een aankomende jeugd sport&spelkamp.

Mijn club actie. Ga naar onze clubpagina en klik op de button ‘koop loten’.

Een lot kost 3,00 euro. Hiervan gaat 2,40 euro naar de jeugd van De Halter Utrecht.

Alvast hartelijk dank voor jouw bijdrage

Met vriendelijke groet,

Jeugdcommissie

Ps. Stuur deze e-mail door naar je familie, vrienden en kennissen, zo halen we nog meer geld op voor onze jeugd
U.K.V. “De Halter” Utrecht
info@dehalter.com
www.dehalter.com

Sponsoring Erdinc Cetin

Verschenen in Den Haag Centraal, 28 augustus 2011

“Het talent moet een kans hebben”

Bokstrainer Reinier van Delden draait al decennia mee in het Haagse boksen. Hij kent zowat alle namen uit deze wereld. Verleden en heden tellen even zwaar voor hem, en wat het heden betreft: “Ik ben bijna elke dag van de week bij boksvereniging Haagse Directe. Daar train ik een aantal uren met wedstrijdboksers, vooral met Erdinc”. Dat is: Erdinc Cetin, die vorige week groot in de zomerserie ‘Vechters’ geportretteerd werd. Wat Erdinc niet zei, wil zijn trainer graag naar voren brengen. Sponsoring. Het zou moeten. Het zou mooi zijn. Maar waar begin je met zoiets?

 

Sponsoring in het Olympisch boksen begint hier en daar een beetje op te komen. Bij de militairen heeft Peter Müllenberg een wereldtitel binnengesleept. Hij werkt bij defensie. “Die kan dus twee keer per dag trainen”, zegt Reinier van Delden, “dat moet ook, als je bij de top wil horen”.  Dan is er in Rotterdam Marichelle de Jong, die dankzij enkele sponsoren zich helemaal aan de sport kan wijden. “Ideaal,” vindt Reinier. “Je lapt wat bij elkaar, en dan komt iemand verder. Erdinc moet zijn studie afmaken en daarbij heeft hij een baan ernaast om kostgeld en kleren en al die dingen meer te kunnen betalen. Daar gaat tijd in zitten. En dan kan hij niet trainen. Doodzonde vind ik dat”.

Dat Erdinc een talent is, staat buiten kijf. Technisch is hij griezelig goed, hij past zich aan elke nieuwe tegenstander aan. Als water gaat dat, steeds anders en toch zichzelf. Hij is negentien jaar en in het bezit van drie nationale titels. Om zich verder te ontwikkelen, heeft hij tijd nodig. En tijd kost geld. Andere tegenstanders om mee te sparren, daar moet je dan meestal naar toe. Het gekke daarbij is, dat een bokser die aan een wedstrijd wil meedoen, daarvoor deelnamegeld aan de Nederlandse Boksbond moet betalen. Bij boksvereniging Haagse Directe werken verschillende trainers met de boksers, Reinier is er een van. Hij zegt: “Het talent moet een kans hebben”.

 

Brood

In het boksen zat vroeger meer geld. De sport oogde spectaculairder omdat er andere regels waren. Het boksen was harder en er vielen meer knock outs. Daar kwam het publiek massaal op af en er werd graag geld neergeld voor een toegangskaartje. Reinier vertelt over de tijd dat hij zelf bokste, bij Toon Wetemans aan het Noordeinde. Daar begon hij ook trainingen te geven. Als Toon er niet was, viel hij af en toe in. Dat is zowat veertig, vijftig jaar geleden. Reinier vertelt over de bokstalenten in het Haagse, de ene naam volgt de andere op. “Je had er zoveel, ik kan ze niet eens allemaal noemen. Nico Schoenmakers, Willem Ludwig, Bally te Pas, Giel de Roode die op Scheveningen woonde, Karel de Jager, maar dat was nog voor mijn tijd”.

In de oude tijd waren er veel talenten. Het lijkt tegenwoordig anders. Daarom is het zo belangrijk boksers met een talent als Erdinc bezit te koesteren. Een beetje op te kweken, gewoon, omdat boksen een typisch Haagse sport is. Maar de tijden zitten niet mee. Tegenwoordig moet elke bokser van de Boksbond een hoofdkap dragen waardoor het publiek nauwelijks een favoriet kan herkennen. Bij de laatste Nederlandse Kampioenschappen kwamen slechts tientallen bezoekers. De meesten waren familie van de boksers.

Bij de profs gaat het er anders aan toe, vooral als je er in Duitsland tussen kunt komen. Een paar weken terug werd live op de Nederlandse televisie het gevecht tussen David Haye en Vladimir Klitscho uitgezonden. “Daar kan hij zijn brood verdienen”, zegt Reinier nuchter. “Maar dan moet er wel wat gebeuren. Dit zijn kritieke jaren voor een bokser. Hij moet net dat stapje omhoog kunnen zetten. Daarvoor hebben we sponsoring nodig. Dat moet toch ook in Den Haag kunnen?”