Bodybuilders, worstelen en een krantenserie

Elke sportorganisatie is weer anders, in sfeer, toegankelijkheid en informatieverstrekking. Als je als sport belangstelling van de media wilt, moet je zorgen dat je de media wat geeft om over te schrijven. Dat geldt ook voor bodybuilders.

Dat ging mis bij het Nederlands Kampioenschap bodybuilden in Schiedam. Ze hadden een grote mooie schouwburg, ze hadden mensen die er prachtig uitzagen, ze hadden verstand van zaken. Alleen ze hadden geen informatie voor de pers. Ik was er ‘s middags en bij toeval hoorde ik dat de grote finale ‘s avonds was.  Tja. De middag zelf was een onderonsje, leek het. Geen enkele atleet werd bij naam aangekondigd. Ik schreef er een stukje over, klik hier, ook om de foto’s te zien.

Aan de andere kant deed de worstelvereniging De Halter het uitstekend. Met Pasen organiseerden ze een groot opgezet Europees worsteltoernooi voor de jeugd. En die jeugd kwam, uit verschillende landen. Bij De Halter was het in de puntjes allemaal. Tijdens het toermooi werden er ter plekke wedstrijdoverzichten uitgeprint, per overzicht op een andere kleur papier. Zo’n detail zegt genoeg, maar de foto’s misschien meer. Daarop is zichtbaar hoe gewoon worstelen in andere landen is, dat is bij ons toch minder. Kijk maar.

De laatste weken ben ik druk bezig met een grote serie over vechtsport, voor de regionale krant Den Haag Centraal. Acht verschillende vechtsporters vertellen over de betekenis van de sport in hun leven. Voor mij betekent dat dojo in, sportschool uit. Lange gesprekken, mooie verhalen. In juli begint de serie. En natuurlijk zit er ook een bokser bij.

Paastoernooi worstelen jeugd

Paastoernooi worstelen De Halter, Utrecht. Geweest: zaterdagmiddag  23 april 2011.

Wat me nog het meest verbaasde, was die oneindig lijkende stroom jongens en meisjes die van worstelen hielden. Hun favoriete sport. Ze kwamen uit alle landen van Europa, plus Amerika en Rusland en Mexico. Wie weet nog meer. Achttien landen in totaal. Zo’n vijfhonderd worstelaars waren aanwezig op het jeugdtoernooi. Europees niveau. De Utrechtse worstelclub De Halter tekende voor de organisatie en dat deden ze voor de 41ste keer. “Het grootste jeugdworsteltoernooi van de wereld”, staat trots op hun website.

Hoe ze  dat gedaan hebben met vooral vrijwilligers, is me een raadsel. Aan alles leek gedacht. Persberichten, Hyves, web en twitter. Wedstrijdoverzichten werden ter plekke uitgeprint, verdeeld over verschillende kleuren papoer. Er waren glossy folders met een indeling van de twee toernooidagen. Electronische wedstrijdborden die onder andere de resterende tijd aangaven. Juryleden en scheidsrechters, van de Worstelbond, van internationale organisaties of vrijwilligers. Artsen stonden paraat met de koffer in de hand. En dan de worstelaars met hun trainers, familie en supporters. Al met al een volle sporthal, die daarbij groot genoeg was voor zes worstelmatten. Soms waren er op alle zes tegelijkertijd wedstrijden gaande, ik wist gewoon niet waar ik moest kijken. Dus liep ik een beetje heen en weer, en hoorde zo’n beetje alle talen om me heen spreken.

Gewoon publiek leek er weinig te zijn.

Edmar Abdoulaev (Worstelbond, Topsportzaken) zat te jureren. Hij was kort geleden als scheidsrechter aanwezig bij de Europese kampioenschappen in Dortmund. Edmar is een bevlogen man. We spraken even over het worstelen in Nederland en hij somde meteen op welke landen hier aanwezig waren. En dat dit toernooi Europees niveau had. We vonden het alletwee mooi, alleen begon ik me steeds meer af te vragen waar de Nederlandse jeugd was. Hier en daar zag ik wel NL-worstelaars. Maar ’t was een minderheid.

De meisjespartijen vond ik erg leuk om te zien. Hippe, leuke meisjes, gekleed in het klassieke worstelcostuum komen op de mat en veranderen daar in worstelaars. Spanning, concentratie en snelheid. En daarna elkaar een hand geven, net als aan de trainer van de tegenpartij. Worstelen is voor meisjes een gewone sport.

Aan Robbie van Straten (De Halter) vroeg ik waarom het worstelen hier niet zo populair is. Hij vertelde over de onwennigheid die we hebben om elkaar aan te raken. Dat is waar, en worstelen is gewoon aanrakerig. Het lijkt wel of we verleerd zijn dat zoiets ook geen bijbetekenissen kan hebben. Aan De Halter ligt het niet; zij organiseren ‘stoeicursussen’ voor jonge kinderen, trekken de scholen in en halen de jeugd naar hun club.

Het deed me goed om ook ouderen te zien, soms met (klein)kinderen die ook worstelden. Hier en daar zag ik een indrukwekkend bloemkooloor. Dat is onder worstelaars een ereteken, las ik in de autobiografie van de Amerikaanse worstelaar Randy Couture.  Zulke oren moet je immers verdienen. Ik geloof het meteen.

De sfeer was zacht, gastvrij. Contact leggen ging heel gemakkelijk. Ik sprak met een man uit Hongarije, die vertelde over zijn worsteljaren. Daarna sprong hij op en ging scheidsrechteren. Een hoge bobo, maar gewoon aanspreekbaar.

Blijft nog de vraag open, hoe een mens verstand van worstelen kan krijgen. Je ziet dat het heel technisch is, maar handboeken die de grepen uitleggen zijn er niet. Dat is bepaald een aandachtspuntje.