Oud-worstelaar Harry Steinmetz

Den Haag Centraal, 9 december 2011. Foto Ronald Mooiman

“En dan kun je de nieuwe worstelaar opvreten”

Regeren is vooruitzien, weten ze ook in de worstelwereld. In januari begint de voorjaarscompetitie om de landelijke titels. Het Haagse Simson KDO doet ook mee. Er is altijd hoop, maar er zijn ook twijfels. Hoe staat het ervoor? Een gesprek met trainer en oud-worstelaar Harry Steinmetz.

In het hart van de Schilderswijk, aan de Rubensstraat, zit een van de oudste sportscholen van Nederland. Simson KDO, Kracht Door Oefening. Die ‘kracht’ gaat vooral over worstelen, al kun je er ook andere sporten doen. Weinig mensen weten nog dat Nederland een rijke worsteltraditie heeft. Harry Steinmetz wel. Hij komt uit een worstelfamilie, die al generaties lang betrokken is bij Simson KDO. “Twee broers van mijn oma Brekelmans worstelden ook hier, en mijn oma haar vader is voorzitter geweest”. Harry zelf heeft een carrière als worstelaar gehad (landelijk kampioen en vijfde van de EEG) en is sinds jaar en dag trainer bij de club. Hoe leer je iemand worstelen? Met geduld, dat allereerst. “Eer je een beetje de technieken kent, ben je zo twee jaar verder. Het is een moeilijke sport, heel technisch. Na een jaar denk je dat je het nooit leert, maar dan komt er een nieuweling binnen en die kun je dan opvreten, bij wijze van spreken”. Zo doet Harry dat. Met geduld en humor. Op die manier houdt hij als worsteltrainer de club bij elkaar, en op peil. Eigenlijk begrijpt hij niet goed dat er vooroordelen tegen zijn sport bestaan: “Worstelen is eigenlijk een hele nette sport. Geen verwurgingen, geen armklemmen. Ja, je hebt weleens dat je een kopstoot krijgt maar dat mag niet. Wat gebeurt er niet bij voetbal?”

Wedstrijden

De voorjaarscompetitie dus. En het Haagse worstelen. Er zijn alleen mannelijke worstelaars bij Simson. Dat is half een keuze, half toeval. “Je pakt elkaar toch op bepaalde plekken beet bij technieken, of je hebt hoofd ergens tegenaan, dat gaat gewoon moeilijker bij een vrouw”, vindt Harry. Mochten zich vrouwen aanmelden, dan is hij bereid een klasje te maken. Dat is niet zo gek: het grootste worsteltalent van Nederland Jessica Blaszka uit Limburg, een lichtgewicht die de Olympische Spelen verwacht te halen.

Van Simson KDO worstelen er een aantal jongens straks in de Nederlandse competitie. Tussendoor en tegelijkertijd gaan ze naar Duitsland, waar het worstelen zo groot is als bij ons het voetbal. Alex Koval komt bij Harry: morgen moet hij naar Duitsland en hij is drie kilo te zwaar voor wat hij in de wedstrijd mag wegen. Harry: “Morgen is hij op gewicht, hoor. Ik was ook nooit te zwaar. Zie je dat hij zich nou helemaal in het plastic heeft ingepakt? Dadelijk gaat hij trainen, straks hardlopen op de band boven en dan zal hij morgen heel weinig eten. Je moet er wat voor overhebben, natuurlijk”. Dat is met Koval het geval. Overdag maakt hij lange dagen als betonvlechter in de bouw, en vrijwel elke avond is hij op de Rubensstraat. Plus dan nog de wedstrijden in het weekend. Maar zoals Koval zijn er niet veel, weet Harry. “Mensen zijn niet meer gewend wat op te offeren, zichzelf weg te cijferen. Minder eten om gewicht te maken vinden ze te moeilijk”. Daar komt dan nog bij dat de trainingen voor worstelen loeizwaar zijn. Erna ben je dankbaar als je in bed ligt. Daarin zit misschien de reden dat zijn competitie-jongens vooral uit het Oostblok komen. Die hebben een andere mentaliteit. Doorzetters zijn het. “Goeie jongens, allemaal“, zegt Harry trots.

