Clubpartijtjes Haagse Directe (2)

Haagse Directe, zaterdagmidag 18 december 2010. Clubpartijtjes.

Twee ringen naast elkaar

“We kunnen er alletwee wat mee winnen”, had René Prins gezegd op de wedstrijddag bij Houwaart. Hij sprak over het clubpartijtje dat hij zou boksen met Erdinc Cetin, een week later. Wat hij bedoelde, bleek precies dat te zijn wat het spannend maakte: de verschillen. Erdinc, de rising star, achttien jaar, snel en sterk. Maar zonder de rijke ervaring die de veertigjarige René in de ring brengt; na een mooie carrière in het amateurboksen werd hij profbokser: “Geen dag spijt van gehad.”

Kort voor het clubpartijtje begon, vroeg ik aan Erdinc hoe hij ervoor stond. “Ik heb niets te verliezen en alles te winnen,” zei hij. Daarna ging hij verder met inslaan, want elke wedstrijd telt en verliezen wil hij niet, nooit. Erdinc hoopt profbokser te worden.

Zijn trainer Reinier van Delden had een duidelijke mening: “Voor mij had het niet gehoeven. Een demonstratiepartij. Dat is het verhaal”. En ik zei: “Ja, zo heet het dan. Tot ze in de ring staan.” Reinier en ik keken elkaar eens aan.

Zes jaar heeft René Prins geen wedstrijden gebokst. Sinds hij bij Haagse Directe traint en les geeft, voelt hij weer de aantrekkingskracht van de ring. Dat onderschat hij niet want als voormalig Benelux-kampioen weet hij wat het betekent. Niks buffelen met de Kerst, trainen en sparren en hardlopen Begin februari heeft hij een profpartij over tien ronden, dat is in Purmerend. Nog één jaar wil hij boksen. Zijn toekomst blijft in het boksen, als trainer bij Haagse Directe, vooral voor de wedstrijdboksers; hij zit in de opleiding bij de Nederlandse Boksbond.

De matching op het raam geplakt

Zijn wedstrijd leek op papier gewoon een van de clubpartijtjes van die dag te zijn. Doorlopend partijen in de twee ringen, ervoor bankjes voor vrienden en familie die het ook wel eens wilden zien. Sfeer: laagdrempelig en gezellig. Geroezemoes. Door elkaar geloop. Voor iedere bokser dezelfde medaille.

Jeugd versus ervaring

Maar toen Erdinc en René in de ring kwamen, werd het opeens muisstil. De partij in de andere ring stopte. We voelden allemaal spanning, om wat er ging gebeuren en hoe dan kon aflopen, wat winst zou betekenen voor de een en verlies voor de ander. Crack versus toekomst. Jeugd versus ervaring. Weeg een oudere bokser af tegen een jongere bokser. Dat deden we voor onszelf. Alle ogen waren op die twee gericht.

Ze trokken het shirt uit. Geen kap. Het maakte de wedstrijd meteen serieuzer. De aandacht verdiepte zich. Zo begon de eerste ronde.

Rode hoek Erdinc Cetin tegen blauwe hoek René Prins. Scheidsrechter Richard Biegel. Bij Erdinc in de hoek Reinier van Delden, bij René staat Chris van Veen. Eerste ronde van drie, wedstrijd online op YouTube.

Na de eerste ronde steekt Erdinc zijn armen in de lucht. Reinier praat op hem in. In de hoek van René wordt ook het een en ander gezegd. De tweede ronde is even kalmer, ook doordat Chris van Veen aanmaant tot rustiger aan. Het zijn clubpartijtjes, weten we dat nog? Ja, tuurlijk. De derde ronde is spannend. En het Salomonsoordeel is: onbeslist. De zaal joelt en juicht.

“Hij had het voordeel”, stelt René vast na de wedstrijd. “Vooral in de eerste ronde. Over mezelf ben ik niet ontevreden.”
“Een hele goede tegenstander,” vindt Erdinc. Hij straalt, want eigenlijk heeft hij gewonnen. Vindt René ook. Hij gaat in de aanloop naar zijn wedstrijd ook met Erdinc sparren.

