Albert Groen en het touwtje

het touwtje

Dit dus. Wat het is. Ik weet het niet, maar wel vind ik het mooier naarmate ik er langer naar kijk.

Het spul aan het touwtje komt uit de nalatenschap van Johan van der Meulen, bokser in dezelfde tijd als Albert Groen.

Ze hadden dezelfde trainer: Johan Poelsma, de oprichter van BAV Frisia.

 

Van der Meulen won in de jaren ’40 twee keer een nationale titel, Groen volgde zijn trainer op bij de club. Dus beide jongens zijn wat je noemt goed terecht gekomen.

 

Aan een touwtje hangt dit boksraadsel. Het is een souvenir, dat blijkt wel uit de namen die erop staan geschreven. Bovenaan: J. Schubart. Dat was Jan Schubart, decennia lang een bekende naam in Noord. In het midden: “J.C. Remie, bantam”. Ook een groot bokser: Jan Remie, afkomstig uit het westen.

Meteen daaronder staat: “Joh. van der Meulen”.

Dat is Johan.

 

De andere namen kon ik niet goed lezen.

 

En die witte hartjes….?

 

Albert Groen en de Nederlandse Sport Federatie

Nederlandse Sport Federatie

Nederlandse Sport Federatie

Albert Groen wist wat hij deed in zijn trainingen.

Hij bezat diploma’s, wat goud was in combinatie met zijn kennis en inzicht. Want aan diploma’s alleen heb je nooit zoveel. Ook niet bij de Nederlandse Sport Federatie. Op de praktijk komt het aan, altijd.
Kijk eens naar die foto. Zo zijn er meer van hem. Het is niet alleen die bril, waardoor hij streng kijkt. Het is die wakkere oogopslag. Dat alerte. Hier is een mens die veel ziet, die waarneemt en die er een mening over zal hebben. Een duidelijke gefundeerde mening.

Alle boksers zeiden “u” tegen hun trainer Groen.

Er was niet dat amicale dat je tegenwoordig ziet. Boksers van vijftien, zestien jaar die de trainer jij-en en jou-en. Eigenlijk is daar niets mis mee, op zich. Maar dat u-zeggen in de verhouding tussen trainer en bokser, dat is ook zeggen: ‘ik erken dat u meer weet dan ik en ik ben bereid te leren.’
Die autoriteit moet van twee kanten komen. De trainer is bereid zich te laten gelden, de bokser is bereid kennis en kunde te ontvangen, zonder discussies. Op sommige boksscholen is het u-zeggen verplicht. Ook een hand geven als je binnenkomt, waarbij je de trainer dan recht aankijkt. En dan staat je telefoon uit.

Boksen heeft tradities. De oudere trainers van nu kregen in hun bokstijd les van mannen als Albert Groen. Ze weten wat autoriteit is, maar hebben zelf met jonge boksers te maken die liever “hoi Henk” zeggen. Dus dat is vaak schipperen.

Contact houden met de jongere generatie, trouw zijn aan wat de oudere generatie heeft overgebracht.

En toch ken ik trainers die dat ene woordje door hun persoonlijkheid afdwingen. Ze zijn zeventig jaar of daaromtrent en hebben datzelfde alerte wat Albert Groen op deze foto heeft. Een enkele blik van zo’n man volstaat.

Lolle van Houten in 1965 Nederlands bokskampioen

Lolle van Houten

De Nederlandse bokskampioenschappen zijn gaande in Rotterdam. Friesland zit er ook bij, ik lees op Facebook mooie berichten over De Waldhoek, een jonge boksclub met oersterke boksers. Maar ik denk aan Lolle van Houten en hoe hij in 1965 de Nederlandse titel naar Friesland bracht. Daar hadden ze er rekening mee gehouden, dat Lolle kon winnen. Bussen vol Friezen gingen de finale zien, met stille hoop.

Lolle van Houten: Nederlands kampioen 1965

Hij wist Eddy Kiks te verslaan, en dat was voor iedereen in de Randstad een verrassing. In Leeuwarden denken ze daar met veel plezier aan terug.

