Lolle van Houten in 1965 Nederlands bokskampioen

Lolle van Houten

De Nederlandse bokskampioenschappen zijn gaande in Rotterdam. Friesland zit er ook bij, ik lees op Facebook mooie berichten over De Waldhoek, een jonge boksclub met oersterke boksers. Maar ik denk aan Lolle van Houten en hoe hij in 1965 de Nederlandse titel naar Friesland bracht. Daar hadden ze er rekening mee gehouden, dat Lolle kon winnen. Bussen vol Friezen gingen de finale zien, met stille hoop.

Lolle van Houten: Nederlands kampioen 1965

Hij wist Eddy Kiks te verslaan, en dat was voor iedereen in de Randstad een verrassing. In Leeuwarden denken ze daar met veel plezier aan terug.

In het boek dat ik over Lolle van Houten schreef, heet het vijfde hoofdstuk dan ook: “Fries verrast bokswereld.” Hieronder een fragment:

Halve finale

Na de noordelijke kampioenschappen van eind januari 1965, resteerden er voor Lolle een schamele twee maanden om in bloedvorm te komen voor de landelijke kampioenschappen. Weinig tijd. Vooral omdat er deze keer iets groters op het spel stond dan een noordelijke titel. Hij wilde die landelijke titel winnen, hoe klein zijn kansen ook leken te zijn. Want tijdens de twee wedstrijden tegen bokser Cor Hillenga had Lolle aan den lijve ondervonden op welke gebieden hij als bokser ernstig tekort kwam: wedstrijdervaring, sterke tegenstanders om mee te sparren. Die waren er in zijn zwaargewichtklasse weinig tot geen in Leeuwarden en omstreken. Sparren met lichtere boksers als zijn broer Eppie had hem weliswaar sneller gemaakt, maar hij moest zichzelf kunnen meten met andere zwaargewichten. Die waren toch anders.

Elke dag van de weken in de aanloop naar het Nederlands kampioenschap was gevuld. Het werk bij de stratenmakers ging gewoon door en daarna moest hij zo vaak mogelijk naar Frisia. Sparren met wie wilde, conditietraining, eindeloos zijn techniek verfijnen op de bokszakken, een hoog tempo van stoten zetten vasthouden, weer sparren. Lolle wilde beslist winnen, en Albert Groen vond hij aan zijn zijde. De opvoeding van zijn drie jonge kinderen kwam vrijwel geheel terecht op de schouders van zijn vrouw, die daarbij hulp kreeg van haar moeder. Als Lolle na de training thuis kwam, sliepen de kinderen al. Stond hij ’s morgens op, dan lagen ze nog in bed. Met het avondeten werd rekening met hem gehouden. Het hele gezinsleven voegde zich als vanzelfsprekend naar zijn bokscarrière, die op de eerste plaats kwam en die bepaalde of en wanneer hij thuis was. Van de kinderen hield hij veel, alleen had hij zo weinig tijd die liefde te tonen.

Eddy Kiks werd de tegenstander in de halve finale.

Slecht nieuws voor Leeuwarden, waar ze de mérites van deze bokser kenden. Meervoudig Nederlandse kampioen met zo’n zestig wedstrijden op zijn naam. Hij was 28 jaar, een Amsterdammer, eraan gewend om voor een groot publiek in de ring te staan. Kiks kwam uit voor de beroemde boksschool van Nelis Bisschop, waaraan meer grote namen verbonden waren zoals de veelbelovende Rudi Lubbers, 19 jaar en boksend als weltergewicht. Die trok veel aandacht van bokskenners. Eddy Kiks was een zogeheten stijlbokser, iemand de techniek van het boksen tot in de details beheerste, en die met een fraaie stijl kon uitvoeren. Evenals als Lolle gold hij voor een zwaargewicht tamelijk snel te zijn. Eddy:

“Ze konden me haast niet raken. Dat zeg ik zonder kapsones, hoor. Ik nam heel weinig. Nooit zware tikken op mijn gezicht. Mijn verdediging vond ik belangrijker als mijn aanval. Dus als ik er tien gaf en ik kreeg er vijf terug, stond ik vijf voor. Als je er vijf geeft en je krijgt niks terug, dan sta je er ook vijf voor. Zo bokste ik. Voor mij moest het een mooie sport zijn.”

