Sponsoring Marichelle de Jong

Kijk, zo doe je dat. Jezelf profileren: een eigen site, filmpjes YouTube, persberichten, Twitter en sponsorplannen. Marichelle de Jong is multimediaal aanwezig. Ik volg haar al een tijdje via Twitter, waar ze schrijft over haar leven als topsporter en over het boksen natuurlijk. In Nederland zijn we nogal van het gewoon-doen, maar Marichelle is vooral ongewoon. Ik bedoel, vorig jaar won ze brons op de wereldkampioenschappen. Straks het EK, en hopelijk volgend jaar de Olympische Spelen. Op haar site staan mooie feiten, die ik hier overneem:

NK: 2005, 2006, 2007, 2008, 2010, 2011
Witch Cup: 2006, 2008 zilver
Witch Cup 2007: goud
EK 2007: brons
Kreta 2010: goud
EU 2010: brons
World Championship 2010: brons
A-status NOC*NSF
Aantal wedstrijden: 73
Gewonnen: 61
Verloren: 11
Gelijk: 1

De eerste keer dat ik Marichelle zag boksen, was vorig jaar pas. Tijdens het Bep van Klaveren Memorial in Rotterdam zat ik aan de ring, nog op mijn matchmaking te staren, toen de spanning opeens aanzienlijk steeg om me heen. Want: Marichelle zou dadelijk opkomen. Ik draaide me om, dat wilde ik zien. En ik zag het. De rij van mensen, met daarin de vrouw die als een magneet alle blikken naar zich toe trok. Over haar heen felle lampen, harde muziek. Sensatie, van het beste soort. Ik ging staan en filmde:

De wedstrijd tegen Line Thygesen heb ik gefilmd en gezien, en toen zag ik wat het vrouwenboksen kan zijn. Geen geteut in rokjes, gewoon broek en shirt, snel, sterk en explosief, en ze won weer. Sindsdien ben ik om, zoals dat heet.

Wat er bij mij alleen niet in kan, is het volgende. Marichelle is zo veelbelovend als een mens in het boksen maar kan zijn. NOC*NSF heeft haar de A-status verleend. Op komst: belangrijke wedstrijden. Dus ze moet trainen. Veel en vaak, en liefst nog meer. Want de anderen in het buitenland trainen ook, en daar is de financiële ondersteuning vaak beter geregeld. Daar heb je sporters, die niet zoals Marichelle een baan erbij moeten hebben. Dat kost te veel tijd.

Nu kunnen we het oude liedje gaan zingen, van ‘ja maar in het boksen valt niks te verdienen’. Doen we dat, dan komen we nooit verder.

We kunnen ook denken: als we echt willen dat Nederland het goed doet op topsportniveau, dan moeten we sponsoring en subsidies hiervoor normaal gaan vinden. Andere sporten hebben het ook, dus waarom het boksen niet. De Europese Kampioenschappen zijn al over zes maanden. Trainingstijd, die maandjes.

In het klein kan iedereen wat doen: vriend/in worden van Marichelle de Jong. Klik hier. Maar in het groot moet er ook veel meer gedaan worden.

Haagsche Athletiekvereeniging Hercules

Oproep

 

(klik op de foto voor een groot formaat)

Ed Boers mailde:

Bijgaand een foto die ik al ruim 40 jaar in (familie)bezit heb en afkomstig is van mijn oud-oom N.J.C. Hoedeman. Hij was voor de oorlog vertegenwoordiger van de Koninklijke Nederlandse krachtsportbond bij gewichthefwedstrijden. Het is een groepsfoto van de Haagsche Athletiekvereniging Hercules. Deze vereniging is op 1 nov. 1900 opgericht en op de foto staan waarschijnlijk de gewichtheffers en worstelaars van de vereniging. De foto is te dateren rond 1905. Het gemeentearchief bezit één vergeljikbare foto van de vereniging (nr. 1.53078). Namen die ik heb kunnen vinden van enkele leden die aan gewichtheffen/worstelen deelnamen zijn: Barend Havelaar, P.W. Caffa, F.F. Moonen, J. Mutsiers, J. Sinteur, W. Graafeiland, J. Smulders, van Son, Baan. Mogelijk staan deze op de foto. Dhr. J.B. van Vliet is voorzitter geweest tussen 1903 en 1943 (mogelijk 2e van links met de hoge hoed). Op de achterzijde van de foto staat `Barend Havelaar v. Kinsbergenstraat 98´. Dit huis bestaat nog, mogelijk woonde daar een lid of bestuurslid, mogelijk is de foto daar in de achtertuin gemaakt.

Er is bijzonder weinig te vinden over deze vereniging. Hercules Den Haag moet tot in de jaren ´50 hebben bestaan want er is in 1950 een jubileumspeldje gefabriceerd. Andere bekende verenigingen in die tijd waren Hercules Dordrecht, Simson en K.D.O.

Volgend jaar viert de KNKF (Koninklijke Nederlandse Krachtsport- en Fitnesfederatie) haar 100 jarig bestaan en het zou leuk zij hierover een tentoonstelling te organiseren. Herkent iemand personen op deze foto? Weet iemand waar de personen trainden? Het zou leuk zijn als iemand iets meer informatie over deze inmiddels lang opgeheven vereniging heeft. Misschien heeft het wel een maandblad gehad.