De verdere middag komt deze ene wedstrijd hier en daar ter sprake. Of je het gezien hebt. Wat ervan te vinden. Het trok mensen als een magneet naar de ring, dat zag ik. Wat ik er zelf van vond, weet ik nog niet. Spannend was het zeker om jeugd tegen ervaring af te kunnen wegen. De profbokser die vechten kan versus de amateurbokser die een technische elegantie bezit. Misschien zijn dat wel de mooiste partijen, die waar je over na blijft denken. Waarin veel tegenstellingen zitten en beide boksers juist daardoor aan elkaar gewaagd zijn.

Ruwesley Bonafasia met Chris van Veen

Mooie combinaties

Al met al waren er ongeveer twintig wedstrijden te zien. De jongste bokser was Ruwesey Bonafasia, dertien jaar, maar ik zag ook boksers in de ring van fifty something. Iedereen bokste op een eigen niveau met een eigen kwaliteit, maar deze middag was iedereen hetzelfde waard, dat is het democratische van een boksschool die clubpartijtjes heeft. Ik zag Ruwesey Bonafasia tegen Aniel Kisoen, met soms mooie combinaties. Eerste ronde staat hier, dan verder doorklikken. Huis-ontwerper van de Haagse Directe Hans Pols, bubbelend van energie, tegen Lucien, die mooi stand hield en won. Begin hier met kijken. De laatste wedstrijd die ik filmde ging tussen Evert Jan Mulder en Mustafa Wahou: die staat hier online.

Het leek of het elke zaterdag zo ging, maar in de geschiedenis van de Haagse Directe was dit pas de tweede middag met clubpartijtjes. Hopelijk straks in het voorjaar weer. Met al die sneeuw op straat verlang ik zo naar de lente.

Boks en Thaiboks gala Houwaart 2010

Boks en Thaiboksgala bij Boksschool Houwaart, Den Haag. Zodag 12 december 2010.

“Vroeger was het alleen boksen op zo’n middag,” vertelt Ome Jan. “Dan zat het hier stampvol, hele gezinnen kwamen naar hun jongen kijken. Maar ja, het werd duurder met alles, en dat we dat gratis deden, kon toen niet meer. Bij het kickboksen waren de mensen wel gewend te betalen, dus zo zijn we ertoe gekomen.” Ome Jan is de wandelende boksencyclopedie van Houwaart. Hij zit al sinds mensenheugenis in het boksen en weet over iedereen wel wat te vertellen. Vandaag is hij afwisselend trainer, scheidsrechter en jurylid en ook toeschouwer die geen oog van de de ring aflaat.

Ome Jan kijkt naar het boksen: "Jij eerst!"

Dat het vroeger alleen boksen is geweest op deze middagen, merk je nog een beetje. Voor de pauze de bokswedstrijden, na de pauze komt het kickboksen. Tussendoor een hiphopdansgroep. Als die jongens in de ring komen, zijn er vijf bokspartijen geweest, voorafgegaan door kinderpartijtjes kickboksen. Ringspeaker/organisator/sponsor Arnaud van der Veere is zichtbaar tevreden over die wedstrijden.

Het zijn kinderen van zo’n vijf, zes jaar. Maar dat zijn geen simpele kleutertjes. Het zijn vechtjasjes die er meteen vol in gaan. Niks kijken, kijken, wachten. Hup, actie. Ik zie hoeken, high kicks, combinaties, het kan niet op. “Hebben wij ook”, zegt Ome Jan, “ze trainen bij ons op vrijdagavond”.  Het is de nieuwe generatie die zich aandient. Goed dat ze er zijn.

