Haagsche Athletiekvereeniging Hercules

Oproep

 

(klik op de foto voor een groot formaat)

Ed Boers mailde:

Bijgaand een foto die ik al ruim 40 jaar in (familie)bezit heb en afkomstig is van mijn oud-oom N.J.C. Hoedeman. Hij was voor de oorlog vertegenwoordiger van de Koninklijke Nederlandse krachtsportbond bij gewichthefwedstrijden. Het is een groepsfoto van de Haagsche Athletiekvereniging Hercules. Deze vereniging is op 1 nov. 1900 opgericht en op de foto staan waarschijnlijk de gewichtheffers en worstelaars van de vereniging. De foto is te dateren rond 1905. Het gemeentearchief bezit één vergeljikbare foto van de vereniging (nr. 1.53078). Namen die ik heb kunnen vinden van enkele leden die aan gewichtheffen/worstelen deelnamen zijn: Barend Havelaar, P.W. Caffa, F.F. Moonen, J. Mutsiers, J. Sinteur, W. Graafeiland, J. Smulders, van Son, Baan. Mogelijk staan deze op de foto. Dhr. J.B. van Vliet is voorzitter geweest tussen 1903 en 1943 (mogelijk 2e van links met de hoge hoed). Op de achterzijde van de foto staat `Barend Havelaar v. Kinsbergenstraat 98´. Dit huis bestaat nog, mogelijk woonde daar een lid of bestuurslid, mogelijk is de foto daar in de achtertuin gemaakt.

Er is bijzonder weinig te vinden over deze vereniging. Hercules Den Haag moet tot in de jaren ´50 hebben bestaan want er is in 1950 een jubileumspeldje gefabriceerd. Andere bekende verenigingen in die tijd waren Hercules Dordrecht, Simson en K.D.O.

Volgend jaar viert de KNKF (Koninklijke Nederlandse Krachtsport- en Fitnesfederatie) haar 100 jarig bestaan en het zou leuk zij hierover een tentoonstelling te organiseren. Herkent iemand personen op deze foto? Weet iemand waar de personen trainden? Het zou leuk zijn als iemand iets meer informatie over deze inmiddels lang opgeheven vereniging heeft. Misschien heeft het wel een maandblad gehad.

Al uw reacties zijn welkom bij Edboers@casema.nl

Nationale worstelcompetitie bij Simson KDO

Simson KDO in Den Haag. Afgelopen zaterdag (19 maart 2011) was er de finale van de landelijke A-competitie, senioren.  Ik was al een paar keer naar trainingen bij Simson wezen kijken.Voor de krant, maar ook uit eigen interesse. Die avond waren er drie verenigingen actief: Sandow uit Utrecht, Bodyfit Hercules uit Amsterdam en Simson KDO dus. In totaal veertien wedstrijden. Soms ook clubgenoten tegen elkaar. Het moest wel, twee verenigingen hadden afgezegd. Dan hou je weinig over.

Al na de eerste keer aanwezig zijn op de training was ik genezen van elke gedachte aan ‘leuk meedoen’. Loeizware training,  je moet lenig  zijn (denk aan variaties koprollen en achterwaartse salto’s) en dan heb je het mentale gedeelte nog. Voorbeeldje.  Je moet rustig zien te blijven als iemand zijn arm om jouw nek klemt. Roept de trainer: “Kiepen!” dan moet je de klemmer kantelen, idealiter met zo’n techniek dat hij meteen met beide schouders op de mat komt. “Touché”. Gewonnen. Als het lukt, tenminste.

Inmiddels ben ik op de hoogte van de verschillen tussen Grieks-Romeins worstelen en vrije stijl, ook weet ik dat er sinds mensenheugenis in Nederland is geworsteld. Mijn eerste worstelboek heb ik ook al gekocht: Pain and Passion. Amerikaans. Of er Nederlandse worstelboeken zijn, weet ik niet.

Worstelen is zwaar en mooi, dat gaat vaak samen. Maar het is niet zo populair als het eens was. Dat is jammer, ook voor de worstelaars die er wel zijn. Iedereen die wedstrijden doet kent zo ongeveer de mogelijke tegenstanders, waardoor grote verrassingen zijn uitgesloten. Geen wonder dat er veel gereisd wordt, vooral naar Duitsland waar er twee Bundesliga’s voor het Olympisch worstelen zijn. Daar kun je je meten met nieuwe en sterkere tegenstanders.

Bij de nationale worstelbond zijn 16 clubs aangesloten. Simson KDO dateert uit 1904 en er zijn meer van deze oude en eerbiedwaardige clubs, met steeds weer nieuwe generaties worstelaars. Het is ook iets oers, dat in elk mens wel zit. Alleen, de worstelaar in je moet eruit kunnen komen. Iemand kan alle technieken leren, kan sterk en lenig zijn, en pas dan begint het. Dat legde oud- profworstelaar Yousef Nasiri me uit. Hij traint bij Simson, en geeft er les, evenals trainer en oud-worstelaar Harry Steinmetz. Onafhankelijk van elkaar noemden ze Alex Koval het grootste talent.  Hij kan veel, hij heeft alles in huis, en nu moet het eruit gaan komen.