Den Haag kan aardig meekomen in de Nederlandse competitie en worstelt zelfs in de A-competitie. Andere worstelsteden zijn Amsterdam, waar Body Fit zit van Bert en Bertje Kops, vader en zoon. In Utrecht zit De Halter, waar ooit Anton Geesink begin met worstelen. De Halter heeft ook zogeheten ‘stoeiclubs’, waarmee ze kinderen naar de club trekken. Dat heeft Harry ook geprobeerd: “Het is heel moeilijk om hier jeugdworstelen van de grond te krijgen. Er moet dan reclame gemaakt worden zodat iedereen het weet. Als je heel jonge kinderen hebt van zo’n zes jaar, dan moet je die contstant in de gaten houden, anders hangen ze weer in dat touw. We hebben het geprobeerd. De een nam een neefje mee, ik zeg nog neem een vriendje mee. Maar dan gaan ze toch gauw spelletjes doen in plaats van  greepjes en techniekjes aan te leren”. Wat hij niet zegt maar wel bedoelt: bij Kops en De Halter hebben ze meer trainers. Hij staat er hier alleen voor. Twee avonden per week geeft hij les. De clubliefde zit diep bij hem. Niemand bij Simson die eraan wil denken wat er gebeurt als Harry het voor gezien houdt.

Verder komen

“Ik was twaalf jaar, toen ik voor de eerste keer op de mat ging worstelen. Je had destijds de Nederlandse kampioenschappen in Overbosch en daar ben ik toen gaan kijken. Ik kon bij Simson meetrainen en op zaterdag stond ik op de mat, zo snel ging dat. Nee, ik was niet bang want ik had een judo-achtergrond dus ik was al met sport bezig. Die zaterdag stond ik tegen Kees Mantel, dat was de kampioen van Nederland. Vanaf toen ben ik bij de club gebleven. Zeker drie keer per week trainen en als je wedstrijden doet, dan ga je voor jezelf ook nog hardlopen. Toen ik een jaar of veertig was, hield ik de wedstrijden voor gezien. De trainers gingen geleidelijk weg en toen ben ik opgestaan en het gaan doen”.  En zo is dat ongeveer al tien jaar. Als het kan met zijn werk, gaat Harry mee naar wedstrijden in Duitsland. Harry: “Ik was met Alex in Dortmund voor de Europese kampioenschappen en we gingen nog even het stadje in. De worstelaars haalden we er meteen uit. Die hadden bloemkooloren“. Hijzelf ook, alleen rechts (“Waarom dat zo is, weet ik niet”); er past geen Ipoddopje in het verdikte kraakbeen om de ooropening.

“Ik hoop dat we volgend jaar in de competitie beter presteren”, zegt Harry. “Dus dat de jongens die wedstrijden doen, zich ontwikkelen en beter gaan worstelen. We hebben Spyros, Mat, Singh, Alex, Mazud. Dan zijn er pas twee Poolse jongens bij gekomen, en iemand uit Oegstgeest. Sinds een paar weken hebben we opeens weer aanwas, het is onvoorspelbaar. Met de harde ken hoop ik verder te kunnen gaan, zodat de andere jongens zich aan hen kunnen optrekken en beter worden. Daar komen weer nieuwe leden uit voort”. Via via, bedoelt hij, want vooral uit Oostblok komen ze naar Simson, en met worstelervaring ook nog. Dat is pure winst voor de club. Hij houdt ze er graag bij. Al is het wel een beetje jammer, alles welbeschouwd, dat er nauwelijks meer Haagse jongetjes zijn die zo in de club groeien als hij dat gedaan heeft. Maar die Oostblokkers, nou.

Nationale A-competitie worstelen bij Simson

Verschenen in de regionale krant Den Haag Centraal, donderdag 24 maart 2011.