Albert Groen wist wie Eddy Kiks was, maar andersom hadden ze bij Bisschop nauwelijks van zijn bokser gehoord. Lolle wie? Leeuwarden lag verder van Amsterdam af, dan Amsterdam van Leeuwarden. Voor het westen leek het noorden een andere cultuur, waar misschien wel of misschien niet veel gebeurde op boksgebied, de enkele landelijke coryfeeën ten spijt. De Randstad bezat weinig voorstellingsvermogen als het op het noorden aankwam.

In het Amsterdamse Hotel Krasnapolsky, waar vaker bokswedstrijden werden gehouden, vond op dinsdag 16 maart de halve finalestrijd plaats. Het publiek dat om de ring zat, verwachtte een overwinning van hun stadgenoot. Kiks gold daar als de grote favoriet, niet alleen vanwege zijn Amsterdamse afkomst, maar ook vanwege zijn staat van dienst en zijn onomstreden bokskwaliteiten. Hij kon ongetwijfeld gemakkelijk winnen van een negentienjarig die nog geen twee maanden geleden A-klasser was geworden. De vergelijking tussen de twee sprak boekdelen. Kiks: meer dan zestig partijen. Van Houten: drie, mogelijk vier. Kiks: meer dan honderd kilo zwaar. Van Houten: negentig, schoon aan de haak. Kiks: de grote nationale naam, de routinier, meer nog dan Hillenga. Van Houten: de man uit het noorden, een nieuweling op het nationale toneel. Wat het publiek evenwel niet wist, niet kon weten, was dat de helft van de wedstrijd op karakter was uitgevochten en in het voordeel van die nieuweling leek te zijn beslist.

Voor de wedstrijd begon, was Kiks nerveus geweest. Onrustig. Hij liep in de kleedkamers heen en weer. De zenuwen speelden op, de concentratie liet het afweten en Eddy Kiks kreeg nauwelijks greep op zichzelf. Lolle daarentegen bleef kalm, en leek evenmin als twee maanden geleden bij Hillenga, niet onder de indruk van de naam en faam van de tegenstander. Albert Groen had stevig op zijn pupil in gepraat zodat hij wist wat hij moest doen en zich daarop concentreerde. Met dat verschil begon de wedstrijd om de finaleplaats van de Nederlandse titel:

“In de eerste ronde was er weinig verschil, maar in de tweede en derde ronde zou Van Houten voldoende punten halen voor de overwinning. Met technisch goed en gevarieerd boksen – hij wisselde een rechtse regelmatig met een linkse af – trad hij Kiks tegemoet. Ook het nakomen was hij Van Houten een sterk wapen. Zijn sterkste wapen, dat Kiks deed sneuvelen, was het hoge tempo dat de Leeuwarder de Amsterdammer oplegde. Daar kwam bij, dat Lolle van Houten goed op afstand bokste en zodoende Kiks geen kans gaf op zijn gevreesde punch te lanceren. In de tweede ronde legde de Frisia-bokser duidelijk zijn troeven op tafel toen hij met een rechtse Kiks aan het wankelen bracht. Deze wist zich echter te herstellen.

“In de derde ronde liep Kiks door een kopstoot een wond boven de neus op en tweemaal onderbrak arbiter Verhoeven het gevecht om verzorger Nelis Bisschop de gelegenheid te geven de hevig bloedende wonde van zijn pupil te verzorgen. In de laatste ronde – de partij ging over drie ronden van elk drie minuten – wilde Kiks de strijd met een k.o. forceren, maar Van Houten bleef kalm, Kiks bleef zodoende verliezer.”