Daarom keek ik met belangstelling naar zijn wedstrijd, tegen clubgenoot Daniel Dolasinski.

Simson KDO Den Haag. Nationale worstelcompetitie, A-klasse senioren. Zaterdag 19 maart 2011. Alex Koval (rood) tegen Daniel Dolasinski.

Ja, Alex won, maar Daniel was niet mis. Later die avond stond hij tegen Mat van Simson, die zijn eerste wedstrijd worstelde. Zien? Klik hier.

Hieronder wat foto’s van de trainingen en de wedstrijdavond. Deze week komt er een groot artikel over het Haags worstelen in de krant. Ga ik volgende week hier posten.

En dan met je volle kracht de tegenstander uit balans proberen te brengen. Maar ja, die doet hetzelfde met jou.

Klemmen.

Wat ik ook mooi vind aan het worstelen, is de kameraadschap.

De scheidsrechter komt net zo dichtbij als hij nodig vindt. Waar? Linksboven in de hoek.

Aan het eind toonden de worstelaars en hun trainers zich aan het publiek.

De winnaar van deze competitie: Sandow uit Arnhem.

Tijd voor Vechtsport Den Haag

Nederlands Instituut voor Vechtsport en Maatschappij. Bijeenkomst Den Haag, woensdagavond 16 maart 2011

We zaten in het zaaltje… (foto: NIVM)

Echt overweldigend druk was het niet, nee. Er hadden zich zo’n zestien verenigingen aangemeld en nog niet de helft was gekomen. Dan waren er mensen van de Gemeente, afdeling Sportsupport. En drie mensen van het Nederlands Instituut voor Vechtsport en Maatschappij. Daarmee was zowat de halve organisatie aanwezig.

Het project Tijd Voor Vechtsport is afgelopen. Daaruit is dit Instituut voortgekomen. Er zijn enorm veel projecten, plannen, opleidingen en andere mogelijkheden. Heel goed dat er erkenning is voor vechtsport, fantastisch dat er waardering is.

Maar er zijn ook enkele minpuntjes, die me niet los lieten naarmate de avond vorderde.

Die was best gezellig, overigens. Thai boksen, judo, aikido (“wij zijn eigenlijk geen vechtsport”), taekwondo, boksen en een oosterse vechtsport waarvan ik de naam vergeten ben, we zaten allemaal braaf aan tafeltjes in de kantine van een sportclub. Wij luisterden. De ene presentatie volgde de andere op, met mooie powerpoints. Dure kleurendruk folders, die ik allemaal verzamelde, wat dat betreft leek het net de Huishoudbeurs.

Het was ook een beetje de evaluatie van Tijd Voor Vechtsport. Dat project is in het Haagje uitmuntend verlopen. Bijna duizend leden erbij voor de vechtsportclubs, verenigingen waar trainers beter opgeleid werden en meer uren in het onderwijs verzorgden. En natuurlijk het Fight Right Keurmerk, dat bij veel clubs naast de voordeur hangt. Dan weten de mensen: hier is het in orde.

Er is nu ook een Label Veilig en Verantwoord Vechtsport. Dat is zeg maar een kleine uitvoering van het Keurmerk. De eisen voor het Label zijn lager, dus een uitkomst voor de clubs die wel erkenning willen maar (nog) niet kunnen voldoen aan alle voorwaarden van het Keurmerk.

Haast terzijde zeiden de jongens van het Instituut dat ze alleen nog geld voor dit jaar hadden. Daarna? Hopelijk vond de overheid het dan zo zinvol, dat ze weer door konden. Lijkt me onrustig werken. En dan zal je je als boksschool in dat jaar toch net het schompes hebben gewerkt voor dat Keurmerk, wat dan misschien niet meer komt.

De Gemeente zette uiteen hoe ze de verenigingen konden helpen. Ze gaan themabijeenkomsten houden (zoals over de penningmeester), ze hebben subsidieregelingen en nieuwsbrieven en ze willen altijd meedenken, bel of mail vooral. Het is natuurlijk wel zo, zei de Gemeente daarbij, dat clubs met een Label of het Keurmerk een streepje voor hebben als de Gemeente wat gaat opzetten.

Dat betekent, dacht ik, dat er op termijn dus een tweedeling gaat ontstaan. Je krijgt de verenigingen met Keurmerk/Label, en die zonder. De laatsten krijgen vanzelf minder geld, maar hebben ook minder toezicht. Dat kan een vereniging wel eens heel fijn vinden. Plus, ze hoeven dan ook ook geen maatschappelijke functies te vervullen. Ik kan zo een paar boksscholen en vechtsportverenigingen bedenken die alleen in vrijheid bloeien. En ik dacht terug aan de oude boksscholen van weleer, zonder keurmerk, met niks, waar iedereen toch heen ging omdat die ene oude oom er boksles gaf. Zijn gezicht was het beste keurmerk ter wereld. Een reputatie is alles waard.

Misschien krijgen we dat soort oude scholen hierdoor weer terug. Van ooms, van indrukwekkende trainers, achterzaaltjes waar het lekker ruikt naar zweet.