Boven ben ik bij het inslaan. Daar staat ook een tafel met broodjes en met verschillende soorten fruit. Voor de boksers. “Het hoort zo”, vindt lady boss Käthy Houwaart. “Je moet goed voor ze zorgen”. Käthy is de dochter en opvolgster van Harry Houwaart, die na Leen Hoogenband de school had. De geschiedenis houden ze bij Houwaart in ere. De verbouwing heeft dan veel nieuws gebracht, maar het oude mag er net zo goed zijn. Net buiten mijn fotobereik hangt een lijstje met daarin Leen Hoogenband en zijn boksers. Ome Jan weet vast wie wie is. Als ik bij de ring omhoog kijk, zie ik veel oude posters hangen.

Poster na poster na poster na poster....

Boven raak ik in gesprek met Pieter Klaarhamer. Zijn eerste wedstrijd komt eraan maar zenuwachtig? Nee. Nou bokst hij wel al jaren, maar dat is dus trainen en sparren. Een wedstrijd is anders en hij citeert met instemming  Joe Louis: “Everyone has a plan until they’ve been hit.” Dus hij bedoelt, hij wacht af hoe het gaat. Daarbij neemt hij het risico van een blauw oog; hij heeft een representatieve functie met klanten, en dan kan zoiets niet. Bij de Etos heeft hij al eens camouflage make up moeten kopen, na een enthousiaste sparpartij.

Rode hoek Pieter Klaarhamer  (Houwaart) tegen blauwe hoek Wendel Bendanan (Haagse Directe). Aan de ring onder meer Barend Spaan, oud-bokser en trainer bij Houwaart. Eerste ronde van drie, doorklikken op YouTube.

Blij met zijn beker

Na de wedstrijd zegt Wendel Bendanan met respect: “Dat was een goede tegenstander”. Pieter zelf kan ik in de drukte jammer genoeg niet meer vinden. Wendel vertelt dat dit zijn tweede wedstrijd is. De vorige, op het boksgala van Haagse Directe, verloor hij op punten. “Was ook een hele goede jongen”, weet hij.

Wendel is positief ingesteld, en hij is gevoelig. De rouwband om zijn bovenarm draagt hij zodat zijn moeder er op een andere manier toch bij is.  We praten daar nog een tijdje over door. Hoe dat kan. Die nabijheid ervaren. Dat je aan deze kant kunt uitreiken naar de andere kant.

De laatste bokspartij van de middag gaat tussen Mark van den Boogaard (Haagse Directe) en Demirk Abdoullah (Houwaart). Vijf bokspartijen zijn er die middag in totaal, dat is weinig in vergelijking met het kickboksen. In de ring bij Mark staat profbokser René Prins, aan de ring trainer Chris van Veen. René gaat eind januari de ring in: “Nog één jaar”.

Rode hoek Demirk Abdoullah (Houwaart) tegen blauwe hoek Mark van den Boogaard (Haagse Directe). Hele wedstrijd op YouTube, doorklikken.

Mark wint. Maar: een goede bokser blijft kritisch op zichzelf, ook met een beker in de handen. De nabespreking is fel en emotioneel. “Mijn benen waren te zwaar.” “Ik moet meer combinaties maken.” “Meer

Na de wedstrijd, in de kleedkamer

opstootjes”.  En dan zuinig: “Mijn rechter ging wel, op zich.”

Met een wedstrijd van Mark is altijd iets te beleven. Ik heb hem zijn eerste wedstrijd zien winnen (Himmelhoch jauchzend), zijn tweede zien verliezen (zu Tode betrübt) en daarna kreeg hij steeds meer greep op de emoties en spanningen. Die beginnen nu vóór hem te werken en dat is een goede ontwikkeling. Hij is pas 23 dus er komen nog veel mooie boksjaren aan.

In de pauze ga ik weg. Er hangt dan nog een bokssfeer, en ik weet dat  er nu alleen kickbokswedstrijden komen. Dat is toch anders.


FFMAN Haagse Directe 2010

FFMAN: Food Fight Music All Night. Haagse Directe, zaterdag 20 november 2010, in Den Haag.

