Afscheid Ome Jan Kneppers

Ome Jan Kneppers is niet meer onder ons. Dat is erg voor zijn gezin, voor zijn boksclub in Almere en ook voor ons. Op 1 juli 2011 is hij gestorven, het afscheid was vanmorgen in Almere.  Hij was een van de mannen die heel, heel goed zijn geweest voor de boksers en bokssport. Ome Jan is slechts 73 jaar geworden. Toen ik hem ontmoette, had hij me verteld hoe ziek hij was en ook, dat hij niet meer beter zou worden. Ik nam het van hem aan, want hij was een man met autoriteit, maar ik hoopte bij mezelf toch dat het anders zou gaan.  Ome Jan had alweer gelijk.

De naam Kneppers had voordat ik Ome Jan begin dit jaar ontmoette voor mij een legendarische klank. Kneppers was synoniem met boksen, met de Jordaan, met saamhorigheid en humor.  Je had Bep, Hein, Arie, Kees en Jan dus. Boksers. Mannen zoals ze er nu niet meer zijn. Want in deze generatie zat het besef van een ander de ruimte gunnen en elkaar bijstaan als het nodig is. Elk van deze broers had de oorlog meegemaakt, dan heb je geen zin meer in flauwekul.

Ome Jan was voor zijn boksers  ‘ome’ maar ook ‘u’. Dat vond ik mooi. Hartelijkheid met respect.  We zullen hem allemaal missen, ieder van ons op een andere manier.

Sportvereniging Bep Kneppers

Bep Kneppers

“Hij is van Kneppers,”  had Eddy Kiks gezegd. “Bep Kneppers, uit Amsterdam”. Eddy doelde op Joop Walda, die in 1965 tegenover Lolle van Houten stond in de finale Nederlands kampioenschap zwaargewicht. Walda zocht ik, vanwege mijn boek over zijn tegenstander, de bokser uit Leeuwarden.

De school van Bep Kneppers bestaat nog altijd. Na omzwervingen hier en daar is ‘Sportvereniging Bep Kneppers’ gevestigd in de Palmstraat, hartje Jordaan. Een bovenzaaltje in een buurthuis, een eigen pand is niet te betalen. Maar toch, het ruikt er goed en de geest van ‘Ome Bep’  is er aanwezig. Er hangen wat oude foto’s aan de muur. Joop Willemse komt straks, een man van 75 jaar en een goed geheugen, wat een ideale combinatie is. Op hem wacht ik.

Ik ben bij Kneppers vlak voor de zomerstop ingaat. Dan is er alleen wekelijks wat hardlopen, meer niet. Er zijn dan vanzelf minder mensen, niet de gewone 50-60 die op een training afkomen. Voor een deel zijn dat studenten, buitenlanders, het verschuift elke paar jaar. De harde kern is klein. Ze hebben wat wedstrijdboksers.

Foto's aan de muur

Touwtjespringen is overal touwtjespringen, maar het verschilt nogal waar je voeten neerkomen. Hier, in de school van ‘Ome Bep’, is dat in een lange traditie van boksscholen in de Jordaan. Waar zijn ze toch allemaal gebleven?

In 1946 begon Bep Kneppers voor zichzelf. Hij was een man met een repuatie, een goede wel te verstaan. Iemand met karakter (vocht als vrijwilliger in de Spaanse Burgeroorlog) en iemand met bokstalent en bokskennis (nationale titels lichtgewicht in de late jaren ‘30). Hij is er helaas niet meer, maar de school wordt in de sfeer van toen voortgezet. Zijn zoon Bep Kneppers junior is voorzitter en een klein groepje trainers geeft les.

Terwijl ik wacht, praat ik met Willem Zweers die net de conditietraining heeft gegeven. Hij is sinds zijn diensttijd bij Kneppers en nooit meer weggegaan. Met Chaim Wannet, Joop Willemse en hoofdtrainer Henk Sleijfer houdt hij de tradities in ere.

Dan staat Joop Willemse voor me. Messcherpe ogen kijken me aan: “Wat wou u weten?” Joop Walda, leg ik uit, en ik laat een foto zien. Hij aarzelt en denkt hardop. Ja, die kleren lijken wel van Kneppers te zijn. Hij heeft hier gebokst, maar niet langer dan twee jaar hoor. Aardige jongen. Kon goed boksen. Ome Bep had wel meer van hem geweten, die wist alles, maar wij trainden toen gewoon hier. Willem zegt dat hij Walda nog portier heeft zien staan bij de studentensociëteit het Okshoofd. Dat was in de jaren ’70. Waarna Joop Willemse weer zegt, dat Walda is weggegaan naar de boksschool van Dick Groothuis, nadat ze voetbalden en Ome Bep een been brak. Had met Walda te maken. Zware jongen immers. Misschien weten ze bij Jan Huppen er mee over, zegt Joop Willemse nog, die traint met oud-boksers ergens in Osdorp. Moet ik maar eens heen.