En daarnaast komen er nette scholen met ventilatie en keurmerken en subsidies.

Ik geloof in samenwerken. Maar ook in vrijheid. Dus dat wordt interessant.

Aan het einde van de avond kwam de discussie. Stelling 1: “De vechtsportclubs in Den Haag zouden zich moeten verenigen.”

Iemand van het Instituut sprak optimistisch over “een stukje kennisdeling”. Een vechtsportclub gaf een uiteenzetting over “kleine koninkrijkjes” die bestuurd werden door grote ego’s. Iemand zei nog, dat we ongeveer met een miljoen vechtsporters in Nederland zijn, en als dat één bond werd, dan hadden we wat. Daarna liep de discussie zo enorm uit dat ik nog voor het einde naar de tram moest, dat was ongeveer op hetzelfde moment dat de kaaskoekjes verschenen. Het speet me, ook om de koekjes.

Website Nederlands Instituut voor Vechtsport en Maatschappij

Herman van ‘t Hof

Van ’t Hof was razend snel

Dat was begin januari 1926 een sensatie: een Nederlander kampioen van Europa. Herman van ’t Hof won de titel in Den Haag, waar hij in de grote zaal van de Dierentuin tegenover de Zwitser Clement stond. De wedstrijd werd waarschijnlijk georganiseerd door de Haagsche Boksbond. Die zou in 1927 het vijfjarig bestaan vieren.

De wedstrijd is 85 jaar geleden gebokst, maar het verslag dat in de krant Het Vaderland verscheen, is zo levendig, dat we de wedstrijd meteen voor ons zien. “Een gebeurtenis van belang”, jubelde de krant op 5 januari 1926 en vatte voordat het eigenlijke verslag begon, de match alvast zo samen:

“Van ’t Hof was razend snel in zijn rechtsche en linksche stooten, die als een regen op kaak en maag van Clement neerkwamen. En ofschoon de partij over 15 ronden van 3 minuten was vastgesteld, was de strijd reeds in de zesde ronde beslist, doordat Clement blijkbaar meer dan genoeg had van de zware afstraffing, welke de Hollander hem toediende. En onder de luide toejuichingen van zijn landgenooten kon van ’t Hof den titel in ontvangst nemen.”

Aan deze wedstrijd gingen andere wedstrijden vooraf, zoals die tussen:

“Turksma (kampioen van Nederland, Den Haag) 53,6 kg en Van Klaveren (Rotterdam) 52,3 kg.  Het werd een vinnige partij waarin Van Klaveren een vinnig enthousiasme aan den dag legde en, zij ’t ook wat onbesuisd, over een flinke serie stooten beschikte. Daardoor werd het een aantrekkelijke vlugge partij, waarin Turksma’s techniek beter was, maar door het vurige optreden van den Rotterdammer in de eerste ronde blijkbaar verrast was. Dat kostte hem de overwinning, al werd hij tegen het einde ook heel wat beter. Van Klaveren werd op punten winnaar.”

Nu de titelwedstrijd.

“Clement (78 kg) verscheen eerst in den ring met Schilperoord als zijn helper. Enkele minuten later volgde Van ’t Hof (75, 7 kg) met Braat als helper. Na de gebruikelijke plichtplegingen begon de wedstrijd onder leiding van den Belgischen scheidsrechter H. Karel Boulanger, onder-voorzitter van den Belgischen Boksbond, en met de heeren Van Ophuyzen en Crone als ringrechters.

De eerste ronde verliep nog wat slapjes. Van ’t Hof begon direct met aan te vallen en de Zwitser deed niet meer dan de harde stooten incasseeren, zonder zich behoorlijk te dekken. Slechts nu en dan kreeg hij gelegenheid om een rechtsche stoot te plaatsen.

De tweede ronde was vrijwel een getrouwe copie van de eerste, Clement probeerde het enkele malen met linksche stooten, welke Van ’t Hof blijkaar niet deerden.

In de derde ronde kwam Van ’t Hof met rechtschen en linkschen op maag en kaak danig los. De vierde ronde bracht Clement een scheurtje boven ’t linker oog, en de Zwitser poogde zooveel mogelijk op afstand te boksen, terwijl Van  ‘t  Hof door in-vechten den strijd trachtte te forceeren. Vooral in de vijfde ronde kreeg Clement het zwaar te verantwoorden. Maar erkend dient te worden, dat Clement zich ’n kranig incasseerder toonde. In de zesde ronde werd het hem echter te zwaar en door opsteken van zijn armen gaf hij te kennen, dat hij den voor hem te zwaren strijd opgaf. Daardoor werd Van ’t Hof tot winnaar verklaard; tevens verwierf hij den titel van kampioen van Europa zwaar middengewicht.

Het publiek zong ‘ lang zal hij leven’ en juichte hem langdurig toe.”

Daarmee was Herman van ’t Hof Europees kampioen. Nu is er in Rotterdam een boksvereniging naar hem genoemd. De vraag is alleen: waar is de kampioensbeker gebleven? In Rotterdam op zolder?