De flyer ziet er even mooi uit als vorig jaar: klik erop om de grote versie te zien.  En het belooft weer een geweldige avond te worden. Vorig jaar was ik erbij: overweldigend veel indrukken en veel goede wedstrijden.  Richel Hersisia stond toen in de ring, na zijn klinkende overwinning op het Ben Bril Memorial eerder dat jaar. Kijk eens bij Piek.tv voor de foto’s, zo gezellig en goed georganiseerd als het eruit ziet, was het ook. Dit jaar weer. Er groeit een mooie traditie in het Haagje.

En ik mocht posters ophangen van mijn boek over het tienjarig bestaan van Haagse Directe, dat een maand of wat later verscheen. Dat is nog altijd te koop, overigens.

Dankzij het ondoorgrondelijke toeval zit ik dit jaar helaas aan de andere kant van het land: in Friesland. Op diezelfde avond vindt in Leeuwarden het Lolle van Houten Memorial plaats, en dan is ook de presentatie van mijn boek over die bijzondere bokser. En omdat ik nog geen helicopter heb, moet ik kiezen…

Wat ik wel deed, was voor de krant Den Haag Centraal een paginagroot artikel schrijven. De krant verschijnt in Den Haag en heeft een sterk accent op kunst en cultuur. De meeste lezers en lezeressen hebben nog nooit een voet in een boksschool gezet.

Den Haag Centraal,  donderdag 18 november 2010

Met foto's van Piek.tv

Voor de derde keer op een rij beleeft de Hofstad het grote gala van boksvereniging Haagse Directe. Een oude loods in de Binckhorst verandert in het decor voor een evenement zoals de meesten dat alleen van Amerikaanse films kennen. Een echte wedstrijdring, de geur van dampend zweet, ringspeaker Jeffrey Huff in glamourpak met bijbehorende zwarte lakschoenen, en paraderende sexy rondemissen. Zaterdag 20 november vult het gebouw van De Besturing zich met honderden bezoekers. “Maar er gebeurt veel meer behalve boksen”, zegt bokstrainer Chris van Veen. Hij organiseert met een kleine groep vrijwilligers uit de boksschool het Food Fight Music All Night, zoals het boksgala heet, kortweg FFMAN. Drie jaar al, een jonge traditie.

