Ben Bril Memorial 2010 (3)

Esther Schouten (foto: Piek.tv)

Daar komt ze aan: een snelle verschijning, glanzend in het zilver. Esther Schouten, onze wereldkampioen. Ieder oog in Carré volgde haar, keek naar haar toen ze in de ring stapte, haar trainers achter zich, klaar voor de wedstrijd.

Tien rondes lang, elk van twee minuten. En dan weten: dit is de laatste keer. Dan kun je met druk omgaan.

Esther zag er prachtig uit. Sterk en vrouwelijk, op een manier die je alleen in de ring ziet. Bokserskleding die dat laat uitkomen. Kleren met een stoere elegantie, die ik bij steeds meer boksers zie. Op het laatste NK nog bij Aglaia Olenski (Boksteam ABC). Dat alleen al toont dat het vrouwenboksen zich op een eigen manier ontwikkelt. Het is anders, maar gelijkwaardig aan het mannenboksen. We zullen er volgend jaar veel meer van zien, als het EK vrouwenboksen naar Nederland komt.

Rode hoek Esther Schouten tegen blauwe hoek Judy Waguthii (Kenia). Eerste ronde van tien, volledige wedstrijd op YouYube.

Na de eerste ronde gebeurde het. Terwijl de boksers in de hoek hingen, kwam een schaars geklede man de ring in. Hij droeg een bord met daarop het cijfer van de volgende ronde.  Het besef wat hier gebeurde sloeg als een bom in. Opeens begreep heel Carré het. Geen vrouw maar een man. Geen rondemiss, maar  een rondemister. Het publiek loeide van afschuw en vreugde. Vrouwen zag ik juichen. De rondemister glimlachte en liep zijn rondes. Dat zou hij tijdens die wedstrijd elke keer doen, en elke keer loeide en applaudiseerden de mensen. Hij bleef glimlachen.

Tiende ronde. Volledige wedstrijd op YouTube.

Na de laatste ronde was er vreugde: de wereldtitel bleef op de naam van Esther Schouten. Trainer Ton  Vriend (Sodoko Gym) deelde in de blijdschap. Esther vertelde dat ze “in principe” haar laatste wedstrijd had gebokst, maar wat dat “in principe” inhield, lichtte ze niet toe. De deur blijft kennelijk openstaan, en het is aan Esther om die op een dag werkelijk te sluiten. Als ze dat zou willen.

Esther Schouten en Lucia Rijker (foto: Piek.tv)

Lucia Rijker kwam de ring in om haar de kampioensgordel om te doen. Een mooi moment. Twee generaties. Lucia nam als altijd haar kans en sprak over het vrouwenboksen. De voortrekkersrol die Esther en zij hadden vervuld. Dat nu de volgende generaties verder zouden gaan, Nouscha Fontijn, Marichelle de Jong. Het EK vrouwenboksen dat eraan kwam. Filmcamera’s zoemden om de twee heen. Esther werd de hele tijd door de NOS -televisie gefilmd.

Is dat nou nodig, al die extra aandacht voor het vrouwenboksen? Ik zou zeggen van wel. In boksland hoor ik gemengde reacties op het fenomeen van een boksende vrouw. Laatst zei een profbokser tegen me: “Vrouwen moeten vooral mooi zijn.” Hij meende het. Anderen heb ik iets vergelijkbaars horen zeggen. Dat het geen gezicht is, een vrouw met een blauw oog. Maar is een man met een bloedneus dan zo mooi?

Het is hier en daar een kwestie van wennen. Elders zijn er trainers die honderd procent in de vrouwenbokser geloven, met als schoolvoorbeeld Arnold Vanderlyde. In zijn Boxing Academy is het vrouwenboksen “de snelst groeiende pijler”, zoals hij zegt. In voorbereiding: een Olympisch damesteam.

Nu het vrouwenboksen onstuitbaar groeit, horen daar natuurlijk meer rondemisters bij. Op de avond van het Ben Bril Memorial sprak ik even met naar alle waarschijnlijkheid de eerste rondemister uit de Nederlandse boksgeschiedenis. Wie is hij eigenlijk en hoe kwam hij ertoe? De antwoorden staan morgen op hoekvrouw.nl

Boksschool I Believe (2)

Opening boksschool I Believe.  Benedenstraat 115, Oud-Ijsselmonde, Rotterdam. Vrijdag 1 oktober 2010.

 

Burgemeester Aboutaleb en hoofdtrainer Ronald Hiwat

 

De verbouwing van de zolder was af en de boksschool kon dus officieel open, al was-i dat al jaren. Maar Ronald Hiwat ziet de dingen graag goed en groot gebeuren. En als ze in Rotterdam iets op touw willen zetten, dan doen ze dat ook. Denken en doen ligt daar heel dicht bij elkaar.