Toen de scheidsrechter de arm van Lolle omhoog hief – ‘de winnaar is Lolle van Houten’ – brulde het publiek, geschokt over wat het had zien gebeuren.

De grote Amsterdamse kampioen verslagen, ja, door wie eigenlijk? De verbazing en verwondering in het westen waren groot, evenals de triomf in Friesland.

“Fries verraste bokswereld” schreef de Leeuwarder Courant triomfantelijk. Preciezer gezegd: Fries verrast de bokswereld van de Randstad. Want daar dacht men: Holland boppe, en de rest is noppe. De landelijke kranten vonden het niet zozeer nieuws dat Lolle van Houten had gewonnen, maar wel dat hun favoriet Kiks zijn titel kwijt was. Zo schreef Het Parool: “Kampioen Kiks verslagen” en vervolgde: “De Nederlandse bokskampioen in het zwaargewicht, Eddy Kiks, is gisteravond bij de halve finales van de strijd om de Nederlandse titel verrassend verslagen door Van Houten”. Pas verderop in éénkolomsberichtje werd de volledige naam van zijn overwinnaar genoemd: “Lollo van Houten.” Amsterdam zou wel vaker moeite hebben om Lolle’s naam goed te schrijven. In andere kranten heette Lolle “de sensatie van de avond”v te zijn geweest en de Amsterdamse bokspromotor en trainer Dick Groothuis meende zelfs een compliment te maken aan Albert Groen met zijn verbaasde vraag: “Waar haal jij zo’n zwaargewicht-bokser vandaan”.

Nee, dan Friesland en vooral Leeuwarden. Sinds Johan van der Meulen in 1947 de nationale titel naar het Heitelân had gebracht, was er geen Fries meer in een boksfinale gekomen. Lolle zelf was toen een peuter. Met hem maakte Friesland weer kans op een eigen kampioen, iets dat de boksminnende provincie diep raakte. Kees van Gorkum, leider van Sportclub Friesland waar ook gebokst werd, stuurde een feliciatie,-en aanmoedigingstelegram. De finale tussen hun Lolle en – alweer een Amsterdammer – Joop Walda zou op maandag 22 maart plaatsvinden, in de Rotterdamse Rivièra-Hal. Walda kwam uit voor de boksschool van Dick Groothuis. Een Jordaanschool, waar goede boksers trainden.Iedereen in Leeuwarden wilde bij de bokswedstrijd van Lolle zijn. Auto’s, werk, alles wat geregeld moest worden, werd ingezet, iedereen maakte met iedereen afspraken. Dat gold zeker voor Lolle’s broers, die er allemaal kwamen, Durk uit Papendrecht ook. Zijn ouders, die op leeftijd begonnen te komen, gingen ook naar Rotterdam.

lolleNa zijn overwinning op Eddy Kiks was Lolle gebombardeerd tot de publieksfavoriet. Een nieuw gezicht deed het altijd goed, dat simpele feit telde mee, maar ook viel zijn fysieke verschijning op. Naast de dikkige zwaargewichten Kiks en Walda oogde Lolle atletisch met zijn lange gestalte en het dankzij bodybuilden fraai geproportioneerde lichaam. Dat kwam extra goed uit in zijn nauw aansluitende kleding. Vooral het kleine glanzende sportbroekje dat hij graag droeg, flatteerde hem zeer.

Tussen halve finale en finalestrijd in, sprak de krant met Lolle. Hoe hij zich voelde, uiteraard. Nuchter antwoordde hij:

“Ik moet noch ien forsloan, dan binn ‘k der. Ik sil goed op óstan bokse. Ik tink, dat ik him dan únverwachts de ring út tikje.”

De krant informeerde naar zijn grootste kracht. Lolle:

“Wel, ik geloof het op afstand boksen. En mijn snelheid. De Nederlandse zwaargewicht-kampioen Kiks was bijna 230 pond en kwam tegen mij snelheid te kort. Walda, tegen wie ik volgende week 3 maal 3 minuten in de ring moet, lijkt me ook traag. Maar ja, hoe het komt; ik weet het niet. Het wordt mijn veertiende wedstrijd van mijn leven, en pas mijn vierde als A-bokser…”

Zo stond hij ervoor. Nuchter, een beetje verbaasd over het eigen succes, en toch met een vaste ambitie nog een tegenstander te overwinnen: “dan binn ‘k der”.