Haags boksen met Amerikaanse allure

Boksschool Haagse Directe vormt met Houwaart de enige twee boksscholen die de stad rijk is. Terwijl bij Houwaart ook kickbokslessen worden gegeven, draait het bij Haagse Directe alleen om boksen. Dat is vanaf het begin zo geweest; een kort experiment met deze sport werd na overleg met de vechtsporter Gerard Gordeau (Kamakura) beëindigd. “Kickboksen is een andere wereld,” zegt Chris van Veen, “FFMAN is dan ook geen vechtsportgala zoals je in Amsterdam hebt. Eerder een feest, met muziek en uitgebreid eten”. Terwijl grote organisaties gemakkelijk een cateringbureau bellen, komt vrijwel alles hier uit eigen kring. In Haagse bokskringen zijn de Italiaanse gerechten beroemd van Sandro Bruti, de ‘trattore Italiano’ bokser. Dit jaar komen er Iraanse toverballen bij van een andere kok-bokser: “Gegeten bij Leo Liftah. Hij maakt met Mohammed Jassim voor het FFMAN 250 stuks, tegen kostprijs van de ingrediënten. We zijn er eigenlijk allemaal bij betrokken”. OntwerperHans Pols coördineert de rondemissen en de muziek, Bo Wiesman is die avond hoofd van de bar, Camiel van Vught fungeert al centrale veiligheidsman, Hans Nordmann het hoofd facilitair en daarbij komen dan nog de vrijwilligers. Allemaal boksers. Dan zijn er ook dj’s die tot in de kleine uurtjes draaien, maar de kern van de avond is en blijft het boksen.
Zaterdag staan er maar liefst 17 wedstrijden op de rol, dus 34 boksers gaan dan de ring in. Dat is heel wat, en de matching is dan ook tot op het laatste moment spannend geweest. “We kijken eerst naar onze eigen boksers. Wie kan, wie wil, en wat de jonge beginnende wedstrijdboksers betreft, kijken we ook of ze er klaar voor zijn. Daarna gaan we bij boksverenigingen in de regio en daarbuiten een tegenstander zoeken. Dat moet in evenwicht zijn. De gewichtsklasse telt, en ook het aantal wedstrijden dat iemand gebokst heeft. Heeft een mogelijk geschikte tegenstander veel gewonnen op knock-out, dan aarzelt Chris van Veen: “Ik ga niet matchen om maar een partij te kunnen hebben. De gezondheid van onze bokser staat voorop”. Het resultaat is ernaar: de balans is in evenwicht. Opvallend zijn de eerste twee boksers: Diyar Imak en Souhail Isssaouni komen voor de eerste keer in de wedstrijdring. “Dat wordt spannend. Het zijn jongens van 16 jaar dus je weet nooit wat er kan gebeuren. Ze willen graag en op de trainingsavonden zijn ze goed”. Maar als je voor eigen publiek staat, in een felverlichte ring waaraan persfotografen hangen, en wanneer je dan de blik in de ogen van je tegenstander ziet die zegt ‘ik ga jou verslaan’, dan is dat opeens heel anders dan sparren in je eigen boksschool. De ring maakt de bokser, dat is zeker. En de ervaring. Vorig jaar kwam jeugdsportcoördinator Mark van den Boogaard voor het eerst in de ring. Hij was zo gespannen als een dun trommelvel, maar hij wist overtuigend te winnen. Dit jaar heeft hij de eervolle slotpartij. Hij staat tegen de sterke Remco Valkenburg van de Rotterdamse boksschool ‘I Believe’. Dat is ook typisch FFMAN: een podium geven aan veelbelovende Haagse boksers, zodat ze zich kunnen ontwikkelen tot wedstrijdbokser.

Grote namen
TV West volgt de Haagse boksclub op de voet. Dit jaar is Erik Kooyman weer aanwezig met zijn camera. Eerder maakte hij met Marco Markovsky en Thijn Teeuwissen de documentatie Oud Zweet, waarin Haagse Directe boksers nog eenmaal terugkeerden naar de oude boksschool van John Kristalijn. Oud Zweet werd begin dit jaar bekroond met een NL-Award. Kooyman volgt nu naast twee andere sporters het Haagse bokstalent Erdinc Cetin, die ook op het FFMAN in de ring komt. Erdinc, die door crack Reinier van Delden getraind wordt, maakt kans om in 2012 naar de Olympische Spelen in Londen te gaan. Andere grote namen uit de stad worden ook verwacht, zij het als toeschouwer. Naar de aanwezigheid van profbokser Richel Hersisia kijkt de club uit. Hersisia is momenteel herstellend van een oogoperatie, maar hoopt aanwezig te kunnen zijn. Johan Visscher zal er zijn, als A-klasser boksend op het hoogste niveau. Voormalig Nederlands kampioen zwaargewicht Fred Westgeest heeft ook een uitnodiging ontvangen. Zo zijn er meer, want Den Haag is evenals Rotterdam en Amsterdam een boksstad met een rijke historie.
Oudere Hagenaars en Hagenezen kunnen de bokspaleizen uit het verleden moeiteloos beschrijven. Je had indertijd de Oude Dierentuin, waar in de jaren ’50 de legendarische Bep van Klaveren nog gebokst heeft. Amicitia, de Houtzagerij, namen die op de boksposters vaak voorkomen. Stuk voor stuk mooie gebouwen, die helaas gesloopt zijn. Dat lot blijft De Besturing hopelijk bespaard, want de sfeer past naadloos in de traditie van het Haagse boksen.
Die traditie kent ook vergeten zonen. Nauwelijks is nog bekend dat Den Haag een van de eerste bokskampioenen van Nederland heeft voortgebracht. Pieter Toepoel behaalde in 1902 en in 1903 in respectievelijk het weltergewicht en middengewicht de nationale titel. In 1911 was hij zelfs een van de grondleggers van de Nederlandse Boksbond, die volgend jaar het honderdjarig bestaan viert. In deze tijd leidde hij zijn eigen boksschool ‘Toepoels Modelinrichting’, gevestigd in de Johannes Camphuysstraat, een boksschool die tot ver in het buitenland aanzien genoot. Den Haag eert de grote Toepoel door zijn naam te geven aan een straatje dat haast niemand kent.