In het boek dat ik over Lolle van Houten schreef, heet het vijfde hoofdstuk dan ook: “Fries verrast bokswereld.” Hieronder een fragment:

Halve finale

Na de noordelijke kampioenschappen van eind januari 1965, resteerden er voor Lolle een schamele twee maanden om in bloedvorm te komen voor de landelijke kampioenschappen. Weinig tijd. Vooral omdat er deze keer iets groters op het spel stond dan een noordelijke titel. Hij wilde die landelijke titel winnen, hoe klein zijn kansen ook leken te zijn. Want tijdens de twee wedstrijden tegen bokser Cor Hillenga had Lolle aan den lijve ondervonden op welke gebieden hij als bokser ernstig tekort kwam: wedstrijdervaring, sterke tegenstanders om mee te sparren. Die waren er in zijn zwaargewichtklasse weinig tot geen in Leeuwarden en omstreken. Sparren met lichtere boksers als zijn broer Eppie had hem weliswaar sneller gemaakt, maar hij moest zichzelf kunnen meten met andere zwaargewichten. Die waren toch anders.

Elke dag van de weken in de aanloop naar het Nederlands kampioenschap was gevuld. Het werk bij de stratenmakers ging gewoon door en daarna moest hij zo vaak mogelijk naar Frisia. Sparren met wie wilde, conditietraining, eindeloos zijn techniek verfijnen op de bokszakken, een hoog tempo van stoten zetten vasthouden, weer sparren. Lolle wilde beslist winnen, en Albert Groen vond hij aan zijn zijde. De opvoeding van zijn drie jonge kinderen kwam vrijwel geheel terecht op de schouders van zijn vrouw, die daarbij hulp kreeg van haar moeder. Als Lolle na de training thuis kwam, sliepen de kinderen al. Stond hij ’s morgens op, dan lagen ze nog in bed. Met het avondeten werd rekening met hem gehouden. Het hele gezinsleven voegde zich als vanzelfsprekend naar zijn bokscarrière, die op de eerste plaats kwam en die bepaalde of en wanneer hij thuis was. Van de kinderen hield hij veel, alleen had hij zo weinig tijd die liefde te tonen.

Eddy Kiks werd de tegenstander in de halve finale.

Slecht nieuws voor Leeuwarden, waar ze de mérites van deze bokser kenden. Meervoudig Nederlandse kampioen met zo’n zestig wedstrijden op zijn naam. Hij was 28 jaar, een Amsterdammer, eraan gewend om voor een groot publiek in de ring te staan. Kiks kwam uit voor de beroemde boksschool van Nelis Bisschop, waaraan meer grote namen verbonden waren zoals de veelbelovende Rudi Lubbers, 19 jaar en boksend als weltergewicht. Die trok veel aandacht van bokskenners. Eddy Kiks was een zogeheten stijlbokser, iemand de techniek van het boksen tot in de details beheerste, en die met een fraaie stijl kon uitvoeren. Evenals als Lolle gold hij voor een zwaargewicht tamelijk snel te zijn. Eddy:

“Ze konden me haast niet raken. Dat zeg ik zonder kapsones, hoor. Ik nam heel weinig. Nooit zware tikken op mijn gezicht. Mijn verdediging vond ik belangrijker als mijn aanval. Dus als ik er tien gaf en ik kreeg er vijf terug, stond ik vijf voor. Als je er vijf geeft en je krijgt niks terug, dan sta je er ook vijf voor. Zo bokste ik. Voor mij moest het een mooie sport zijn.”

Albert Groen wist wie Eddy Kiks was, maar andersom hadden ze bij Bisschop nauwelijks van zijn bokser gehoord. Lolle wie? Leeuwarden lag verder van Amsterdam af, dan Amsterdam van Leeuwarden. Voor het westen leek het noorden een andere cultuur, waar misschien wel of misschien niet veel gebeurde op boksgebied, de enkele landelijke coryfeeën ten spijt. De Randstad bezat weinig voorstellingsvermogen als het op het noorden aankwam.