De finale

Op maandag 22 maart 1965 zat de Rivièra-Hal in Rotterdam tot aan de nok toe vol. Rotterdammers, Amsterdammers die Walda kwamen steunen en veel, heel veel Friezen. Lolle stond tussen de grote namen, die allemaal eerder dan hij hun wedstrijd hadden; de zwaargewichten waren op het laatst van de avond. De avond kende de ene bokssensatie na de andere. Herman Schregardus, de bokser uit Amsterdam, verloor van de Groninger Jack Roossien, die de nieuwe welterkampioen was. Nationale beroemdheden als de bantamgewichten Jan Huppen en Gerard te Paske, vochten onderling een harde strijd uit die in het voordeel van Te Paske werd beslist. Halfzwaargewicht Rudi Lubbers, die jaar daarvoor op de Olympische Spelen in Tokio had gebokst, prolongeerde zijn nationale titel door van Joop Steenbergen te winnen. Pas toen waren de zwaargewichten aan de beurt.

Lolle stond er minder goed voor dan in de halve finale. De conditie bleef goed, maar in het weekend voorafgaand aan de wedstrijd had hij een spier in zijn rug verrekt. Dat was precies het soort blessure dat gemakkelijk bewegen moeilijker maakt, en dus een bokser de overwinning kon kosten. Joop Walda leek onbewogen te zijn, wat Amsterdamse bluf kon wezen. Hij kon goed boksen, wat bij vrijwel iedereen van de Jordaanschool van Groothuis het geval was. Het leek er weer om te gaan spannen, maar zo indrukwekkend als de wedstrijd van de halve finale was geweest, zou deze partij niet worden. De kranten waren teleurgesteld:

“De Leeuwarder straatmaker die vorige week dinsdagavond in Krasnapolsky in Amsterdam voor sensatie had gezorgd door de sterke

Bokser pur sangEddy Kiks uit Amsterdam te kloppen kwam in de finale uit tegen de logge Amsterdammer Joop Walda. De partij tussen Van Houten en Walda die deze prachtige boksavond besloot werd niet een beste.

In de eerste twee ronden kon Van Houten maar niet los komen maar veel gevaar van de zijde van Walda viel er evenwel niet te duchten. In de laatste ronde het gevecht ging over drie ronden van elk drie minuten kreeg Van Houten eindelijk de gelegenheid om een aantal treffers te plaatsen. De Friese hoofdstedeling besliste sliste daarmee de party met een flinke puntenvoorsprong in zijn voordeel.”

Het Parool van 23 maart sprak zelfs schamper over “een anti-climax” en sneerde: “Het tweetal bleek de eerste beginselen van de bokssport nog maar nauwelijks onder de knie te hebben.” Een klein woord van lof ging naar Lolle: “De slankere en snellere Van Houten plaatste nog de meeste treffers.” De Volkskrant en De Telegraaf noemden de zwaargewichten niet eens, zozeer was het kennelijk tegengevallen. Friesland was meer dan tevreden: het Heitelân had een nieuwe kampioen. En dat het geen mooie wedstrijd was geweest, ach. Er had te veel op het spel gestaan voor beide boksers. Lolle met zijn rugblessure was vastberaden om te winnen, zeker met zoveel eigen mensen om zich heen. Walda wilde even graag de titel. Nee, een sierlijke balletvoorstelling was het niet geworden. Wel een harde strijd om de titel, die door de beste werd gewonnen.

De nieuwe kampioen zwaargewicht van Nederland heette Lolle van Houten.

