Nakada in de Zoutmanstraat

Deze column verscheen eerder op Haagse Topsport.nl/ 2012

Daar is het, in de Zoutmanstraat. Of beter gezegd, daar was het. Nakada, de school van Johan van der Meulen. Nummer 61a, om precies te zijn. Eindelijk kon ik achter de etalage kijken, dankzij een mooi boek over die school.

Voordat u het bij Bol.com bestelt, moet ik wel waarschuwen. Het maakt treurig, vanwege alles erin dat voorbij ging. Johan van der Meulen is er niet meer, het Japanse harnas dat ooit in de etalage stond is weg en komt evenmin ooit weerom. De foto’s zijn te klein afgedrukt en bovendien te donker, waardoor je blijft turen naar iets waar je mee van wilt zien. Voor een apart fotoboek had ik graag het dubbele betaald. Maar dat is er nog niet. Oude vechtsportfoto’s, daar worden de mensen sentimenteel van. Ik ook.

De schrijver van het boek is J.H.G. Smits. Johan trainde ook bij Nakada: “Ik heb er judo, jiu-jitsu en ook wat kendo geleerd”, zo zegt hij achterin het boek. En: “Ik denk nog vaak, soms met enige weemoed terug aan mijn tijd op de mat bij meneer Van der Bruggen in zijn prachtige school Nakada”. Daarom ging hij schrijven, om deze geschiedenis te bewaren.

Het is een ongewoon boek geworden. Een beetje van dit en dat. Herinneringen van oud-leerlingen. Familiefoto’s. Een lijst die een “biografische kalender” heet. Uitleg over de sporten. En achterin meer over de auteur, die evenveel van geschiedenis als van vechtsport lijkt te houden. “Zijn eerste boek”, staat erbij. Moge er nog vele volgen, en dan vooral een paar uitdiepers over Nakada. Zoals dat fotoboek, dus.

Wat gek is het toch dat we in de stad zo’n rijkdom aan geschiedenis hebben en er zo weinig mee gedaan wordt. Ja, wat de vechtsport betreft dus. Straks komt weer de Dag Van De Haagse Geschiedenis die dit jaar helemaal in de open lucht plaatsvindt. Een soort braderie, ben ik bang. De dag der dagen om iets te doen aan de sportgeschiedenis van onze stad, maar om te zeggen dat er aandacht voor is? Neen. Dat dagje is entertainment geworden.

Ik durf te wedden dat niemand het boek over Nakada kan lezen zonder één keer te zuchten bij de foto’s. Nostalgie en sentiment, en dan komen de verhalen los. Allemaal Haags. Met details en verwijzingen naar andere sportscholen en naar schoenendozen met foto’s. O, dat er nog veel meer Nakada boeken mogen komen, Johan, zet ‘m op.

Nico Scheepmaker beker

Mail van André Stuyfersant (sportsite: hij heeft op mijn boek over Lolle gestemd.

Hoezo?

Even later bleek dat het boek genomineerd is voor de Nico Scheepmaker beker. Categorie vechtsport, die uit vier boeken bestaat. Over Lolle is het enige boksboek.

Ik vind het geweldig. Dus als u een momentje over heeft… stem op Lolle!

Klik hier

Update dinsdag 19 april 2011
AMSTERDAM, 18 april 2011 – Edwin Schoon heeft de Nico Scheepmaker Beker voor het beste sportboek van 2010 gewonnen. Dat heeft juryvoorzitter David Endt bekendgemaakt in het Olympisch Stadion. Schoon is bekroond voor zijn boek ‘De macht van de bal. Op reis door de geschiedenis van voetballend Afrika’ (uitgeverij LJ Veen). Guido Bindels heeft met ‘Teun van Vliet’ (Uitgeverij Elikser) de Publieksprijs NUsport-boek van het jaar gewonnen.

