P.M.C. Toepoel

advertentie in Het Vaderland, 1934

In een oude Haagse krant vond ik een uitgebreid bericht over de boksschool van Pieter Toepoel. Hij was voorzover ik nu weet, een van de eersten in Nederland. In 1897 had Henri Placké bij de Amsterdamse Prinsengracht een school, in 1910 richtte Nelis Bisschop in dezelfde stad de school J.J. Corbett op en het jaar daarna,op 3 maart 1911, opende Toepoel de deuren in Den Haag. Hij heeft dan enkele nationale titels op zijn naam maar gaat verder als trainer. In de jaren die volgen, zal Toepoel onvermoeibaar demonstratiewedstrijden organiseren en daar ook aan deelnemen. In de kranten schrijft hij artikelen over de sport en hij publiceerde boeken. Wie Toepoel zei, zei boksen.

Een foto van hem heb ik helaas niet. Wel enkele foto’s, die uit een oude brochure komen. Daarop zien we apparaten en toestellen, die modern waren voor die tijd, en die tijd, dat is de periode voor de Eerste Wereldoorlog.

Het Vaderland, 24 februari 1931

Naar aanleiding van een vierde lustrum
Een gezonde school met een typisch Haagsch cachet

Heijermans heeft in een van zijn Falklandjes gezegd, dat een muzikant hem aan luchtjes van roode kool en boenwas, enfin aan klein-burgerlijke binnenhuisluchtjes deed denken. Maar als je zoo ‘s onder je kennissen vraagt: “zeg…. e….als jelui het woord boksleeraar ziet staan, waar denk je dan aan,” dan komen daar geurtjes bij te pas uit volkskroegjes.

Zoo is het publiek nu eenmaal. Omdat het w e l e e n s zoo is, neemt het aan dat het a l t i j d zoo is.

Bij het woord professor denkt het publiek altijd aan ‘n razend knappe kerel, en bij het woord tooneelspeler denkt het aan iemand die met een rekening in de eene hand zich met de andere wanhopig achter ‘t oor krabt, terwijl er toch even goed acteurs zijn die een benijdenswaardig banksaldo hebben loopen. Door dat gegeneraliseer vergist het publiek zich telkenmale en ik zal nu eens laten zien hoc het zich ten aanzien van den boksleeraar vergist.

Daar heb je bijvoorbeeld mijn ouwe brave vriend P. M. C. Toepoel. Dat is een doodgewone boksleeraar, een man die je leert ‘n mep te ontwijken en een mep uit te deelen. Wanneer je nu dat kunstje wilt leeren, en je naar dien man toe gaat, dan verwacht je een biefstuk op beenen te zien met ‘n kop als ‘n grimmige puckhond waar ‘n helsche lust op afgegraveerd staat om je ‘n knock out te verkoopen. En als zijn mond open gaat verwacht je het geluid van ‘n vollen treffer.

Trainen op blote voeten. Mooie oude foto's aan de muur.

Je gaat naar de Johannes Camphuysstraat, zoekt naar nummer 199, je ziet dat je terecht bent, want er zit ‘n plaatje “Toepoels modelschool” aan de deur, je drukt op het knopje van de electrische schel…. en ne…. daar staat voor je een heelemaal niet robuste en heelemaat niet groote man, met den schedel van een geleerde, met goedige, gevoelige oogen die besloten liggen tusschen twee scherphoekige geestige lijnen en die je welkom heet met een zachte beschaafde stem, ieder woord zorgvuldig articuleerend.

Er staat voor je een geboren gentleman, een man van beschaving en ontwikkeling, een man met een brave inborst, gevoelig als een kind.

Hoe is die man, die capaciteiten te over heeft om zich eene maatschappelijke positie te verwerven, welke zich verre verheft boven die van boksleeraar, tot het kiezen van dit overigens zeer eerzame beroep gekomen? Ik ken Toepoel langer dan dertig jaar, ik ken hem goed, en ik kan het u dus zeggen. Toepoel is van huis uit een peinzer en een strijder, hij peinsde over de wereldinrichting en over sociaal-economische problemen, en zijn strijdersnatuur bracht mede, dat hij het niet bij gefilosofeer en papieren beschouwinggen liet. Hij wilde – als jonge gevoelige kerel hartstochtelijk bewogen – daadwerkelijk medestrijden. Hij — de idealist — trad uit den werkkring, welke hem welstand en luxe verschafte en hij liet zich verstrikken in het avontuur van Frederik van Eeden: de kolonie Walden.

Ik weet niet meer wie het was, maar er heeft er een gezongen:
Wie in zijn jeugd geen dwaasheid deed,
Wordt nimmer recht verstandig.

