Bokskampioenen 1934-1945

Ben Bril

Boksstatistieken: bokskampioenen van Nederland 1934-1945

De oorlog komt eraan, en de Nederlandsche Boksbond vergadert in de jaren ’30 over wat ‘de Duitsche kwestie’ is. Dat daar een andere wind waait, is wel duidelijk. Minder duidelijk is of Nederland nog moet deelnemen aan de Spelen in Berlijn 1936. Het Olympisch Comité besluit van wel, al protesteert met name de Amsterdamsche Boksbond in november 1935 nog fel. Maar Nederland zal gaan. De talentvolle bokser Ben Bril is niet bij de équipe. Hij wint in 1935 een gouden medaille op de Maccabia (Joodse Spelen) in Tel Aviv.

In deze periode zijn er veel sterke boksers uit Noord, met Jan Schubart, Menno de Jager, Jac Nolle en de Leeuwarder Johan van der Meulen. Zuid komt ook op, Oost is aanwezig. De dominantie van Noord-Holland en Zuid-Holland is daarmee doorbroken. Sterke boksers zijn er, die jarenlang hun titels prologongeren, zoals Tinus Lambillion (1912-1994), Jan Nieuwenburg, de broers Quentemeijer uit Enschede, toen de boksstad van het oosten. Er waren vijf broers.

De oorlog werpt een duistere schaduw. Maar het boksen bloeit.

Bron namen en jaartallen: NBB Statistiek. Negentig jaar boksen in Nederland. Aangeboden door Hans Nydam, juni 1985 (uitgave in eigen beheer).

De opgave voor 1933 komt overeen met die voor 1934.

1933
vlieggewicht: Roeland (NH)
bantamgewicht: Nieuwenburg (ZH)
vedergewicht: Wouters (NH)
lichtgewicht: Baan (ZH)
weltergewicht: Bril (NH)
middengewicht: de Wilde (ZH)
halfzwaargewicht: Kiks (NH)
zwaargewicht: Miljon (NH)

1934
vlieggewicht: Roeland (NH)
bantamgewicht: Nieuwenburg (ZH)
vedergewicht: Wouters (NH)
lichtgewicht: Baan (ZH)
weltergewicht: Bril (NH)
middengewicht: de Wilde (ZH)
halfzwaargewicht: Kiks (NH)
zwaargewicht: Miljon (NH)

1935
vlieggewicht:  Lambillion (ZH)
bantamgewicht: Nieuwenburg (ZH)
vedergewicht: Nicolaas (ZH)
lichtgewicht: Baan Z(H)
weltergewicht: H. Dekkers (ZH)
middengewicht: G. Dekkers (ZH)
halfzwaargewicht: Lodder (ZH)
zwaargewicht: de Gooier (ZH)

1936
vlieggewicht: Lambillion (ZH)
bantamgewicht: Nieuwenburg  (ZH)
vedergewicht: Nicolaas (ZH)
lichtgewicht: de Vries (NH)
weltergewicht: Bril (NH)
middengewicht:  G.Dekkers (ZH)
halfzwaargewicht: Fock (ZH)
zwaargewicht: ter Meulen (NH)

1937
vlieggewicht: Lambillion (ZH)
bantamgewicht: de Moor (ZH)
vedergewicht: Cohen (NH)
lichtgewicht: Nicolaas (ZH)
weltergewicht: H.Dekkers (ZH)
middengewicht: G.Dekkers (ZH)
halfzwaargewicht: Ninaber (ZH)
zwaargewicht: Nolle (N)

1938
vlieggewicht: T. Nolten (ZH)
bantamgewicht: J. Nolten (ZH)
vedergewicht: Post (NH)
lichtgewicht: de Vries (NH)
weltergewicht: Bril (NH)
middengewicht: H. Quentemeijer (O)
halfzwaargewicht: Gordebeker (Z)
zwaargewicht: Nolle (N)

1939
vlieggewicht: Huynen (ZH)
bantamgewicht: Nieuwenburg (ZH)
vedergewicht: P. Dekkers (ZH)
lichtgewicht: de Vries (NH)
weltergewicht: Bril (NH)
middengewicht: de Pauw (ZH)
halfzwaargewicht: H. Quentemeijer (O)
zwaargewicht: Mulder (N)

1940
vlieggewicht: Hessels (NH)
bantamgewicht: Diever (O)
vedergewicht: B. Kneppers (NH)
lichtgewicht: de Vries (NH)
weltergewicht: Gobits (NH)
middengewicht:  W. Quentemeijer (O)
halfzwaargewicht: H. Quentemeijer (O)
zwaargewicht: J. Ulie (NH)