In het Amsterdamse Hotel Krasnapolsky, waar vaker bokswedstrijden werden gehouden, vond op dinsdag 16 maart de halve finalestrijd plaats. Het publiek dat om de ring zat, verwachtte een overwinning van hun stadgenoot. Kiks gold daar als de grote favoriet, niet alleen vanwege zijn Amsterdamse afkomst, maar ook vanwege zijn staat van dienst en zijn onomstreden bokskwaliteiten. Hij kon ongetwijfeld gemakkelijk winnen van een negentienjarig die nog geen twee maanden geleden A-klasser was geworden. De vergelijking tussen de twee sprak boekdelen. Kiks: meer dan zestig partijen. Van Houten: drie, mogelijk vier. Kiks: meer dan honderd kilo zwaar. Van Houten: negentig, schoon aan de haak. Kiks: de grote nationale naam, de routinier, meer nog dan Hillenga. Van Houten: de man uit het noorden, een nieuweling op het nationale toneel. Wat het publiek evenwel niet wist, niet kon weten, was dat de helft van de wedstrijd op karakter was uitgevochten en in het voordeel van die nieuweling leek te zijn beslist.

Voor de wedstrijd begon, was Kiks nerveus geweest. Onrustig. Hij liep in de kleedkamers heen en weer. De zenuwen speelden op, de concentratie liet het afweten en Eddy Kiks kreeg nauwelijks greep op zichzelf. Lolle daarentegen bleef kalm, en leek evenmin als twee maanden geleden bij Hillenga, niet onder de indruk van de naam en faam van de tegenstander. Albert Groen had stevig op zijn pupil in gepraat zodat hij wist wat hij moest doen en zich daarop concentreerde. Met dat verschil begon de wedstrijd om de finaleplaats van de Nederlandse titel:

“In de eerste ronde was er weinig verschil, maar in de tweede en derde ronde zou Van Houten voldoende punten halen voor de overwinning. Met technisch goed en gevarieerd boksen – hij wisselde een rechtse regelmatig met een linkse af – trad hij Kiks tegemoet. Ook het nakomen was hij Van Houten een sterk wapen. Zijn sterkste wapen, dat Kiks deed sneuvelen, was het hoge tempo dat de Leeuwarder de Amsterdammer oplegde. Daar kwam bij, dat Lolle van Houten goed op afstand bokste en zodoende Kiks geen kans gaf op zijn gevreesde punch te lanceren. In de tweede ronde legde de Frisia-bokser duidelijk zijn troeven op tafel toen hij met een rechtse Kiks aan het wankelen bracht. Deze wist zich echter te herstellen.

“In de derde ronde liep Kiks door een kopstoot een wond boven de neus op en tweemaal onderbrak arbiter Verhoeven het gevecht om verzorger Nelis Bisschop de gelegenheid te geven de hevig bloedende wonde van zijn pupil te verzorgen. In de laatste ronde – de partij ging over drie ronden van elk drie minuten – wilde Kiks de strijd met een k.o. forceren, maar Van Houten bleef kalm, Kiks bleef zodoende verliezer.”

Toen de scheidsrechter de arm van Lolle omhoog hief – ‘de winnaar is Lolle van Houten’ – brulde het publiek, geschokt over wat het had zien gebeuren.

De grote Amsterdamse kampioen verslagen, ja, door wie eigenlijk? De verbazing en verwondering in het westen waren groot, evenals de triomf in Friesland.

“Fries verraste bokswereld” schreef de Leeuwarder Courant triomfantelijk. Preciezer gezegd: Fries verrast de bokswereld van de Randstad. Want daar dacht men: Holland boppe, en de rest is noppe. De landelijke kranten vonden het niet zozeer nieuws dat Lolle van Houten had gewonnen, maar wel dat hun favoriet Kiks zijn titel kwijt was. Zo schreef Het Parool: “Kampioen Kiks verslagen” en vervolgde: “De Nederlandse bokskampioen in het zwaargewicht, Eddy Kiks, is gisteravond bij de halve finales van de strijd om de Nederlandse titel verrassend verslagen door Van Houten”. Pas verderop in éénkolomsberichtje werd de volledige naam van zijn overwinnaar genoemd: “Lollo van Houten.” Amsterdam zou wel vaker moeite hebben om Lolle’s naam goed te schrijven. In andere kranten heette Lolle “de sensatie van de avond”v te zijn geweest en de Amsterdamse bokspromotor en trainer Dick Groothuis meende zelfs een compliment te maken aan Albert Groen met zijn verbaasde vraag: “Waar haal jij zo’n zwaargewicht-bokser vandaan”.

