Albert Groen en boksen in de open lucht

Boksen in de open lucht

Boksen in de open lucht

Is dit het Zaailand, ooit een open plein in het hart van de stad Leeuwarden?

Het is een traditie daar om in de open lucht te boksen. Vorig jaar was er een heel vechtsportoernooi 058 opgezet, dat veel publiek trok. Het is een stad waar ze van vechtsport houden, mooi is dat. Daar hebben ze geen burgemeester zoals in Amsterdam, die gaat zitten steunen en kreunen over criminelen in de organisatie.

Deze foto is denk ik gemaakt in de jaren ’50. Dat was een tijd waarin mannen nog gewoon een pet of hoed konden dragen. Mannenmode met zwier, dat zie je al aan de toeschouwers die op de rug zijn gefotografeerd.
Let ook even op Oom Agent, met zijn pet op. Hij staat links bij de ring. Die ene man vormde de hele beveiliging.  Ook zijn naam is, met de boksers, in de vergetelheid geraakt.

open-lucht-lolle

Lolle van Houten

Slechts eentje ken ik van de foto’s. Daar zit hij, aan de andere kant van de ring, en hij kijkt opzij. Dat hoofd, dat mooie dikke haar, het kan haast niet missen. Lolle van Houten, de man die bij Frisia bokste. Logisch dat hij er was. Hij hield van boksen, trainde onder Albert Groen en haalde dankzij deze trainer zijn eerste Nederlandse titel zwaargewicht. Dat was in 1965.
Zijn broers trainden ook bij Frisia. Zijn neef Tinus van Houten ook. Er waren ook wel andere boksscholen, maar Frisia had de naam. En daar hadden ze Albert Groen natuurlijk. Dat maakte nogal een verschil. De andere boksscholen, zoals Fekkes, die waren ook wat breder. Deden er andere sporten bij. Bij Frisia was het in de jaren ’50 alleen boksen. En ondersteunend, werken met gewichten. Dat bracht Albert Groen erin.

Let ook op het kruisje dat met pen op de foto is gezet. Daaronder, met hoed, is Albert Groen te zien.

Waar is dat openlucht boksen?
En wie staan er in de ring?

Naschrift: Het boksen is op het Cambuurplein.

 

Albert Groen en het touwtje

het touwtje

Dit dus. Wat het is. Ik weet het niet, maar wel vind ik het mooier naarmate ik er langer naar kijk.

Het spul aan het touwtje komt uit de nalatenschap van Johan van der Meulen, bokser in dezelfde tijd als Albert Groen.

Ze hadden dezelfde trainer: Johan Poelsma, de oprichter van BAV Frisia.

 

Van der Meulen won in de jaren ’40 twee keer een nationale titel, Groen volgde zijn trainer op bij de club. Dus beide jongens zijn wat je noemt goed terecht gekomen.

 

Aan een touwtje hangt dit boksraadsel. Het is een souvenir, dat blijkt wel uit de namen die erop staan geschreven. Bovenaan: J. Schubart. Dat was Jan Schubart, decennia lang een bekende naam in Noord. In het midden: “J.C. Remie, bantam”. Ook een groot bokser: Jan Remie, afkomstig uit het westen.

Meteen daaronder staat: “Joh. van der Meulen”.

Dat is Johan.

 

De andere namen kon ik niet goed lezen.

 

En die witte hartjes….?

 

Albert Groen en de Nederlandse Sport Federatie

Nederlandse Sport Federatie

Nederlandse Sport Federatie

Albert Groen wist wat hij deed in zijn trainingen.

Hij bezat diploma’s, wat goud was in combinatie met zijn kennis en inzicht. Want aan diploma’s alleen heb je nooit zoveel. Ook niet bij de Nederlandse Sport Federatie. Op de praktijk komt het aan, altijd.
Kijk eens naar die foto. Zo zijn er meer van hem. Het is niet alleen die bril, waardoor hij streng kijkt. Het is die wakkere oogopslag. Dat alerte. Hier is een mens die veel ziet, die waarneemt en die er een mening over zal hebben. Een duidelijke gefundeerde mening.