Uit: Bokser pur sang. Lolle van houten (1945-2008) Leeuwarden, Penn uitgeverij.  Ook te bestellen bij Bol.com

Bokskampioenschappen 1902-1922

Nelis Bisschop

Bokskampioenschappen: Amateurkampioenen van Nederland 1902-1922

Er is een boek, dat lijstjes heeft. Bokslijstjes. Dat is NBB Statistiek. Negentig jaar boksen in Nederland. Aangeboden door Hans Nydam, juni 1985 (uitgave in eigen beheer). Het is een mooie verzameling van namen en jaartallen, die ons wat greep biedt op het boksverleden. Ik zal in een paar afleveringen de landelijke titels overnemen. Waar in een jaar enkele of meer gewichtsklassen ontbreken, was geen opgave van namen aanwezig.

De eerste jaren zijn al meteen interessant. Toepoel en Wurpel zijn alletwee bokser en bestuurder. Toepoel zal een boksschool openen in Den Haag met een eigen lesaanpak, die ‘methode Toepoel’ heette. We zien ook een dominantie van namen uit vooral Amsterdam. Den Haag is ook prima aanwezig.

Achternamen, vooral. Voornamen ontbreken. Toepoel heette Pieter, Wurpel werd Pim genoemd.K. de Jager was Karel. Van Vliet (vlieggewicht 1922) Arie. Bisschop herinneren we ons als ‘ome Nelis’- een niet te onderschatten man. Bokser, trainer en inspirator. Grote namen als Eddy Kiks en Rudy Koopmans hebben daar nog gebokst. De school van Nelis Bisschop heeft generaties boksers gevormd, en toch staat hij slechts zelden in deze periode in de lijst.

Nederland hanteerde kennelijk een geheel eigen systeem van gewichtsklasse. Waarom, is mij een raadsel. Een van de vele uit de boksgeschiedenis. Die bestaat uit brokjes en stukjes. Dus dat moeten we zien aan te vullen.

Dit is de opgave van gewichtsklassen:

vlieggewicht (Nederland: ‘laagste gewicht’):
bantamgewicht (Nederland: extra lichtgewicht, 53 kg):
vedergewicht (Nederland: lichtgewicht, 57,5 kg):
lichtgewicht (Nederland: zwaar- lichtgewicht):
weltergewicht (Nederland: licht-middengewicht, 64 kg):
middengewicht (Nederland: middengewicht, 71-5 kg):
halfzwaargewicht (Nederland: zwaar-middengewicht, 80 kg):
zwaargewicht (Nederland: zwaargewicht):

1902
vedergewicht (Nederland: lichtgewicht, 57,5 kg): O.Greven (ASD)
weltergewicht (Nederland: licht-middengewicht, 64 kg): Toepoel (D.Haag)
halfzwaargewicht (Nederland: zwaar-middengewicht, 80 kg): J.Greven (Asd)
zwaargewicht (Nederland: zwaargewicht): P. Wurpel (Asd)

1903
vedergewicht (Nederland: lichtgewicht, 57,5 kg): Oxenaar (D.Haag)
middengewicht (Nederland: middengewicht, 71,5 kg): Toepoel (D.Haag)
zwaargewicht (Nederland: zwaargewicht): P. Wurpel (Asd)

1904-1911: geen kampioenschappen

1913
vlieggewicht (Nederland: ‘laagste gewicht’): K. de Jager
lichtgewicht (Nederland: zwaar- lichtgewicht): Timmer
weltergewicht (Nederland: licht-middengewicht, 64 kg): Bool
middengewicht (Nederland: middengewicht, 71-5 kg): v.d. Ven (Asd)

1914
vlieggewicht (Nederland: ‘laagste gewicht’): K. de Jager
vedergewicht (Nederland: lichtgewicht, 57,5 kg): La Croix (Asd.)
middengewicht (Nederland: middengewicht, 71-5 kg): Raats (Asd.)

