Jan Maas (oproep)

Jan Maas, met de handtekening van Bep

Bantammer Jan Maas

Hij trainde bij Theo Huizenaar, trok veel op met diens broer Huib en bokste een aantal wedstrijden. Bantammer. Geboren op 27 oktober 1925 en “een paar jaar geleden gestorven”, zegt kleinzoon Danny Maas. Danny is op zoek naar de bokser die zijn opa was. En de man die hij was, de jongen die hij was, zijn hele leven eigenlijk. Een biografie schrijven, dat wil hij, maar het woord schrikt nog een beetje af. Eerst maar eens informatie verzamelen.

Deze week spraken we er een tijdje over.  Hoe de wereld eruit zag in 1925, het geboortejaar.  Zijn opa was drie jaar oud, toen Bep van Klaveren een gouden medaille won op de Olympische Spelen. Er is een foto waarop een kleine Jantje Maas, misschien vijf jaar oud, zijn vuisten heft. Zo jong al. Dan kampioenschap van 1948.De wedstrijden als profbokser. Danny’s ontmoeting met Jan de Bruijn, die zijn grootvader kende. Over de mooie verhalen die hij hoorde, de ene anekdote volgde de andere op. Maar ook hadden we het over hoe beroerd de boksgeschiedenis bewaard is gebleven. Alsof het niet belangrijk is.

Danny is dus op zoek naar alles en iedereen wat met zijn grootvader te maken heeft. Hij is al even op onderzoek, dus in Rotterdam kent hij een beetje de weg. Hij heeft wat foto’s. En van zijn grootmoeder heeft hij een lange lijst met namen gekregen. Ook een klus, om die te spreken, als ze er tenminste nog zijn. Gelukkig zijn er onverwoestbaar lijkende tijdgenoten.

Nederlands kampioen

Maar toch, het geluk zit vaak in een klein hoekje. Iemand die wat weet, wat gehoord heeft.  Of die tegen Jan Maas gebokst heeft. Dus… vandaar deze oproep. Wie  kende hem, de bantammer Jan Maas, en eens Nederlands kampioen?

Aad Veerman en Bep

Bep van Klaveren, Aad Veerman, Theo Huizenaar. Ter ere van Beps 80ste verjaardag.

Aad, de vriend van Bep

“Hoe lang was Bep dan?” vraag ik. Aad Veerman wijst zo en zo. “Eén tweeënzestig”. Hij weet het precies. Aad, de vriend van Bep. En andersom, Bep, de vriend van Aad. Ik ben in Rotterdam, op bezoek bij Aad Veerman. Eerst word ik meegesleept naar Crooswijk, de vereniging van oud-boksers, waar hij bokst. Geweldig, zoveel jaren bokservaring als daar in een zaaltje aanwezig zijn. Even zit ik naast Jan de Bruijn (87), levende boksgeschiedenis. Ik hoop snel terug te kunnen komen, met een vragenlijstje.

Kourimsky

Aad Veerman kent de Nederlandse boksgeschiedenis op zijn duimpje. Namen van Noord tot Zuid, heden en verleden. Hij is bekend met Lolle van Houten en weet waar Theo Kourimsky een café had. “Mijn vader bokste voor de Rotterdamse boksbond”, vertelt Aad, en dan zitten we in de periode voor de Tweede Wereldoorlog. Zaten we eigenlijk al, met Kourimsky, die waarschijnlijk een van de eerste profboksers van Nederland was. Aad Veerman heeft meer gezien dan hij op een middag kan vertellen. Hoe de boksschool van Theo Huizenaar eruit zag. Jazeker, die had een broer, Huib. Karel Miljon? Hier, een foto. De wedstrijden van Bep. Boksen op de grote kermis van Rotterdam. Hoezo, of daar ook vrouwen boksten? Nee. Hij vertelt over zijn eigen wedstrijden, 52 partijen, zwaarwelter was hij. Nog eens tegen Desi Bouterse gestaan. Militair kampioen van Nederland geweest, A-klasse, Maar eerlijk is eerlijk, het echte grote talent, dat zat er niet. Dus toen is hij wedstrijden gaan organiseren. “Ik was de jongste bokspromotor van Nederland”, zegt Aad tevreden. Als begeleider van Rudi Lubbers is hij indertijd naar Indonesië gegaan, toen Lubbers tegen Mohammed Ali stond.

