Leve het bloemkooloor!

Eerder gepubliceerd in 2012 op Haagsetopsport.nl

 Een oor kan zomaar stukgaan, vooral als je worstelt. Of MMA doet. Of op een andere manier flink hard op de mat terecht komt. En dat oor kan dan dik en kronkelig worden.  Dan heb je een bloemkooloor. In Amerika is het een ereteken. In Duitsland kunnen ze het genezen.

Zelf heb ik een zwak voor bloemkooloren, vooral wanneer ze aan het hoofd van een oudere worstelaar zitten. Een man van minstens zeventig jaar, die de helft van zijn leven worstelde. Ze zijn er, meer dan u denkt. Maar als ik het geluk heb zo’n man tegen te komen, houdt het meteen op. Want ik durf niet te vragen wat ik wil: “Mag ik aan uw bloemkooloor voelen?” Dat dit ook onschuldig kan zijn – het is wat het is – valt nauwelijks uit te leggen. Dus dan zwijg ik maar.

Evenzogoed, in Duitsland zit een arts die vol trots op zijn foeilelijke website de oplossing aanbiedt voor het Blumenkohlohr, iets dat hij een “unangenehme Nebenerscheinung” van vechtsport noemt. Dr Frank Sledziowski weet raad en dat is natuurlijk niet gratis, al rept hij niet over tarieven. Als vrouw weet ik: kleren zonder prijskaartje zijn het duurste. Zo is dat hier vast ook. De normale behandeling van een bloemkooloor is een operatie, maar in Deutschland gaat het anders: “Eine weniger spektakuläre Behandlungsmethode, welche ich hier kurz mit zwei Bildern dokumentiert habe, führe ich in meiner Praxis durch.” En dan verwijst Dr Frank naar de twee plaatjes, die inderdaad veelzeggend zijn.

Zou het aanslaan? Prijzig is het zeker. Je moet naar Duitsland om zo’n plaatje op of misschien wel in je oor te laten schroeven. Dan zijn er noodzakelijke controles. Een afspraak voor verwijdering van de klem. De nazorg. Nog een keertje extra terugkomen voor de zekerheid. En ja, dan is de bloemkool uit je oor.

Tenminste, als je dan ook met je sport gestopt bent. Nee, ook niet trainen. In de maanden dat je oor in de klem zit, ga je postzegels verzamelen. Of geraniums kweken, waar je vervolgens achter kunt zitten wachten.

Ik maak er maar grapjes over, maar leuk vind ik het natuurlijk niet. Het bloemkooloor mag er niet meer zijn, alle oren moeten er hetzelfde uitzien. In Amerika lopen ze vol trots met grote oren rond. Beter dan een medaille, overtuigender dan een wedstrijdboekje. Schoonheid die betekenis heeft. Eretekens van de vechtsport. Wie kan er tegen zijn?

 

Op expeditie

Een kleine twee weken geleden zag ik een klassiek bloemkooloor. De eigenaar was een Poolse bokser-worstelaar die ook aan jiu jitsu deed.  Helaas mocht ik geen foto van maken, maar wel eraan zitten. Dat deed ik dus. Het oor voelde dik aan, keihard ook, met al die dikke rimpels erin. Pijn deed het niet, ook niet toen ik kneep. Bloemkooloren ken ik uit boksverhalen over de tijd voor de oorlog. Ik wist niet dat ze nog voorkwamen. “Door het worstelen,” zei hij, “zonder oorkappen.” Hij was lid van worstelvereniging Simson KDO, maar oorkappen gebruiken ze geloof ik nergens in worstelland.

En zo had ik weer een verband gevonden tussen boksen en worstelen. Historisch zijn de sporten verwant, en nog steeds lopen ze een beetje in elkaar over. Bij de sportschool van Bert Kops in Amsterdam natuurlijk helemaal; daar kun je boksen en worstelen. Bert Kops senior heeft handenvol worsteltitels op zijn naam staan.

Zo kom ik via het boksen in verwante werelden terecht. Ik ben op expeditie. Dus maakte ik voor het overzicht een nieuwe site Hoekvrouw2.nl Over vechtsport en krachtsport. Afgelopen zondag was ik bij het Nederlands kampioenschap bankdrukken. In Alkmaar.  Daar merkte ik ook hoe goed bij bokswedstrijden geregeld is. Wij hebben bijna altijd mooie wedstrijdoverzichten met naam van de bokser, gewichtsklasse en vereniging. Afgelopen zondag vroeg ik naar zo’n overzicht en men keek mij aan of men water zag branden. Was er niet. Hadden ze niet. Kwam nog wel eens online. En ik dacht, mensen, het is een Nederlands kampioenschap, doe daar iets mee.

Ik filmde onder andere Torben Olsen: 21 jaar en 103,5 kilo’s wegende.  Hij telt daar als ‘junior’. Torben zag ik 210 kilo omhoog tillen. Als kind wilde hij al krachtsporter worden, maar zijn ouders hadden liever dat hij naar judo ging. Uiteindelijk kwam hij toch waar hij zelf wilde zijn. Lees maar.

Vorige week zondag was ik bij OECKK, de Europese kampioenschappen Kyokushin Karate in Den Haag. Hard, hoor. Mooi ook. Kijk hier. Wie kwam ik daar tegen? Louis van Sinderen (Haagse Directe), met wie ik over Cubaans boksen sprak. Hij was er met René Prins, die bokslessen bij Dojo Kamakura volgde, zijn comeback wedstrijd won en nu hard traint in Purmerend bij Michel van Halderen. René was 18 kilo lichter dan de laatste keer toen ik hem zag. Onherkenbaar. Zijn laatste wedstrijd heeft hij mooi gewonnen en als er een NL-titelwedstrijd komt, kan hij zo de ring in. Je vraagt je af wat het geheim van Purmerend is, wie daar traint doet het goed, heel goed zelfs.

Op de site van bokser/trainer Albert Groen staan ook enkele nieuwe stukjes over hem. Klik hier. Hij had geen bloemkooloor. Het mag geen obsessie worden, zeg ik tegen mezelf, maar ik  zou wel graag willen weten of er nog boksers zijn die zoiets hebben.