1915
vlieggewicht (Nederland: ‘laagste gewicht’): K. de Jager

1916
bantamgewicht (Nederland: extra lichtgewicht, 53 kg): De Vries
vedergewicht (Nederland: lichtgewicht, 57,5 kg): v.d. Wissel (Asd)
weltergewicht (Nederland: licht-middengewicht, 64 kg): La Croix (Asd)
middengewicht (Nederland: middengewicht, 71-5 kg): Raats (Asd)
halfzwaargewicht (Nederland: zwaar-middengewicht, 80 kg): Bogaers (Asd.)

1917
bantamgewicht (Nederland: extra lichtgewicht, 53 kg): Schumacher (Asd)
vedergewicht (Nederland: lichtgewicht, 57,5 kg): Valentijn (Asd)
lichtgewicht (Nederland: zwaar- lichtgewicht): Bisschop (Asd.)
weltergewicht (Nederland: licht-middengewicht, 64 kg): La Croix (Asd)
middengewicht (Nederland: middengewicht, 71-5 kg): P. de Jong (Asd)
halfzwaargewicht (Nederland: zwaar-middengewicht, 80 kg): Staets (Asd)
zwaargewicht (Nederland: zwaargewicht): Neut (Marine)

1918
bantamgewicht (Nederland: extra lichtgewicht, 53 kg): Boomsma (Asd)
vedergewicht (Nederland: lichtgewicht, 57,5 kg): Wienesen (Asd)
weltergewicht (Nederland: licht-middengewicht, 64 kg): Bisschop (Asd)
middengewicht (Nederland: middengewicht, 71-5 kg): La Croix (Asd)
halfzwaargewicht (Nederland: zwaar-middengewicht, 80 kg): Staats (Asd)
zwaargewicht (Nederland: zwaargewicht): Heijneman (Asd)

1919
bantamgewicht (Nederland: extra lichtgewicht, 53 kg): N. Deul (Asd)
vedergewicht (Nederland: lichtgewicht, 57,5 kg): Beun (Asd)
lichtgewicht (Nederland: zwaar- lichtgewicht): H. Wienesen (Asd)
weltergewicht (Nederland: licht-middengewicht, 64 kg): De Jong (Asd)
middengewicht (Nederland: middengewicht, 71-5 kg): Jonkman (Asd)
halfzwaargewicht (Nederland: zwaar-middengewicht, 80 kg): Sars (Asd)
zwaargewicht (Nederland: zwaargewicht): Ahaus (Asd)

1920
vlieggewicht (Nederland: ‘laagste gewicht’): Cornelisse (Asd)
bantamgewicht (Nederland: extra lichtgewicht, 53 kg): Deul (Asd)
vedergewicht (Nederland: lichtgewicht, 57,5 kg): Hesterman (Asd)
lichtgewicht (Nederland: zwaar- lichtgewicht): Borcherts/Jansen
weltergewicht (Nederland: licht-middengewicht, 64 kg): Ottör/Winterink
middengewicht (Nederland: middengewicht, 71-5 kg): Hesterman/Munting
halfzwaargewicht (Nederland: zwaar-middengewicht, 80 kg): Sars (Asd)
zwaargewicht (Nederland: zwaargewicht): H. Sjouwerman (Asd)

1921 geen opgave

1922
vlieggewicht (Nederland: ‘laagste gewicht’): v. Vliet jr (Rdm)
bantamgewicht (Nederland: extra lichtgewicht, 53 kg): Scholten (Asd)
vedergewicht (Nederland: lichtgewicht, 57,5 kg): Deul (Asd)
lichtgewicht (Nederland: zwaar- lichtgewicht): Zegwaarts (Asd)
weltergewicht (Nederland: licht-middengewicht, 64 kg): Miljon (Asd)

Cor Hillenga

Cor Hillenga (school Abelsma), januari 1965

Hij oogt zoals boksers ogen: goed getraind, alerte oogopslag. Cor Hillenga. Een Groninger, verbonden aan de beroemde School Abelsma. Hillenga was in 1958 Nederlands kampioen zwaarweltergewicht. Deze foto is genomen in januari 1965. Je zou het niet zeggen.