Al uw reacties zijn welkom bij Edboers@casema.nl

Sjo Verhaegen

Hier staat hij, een man van ongeveer 22 jaar. De foto hangt in het groot bij de boksschool van Frans Verhaegen en dat heeft een reden: Sjo Verhaegen is zijn oudoom.  Een tijdje terug, tijdens de bokswedstrijden in Heerlen, stelde Frans me voor aan Leo Verhaegen, de zoon van Sjo.

Een spraakzame zoon, gelukkig. We hadden het over zijn vader, die voor boksclub Liège (Luik) uitkwam. Daar woonde hij toen. Als de club naar Nederland kwam, stond in de krant: “de Belg Verhaegen”.

Wat gek is. En een beetje droevig. Want zo verdween Sjo Verhaegen uit de Nederlandse geschiedenis, en zo zijn er waarschijnlijk nog meer boksers verdwenen.

Zie ze eens op te sporen. De beste kans ligt denk ik via de  boksfamilies, die een oud-bokser uit de vorige generaties in ere houden.

Sjo heeft een bijzonder leven gehad. Hij leefde van 1902 tot in 1989, dus hij heeft twee wereldoorlogen meegemaakt. Als jongen zag hij paardentrams, als man maakte hij de opkomst van computers mee. Wat een veranderingen, het is nauwelijks voor te stellen.

Hij woonde in België, verhuisde daarna naar Parijs  en hij kwam in de vroege jaren ’30 terug naar Maastricht. Tijdens die verhuizingen zijn de wedstrijdboekjes verloren gegaan, maar naar zijn zeggen had hij meer dan honderd wedstrijden gebokst. Sjo is 70 jaar getrouwd geweest met Greet. Hij sprak vloeiend Frans. Zelf had hij een bedrijfje in betonijzervlechtwerk.Elke zondagochtend gaf hij met zijn  Greet een miniconcert, dan zongen ze allerlei liedjes voor de kinderen.

Dat is ongeveer hetgeen we van de bokser Sjo Verhaegen nog weten. Het is iets, net genoeg om een glimp van hem op te vangen en meer te willen weten van deze avontuurlijke man.  Dus daarom schrijf ik over hem, om hem hier vast te houden, maar ook in de hoop dat iemand zegt: “Die jongen met dat Elvis-haar, ja, die heb ik nog gekend.”

Wat we niet vastleggen, verdwijnt.

Boksbond 100 jaar

Wie zijn deze mannen?

Uiteindelijk noteer ik hier maar een fractie van hetgeen ik hoor in de bokswereld. Ja, natuurlijk. Vertrouwen moet er zijn. Een belangrijk deel zal terecht komen in het grote boksgeschiedenisboek dat ik aan het maken ben. Ik ben er nog wel een tijdje zoet mee, ook omdat ik voor brood op de plank moet zorgen.

Vandaag is het honderd jaar geleden dat ‘den Nederlandschen Boksbond‘ werd opgericht, toen nog met sch. Gefeliciteerd, zeg ik, met vooral bezorgdheid over al de raadsels uit het honderdjarig verleden. Komt dat nog goed? We missen nog zoveel kennis, het verleden is zo slecht bijgehouden. Het bondsarchief bestaat uit zo’n 30 dozen, dat is veel te weinig voor een eeuw boksen in Nederland, Indië, Suriname en op de Antillen. Dertig dozen! Bizar. Het hadden er driehonderd moeten zijn. Minstens.

Honderd jaar lang hebben we dus een traditie van het georganiseerd boksen. Nederland, boksland. Maar dat we een boksland zijn, moeten we bewijzen met feiten, verhalen en geschiedenissen.

De mooiste boksfoto die ik nu heb, komt uit Limburg. Ik zag ‘m op de website van SCM Boxing en er was iets in de afbeelding dat me raakte. Meteen uitgeprint op hoogglanspapier en nu staat de foto op mijn schrijftafel. Twee mannen. Wie het zijn, weet ik niet. Evenmin wat er gebeurd is. Wanneer de foto genomen is? Misschien jaren ’30. Of later. Ik moet raden. Zelfs de oude garde in Maastricht wist het niet. Ik ben een generatie te laat met mijn vragen, denk ik soms. Maar ik geef niet op. Straks ga ik de Limburgse kranten vragen om hulp. Misschien leeft er nog iemand die wat gehoord heeft, ooit eens.

Bewaard is er weinig, opgeschreven is er ook niet zoveel. Vandaag de dag is de situatie niet veel beter. Er zijn oud-boksers die liever hun plakboeken verbranden dan ze aan de Boksbond te geven. Andere boksers laten hun plakboeken op zolder verstoffen, dat onverschillige is weer het andere uiterste. Maar ik ken ook jonge boksers en trainers die willen weten in welke traditie ze staan. Die zoeken naar het boksverleden.  En er zijn oud-boksers die aan een autobiografie werken, of dat willen doen.

Mijn eigen situatie is eenvoudig. Boksen kan ik helaas niet (de motorische coördinatie ontbrak), schrijven wel. Daarbij ben ik nostalgisch ingesteld. En idealistisch, dat ook nog. Dus tel dat bij elkaar op, en dan is het duidelijk waarom ik hier ben, op dit weblog en met de twee boksboeken die ik tot dusver schreef.

Vandaag bestaat de Boksbond dus honderd jaar. Een mooie verjaardag. Lekker oud. Maar wie zijn toch die twee mannen op de foto?