De dwaasheid van zijn jeugdjaren heeft Toepoel ingezien, maar zooveel idealist is hij toch gebleven, dat hij als leeraar in physical culture liever werkzaam is in het directe persoonlijke belang van menschen, die naar gezondheid en behoud van gezondheid streven, dan terug te keeren naar zijn werkzaamheid van voorheen.

In 1881 is hij geboren. Hij liep de H.B.S. af en de Handelsschool en vond eene positie in het Bankwezen. En op een groot Amsterdamsch Effectenkantoor werd hij procuratiehouder en aanstaand deelgenoot. Een zijden bed stond voor hem klaar. Hij kon er zich zoo maar in laten glijden. Doch wat spreken welstand en weelde tot een jong gevoelig idealistisch gemoed, tot een artistieke-mediteerende natuur, tot iemand die fel is in zijn sympathieën en nog feller in zijn antipathieën, tot een dichterlijken droomer, die bij het opengaan van het eerste madeliefje van ontroering heeft. Wat zeggen deze dingen tot een jongeman, die bij het hoopvol zoeken en tasten naar Confucius, Nietzsche en Hegel grijpt, die Annie Besant door werkt en Tolsto,. die een artistieke bevrediging zoekt bij Kloos, ja: bij den Kloos van meer dan dertig jaar geleden vooral, bij Gorter, van Eeden, van Looy. Die te midden van de Gooische schilders verkeert en bij de schilderkunst troost zoekt in de ateliers vooral van Van Bever en Herman Gouwe.

Hij was een geestelijk zwerver, een zoeker.

Maar toen reeds was het bij hem: werken aan den geest, maar ook werken aan het lichaam.

Hij bokste bij Placké. Trainde voor en na kantoortijd en werd in 1902 kampioen van Nederland in het lichtmidden gewicht en in 1903 in het middengewicht. En toen was het dat de idealist het idealisme in de praktijk op ontgoochelende wijze leerde kennen: Walden.

En na de mislukking van Walden toog hij naar Engeland en nam hij daar les in boksen en in lichamelijke ontwikkeling bij Frank Graig, prof. Newton, Madden, Mainquet, Berger, Willie Lewis, Régnier, Joe Jeanette e.a.

Toepoels boksschool: vooraan een roeimachine

Maar meteen las hij de groote Engelsche dichters en de groote Engelsche schrijvers en denkers, ontwikkelde hij zijn journalistieken aanleg door voor tal van Nederlandsche bladen en periodieken wijsgeerig getinte artikelen te schrijven en legde hij de hand aan eenige boeken en boekjes o.m. Het Boksen (Nijgh en Van Ditmar), Hoe versterk ik mijn lichaam, Het origineele Jujitsu, en Knotszwaaien en batstooten (alle bij J. F. v. d. Ven te Baarn). En toen, 3 Maart 1911 (dus 3 Maart sus. is de dag van zijn 20-jarig jubileum) opende hij te ‘s Gravenhage “Toepoels modelschool”, de inrichting die een typisch Haagsch cachet zou krijgen. Ik heb iets van den persoon verteld omdat de aard van dezen persoon samenhangt met den aard van zijn clientèle.

Denk niet aan bokswedstrijden. Hier hebt ge met sanitairboxing en met lichaamsontwikkeling louter terwille van de gezondheid te doen.

En gij weet niet hoevelen en wie het boksen beoefenen, want ge hebt er nooit van in de courant gelezen.

Het boksen is niet dood. Het leeft. Het leeft zooals het schaken, waarvan de leefkracht niet tot uiting komt in de enkele openbare wedstrijden, doch dat leeft: binnenshuis, achter de gesloten deur. Als man van beschaving, als man van meer dan alledaagsche ontwikkeling, als man van “wetenschap”, past hem den omgang met menschen van beschaving, met menschen van ontwikkeling en van geestlgke en maatschappelijke standing. En door zijn zaal hebben dan ook de stemmen geklonken — en klinken zij nog — van vooraanstaanden in de wereld op velerlei gebied. En zij hebben geklonken in tal van talen.

Ik heb hier voor mij liggen Engelsche brieven uit Belgrado, uit Beiroet, uit Rotterdam en Amerika van leden van het corps diplomatique waarin aan Toepoel wordt geschreven hoezeer zijn lessen den briefschrijvers zijn te stade gekomen, drieven die niet stijf officieel, doch vriendschappelijk zijn gesteld. Ik heb hier voor mij liggen brieven van jonge en oudere Nederlanders uit Australië, Ned.-lndië en Zuid-Amerika, die getuigen dat zij hun corpus, dank zij o.m. het werken bij Toepoel, met opgewektheid door het moeilijke leven heen dragen.