Nee, dan Friesland en vooral Leeuwarden. Sinds Johan van der Meulen in 1947 de nationale titel naar het Heitelân had gebracht, was er geen Fries meer in een boksfinale gekomen. Lolle zelf was toen een peuter. Met hem maakte Friesland weer kans op een eigen kampioen, iets dat de boksminnende provincie diep raakte. Kees van Gorkum, leider van Sportclub Friesland waar ook gebokst werd, stuurde een feliciatie,-en aanmoedigingstelegram. De finale tussen hun Lolle en – alweer een Amsterdammer – Joop Walda zou op maandag 22 maart plaatsvinden, in de Rotterdamse Rivièra-Hal. Walda kwam uit voor de boksschool van Dick Groothuis. Een Jordaanschool, waar goede boksers trainden.Iedereen in Leeuwarden wilde bij de bokswedstrijd van Lolle zijn. Auto’s, werk, alles wat geregeld moest worden, werd ingezet, iedereen maakte met iedereen afspraken. Dat gold zeker voor Lolle’s broers, die er allemaal kwamen, Durk uit Papendrecht ook. Zijn ouders, die op leeftijd begonnen te komen, gingen ook naar Rotterdam.

lolleNa zijn overwinning op Eddy Kiks was Lolle gebombardeerd tot de publieksfavoriet. Een nieuw gezicht deed het altijd goed, dat simpele feit telde mee, maar ook viel zijn fysieke verschijning op. Naast de dikkige zwaargewichten Kiks en Walda oogde Lolle atletisch met zijn lange gestalte en het dankzij bodybuilden fraai geproportioneerde lichaam. Dat kwam extra goed uit in zijn nauw aansluitende kleding. Vooral het kleine glanzende sportbroekje dat hij graag droeg, flatteerde hem zeer.

Tussen halve finale en finalestrijd in, sprak de krant met Lolle. Hoe hij zich voelde, uiteraard. Nuchter antwoordde hij:

“Ik moet noch ien forsloan, dan binn ‘k der. Ik sil goed op óstan bokse. Ik tink, dat ik him dan únverwachts de ring út tikje.”

De krant informeerde naar zijn grootste kracht. Lolle:

“Wel, ik geloof het op afstand boksen. En mijn snelheid. De Nederlandse zwaargewicht-kampioen Kiks was bijna 230 pond en kwam tegen mij snelheid te kort. Walda, tegen wie ik volgende week 3 maal 3 minuten in de ring moet, lijkt me ook traag. Maar ja, hoe het komt; ik weet het niet. Het wordt mijn veertiende wedstrijd van mijn leven, en pas mijn vierde als A-bokser…”

Zo stond hij ervoor. Nuchter, een beetje verbaasd over het eigen succes, en toch met een vaste ambitie nog een tegenstander te overwinnen: “dan binn ‘k der”.

De finale

Op maandag 22 maart 1965 zat de Rivièra-Hal in Rotterdam tot aan de nok toe vol. Rotterdammers, Amsterdammers die Walda kwamen steunen en veel, heel veel Friezen. Lolle stond tussen de grote namen, die allemaal eerder dan hij hun wedstrijd hadden; de zwaargewichten waren op het laatst van de avond. De avond kende de ene bokssensatie na de andere. Herman Schregardus, de bokser uit Amsterdam, verloor van de Groninger Jack Roossien, die de nieuwe welterkampioen was. Nationale beroemdheden als de bantamgewichten Jan Huppen en Gerard te Paske, vochten onderling een harde strijd uit die in het voordeel van Te Paske werd beslist. Halfzwaargewicht Rudi Lubbers, die jaar daarvoor op de Olympische Spelen in Tokio had gebokst, prolongeerde zijn nationale titel door van Joop Steenbergen te winnen. Pas toen waren de zwaargewichten aan de beurt.