Oeroude Haagse vereniging:
nationale worstelfinales bij Simson KDO

Meer dan een eeuw oud is Simson KDO (Kracht Door Oefening), tegenwoordig gevestigd aan de Rubensstraat. Generaties Haagse worstelaars hebben er op de mat gestaan, waarvan een aantal nationale roem wisten te vergaren. Vroeger bruisde het in de worstelwereld: alle gewichtsklassen konden moeiteloos gevuld worden, vanaf de papierklasse tot de zwaargewichten. Daarvan is er bij Simson een kleine kern overgebleven. Een aantal daarvan kwam afgelopen zaterdag in actie op de mat, bij de finale van de nationale competitie, senioren A-klasse. Een van hen was de veelbelovende Alex Koval.

De avond van de wedstrijden is hij teruggetrokken. Alex Koval houdt zich wat achteraf, praat niet veel en volgt de wedstrijden op de mat. Hij ziet er smalletjes uit, jongensachtig ook. Tot de jury zijn naam roept en zijn moment is gekomen. Hij loopt naar zijn trainer, trekt zijn warmhoudende kleren uit en dan is hij een ander. De jongen is verdwenen, het smalle ook. In het klassieke worsteltenue oogt hij als een man, sterk en breed in de schouders, armen als gebeeldhouwd, een torso vol kracht. In hem is de worstelaar wakker geworden. Alex is klaar voor zijn wedstrijd. Kort kijkt hij naar de tegenstander die vanavond een clubgenoot is: Daniel Dolasinski. Nog een paar seconden, dan zullen ze beginnen.

Het publiek vult slechts een paar rijen stoelen. Niet veel voor een landelijke finale, het is weleens meer geweest. Familie, vrienden, kennissen en een handvol sportliefhebbers. Er is een journalist van de Volkskrant, wat de aandacht trekt. Veel persaandacht zijn ze niet gewend bij Simson. Dat is buiten Nederland wel anders. In landen als Iran en Duitsland is het worstelen zo groot als het voetbal in Nederland is. Geen wonder dat Nederlandse worstelaars naar het buitenland trekken; zwaargewicht Masoud Sedaghat worstelt in de tweede Bundesliga van Duitsland. Het buitenland trekt ook naar Den Haag toe. Bij Simson worstelen heel wat verschillende nationaliteiten, mannen met poëtische namen, die hier elkaar vinden in deze Olympische sport.

Kampioenen

Bij de Nederlandse worstelbond zijn zestien worstelclubs aangesloten, vijf ervan zouden deelnemen aan de nationale competitie-finale. Slechts drie ervan zijn aanwezig; twee moesten afzeggen. Naast Simson zijn AKSV Sandow (Arnhem) en Body Fit Hercules (Amsterdam) present. Weinig, maar de wedstrijdorganisatie doet het ermee, al moeten nu clubgenoten tegen elkaar worstelen. Veertien wedstrijden staan op het programma, zowel in de vrije stijl als in de Grieks-Romeinse, waarbij alleen het bovenlichaam gebruikt wordt. Elke wedstrijd duurt twee keer twee minuten.

Trainer Harry Steinmetz is alom aanwezig. Hij kent de club en de sport als zijn broekzak. Zijn vader worstelde, hijzelf ook en daarna werd hij trainer. “Allemaal goede jongens”, zegt hij vaderlijk over zijn worstelaars. Hij vindt het jammer dat er niet meer komen trainen, al begrijpt hij dat wel: “Er zijn niet veel jongeren die het aankunnen. Ze willen wel aan sport doen, maar na een training willen ze ook leuk kunnen uitgaan. Bij ons kan dat niet. Na een worsteltraining ben je moe, dan wil je naar bed. Het eist gewoon veel van je lichaam. Je moet lenig zijn, sterk en in een goede conditie. Mentaal is het ook zwaar”. Hij heeft gelijk. Wie worstelt, vindt de tegenstander op slechts een paar millimeter afstand. Of nog dichterbij. Moet je tegen kunnen.