Kickboksen
De jonge boksers hebben geen boodschap aan een traditie. Ze willen de ring in en als het even kan geld verdienen. In de bokswereld zit nauwelijks geld, zelfs profboksers verdienen weinig. Maar al valt er bij het kickboksen flink geld te verdienen, toch staan de boksscholen avond na avond vol. Daar leer je immers het echte boksen, de moeder van de andere vechtsporten. Of je nu uiteindelijk gaat kickboksen, of K1 gevechten wil doen waarin Nederlanders uitblinken, zonder een goede bokstechniek ben je nergens. Bij Haagse Directe trainen dus ook kickboksers die daar voor het boksen komen. Ook K1-vechters trainen er, zoals de beroemde Roemeen Daniel Ghiţă die op 11 december in Tokyo een grote finalewedstrijd heeft. Chris van Veen: “Ik weet niet of het tegen te houden is dat goede boksers voor het geld naar het kickboksen gaan. Als je ’s avonds een wedstrijd bokst, kun je de volgende dag gewoon naar je werk. Met kickboksen heb je door de trappen meer kans op blessures waardoor je niet kunt werken. Voor dat risico betalen ze dan. Dat is dus niet zo raar. Bij ons is animo genoeg voor het boksen, ik kon gemakkelijk vier, vijf partijen erbij maken. Maar het programma is op een gegeven moment vol”.

Rondemister
Relatief nieuw in de wat behoudende bokswereld is het verschijnsel van de rondemister. Is er tussen de rondes van de herenpartijen een rondemiss die een bordje met het nummer van de nieuwe ronde toont, tussen de damespartijen verschijnt er tegenwoordig een rondemister. Want ja, eerlijk is eerlijk. Op het recente Ben Bril Memorial in Amsterdam verscheen rondemister Bart in de ring, en op het EK Vrouwenboksen dat volgend jaar in Rotterdam plaatsvindt, worden meer rondemisters verwacht. Ook het FFMAN gaat mee met de trend: “We hebben twee damespartijen en dus hebben we ook een rondemister. Een neef van de rondemiss. Ik vind het leuk, maar dan alleen voor het vrouwenboksen. Niet dat een man tussen de rondes van de mannenpartijen met een bordje gaat lopen”.
Al met al belooft het een groot boksfeest te worden, daar in de Besturing. Een beetje traditie, een beetje modern, veel eten en meeslepende muziek. Het derde jaar op een rij, zonder een cent subsidie, en alle handen van de boksschool die licht werk maken. Behalve dan in de ring, waar zeventien Haagse boksers elke minuut van hun wedstrijd voor de overwinning zullen vechten.


Wedstrijden/NK finales 2010

Finale Nederlands kampioenschappen 2010, Rotterdam World Trade Center, A en B Klasse. Zatedag 22 mei 2010.

Het was zonder meer een prachtige locatie. Chic. Buiten en binnen. In de zaal stonden grote VIP-tafels die toch te klein waren voor de aangevoerde luxe liflafjes. De kleedkamers waren ruim, dat kom je ook weleens anders tegen. Daarom kon ik niet geloven wat ik hoorde: dat er geen douches voor de boksers waren.

Geen douches?