1941
vlieggewicht: Hessels (NH)
bantamgewicht: Brander (NH)
vedergewicht: v.d. Meulen (NH)
lichtgewicht: Klein (NH)
weltergewicht: v.d. Heijden (ZH)
middengewicht:  W. Quentemeijer (O)
halfzwaargewicht: de Pauw (ZH)
zwaargewicht: de Jager (N)

1942
vlieggewicht: de Bruin (ZH)
bantamgewicht: Hessels (NH)
vedergewicht: Diever (O)
lichtgewicht: B. Kneppers (NH)
weltergewicht: Stuiver (ZH)
middengewicht:  W. Quentemeijer (O)
halfzwaargewicht: Bakker (N)
zwaargewicht: Nolle (N)

1943de
vlieggewicht: de Wolf (ZH)
bantamgewicht: Hessels (NH)
vedergewicht: Visser (N)
lichtgewicht: Beekwilder (Z)
weltergewicht: v.d. Reijden (ZH)
middengewicht: Kraus (NH)
halfzwaargewicht: Bakker (N)
zwaargewicht: Vaassen (Z)

1944
vlieggewicht: de Wolf (ZH)
bantamgewicht: Hessels (NH)
vedergewicht: Oudshoorn (ZH)
lichtgewicht: J. Dekker (ZH)
weltergewicht: Horstede (ZH)
middengewicht: Schubart (N)
halfzwaargewicht: Bakker (N)
zwaargewicht: de Jager (N)

1945
vlieggewicht: Schneider (NH)
bantamgewicht: Kabalt (NH)
vedergewicht: Diefer (O)
lichtgewicht: Pare (NH)
weltergewicht: Remie (Z)
middengewicht: Schubart (N)
halfzwaargewicht: Bakker (N)
zwaargewicht: Niemans (NH)

1946
vlieggewicht: Schneider (NH)
bantamgewicht: de Bruin (ZH)
vedergewicht: Oudshoorn (ZH)
lichtgewicht: Beekwilder (Z)
weltergewicht: Roos (ZH)
middengewicht: Schoen (NH)
halfzwaargewicht: H. Quentemeijer (O)
zwaargewicht: Mulder (N)

45.005

Zonet keek ik even naar de statistieken en toen had ik een kopje goedenachtrust-thee nodig, ook al is het nog middag.

Statistieken: 45.005 bezoekers voor Hoekvrouw.nl/

Dat is sinds den beginne hoor, alles bij elkaar geteld. Maar toch best veel.

Allemaal een kopje thee? De laatste vijf krijgen er een chocoladekoekje bij.

Het gekke is, dat ik vaak het gevoel heb pas begonnen te zijn. Ik zie steeds meer boksgeschiedenis en kom dus ook steeds meer tijd tekort. Plus dan moet ik ook tijd besteden aan geld verdienen, want ik betaal alles zelf.  En er is nog zoveel te doen.

Dus ik ga vastberaden verder op de ingeslagen weg. Op mijn werktafel ligt een lijstje dat lang is: daar heen, die bezoeken, dat filmpje bekijken.  Denken aan zolders waar vast nog veel boksspullen liggen.

Met hartelijk dank aan iedereen die naar dit bokslog doorlinkte. Ik zal vlijtig verder werken. Kom nog eens terug. Is gezellig.

Jan Kneppers

Jan Kneppers, wedstrijdbokser

“Dat ben ik”, zegt Jan Kneppers. We kijken naar een oude foto van twee jongetjes. “Zie je die grote broeken, die moesten we lenen, want vlak na de oorlog hadden we niks.” Hij vertelt over 1945, de tijd ervoor en de tijd erna. Moeiteloos. En boeiend. “Ome Jan” is een verteller en hij heeft ook heel wat te vertellen, vooral over de boksfamilie Kneppers waarvan hij een telg is.

Ik bezoek hem en zijn vrouw Coby op Valentijnsdag. Dus hebben we het ook over de liefde. Hij en Coby zijn in maart 52 jaar getrouwd met daaraan voorafgaand drie jaar verkering. Nog steeds zijn ze verliefd en gelukkig, al hangt daar sinds begin van dit jaar een schaduw over. Want Ome Jan is ziek: “Overal uitzaaiingen”, en dat maakt de toekomst onzeker. Naar bokswedstrijden gaan is moeilijk geworden en dat wil wat zeggen. Want een Kneppers heeft boksbloed in de aderen stromen.