Zo kwam het dat vrijdagavond de straat bij hem vol stond. Rotterdammers en andere mensen, en volop media. Want die zien niet elke dag burgemeester Aboutaleb in een boksschool. Ik geloof dat er ook security om hem heen stond, maar ja, dat worden allemaal iele jongens als ze naast Ron staan. Hij is oud-kampioen zwaargewicht (nationale titel 1984) en na zijn wedstrijdtijd hoefde hij  niet meer op zijn gewicht te letten. Dus dat deed hij niet.

Boven op zolder hielden oud-bokser en burgemeester een kort praatje. Later zou het pas echt leuk worden. Ronald sprak steeds gemakkelijker voor de filmcamera’s en keek alsof hij een aanhoudend flitslicht gewend was. Hier zijn ze beneden met de openingsspeeches:

“Iemand die met je meeloopt” die uitdrukking zou nogal eens terugkomen.

Arnold Vanderlyde gaf de burgemeester een lesje stilstaan als Arnold plezier maakt. Zo ziet dat eruit:

Eerst toespraken, daarna gaan de jasjes  uit en dan begint het…

Door alle drukte kon je nauwelijks zien hoe mooi de boksschool eigenlijk is. Het heeft sfeer. Dat komt onder meer doordat er veel oude boksfoto’s en posters van toen hangen. Boven op zolder hadden ze een fotowand gemaakt, die veel belangstelling trok. Prachtig, oude en nieuwe foto’s door elkaar heen. Zo leer  je meteen dat de bokssport leeft en in een lange traditie staat. Ik heb lang gekeken naar een foto van de vier Van Klaveren. Jonge jongens zijn ze hier nog, die stuk voor stuk de wereld aan kunnen, vol leven en met een grote toekomst voor zich.

En dan die ene foto van Kid Taylor, die ik eens bij Mesa Sport snoeihard training zag geven. Eerst dacht ik dat hij een slecht humeur had, maar bij zijn tweede training wist ik dat Kid gewoon van aanpakken hield. Boksers uit Suriname, dat is ook al een boek apart. Zoals ik stond te kijken, keken ook anderen. Elkaar foto’s aanwijzend: “Weet je nog, die?” En: “Die ken ik wel, want…” Waarna een verhaal volgde. Ach, had iedere boksschool maar zo’n mooie wand.

Met Henk Groenendijk heb ik die avond ook over nostalgie gesproken. Hij beheert het archief van de Boksbond, waar ik me binnenkort over mag ontfermen. Dertig dozen. Dat hebben we dan over van bijna een eeuw boksen in Nederland, met een groot aantal jaren daarbij boksen op de Nederlandse Antillen, in Indië en in Suriname.  Gezien de rijkdom van het verleden had ik drieduizend dozen redelijker gevonden. Misschien komt dat nog.

Als je langs de fotowand liep, kwam je in een nieuwe ruimte. Ook voor de jongeren, waarmee Ron Hiwat en zijn mensen werken. Het is eigenlijk een “boksschool plus” zoals tijdens de opening werd gezegd. Bokstraining, vanzelf. Maar ook begeleiding als het leven wat minder gemakkelijk voor je is. Of als je een stage zoekt. Of je huiswerk met anderen wilt maken. I Believe is eigenlijk een clubhuis waar van alles kan, met Ronald als de grote boksbroer.

Het programma van die avond was zonder meer druk. Speeches dus. En een schilderenveiling van Dries Sloof, een metsel-/ voegclinic,  inschrijven voor “I Believe Business friends” en dan boksbal na. Wat een organisatie moet dat geweest zijn. Op de site van I Believe staat allerlei informatie.

Aan het metselen kwam ik helaas niet meer toe. Na de speeches heb ik nog een poosje naar de oude foto’s staan kijken en daarna ging ik een in luxe bolide met enkele mannen van de Haagse Directe de snelweg op. Meerijden. Fijn is dat, die combinatie van Haags commentaar en dan zo’n zachtzoevende auto. Op een normale dag is mijn reizend leven van het strippenkaart-niveau.

Het was een goede avond, zonder meer. Ronald Hiwat heeft hart voor jongeren, en hij doet er wat mee, en zijn vrouw Diana met hem. Ik geloof dat de kinderen ook meewerken. Die knusheid in combinatie met een zakelijke aanpak (“business friends”), dat kan nog heel wat worden. Want ik zie op meer boksscholen dat trainers om hun boksers geven en vaak een oogje in het zeil houden als er problemen zijn.  Bij I Believe hebben ze dat ondersteund met een business model. Interessant.