In februari 1958 waren de kampioenschappen in de Haagse Dierentuin. Daar hadden ze een prachtige zaal die er goed geschikt voor was. Ruim, sfeervol, genoeg plaats voor publiek. Vergelijk het met Krasnapolsky in Amsterdam, waar ook veel gebokst is.

Wie er nog meer waren? Ik diep dit op uit een  krantenknipsel zonder naam. Henk Zwaan (vlieggewicht) en Jan de Rooy (vedergewicht) zonder te boksen: de tegenstanders bleken bij weging te zwaar, dus was er een soort prestatiepartij. Dan haalden een titel:  Theo Wilbrink uit Groningen (bantam), Bob Bouhuizen uit Hoek van Holland (middengewicht), Wim Gerlach uit Groningen (middengewicht), Herman Schregardus uit Amsterdam (lichtwelter), Harry Matteusen uit Eindhoven (welter), Eddy Kiks uit Amsterdam (halfzwaar) en Leon Gerards uit Maastricht (zwaargewicht).

Namen uit onze boksgeschiedenis. Waar zijn ze nu? Dat vraag ik me vooral af over Cor Hillenga.

In 1965 stond hij twee keer tegenover Lolle van Houten, de Leeuwarder bokser over wie ik een boek schrijf. Beide keren won hij, “met één punt verschil” zoals Lolle graag benadrukte. Het moeten indrukwekkende partijen zijn geweest. Cor Hillenga, de man met de titels en de wedstrijdervaring. Lolle van Houten, de coming man, die nergens van onder de indruk raakte en van zichzelf wist hoe snel en sterk hij was. Ondanks het verlies werd hij beloond met een promotie naar de A-klasse. Drie maanden later won Lolle zijn eerste landelijke titel. Met de groeten aan Cor.

Daarom alleen al zou ik Hillenga willen spreken. Naamgenoten kennen hem niet, internetonderzoek leverde weinig op. Elke Hillenga uit Groningen opbellen leek me teveel op stalken, en wie weet woont hij nu wel in Zeeland.
Cor Hillenga, waar ben je?

Sportvereniging Bep Kneppers

Bep Kneppers

“Hij is van Kneppers,”  had Eddy Kiks gezegd. “Bep Kneppers, uit Amsterdam”. Eddy doelde op Joop Walda, die in 1965 tegenover Lolle van Houten stond in de finale Nederlands kampioenschap zwaargewicht. Walda zocht ik, vanwege mijn boek over zijn tegenstander, de bokser uit Leeuwarden.

De school van Bep Kneppers bestaat nog altijd. Na omzwervingen hier en daar is ‘Sportvereniging Bep Kneppers’ gevestigd in de Palmstraat, hartje Jordaan. Een bovenzaaltje in een buurthuis, een eigen pand is niet te betalen. Maar toch, het ruikt er goed en de geest van ‘Ome Bep’  is er aanwezig. Er hangen wat oude foto’s aan de muur. Joop Willemse komt straks, een man van 75 jaar en een goed geheugen, wat een ideale combinatie is. Op hem wacht ik.

Ik ben bij Kneppers vlak voor de zomerstop ingaat. Dan is er alleen wekelijks wat hardlopen, meer niet. Er zijn dan vanzelf minder mensen, niet de gewone 50-60 die op een training afkomen. Voor een deel zijn dat studenten, buitenlanders, het verschuift elke paar jaar. De harde kern is klein. Ze hebben wat wedstrijdboksers.

Foto's aan de muur

Touwtjespringen is overal touwtjespringen, maar het verschilt nogal waar je voeten neerkomen. Hier, in de school van ‘Ome Bep’, is dat in een lange traditie van boksscholen in de Jordaan. Waar zijn ze toch allemaal gebleven?

In 1946 begon Bep Kneppers voor zichzelf. Hij was een man met een repuatie, een goede wel te verstaan. Iemand met karakter (vocht als vrijwilliger in de Spaanse Burgeroorlog) en iemand met bokstalent en bokskennis (nationale titels lichtgewicht in de late jaren ‘30). Hij is er helaas niet meer, maar de school wordt in de sfeer van toen voortgezet. Zijn zoon Bep Kneppers junior is voorzitter en een klein groepje trainers geeft les.