Alle boksers zeiden “u” tegen hun trainer Groen.

Er was niet dat amicale dat je tegenwoordig ziet. Boksers van vijftien, zestien jaar die de trainer jij-en en jou-en. Eigenlijk is daar niets mis mee, op zich. Maar dat u-zeggen in de verhouding tussen trainer en bokser, dat is ook zeggen: ‘ik erken dat u meer weet dan ik en ik ben bereid te leren.’
Die autoriteit moet van twee kanten komen. De trainer is bereid zich te laten gelden, de bokser is bereid kennis en kunde te ontvangen, zonder discussies. Op sommige boksscholen is het u-zeggen verplicht. Ook een hand geven als je binnenkomt, waarbij je de trainer dan recht aankijkt. En dan staat je telefoon uit.

Boksen heeft tradities. De oudere trainers van nu kregen in hun bokstijd les van mannen als Albert Groen. Ze weten wat autoriteit is, maar hebben zelf met jonge boksers te maken die liever “hoi Henk” zeggen. Dus dat is vaak schipperen.

Contact houden met de jongere generatie, trouw zijn aan wat de oudere generatie heeft overgebracht.

En toch ken ik trainers die dat ene woordje door hun persoonlijkheid afdwingen. Ze zijn zeventig jaar of daaromtrent en hebben datzelfde alerte wat Albert Groen op deze foto heeft. Een enkele blik van zo’n man volstaat.

OECKK 2014 Kyokushinkai Karate

Open European Championships Kyokushinkai Karate 2014. Zondag 16 maart, Sporthal Hellas te Den Haag. Honbu Kamakura/ International Budukai.

Hij daar, in het blauw

Hello there. Degene die zich omkeert, in dat blauwe, dat is Juri Villani uit Italië. Op het moment dat ik deze foto neem is het ongeveer twaalf uur ‘s middags. In de vroege avond zal hij in het middengewicht de Europese titel winnen.

“I have to concentrate,” zegt hij tegen me.

“We will talk later.”

De sfeer van deze EK viel op. Het was vrolijker dan vorig jaar. Energieker. Drukker ook. Misschien kwam dat door het fraaie lenteweer, maar ja, daar merkte niemand in de sporthal van wat. Ik was net op tijd voor het overleg tussen de scheidsrechters. Noem het professionele interesse. Even kijken hoe het daar gaat. Daarna mee naar de instructies voor “coaches and fighters”. Daar zag ik dat er veel mensen waren. Op Facebook had ik iets gelezen over in de 50 dojo’s. Sem Schilt was er ook, nu als coach.

37oeckk2014

“Hij is tamelijk rustig,” zei iemand.

 

En ik zag Cath Zomer, met wie ik een groot interview voor de krant had gedaan. “Ik wil weten wat ik nog in huis heb,” had ze toen gezegd. Nog geen week later zou ze haar kleine teen breken. Ze heeft weinig kunnen trainen daardoor.

Bij de instructies voordat het EK begon. Iedereen verzamelt dan.

 

In de zaal ga ik kijken en praten. Sem Schilt gaat geduldig glimlachend met iedereen die dat wil op defoto. Een moeder plukt haar baby uit de wagen, die in de armen van Sem wel erg klein lijkt. Ik zie Ruud Muller uit Leidschendam, initiatiefnemer van het project Schoolkarate.nl/ De tafel met de IBK en de administratie.

En dan is er de factor Italië. Vanmiddag is er een grappling wedstrijd van Ivan Tomasetti uit Vincenza. Hij staat tegen een vechter van Bob Schrijber. Hoe lopen de hazen? Als volgt. Het het laatste IBK-zomerkamp was in Pordenone, in Italië dus, waar Andrea Stoppa een dojo heeft. Groot succes. Daar zag kancho Gerard Gordeau deze Ivan in actie.