Alles draait om de boksers op zo’n avond. Zonder boksers is er niks. In de entreezaal stond een mobiele rooktent. Dan kunnen er ook mobiele douches gehuurd worden. Misschien wil een kampeerwinkel dat wel sponsoren, en als ze daar van de sport houden, doen ze er vanzelf een schaal appels en wat flessen bronwater bij. Want ik zag niets klaarstaan in de kleedkamers, nog niet het kleinste liflafje.

Dat stemde me al treurig voordat de avond was begonnen. Het gevoel van mineur zou bepaald niet afnemen. Ik wilde zo graag dat Vahap Ozdemir en Johan Visscher (beiden Haagse Directe) zouden winnen, dat ik er vanzelf op ging rekenen. Dat is dom. Dom. Maar dat begrijp je pas na de wedstrijden.

Vahap was veelbelovend in de halve finale. Mooi om te zien, die lange lijnen, snelheid. En sterk, nou. Dus ik dacht, dat komt goed. Die gedachte had zijn tegenstander Leonard Jansen (Muscular) ook. In de eerste ronde werd de toon al gezet:

Rode hoek Leonard Jansen (Muscular) tegen Vahap Ozdemir (Haagse Directe). Finales NK, Rotterdam, 22 mei 2010. Elite B tot 75 kg.

Het werd er niet beter op. Vallen, slaan waar het niet mag, chaos in de ring. Van beide kanten. Ik wist dat er iets mis ging toen ik Haagse Directe trainer Chris van Veen hardop tegen de scheidsrechter hoorde protesteren.  Dat gebeurde niet in de tweede ronde (die staat hier),  maar in de derde. Vahap staat dan op punten voor.

De scheidsrechter geeft Vahap een openbare waarschuwing en dat kost hem de voorsprong. En de titel, want inhalen ging niet meer. Na de laatste ronde gaat Vahap woedend de ring uit, wat niet zo sportief is als je hoopt, maar wel zo begrijpelijk als je kunt bedenken. Want was Vahap dan in zijn eentje fout? Nee. Er waren er twee. Maar Vahap betaalt de prijs daarvoor.

In de kleedkamers is het natuurlijk hommeles. Bijna iedereen is boos, een enkeling toont zich gelaten. Trainer Herman Rozemulder drukt het treffend uit op z’n Haags: “Het is uien”. Er is niets meer aan te doen. Iedereen moet tot zichzelf komen, ook om Johan die straks de finalepartij heeft.

Johan staat tegen Dennis Slotegraaf. Dat ging eerder dit jaar heel fijn, tijdens de districtskampioenschappen Oost. Johan won, klik en kijk.

Na die wedstrijd verwachtte ik een herhaling van zetten. Ik ging eens kijken naar het inslaan van Dennis Slotegraaf:

Daarna ging ik naar de aangrenzende kleedkamer waar mysterieus blauw licht brandde, om naar het inslaan van Johan te kijken:

Dat inslaan blijft me fascineren. Om te zien hoe een bokser op scherpte komt. Fysiek vaak groter, geladen met de wil om te winnen. Als een bokser klaar is om de ring in te gaan, is iedereen die erbij was, ook anders geworden. Zo sterk is dat proces.

De eerste ronde:

Rode hoek Dennis Slotegraaf (BS Groningen) versus Johan Visscher (Haagse Directe). Finales NK, Rotterdam, 22 mei 2010. Elite A, 91 kg.

Dennis had net als ik aan dat ‘herhaling van zetten’ gedacht en zich grondig voorbereid. Hij deed precies waar Johan een hekel aan heeft en hij deed niets waar Johan iets mee kan. Initiatief nemen haalde voor Johan te weinig uit. Dus in de tweede ronde en in de derde ronde…. In de kleedkamer heb ik Johan bijzonder lelijk horen vloeken.

En daarna ging ik naar huis, meerijden met fotograaf Piek in de auto. Wij aten een appel (zelf meegebracht) en spraken over het boksen. Straks de studentenkampioenschappen. Hopelijk hebben ze daar wel douches.