Lolle stond er minder goed voor dan in de halve finale. De conditie bleef goed, maar in het weekend voorafgaand aan de wedstrijd had hij een spier in zijn rug verrekt. Dat was precies het soort blessure dat gemakkelijk bewegen moeilijker maakt, en dus een bokser de overwinning kon kosten. Joop Walda leek onbewogen te zijn, wat Amsterdamse bluf kon wezen. Hij kon goed boksen, wat bij vrijwel iedereen van de Jordaanschool van Groothuis het geval was. Het leek er weer om te gaan spannen, maar zo indrukwekkend als de wedstrijd van de halve finale was geweest, zou deze partij niet worden. De kranten waren teleurgesteld:

“De Leeuwarder straatmaker die vorige week dinsdagavond in Krasnapolsky in Amsterdam voor sensatie had gezorgd door de sterke

Bokser pur sangEddy Kiks uit Amsterdam te kloppen kwam in de finale uit tegen de logge Amsterdammer Joop Walda. De partij tussen Van Houten en Walda die deze prachtige boksavond besloot werd niet een beste.

In de eerste twee ronden kon Van Houten maar niet los komen maar veel gevaar van de zijde van Walda viel er evenwel niet te duchten. In de laatste ronde het gevecht ging over drie ronden van elk drie minuten kreeg Van Houten eindelijk de gelegenheid om een aantal treffers te plaatsen. De Friese hoofdstedeling besliste sliste daarmee de party met een flinke puntenvoorsprong in zijn voordeel.”

Het Parool van 23 maart sprak zelfs schamper over “een anti-climax” en sneerde: “Het tweetal bleek de eerste beginselen van de bokssport nog maar nauwelijks onder de knie te hebben.” Een klein woord van lof ging naar Lolle: “De slankere en snellere Van Houten plaatste nog de meeste treffers.” De Volkskrant en De Telegraaf noemden de zwaargewichten niet eens, zozeer was het kennelijk tegengevallen. Friesland was meer dan tevreden: het Heitelân had een nieuwe kampioen. En dat het geen mooie wedstrijd was geweest, ach. Er had te veel op het spel gestaan voor beide boksers. Lolle met zijn rugblessure was vastberaden om te winnen, zeker met zoveel eigen mensen om zich heen. Walda wilde even graag de titel. Nee, een sierlijke balletvoorstelling was het niet geworden. Wel een harde strijd om de titel, die door de beste werd gewonnen.

De nieuwe kampioen zwaargewicht van Nederland heette Lolle van Houten.

Uit: Bokser pur sang. Lolle van houten (1945-2008) Leeuwarden, Penn uitgeverij.  Ook te bestellen bij Bol.com

Lezing over Lolle en het boksen

Een nieuw avontuur wacht. Aanstaande zondag ga ik een lezing geven over de bokser Lolle van Houten (1944-2008), over wie ik een biografie schreef. Met lichtbeelden en als het lukt ook met een mooi boksfilmpje en een geluidsopname waarin een voormalige tegenstander herinneringen ophaalt aan Lolle.

Spannend.

Voor de eerste keer een lezing houden is altijd een heel ding. Je ontdekt tijdens het praten pas of het werkt.

En zondag sta ik nog wel in Leeuwarden, zijn eigen stad.

De foto toont Lolle in 1965, toen hij voor de eerste keer Nederlands kampioen zwaargewicht was.  Hij trainde toen al jaren met gewichten, die door zijn broer Eppie in elkaar gelast werden. In 1970 kwam de tweede titel. En daaromheen gebeurde van alles, waar ik het dus over ga hebben.

Mooi hoor, boksgeschiedenis. Lolle trainde altijd bij Frisia, dat bestaat nog steeds. Zijn trainer was Albert Groen en diens trainer was Johan Poelsma, die BAV Frisia in 1933 oprichtte.

Zondag 6 februari 2o11; aanvang 1500 uur. Historisch Centrum Leeuwarden, Groeneweg 1. Toegang gratis.

Iedereen is van harte welkom.

Update, zondagavond 6 februari. Terug uit Leeuwarden. Lezing geslaagd. Het is vandaag precies een jaar geleden  dat ik daar naar de districtskampioenschappen ging en dat een taxichauffeur mij de naam van Lolle noemde. Daarna raakte ik in de ban van die man. Wat is dat een vreemde gedachte, dat je leven in een dag van koers kan veranderen.