Ton Kuster

Zijn boek is uit. “Al een paar maanden, hoor”, zegt Ton Kuster, de auteur ervan. “En bijna de hele oplage is weg. Misschien komt er een tweede druk.” Ton is in de bokswereld een bekende verschijning: als scheidsrechter stond hij vaak in de ring. Eind vorig jaar nam hij afscheid, na ruim 520 partijen in het amateurboksen, en veel internationale partijen in het profboksen. Als Rotterdammer is hij er nuchter onder. Als ik vraag of hij de bokswereld mist, zegt hij: “Ik vond het genoeg na 25 jaar. Dan moet je afscheid kunnen nemen. Maar ik blijf natuurlijk betrokken bij Hoboken.”

In Zeg nooit: nooit vertelt hij over die 25 jaar. Een kwart eeuw in de bokswereld, dan heb je wel wat meegemaakt. Maar het boek omvat meer. Het is een autobiografie, tamelijk eerlijk ook. Ton: “Sommige familieleden vonden het te eerlijk”. Maar ja, de dingen waren zoals de dingen waren, daar kan hij ook niks aan doen. En een autobiografie is geen roman.  Dus hij schrijft over familie en over Sparta, over collega’s en zakenavonturen, over boksen en de Stichting Doe Een Wens.

Vanaf het begin had hij alles onthouden en ook krantenknipsels bewaard. “Op een dag zegt mijn vrouw, dat moet je eens opschrijven.” Ton deed dat: “Gewoon beginnen en dan doorschrijven.” Dat heeft ruim drie jaar geduurd, al met al. “Je hebt weleens een dag geen inspiratie. Of je moet wat opzoeken.”

Ik zeg dat ik de boksstukken het leukste vond. En erg mooi vond ik hoe hij vertelde als als jongetje bij Herman van ’t Hof te gaan boksen. “Ome Herman, ja. Dat was een lieve man. En een beroemdheid. Als hij in Crooswijk over straat liep iedereen, groette hem en hij kon bij iedereen komen eten. Voor veel jongens uit de buurt was hij een vaderfiguur en dat zit nog steeds in de vereniging. Ze hebben veel voor elkaar over.”

Uit het boek:

Wimpie, de neef van Ton, gaat boksen bij de school van Herman van ’t Hof in de Spiegelnisserstraat:

“Ik vond het wel spannend en vroeg of ik mee mocht. Herman van ’t Hof vond het leuk dat zijn oude vriend en trainingspartner Willem zijn zoon kwam aanmelden. Hij vroeg of die kleine, wijzend op mij, ook wilde komen trainen. Na veel gespartel, ik was nog maar twaalf, stemde Pa Kuster toe. Op dinsdag en vrijdagavond was ik in de boksschool fanatiek aan het touwtje springen, de eerste beginselen van ‘The noble arts of self defence’ aan te leren en de nodige conditie op te bouwen.”

“Het ‘stoten zetten’ en sparren onder toezicht van de leermeester zelf. Herman had een ouderwetse manier van les geven. Wanneer je  het niet goed deed of te veel fouten maakte, kreeg je van hem een schriftje waarin in hanenpoten zijn instructies waren opgeschreven. Je moest deze uit het hoofd leren.

Het was vaak afzien en je moest het allemaal zelf doen. Ook kon je niemand anders de schuld geven wanneer het even niet lukte. Dit in tegenstelling tot vele teamsporten.

Ik denk dat de bokssport mij voor mijn verdere leven heeft gevormd. Niet zeuren maar doen.”

Ton met links Lucia Rijker en rechts Deborah Fettketler. (2004)

Dat is en blijft het motto: ook als hij jaren in de horeca werkt, ook als hij op latere leeftijd gaat studeren: HBO sportmanagement aan de universiteit van Groningen. Hij zit in de bankjes met Arnold Vanderlyden.

Ton heeft veel meegemaakt en dat ga ik niet navertellen. Zelf lezen is leuker. En er komt een nieuw boek aan, vertelt hij nog. Een verhalenbundel. Ja, daar zal ook boksen inzitten. Dat gaat gewoon zo. Oja, hij zoekt nog iemand die wat illustraties kan tekenen.

Ton Koster: Zeg nooit: nooit. Autobiografie over het weinig saaie leven van Ton Kuster.
Schiedam: Uitgeverij Calbona, 2010. ISBN 978 94 90075 33 0 / 289 pag, rijk geïllustreerd. Prijs: 19,50euro. Bestellen bij Calbona.nl/