Terwijl ik wacht, praat ik met Willem Zweers die net de conditietraining heeft gegeven. Hij is sinds zijn diensttijd bij Kneppers en nooit meer weggegaan. Met Chaim Wannet, Joop Willemse en hoofdtrainer Henk Sleijfer houdt hij de tradities in ere.

Dan staat Joop Willemse voor me. Messcherpe ogen kijken me aan: “Wat wou u weten?” Joop Walda, leg ik uit, en ik laat een foto zien. Hij aarzelt en denkt hardop. Ja, die kleren lijken wel van Kneppers te zijn. Hij heeft hier gebokst, maar niet langer dan twee jaar hoor. Aardige jongen. Kon goed boksen. Ome Bep had wel meer van hem geweten, die wist alles, maar wij trainden toen gewoon hier. Willem zegt dat hij Walda nog portier heeft zien staan bij de studentensociëteit het Okshoofd. Dat was in de jaren ’70. Waarna Joop Willemse weer zegt, dat Walda is weggegaan naar de boksschool van Dick Groothuis, nadat ze voetbalden en Ome Bep een been brak. Had met Walda te maken. Zware jongen immers. Misschien weten ze bij Jan Huppen er mee over, zegt Joop Willemse nog, die traint met oud-boksers ergens in Osdorp. Moet ik maar eens heen.

Achterin de zaal: de ring

Geleidelijk komt het gesprek op Ome Bep en de ene herinnering brengt de andere op. Dat de jongens van Kneppers later dan anderen in de ring kwamen. Want Ome Bep liet je pas gaan als je kon boksen, dat kon dan best een paar jaar duren eer je wedstrijden mocht doen. Als je dat al mocht tenminste, want hij verbood het soms ook. Dan mocht je wel blijven sparren, maar als jij dan zo nodig toch moest boksen, nou dan ging je maar ergens anders heen. Want Ome Bep dacht altijd twee stappen vooruit, die wou het niet meemaken dat ze zeiden Ome Bep ziet het niet meer. Maar het is ook zo dat je hoofd geen aambeeld is, dus het moet niet zo zijn dat je op je 35ste opeens hoofdpijn krijgt voor de rest van je leven.

Dat er een keertje een talentvol boksertje was dat niet wou uitstappen, die zei ik boks wel gewoon naar voren. Ome Bep zei er vier, vijf keer wat van en dat boksertje luisterde niet en die kon dus gaan. Was heel talentvol,  hoor.

En Wim Snoek, die toen al prof was, die dorst een keer te laat binnen te komen voor de training. Stuurt Ome Bep hem gewoon weg. Wim Snoek ging natuurlijk, wat dacht je.

Ja, Ome Bep was rechtlijnig. Hij kende zwart en wit. Geen tussenkleuren. Een harde man ook. Boksen is een harde sport. Als je het goed wil doen, zegt Joop Willemse. Je moet er bezeten van zijn, vindt hij en dan gaat hij weg. Alle boksers in de zaal groeten hem beleefd: “Dag Ome Joop!” Een man met aanzien.

Geen Walda dus, maar wel een aanwijzing en over de vloer geweest bij een bijzondere boksschool. Ik blijf nog even hangen voor de training door Chaim Wannet.

Het is een gek idee dat ze hier pas vijf jaar zitten. Zo kort en dan al zoveel sfeer. Zou het door Ome Bep komen? Die is wel in 1995 overleden, maar het gaat er nog steeds aan toe zoals hij vond. Inzet tonen. Luisteren. Geen luxe. Nou, er zijn niet eens kleedkamers, de tassen staan overal. Je kunt water drinken, dure koffieapparaten hebben ze niet. Een barretje evenmin. Het gaat om het boksen hier, dat is het hart van de school, sinds ’46 af. Ik voelde er me thuis.