Ivan heeft een probleem. In Italië zijn er geen tegenstanders meer over op zijn niveau. Want hij heeft een waslijst aan titels, van samo tot grappling tot Brazilian Jiu-Jitsu (BJJ), roept u maar, hij heeft het. En dan wordt het moeilijk. Tenzij kancho Gordeau ervan hoort, want dan sta je zo in Nederland. De dag ervoor had Ivan op Kamakura een goed bezocht seminar gegeven. David Ellero (ook Italiaan) was er ook; hij traint BJJ bij Kamakura. Kleine wereld, hè? Nog kleiner: Ellero junior kan nu dankzij Ivan een redelijke beenklem aanleggen. Op zijn teddybeer. Junior van 4,5 jaar traint trouwens ook bij Kamakura, dat wil zeggen hij zit in de klas van Duncan Smit bij Kamakura.

Maar we hadden het over karate.

De jeugdpartijtjes zijn leuk en goed. Kinderen, jawel, die soms in en uit de ring getild moeten worden, maar die wel op hun manier volwassen behandeld worden. Verantwoordelijk zijn. Initiatief nemen. Doorzetten. Ik viel als een blok voor Jennifer Helder (Kamakura). Die uitstraling, die aanwezigheid. Alle wedstrijden komen bij Fightstar.tv dus kijk het vooral na.

 

No one puts Jennifer in a corner.

23oeckk2014

Op de achterste rij: Sem Schilt, Gerard Gordeau.

Karateka Cath heeft dan weinig kunnen trainen, ze is wel behoorlijk afgetraind. Er is ruim zes kilo gewicht af gegaan. Maar ja. Vandaag zitten de damespartijen in dezelfe poule, zodat de zwaardere dames in het voordeel zijn. Twee keer pech. Het gaat helaas niet zo goed. Ze staat tegen Roxanne Ramselaar van Dojo Tsunami en zij is duidelijk sterker. Maar Cath gaat gewoon weer trainen.

29oeckk2014

Om drie uur precies komt de “suuuuper fight” zoals door de zaal klinkt. En het werd geen teleurstelling. Die explosie van kracht. Die technieken van grijpen en pakken en duwen, erdoorheen schemerde iets van het oude worstelen. Het spannendste vind ik altijd als er nauwelijks beweging in zit. Dan gaat het om die combinatie van kracht en psychologie: kunnen wachten op het juiste moment, druk zetten of juist niet.

33oeckk2014 34oeckk2014 35oeckk2014

36oeckk2014

Na zijn gewonnen wedstrijd gaat Ivan Tomasetti weer terug naar zijn clubje: David Elloro en Ellero junior, en dan Juri Villani. Wat gebeurt er toch allemaal in Italië? Ze zaten gebroederlijk op de tribune. Ze omhelsden elkaar, beukten elkaar even op de schouder of gaven een innige handdruk. Italianen. Hartelijk volk. Expressiever dan Nederlanders. En helemaal into martial arts.

Italië is het nieuwe Japan.

Ivan is aanspreekbaarder dan Juri. Dus ik vraag: “Hoe vond je het?” Nou, een heel verhaal. Dat hij wist dat zijn tegenstander very agressive was, dus hij had besloten, die ga ik voortdurend laten komen. Moe maken. Geen risico lopen. En als hij de kans ziet, die ook meteen nemen. Ja, ‘t is simple comme bonjour, totdat je het in de ring moet doen.