Eens waren er vier broers Kneppers: Bep, Hein, Arie en Kees. Mannen uit de Jordaan, waar zeker voor de oorlog het boksen bloeide. “Dat zal ik je zeggen hoe dat kwam,” begint Ome Jan, “jongens uit de Jordaan, die hebben een kort lontje. Die komen snel van… (beukt mij op mijn arm) maar een uur later komen ze naar je toe: ‘hoe is het nou?’” Temperament genoeg om voor het boksen te voelen. Dus de vier broers gingen trainen bij Sars, leerden boksen en kwamen uit in wedstrijden. Ze deden het goed.

Bep Kneppers begon Sportvereniging Bep Kneppers (SBK), die momenteel in de Palmstraat zit. Bij “Ome Bep” kwamen zijn broers trainen, en Hein nam zijn zoontje Jan mee. Zeven jaar was hij, en zo kwam hij in het boksen. Later ging hij bij de boksschool van zijn vader boksen en hier haalde hij verschillende titels. Als eerbetoon aan zijn vader heeft Ome Jan zijn boksschool in Almere naar hem genoemd: Boksteam Hein Kneppers. En ook daar is een nieuwe generatie Kneppers actief. Marcel, de zoon van Ome Jan, geeft er trainingen.

Vader Willem met zijn zoons Bep, Hein, Arie en Kees.

Ome Bep moet een indrukwekkende man zijn geweest. Bokser (in 1937, 1938, 1939 en in 1940 was hij regerend Nederlands kampioen in het lichtgewicht, meldt de SBK-site), trainer en van karakter streng, maar ook sociaal. Ook de andere broers hadden een boksschool: Hein begon in 1948 Boksschool Hein Kneppers (BHK), en Arie en Kees hadden DBO. “Door Broers Opgericht”. In 1988 is er nog een reünie geweest van BHK, vertelt Ome Jan, en hij laat de foto’s ervan zien. Hij vertelt wie wie is en van welke boksschool ze kwamen. En wat hem verder te binnen schiet. Daaraan merk ik dat hij is opgegroeid in het boksen, want Ome Jan is van 1938 maar heeft veel gehoord. Dus hij weet veel.

Hoe Ome Bep in 1936 voor de Olympische Spelen bedankte, vanwege de opkomende nazi’s uit Duitsland.

Dat hij opgroeide op de boksschool van zijn vader. Dus toen die zijn opleiding voor boksinstructeur deed, leerde hij vanzelf mee.

De jaren ’50. Ze hadden één douche op de boksschool, en dat was al heel wat in die tijd. Stonden de boksers in de rij. Even inzepen, afspoelen, klaar.

Armoede in de Jordaan voor de oorlog. “Maar je hielp elkaar met alles.”

Vroeger bij zijn vader was de regel: je geeft iedereen een hand. “Het is bij ons nog steeds zo. Iedereen zegt Ome Jan, maar het is ook u, nooit jij tegen me. Dat hoort niet.”

Verhalen over boksen lopen als een rode draad door de middag heen, al is Ome Jan ook actief geweest in de wielersport, het voetballen, hondensport en duivenhouden. Maar dat boksen… ongelooflijk wat een informatie, vroeger en nu. Bokstrainingen bij Seconds Out gegeven. Iedereen van toen kennen. Van nu ook. De toestanden met de Boksbond, gedoe met contributries en onenigheid uit het verleden. Een deel van het gesprek heb ik opgenomen, en van die 72 minuten heb ik er misschien twee, drie gevuld.

Ik ben veel te lang gebleven, vrees ik. Het was bijna donker toen ik door Almere terugwandelde naar het station. In de trein keek ik door de fotoboeken van Ome Jan die ik mocht lenen. Drie generaties Kneppers.  Dat ga ik in mijn grote boksgeschiedenisboek verder uitwerken, hoewel er van deze boksfamilie al een boek op zich te maken valt.

Ons glorieuze boksverleden

Door de gangen, op weg naar de schatkamer.

Voordat er een boksbond was, waren er boksers. Jaren lang. Ze traden op in het circus of verdienden hun geld als kermisbokser. Of ze kozen voor het boksen als sport. Aan het begin van de vorige eeuw zijn er voor de eerste keer nationale kampioenschappen. In 1902 werd weltergewicht Pieter Toepoel Nederlands kampioen in zijn gewichtsklasse, evenals zwaargewicht Pim Wurpel.