Toch is Den Haag een worstelstad. Simson ontstond in 1904 en is niet altijd de enige worstelclub geweest. Uit de residentie kwamen landelijke kampioenen, zoals Jan Kabbedijk, Joop Nederpelt, Peter Slingerland en Job Mantel. Naar een roemruchte worsteltrainer uit Dordrecht werd een efficiënte greep het ‘Adrie-Dekkertje’ genoemd, typerend voor de Simson-worstelaars. Daar had bijna niemand verweer tegen. Dat alles is geweest en voorbijgegaan. De kampioensnamen van weleer zijn vandaag de dag mooie historische namen, die alleen hier en daar nog verhalen oproepen. Het Haags worstelen in de Rubensstraat is een multiculturele sport. Een mannenwereld is het ook, vol ouderwetse kameraadschap.

Profworstelaar

Dat er iets bijzonders gaat gebeuren als Alex Koval en Daniel Dolasinski over de mat naar elkaar toelopen, is voelbaar. De spanning stijgt. Ze geven elkaar niets toe, vrije stijl betekent dat ook benen goed gebruikt worden. Er komen verschillende grepen en klemmen voorbij, de kenners knikken goedkeurend: mooi, zo hoort het. Uit het publiek klinken Russische aanmoedigingskreten. Dan steekt de scheidsrechter de arm van Alex omhoog: gewonnen! Als de volgende wedstrijd begint, zit hij naast Daniel op de grond tegen de muur geleund, kijken. Met zijn trui aan is Alex weer de jongen die hij voor de wedstrijd was. Een gemakkelijke prater is hij niet, wat ook komt doordat zijn Nederlands nog niet goed is. Alex houdt niet zo van interviews. Dat gevraag. Hij vertelt in korte zinnen dat hij profworstelaar wil worden. “Eerst moet ik beter worden. Misschien kan ik dit jaar naar de Bundesliga. Ik worstelde als kind al. Er was bij ons niets anders”.

Alex is elke dag op de club. Voor zijn krachttraining; op de eerste verdieping bezit Simson een zaal vol fitnessapparatuur. Hij heeft drie worsteltrainingen per week. Conditietrainingen. Dat doet hij voor de sport, maar ook om te vermijden dat het heimwee naar geboorteland te veel pijn gaat doen. Een paar jaar geleden kwam hij uit een klein dorpje in de Oekraïne hierheen (“Voor de liefde en voor werk”) en hij mist zijn familie. Na de training slaapt hij tenminste goed. Overdag heeft hij zwaar werk. Het is geen luxeleven. Maar het scherpt zijn mentaliteit.

Stoeiklassen

Het Arnhemse Sandow wint de competitie. De worstelaars doen het simpelweg beter. Ze zullen naar huis gaan met een grote glanzende beker en met de wisselbokaal. Simson eindigt op de tweede plaats en Body Fit Hercules sluit de rij. Iedereen gunt elkaar het succes en veel worstelaars blijven napraten. De journalist van de Volkskrant verdiept zich verder in Sandow en de Iraanse worstelaars die inderdaad goed zijn. Het helpt natuurlijk als je halve familie uit olieworstelaars bestaat, dan zit het toch in je bloed. Let maar op Masoud Sedaghat, deze Iraans-Haagse worstelaar gaat heel ver komen.

Met deze avond is de Nederlandse competitie afgelopen. De trainingen gaan door, en met ingang van september komen er ‘stoeiklassen’ voor de schooljeugd. Zoiets is gemakkelijker bedacht dan georganiseerd. Simson leunt zwaar op vrijwilligers en die hebben meestal een baan en een gezin. Dan is de vrije tijd kostbaar. Daar komt bij, dat de leden van de krachtsportvereniging niet allemaal even trouw hun contributie betalen. Ondanks deze problemen zijn er weken dat er nieuwe gezichten op de worstelmat verschijnen. Het geeft weer hoop voor de toekomst. De een wil wedstrijden doen, de ander zoekt recreatie. En of ze Russisch of Haags spreken, bij Simson is iedereen welkom. Den Haag is nog lang niet uitgeworsteld.

Nationale worstelcompetitie bij Simson KDO

Simson KDO in Den Haag. Afgelopen zaterdag (19 maart 2011) was er de finale van de landelijke A-competitie, senioren.  Ik was al een paar keer naar trainingen bij Simson wezen kijken.Voor de krant, maar ook uit eigen interesse. Die avond waren er drie verenigingen actief: Sandow uit Utrecht, Bodyfit Hercules uit Amsterdam en Simson KDO dus. In totaal veertien wedstrijden. Soms ook clubgenoten tegen elkaar. Het moest wel, twee verenigingen hadden afgezegd. Dan hou je weinig over.