Achterin de zaal: de ring

Geleidelijk komt het gesprek op Ome Bep en de ene herinnering brengt de andere op. Dat de jongens van Kneppers later dan anderen in de ring kwamen. Want Ome Bep liet je pas gaan als je kon boksen, dat kon dan best een paar jaar duren eer je wedstrijden mocht doen. Als je dat al mocht tenminste, want hij verbood het soms ook. Dan mocht je wel blijven sparren, maar als jij dan zo nodig toch moest boksen, nou dan ging je maar ergens anders heen. Want Ome Bep dacht altijd twee stappen vooruit, die wou het niet meemaken dat ze zeiden Ome Bep ziet het niet meer. Maar het is ook zo dat je hoofd geen aambeeld is, dus het moet niet zo zijn dat je op je 35ste opeens hoofdpijn krijgt voor de rest van je leven.

Dat er een keertje een talentvol boksertje was dat niet wou uitstappen, die zei ik boks wel gewoon naar voren. Ome Bep zei er vier, vijf keer wat van en dat boksertje luisterde niet en die kon dus gaan. Was heel talentvol,  hoor.

En Wim Snoek, die toen al prof was, die dorst een keer te laat binnen te komen voor de training. Stuurt Ome Bep hem gewoon weg. Wim Snoek ging natuurlijk, wat dacht je.

Ja, Ome Bep was rechtlijnig. Hij kende zwart en wit. Geen tussenkleuren. Een harde man ook. Boksen is een harde sport. Als je het goed wil doen, zegt Joop Willemse. Je moet er bezeten van zijn, vindt hij en dan gaat hij weg. Alle boksers in de zaal groeten hem beleefd: “Dag Ome Joop!” Een man met aanzien.

Geen Walda dus, maar wel een aanwijzing en over de vloer geweest bij een bijzondere boksschool. Ik blijf nog even hangen voor de training door Chaim Wannet.

Het is een gek idee dat ze hier pas vijf jaar zitten. Zo kort en dan al zoveel sfeer. Zou het door Ome Bep komen? Die is wel in 1995 overleden, maar het gaat er nog steeds aan toe zoals hij vond. Inzet tonen. Luisteren. Geen luxe. Nou, er zijn niet eens kleedkamers, de tassen staan overal. Je kunt water drinken, dure koffieapparaten hebben ze niet. Een barretje evenmin. Het gaat om het boksen hier, dat is het hart van de school, sinds ’46 af. Ik voelde er me thuis.

Waar zijn de wedstrijdfilms?

Dat was even slikken. Op de 8mm-banden die Hennie Thoonen mij zo royaal had meegegeven, stond veel, maar niet zijn wedstrijd uit 1970 tegen Lolle van Houten. Eigenlijk had ik er wel op gerekend. En wat nu?

Lolle van Houten in 1970 (bron: Leeuwarder Courant)

Doorgaan. Met extra vastberadenheid. Want er zijn meer bokswedstrijden gefilmd dan we denken. Lolle van Houten heeft twee keer tegenover Lubbers gestaan, zou dat niet gefilmd zijn? Het is een kans. De toenmalige penningmeester van Frisia, Anne Welles, hield van fotograferen en ook van filmen. Weer een kans. Er zijn regionale archieven en landelijke beeldbanken. Kansen.

Eddy Kiks vertelde me dat zijn wedstrijden ook gefilmd zijn, alleen wist hij niet meer door wie. Toen, net als nu, stonden er dus mensen met een camera in hun handen te filmen. Dat zal zeker het geval zijn geweest in 1965, de halve finale nationale kampioenschappen tegen Eddy Kiks (Amsterdam, Krasnapolsky) en in de Rotterdamse Rivierahallen tegen Joop Walda. Ook in de finale van 1970, in de oude RAI van Amsterdam, tegen Eindhovenaar Hennie Thoonen.

De vraag is dus: als de wedstrijden van Lolle van Houten gefilmd zijn, wie zou dat dan gedaan kunnen hebben?

Oude boksfoto: B.A.V. Frisia

Wie weet er meer? Op zoek naar het oude boksen in Friesland.

Kijk, zo zag het eruit. Leeuwarden, daar zat Frisia in de Monnikemuurstraat.  Na de oprichting in 1933 kende de boksschool verschillende adressen.Dit was het vierde adres, waar ze in 1958 introkken voor een periode van tien jaar. Het pand is inmiddels gesloopt.

Albert Groen was toen net trainer geworden. Hij volgde Johan Poelsma op, die de oprichter was.  In deze tijd, de  late jaren ’50, is deze foto gemaakt. Misschien begin ’60. Daarna verdween het in de archieven van Frisia.

Bij Albert Groen is Lolle van Houten gaan trainen. Lolle staat niet op de foto. Maar wie wel? Dat is de vraag.