En bokste bij hem niet de zoon van Graham, den Engelschen gezant; de zoon van Rev. Bevan, den Engelschen dominee? Bokst bij hem op het oogenblik nog niet een bekend Nederlandsch predikant? Bokste er niet de zoon van den 1en secretaris van het Amerikaansche gezantschap, Norweb? bokste er ook niet de 1e secretaris Norman Armour zelf en – de consul Groth? Was niet een van zijn leerlingen de Roemeensche prins Alex Cantucuzëne en de Fransche baron d’Honincthun? Ik kon doorgaan.

Van de ministers Colijn en Idenburg werden de zoons leerling, zoo goed als dit werden de oudminister Kan, jhr. mr. C. Feith en zoovele anderen. Doktoren, ingenieurs, advocaten, ambtenaren, luitenants en kapiteins, figuren uit de wereld van ‘handel en industrie, alle faculteiten, tot astronomen toe, hebben zijn leerlingen opgeleverd. Daisy Walker (Lilly Green) en andere danseressen hebben zijn school doorloopen en van de sportlui waren het o.m. mr. Diemer Kool, jhr. Bosch van Drakestein, mr. Loke, Boutmy, Luyke Roskot, Peny Maier, Van Romondt, majoor Kool.

En was het niet Louis Couperus die zich tot Toepoel wendde en die door Toepoel werd afgebracht van het zwaar halteren (hoevelen weten dat de groote letterkundige dezen vorm van athletiek beoefende?) en overging tot lichter werk. Een van de kostelijke litteraire opstellen die Louis Couperus in Het Vaderland heeft geschreven, is dat niet ontstaan in de zaal van Toepoel, waar hij Toepoels herdershond Brinio heeft leeren kennen?

Toepoel is leeraar geworden aan de Academie voor lichamelijke Opvoeding te Amsterdam voor opleiding tot leeraar M.O. Lichaamsoefeningen, welk instituut is ingesteld door de Ned. Ver. tot Inrichting van een Wetenschappelijk Centrum voor Lichamelijke Opvoeding, en, wat typeerend is, onder zijn zaalleerlingen telt hij verscheidene zoontjes van medici.

Ook vele meisjes en vrouwen volgen zijn lessen, zijne methodelooze methode. Vroeger vroegen de dames les onder hel motto: zelfverdediging. Er was toen zelfs een lang niet sidderaalachtige dame, die begeerde eenige kilo’s zwaarder te worden.

Daarna volgde een periode dat de dames in Toepoels zaal kwamen werken om magerder te worden. De periode is gevolgd door een, waarin “lenigheid” de drijfveer was.

En thans is het weer de zelfverdediging welke haar de zaal doet bezoeken.
Zoo even had ik het over den herdershond Brinio, waarover Couperus schreef, zooals hij ook zoowel in Het Vaderland als in de Haagsche Post heeft geschreven, over het boksen en de school van Toepoel.

Toepoel met zijn warm, menschlievend hart heeft een nog veel gevoeliger hart voor dieren. Het leed aan een dier veroorzaakt, voelt hij nog heviger dan dat het hem zelf ware toegebracht. En daar, ja, op het gebied der dierenbescherming, daar ligt toch wel het eigenlijke levenswerk van Toepoel. Wat heeft hij er voor gestreden, voor opgeofferd. Tal van bladen hebben zijn strijdartikelen ter bescherming van het dier onder bnvat opgenomen, doch het zijn vooral zijn artikelen in Het Vaderland geweest, welke den stoot hebben gegeven tot de totstandkoming (in 1927) van de Vereeniging voor Wettelijke Dierenbescherming.

Zonder onderscheid van politieke kleur maakt deze vereeniging bij verkiezingen voor Tweede Kamer en Gemeenteraad propaganda voor candidaten. die zich als dierenvrienden hebhen doen kennen. In de verkiezingen van 1929 kwamen 30 (dertig) van de “Wettelijke” in de Tweede Kamer. En nu hoopt men binnenkort een dierenbeschermende Kamerfractie te vormen, zoowel in de Eerste als in de Tweede Kamer, over alle politieke geschillen heen. Want, zegt Toepoel, het beschermen der dieren toch is een werk van ethiek en beschaving. dat buiten alle partijverschil kan blijven.

En als dat nu bereikt wordt, dat er zulk een fractie komt, die heilzaam werkt, waardoor dus het dier veel leed bespaard word’, dan kan Toepoel aan het eind zijner strijdvolle dagen gekomen, zijn hoofd rustig neerleggen en zeggen: “Goddank! ik heb toch niet voor niets geleefd!”

Joris van den Bergh

2 thoughts on “P.M.C. Toepoel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>