Al na de eerste keer aanwezig zijn op de training was ik genezen van elke gedachte aan ‘leuk meedoen’. Loeizware training,  je moet lenig  zijn (denk aan variaties koprollen en achterwaartse salto’s) en dan heb je het mentale gedeelte nog. Voorbeeldje.  Je moet rustig zien te blijven als iemand zijn arm om jouw nek klemt. Roept de trainer: “Kiepen!” dan moet je de klemmer kantelen, idealiter met zo’n techniek dat hij meteen met beide schouders op de mat komt. “Touché”. Gewonnen. Als het lukt, tenminste.

Inmiddels ben ik op de hoogte van de verschillen tussen Grieks-Romeins worstelen en vrije stijl, ook weet ik dat er sinds mensenheugenis in Nederland is geworsteld. Mijn eerste worstelboek heb ik ook al gekocht: Pain and Passion. Amerikaans. Of er Nederlandse worstelboeken zijn, weet ik niet.

Worstelen is zwaar en mooi, dat gaat vaak samen. Maar het is niet zo populair als het eens was. Dat is jammer, ook voor de worstelaars die er wel zijn. Iedereen die wedstrijden doet kent zo ongeveer de mogelijke tegenstanders, waardoor grote verrassingen zijn uitgesloten. Geen wonder dat er veel gereisd wordt, vooral naar Duitsland waar er twee Bundesliga’s voor het Olympisch worstelen zijn. Daar kun je je meten met nieuwe en sterkere tegenstanders.

Bij de nationale worstelbond zijn 16 clubs aangesloten. Simson KDO dateert uit 1904 en er zijn meer van deze oude en eerbiedwaardige clubs, met steeds weer nieuwe generaties worstelaars. Het is ook iets oers, dat in elk mens wel zit. Alleen, de worstelaar in je moet eruit kunnen komen. Iemand kan alle technieken leren, kan sterk en lenig zijn, en pas dan begint het. Dat legde oud- profworstelaar Yousef Nasiri me uit. Hij traint bij Simson, en geeft er les, evenals trainer en oud-worstelaar Harry Steinmetz. Onafhankelijk van elkaar noemden ze Alex Koval het grootste talent.  Hij kan veel, hij heeft alles in huis, en nu moet het eruit gaan komen.

Daarom keek ik met belangstelling naar zijn wedstrijd, tegen clubgenoot Daniel Dolasinski.

Simson KDO Den Haag. Nationale worstelcompetitie, A-klasse senioren. Zaterdag 19 maart 2011. Alex Koval (rood) tegen Daniel Dolasinski.

Ja, Alex won, maar Daniel was niet mis. Later die avond stond hij tegen Mat van Simson, die zijn eerste wedstrijd worstelde. Zien? Klik hier.

Hieronder wat foto’s van de trainingen en de wedstrijdavond. Deze week komt er een groot artikel over het Haags worstelen in de krant. Ga ik volgende week hier posten.

En dan met je volle kracht de tegenstander uit balans proberen te brengen. Maar ja, die doet hetzelfde met jou.

Klemmen.

Wat ik ook mooi vind aan het worstelen, is de kameraadschap.

De scheidsrechter komt net zo dichtbij als hij nodig vindt. Waar? Linksboven in de hoek.

Aan het eind toonden de worstelaars en hun trainers zich aan het publiek.

De winnaar van deze competitie: Sandow uit Arnhem.

Worstelen bij Simson KDO

KDO Simson, trainingsavond worstelen. Den Haag, donderdag 17 februari 2011

“Vroeger had je boksen, worstelen en voetbal. Volkssporten.” Dat zegt oud-worstelaar Harry Steinmetz tegen me. Hij geeft trainingen bij de Haagse krachtsportvereniging Simson-K.D.O , dat betekent Kracht Door Oefening. Ik ben daar op zoek naar het verre verleden. Want waar boksen was, had je vaak ook worstelen. Dus andersom geredeneerd, als ik worstelaars zoek, heb ik een goede kans om boksers te vinden. Zo kom ik  hopelijk via een zijdeur in de boksgeschiedenis.