Waar we zitten, bij Losa Automatics, is overal Bep van Klaveren te bekennen. Een paar handschoenen, van Bep geweest. In de vloer een patroon van bokshandschoenen. Vitrines vol. Dozen aan de muur. Je zou bijna zeggen dat het een Bep Museum was, maar daarvoor leven de herinnering aan Bep te sterk. We weten dat Bep er niet meer is, maar hier is hij alom aanwezig, en daar heeft Aad flink de hand in gehad. Het is een vriendschap die over de dood heen reikt. Nog steeds.

Er is een standbeeld van Bep, dat staat op de grens tussen Kralingen en Crooswijk. Er is het Memorial van Bep. Boeken over hem, waaronder het grote Hollands Greatest. Bep van Klaveren, dat Ardie den Hoed schreef. “Daar heb ik indertijd 750 van laten maken”, zegt Aad, “en ik heb bijna allemaal weggegeven. We proberen ze nu weer te vinden via Marktplaats enzo. Ardie en ik zijn in die tijd met een bandrecorder naar Bep gegaan, verhalen opnemen. Tot op een woensdagochtend de vrouw van Bep belde. Dat hij zich niet lekker voelde en een keer wilde overslaan. Hij was toen ook niet gaan trainen”.

Dat was de laatste dag van Bep.

De opnames zijn er gelukkig nog. De foto’s ook. Aan de muur hangen onbekende foto’s va Bep, die later ontdekt zijn. Filmpjes. Posters van hem met daarop vaak de vermelding van Losa Automatics.

Arie Veerman bokste in gebouw Odeon (1962)

van de vriendschap

Ik zit aan tafel en luister. Het is allemaal nogal veel om te bevatten. Zoveel informatie, net of er om me heen een heel boksersleven uitgestald is, overal is een stukje van Bep, en van de vriendschap tussen Bep en Aad. Alletwee boksers, en de een is later zakenman geworden, maar hij bleef van binnen altijd een bokser. Straks zijn er districtskampioenschappen in het Rotterdamse Odeon, waar sinds mensengeheugenis gebokst is. Heeft Aad voor gezorgd. Doortastend als ze daar zijn, in Rotterdam, maar toch ook nostalgisch. Het Odeon, daar heeft hij zelf in de jaren ’60 nog gestaan. “Kijk”, wijst hij op een poster, “dat ben ik”. En ik kijk en zie het.

Thuis ben ik moe van alle indrukken. En dan heb ik nog een tas vol boksspullen meegekregen, om te bestuderen. Huiswerk, en ik weet nu al: als ik weer naar Rotterdam ga, komt de overhoring door heel Crooswijk, met Aad Veerman voorop. Het onderwerp van de overhoring is al bekend.

Herman van ‘t Hof

Van ’t Hof was razend snel

Dat was begin januari 1926 een sensatie: een Nederlander kampioen van Europa. Herman van ’t Hof won de titel in Den Haag, waar hij in de grote zaal van de Dierentuin tegenover de Zwitser Clement stond. De wedstrijd werd waarschijnlijk georganiseerd door de Haagsche Boksbond. Die zou in 1927 het vijfjarig bestaan vieren.

De wedstrijd is 85 jaar geleden gebokst, maar het verslag dat in de krant Het Vaderland verscheen, is zo levendig, dat we de wedstrijd meteen voor ons zien. “Een gebeurtenis van belang”, jubelde de krant op 5 januari 1926 en vatte voordat het eigenlijke verslag begon, de match alvast zo samen:

“Van ’t Hof was razend snel in zijn rechtsche en linksche stooten, die als een regen op kaak en maag van Clement neerkwamen. En ofschoon de partij over 15 ronden van 3 minuten was vastgesteld, was de strijd reeds in de zesde ronde beslist, doordat Clement blijkbaar meer dan genoeg had van de zware afstraffing, welke de Hollander hem toediende. En onder de luide toejuichingen van zijn landgenooten kon van ’t Hof den titel in ontvangst nemen.”

Aan deze wedstrijd gingen andere wedstrijden vooraf, zoals die tussen:

“Turksma (kampioen van Nederland, Den Haag) 53,6 kg en Van Klaveren (Rotterdam) 52,3 kg.  Het werd een vinnige partij waarin Van Klaveren een vinnig enthousiasme aan den dag legde en, zij ’t ook wat onbesuisd, over een flinke serie stooten beschikte. Daardoor werd het een aantrekkelijke vlugge partij, waarin Turksma’s techniek beter was, maar door het vurige optreden van den Rotterdammer in de eerste ronde blijkbaar verrast was. Dat kostte hem de overwinning, al werd hij tegen het einde ook heel wat beter. Van Klaveren werd op punten winnaar.”