Ivan is nu 30 jaar en hij heeft een overzichtelijk toekomstbeeld: meer wedstrijden doen. Misschien komt er ooit een eigen dojo, maar daar heeft hij nu nul tijd voor. Zijn leven is trainen en wedstrijden. Eigenlijk altijd al. “Ik was zes jaar toen ik met vechtsport begon. Toen trainde ik voor de medaille die ik bij een wedstrijd kon winnen. Steeds was dat het doel.” Daar kwam het leven dat hij nu leidt uit voort. Hij zat net als David Ellero bij de carabinieri, een politie eenheid die nogal van de sport zijn. En zo ging het verder. Er kwam gewoon steeds meer martial arts in zijn leven, vertelt hij. Het leek vanzelf te gaan, maar wat hij niet vertelt is: de harde training, geen gezin, en het toch vérder moeten denken. En gezien zijn sterrenstatus in het dolce Italia: de onvermijdelijke valse vrienden.
Tegen half vijf komt eindelijk het eerste gevecht van Juri Villani tegen Wesley Pex van Kamakura. Het gaat hard en snel, zelfs voor kyokushinkai begippen. Het ging goed gelijk op, want het werd uiteindelijk hout breken.

Het OECKK overweldigt me altijd. Die veelheid van mensen en indrukken. Het nieuws waar ik over moet nadenken wat op die dag nauwelijks gaat. Sem Schilt als coach zien. Horen dat Cem Senol naar alle waarschijnlijkheid niet meer in Nederland vecht. “Misschien eind dit jaar nog een wedstijd in Japan.” Zsolt Zsiga weer in de ring. Kancho Gordeau in een pak en als ik vraag: “Maar… waaròm?” zegt hij adrem: “Ik ben een bobo”. Daarna wijst hij naar de IBK-tafel en zegt: “Het moest van hun”. Het staat hem goed. Maar je verwacht het niet.

Juri is nog steeds niet aanspreekbaar. Hij staat bij de catwalk en kijkt naar de wedstrijden en ik kijk naar zijn rug. De finale begint zo, tegen Ronald Kersbergen  van Tsunami Budokai Tsunami. Hij trekt zijn sweater uit en de Italiaanse fratelli komen er meteen bij. Omhelzen. Ivan slaat hem op de rug. Behoedzaam. En dan is het tijd om te gaan. David en Ivan gaan mee naar de ring. Erbij staan. Kijken. Erbij zijn. 

46oeckk2014 juri valli2

Een paar minuten later is het beslist. Blij. Opgelucht. David belt meteen Andrea Stoppa op, en geeft zijn telefoon aan Juri die ermee naar buiten loopt. . Het duurt best lang. Misschien meteen een hele nabespreking.

Grazie grazie hoor ik.

En dan eindelijk heeft hij even tijd. David en Ivan blijven er broederlijk bij staan.

Ik vraag naar zijn linker been want hij hinkt behoorlijk.
“A little pain,” zegt hij. “Part of the game.” Een glimlach zo van: hier praten wij niet verder over. Hij is 26 jaar en traint “in mei dit jaar” pas drie jaar full contact karate. Bij Andrea Stoppa: “I am in great debt to him” en dan bedoelt Juri geen geld. Voor Stoppa was hij meer van het traditioneel karate maar dit andere trok hem meer: “It is more realistic. It i about mind and body, about a greater expansion as a person.” Dat gaat over budo. “My lifestyle,” zegt hij. Inmiddels heeft hij een eigen dojo: Sei Budo Dojo –  http://shinbudopistoia.blogspot.nl  in Pistoia bij Florence.” Zijn grote droom is helemaal van de sport te leven. Lesgeven. “As soon as possible marry my girlfriend Alice”, die ook aan karate doet.

En verder?

Zegt de kersverse EK-kampioen: “Keep training.”

En verder? Hij kijkt van: verder is er niks. Dan vraag ik wat nou het állerbelangrijkste is dat hij van Andrea Stoppa heeft geleerd. Er valt een diepe stilte.
We denken alletwee na.
Iets met techiek, vermoed ik.
Of pijn leren verdragen want voor dat linkerbeen geef ik geen cent
Of iets typisch Italiaans, dat je als Nederlandse niet kunt bedenken.

Dan weet hij het. “Being grateful”.

“Being able to train means we are in good health, we have time and we have friends.”

David knikt, Ivan is het er ook mee eens en de kleine Ellero vindt alles nog steeds even leuk op het EK.