Bokser Henry Placké worstelde, en hij trad als zodanig in het circus op. En nog is er een verwantschap. Boksschool Verbon in Utrecht deelt het pand met een worstelvereniging en bij Kops in Amsterdam kun je zowel worstelen als boksen. Dus ik dacht, eens zien hoe het bij Simson is.

De geschiedenis van KDO Simson gaat terug tot 1904.  Daar zijn ze trots op. Een deel van het archief is ingescand en hangt in de gang. Foto’s, krantenknipsels, Olympische ere-vermeldingen. Ik wist niet dat er zo veel en zo goed in Nederland geworsteld werd. Ook de worstelwereld kijkt naar de Olympische Spelen van 2012. Van Jessica Blaszka verwachten ze veel.

Bokser-worstelaar Henry Placké (Nieuws van den dag, 1902)

Maar tegenwoordig is het moeilijker dan vroeger om bij een competitie alle gewichtsklassen te vullen. Worstelen is minder populair. Het heeft niet die glamour van K1.

Geschiedenis van Simson: meer dan 100 jaar

Intussen heeft Harry me namen en telefoonnummers gegeven van mensen die meer van het verleden weten. Er traint nog een oude worstelaar van tachtigplus, die kan ook vertellen. Dus de weg naar het verleden is voor me gebaand, gastvrij en vriendelijk. Dan kijk ik naar de training van die avond. Harry geeft commentaar en uitleg. “Touché.” Twee schouders op de mat, dan heb je verloren. Hij vertelt over het beroerde aanzien dat het worstelen tegenwoordig heeft en dat terwijl, hij wil het eigenlijk niet zeggen tegen mij, terwijl worstelen moeilijker is dan boksen. Veel technischer. Want kom je als nieuwe op een bokstraining, dan kun je meteen een beetje meedoen, maar bij het worstelen ligt dat moeilijker.

Je moet sterk zijn.
Lenig.
Tegen druk kunnen, ook mentaal.
Slim.
Een beregoede conditie hebben.
Technisch goed zijn. Alleen het correct staan is al moeilijk.

Op de worsteltraining is het gezellig. Warming up door wat zaalvoetbal, daarna volgen lenigheidsoefeningen. Een zwaargewicht slaat een radslag, elegant ook nog. Ik zie iemand een achterwaartse salto uitvoeren. Binnenbeenspieren worden gerekt, op een manier die me aan harde ballettraining doet denken.  En dan begint de feitelijke training. “Technieken oefenen,” zegt Harry, en hij wijst een enkeling een tegenstander toe.

Worsteltraining bij Simson KDO (Den Haag), donderdag 17 februari 2011.  Wit shirt Alex Koval (wit shirt) tegen Nishal Noemrawsingh. Trainer Youself Nasiri.

Naar Alex Koval (74 kg) kijk ik met meer aandacht. Harry noemde zijn naam toen ik naar het grootste talent van Simson vroeg. Hij komt uit de Oekraïne, wat vanzelf een mooie afkomst is voor een vechtsporter. Geen gemakkelijk leven, maar wel: een talent. En Alex bezit trouw om te komen trainen, ook al is hij nog zo moe. Dat geldt ook voor de harde kern van de andere jongens (meisjes zie ik niet). Vaak afkomstig uit Oost-Europa, geen luxepaardjes, bereid om voor het worstelen te leven.

Dat sobere zie je in Simson KDO terug. Geen dure koffieapparaten of lederen zithoeken, het is er gewoon en goed. Beneden is ook gewichtheffen, boven is fitness en bodybuilding. Alles voor en met de  krachtsport. Maar ook geven ze er bokstrainingen, en dat feit brengt me  weer op mijn pad. Harry: “Richel Hersisia heeft bij ons nog een tijdje gebokst.” En daar zijn we alletwee heel tevreden over.