Het jaar daarop boksen ze nog, maar dan gaan ze ook vergaderen met anderen. Dat duurt tot 1911, en dan zijn ze eruit: de Nederlandsche Boksbond wordt in februari van dat jaar opgericht. Best lang vergaderd.

In den beginne was de Boksbond dus een bond voor en door boksers.

Daarvan, en van alles wat daarna gebeurde, hoopte ik veel  terug te vinden in het archief van de Nederlandse Boksbond. O, en dan het boksen in Nederlands-Indië nog, en Suriname, en de Antillen. Een rijkdom verwachtte ik, ondanks het feit dat Bondsarchivaris Henk Groenendijk mij kalmerend toesprak over niet zulke hoge verwachtingen hebben.

Maar ja. Ik ben optimist.

Nu mijn boek over de Leeuwarder bokser Lolle van Houten (1944-2008) naar de drukker is, heb ik weer een beetje meer tijd. Dus ging ik naar Rotterdam, waar Henk me meenam in de doolhof van de opslagplaats. Zo’n Shurgard complex. Daar lag de schatkamer van het nationaal boksverleden.  Henk rolde de luiken omhoog, terwijl ik mijn hart voelde kloppen. Toepoel, waar ben je? Karel Minjon, zal ik jou hier terugvinden? Dertig dozen, had Henk nog gezegd. Daar kan veel in, had ik nog gedacht.

Toen het luik omhoog was, aanschouwde ik ons nationale boksverleden:

Wat overbleef na meer dan honderd jaar boksen...

 

Aan de zijkant van de opslagruimte stonden nog wat andere dozen. Hier en daar een halve schoenendoos  gevuld met stoffen emblemen. Tegen het korte gedeelte stonden blauwe stellingen, die nog in elkaar gezet moeten worden door een helpende hand. Die heeft nog niemand toegestoken.

Raadsel uit het boksverleden.

Echt veel was het niet. Henk keek mij aan met een blik die welsprekend uitdrukte:  “Dat had ik je toch gezegd.”  Hij heeft me verteld wat erin zat. Het alleroudste spul zijn wat tijdschriften uit de jaren ’30. Dan hebben we dus al dertig jaar boksgeschiedenis gemist. Niks over de eerste kampioenen van het land. Oude foto’s zijn er ook nauwelijks. Wel veel vergaderstukken en enkele raadsels.

Het vreemde is, dat ik in den lande hier en daar boksers en trainers ken, die de prachtigste plakboeken bezitten, vol foto’s en krantenknipsels. Soms mag ik dat lenen om in te scannen. Er zijn ook veel boksscholen, waar hun geschiedenis aan de muren hangt. Mooi is dat om te zien, daar kan ik lang naar kijken.
Wat me ook opvalt, is dat ik nog nooit iemand heb horen zeggen, dat de plakboeken of foto’s naar de Bond moeten. Er is, hoe zal ik het tactvol zeggen, vaak enige afstand tussen de Bond en de boksers.

Dat was in den beginne dus heel anders.

Henk Groenendijk

In ieder geval, Henk Groenendijk heeft jarenlang voor het archief gezorgd. Hij is oud-politieman, heeft andere bezigheden die zijn aandacht vragen en hij zag in mij een geestverwant, wat het boksverleden betreft.  Wel is hij vermoedelijk nuchterder van aard dan ik.  Zelf  ben ik nostalgisch ingesteld, soms bij het sentimentele af.

Dus nu mag ik als zijn opvolgster op de dozen passen, en dat is precies wat ik ga doen. Het zal nog even duren eer de dozen dichterbij of in mijn woonplaats komen, maar dat is een kwestie van tijd.

Intussen ga ik eens nadenken over hetgeen er verdwenen is en wat er naar het archief zou moeten terugkeren. Henk vertelde me dat er door na wat verhuizingen van de dozen het een en ander aan foto’s is verdwenen. Het zou mooi zijn als die terugkwamen.

Eigenlijk zouden we een archief moeten hebben, waar iedereen met een gerust hart de oude plakboeken naar toe brengt.Uit liefde voor de sport, en omdat de geschiedenis daarvan bewaard moet blijven.

Even tegen de dozen leunen.

Zover is het nog niet, dat weet ik wel. Dus daar ga ik op puzzelen, hoe ik van het boksarchief een goede plaats kan maken. Het moet een archief zijn waar  het verleden veilig is, voor de volgende generaties. Waar we allemaal graag onze plakboeken, dozen, tasjes en misschien zelfs bekers naar toe brengen. We zijn toch wel meer waard dan dertig dozen?