Nu de titelwedstrijd.

“Clement (78 kg) verscheen eerst in den ring met Schilperoord als zijn helper. Enkele minuten later volgde Van ’t Hof (75, 7 kg) met Braat als helper. Na de gebruikelijke plichtplegingen begon de wedstrijd onder leiding van den Belgischen scheidsrechter H. Karel Boulanger, onder-voorzitter van den Belgischen Boksbond, en met de heeren Van Ophuyzen en Crone als ringrechters.

De eerste ronde verliep nog wat slapjes. Van ’t Hof begon direct met aan te vallen en de Zwitser deed niet meer dan de harde stooten incasseeren, zonder zich behoorlijk te dekken. Slechts nu en dan kreeg hij gelegenheid om een rechtsche stoot te plaatsen.

De tweede ronde was vrijwel een getrouwe copie van de eerste, Clement probeerde het enkele malen met linksche stooten, welke Van ’t Hof blijkaar niet deerden.

In de derde ronde kwam Van ’t Hof met rechtschen en linkschen op maag en kaak danig los. De vierde ronde bracht Clement een scheurtje boven ’t linker oog, en de Zwitser poogde zooveel mogelijk op afstand te boksen, terwijl Van  ‘t  Hof door in-vechten den strijd trachtte te forceeren. Vooral in de vijfde ronde kreeg Clement het zwaar te verantwoorden. Maar erkend dient te worden, dat Clement zich ’n kranig incasseerder toonde. In de zesde ronde werd het hem echter te zwaar en door opsteken van zijn armen gaf hij te kennen, dat hij den voor hem te zwaren strijd opgaf. Daardoor werd Van ’t Hof tot winnaar verklaard; tevens verwierf hij den titel van kampioen van Europa zwaar middengewicht.

Het publiek zong ‘ lang zal hij leven’ en juichte hem langdurig toe.”

Daarmee was Herman van ’t Hof Europees kampioen. Nu is er in Rotterdam een boksvereniging naar hem genoemd. De vraag is alleen: waar is de kampioensbeker gebleven? In Rotterdam op zolder?

Koos Speenhoff

Speenhoff voor boksers

Het jaar 1922 was een moeilijk jaar voor het boksen in Nederland. Zes jaar later zou Bep van Klaveren goud winnen op de Olympische Spelen (amsterdam), maar dat leek in ’22 iets ondenkbaars. Ga maar na. De regering trok de de 200 gulden hoge subsidie in die aan de Boksbond was toegekend. Echt een organisatorische eenheid bezat de bond niet; allerlei boksbonden werkten samen of alleen. De Rotterdamsche Boksbond vergaderde zowel met de eigen leden als samen met de Boksbond, iets wat de Haagsche Boksbond ook deed. Dan had je nog de districten. En de profboksers hadden ook een eigen club. Plus, genoeg boksers die niet aan het handje van een bond wensten te lopen.

Nou, dat is lekker werken, en zeker met de Spelen op komst.

Wat het meeste stak, was dat verbod op het houden openbare wedstrijden. Ook de populaire dichter Koos Speenhoff  (1869-1945) bemoeide zich ermee. Het blad  De Revue der sporten publiceerde een gedicht van zijn hand.

 

Dat wordt lastig voor de boksers

En die zeer voorname sport:

Onverstandig zou ’t wezen,

Als die streng verboden wordt,

Dat kweekt bange slappelingen,

Bevend voor een druppel bloed.

Bevend bij het zien van daden

Van gehardheid, kracht en moed.

Als we alles gaan verbieden,

Waar gevaar bij kan ontstaan,

Dan zijn rennen en ook voetbal

Vliegen, worstelen gedaan.

Zeilen, zwemmen, schaatsenrijden

Zijn ook zoo gevaarloos niet.

Zullen we nog gaan beleven

Dat men het biljart verbiedt;

Vreeselijke moordgevallen

Zien we in de bioscoop,

Messen, bommen en revolvers,

Lijken liggen op ’n hoop.

Is het zoo moraal-bedervend

Een kloekmoedig vuist-gevecht…..

Dat na drie of vier minuten

Vastberaden wordt beslecht?!

Ach, dat waren nog eens tijden, waarin de dichters opkwamen voor de boksers…  Grote kans dat dit gedicht ook op muziek is gezet; Speenhoff schreef veel (en goed) liedjes. Gehoord heb ik het nog niet. Dit gedicht ontdekte ik pas een paar dagen geleden in de Nieuwe Rotterdamsche Courant, van 25 september 1922.