Haagse vechters: Erdinc Cetin

Zomerserie in Den Haag Centraal, juli-augustus 2011. Acht weken lang een Haagse vechtsporter aan het woord over zijn passie voor de sport, zijn toekomst en het leven. Het waren vaak lange gesprekken in een dojo of sportschool.  Mooie gesprekken, waarvan een deel in deze krantenserie terecht kwam. De foto’s zijn van Mylène Siegers.

De eerste keer dat ik Erdinc Cetin ontmoette, stonden we bij boksvereniging Haagse Directe. Hij in de ring, ik erbij. Vragend om een gesprek. Hij keek me taxerend aan en besloot dat hij wilde praten. Dat was een paar jaar geleden.  Hij is een van de vechtsporters die ik volg en het fascineert me te zien dat hij steeds beter wordt. Sterker, sneller, slimmer.  Ik bedoel, waar houdt dat op? Hij zit nu in de A-klasse en is nationaal  titelhouder in zijn gewichtsklasse. Nu nog een sponsor. Dan heeft hij meer tijd om te trainen.

Erdinc Cetin <— de link voor de pdf-file

Sponsoring Erdinc Cetin

Verschenen in Den Haag Centraal, 28 augustus 2011

“Het talent moet een kans hebben”

Bokstrainer Reinier van Delden draait al decennia mee in het Haagse boksen. Hij kent zowat alle namen uit deze wereld. Verleden en heden tellen even zwaar voor hem, en wat het heden betreft: “Ik ben bijna elke dag van de week bij boksvereniging Haagse Directe. Daar train ik een aantal uren met wedstrijdboksers, vooral met Erdinc”. Dat is: Erdinc Cetin, die vorige week groot in de zomerserie ‘Vechters’ geportretteerd werd. Wat Erdinc niet zei, wil zijn trainer graag naar voren brengen. Sponsoring. Het zou moeten. Het zou mooi zijn. Maar waar begin je met zoiets?

 

Sponsoring in het Olympisch boksen begint hier en daar een beetje op te komen. Bij de militairen heeft Peter Müllenberg een wereldtitel binnengesleept. Hij werkt bij defensie. “Die kan dus twee keer per dag trainen”, zegt Reinier van Delden, “dat moet ook, als je bij de top wil horen”.  Dan is er in Rotterdam Marichelle de Jong, die dankzij enkele sponsoren zich helemaal aan de sport kan wijden. “Ideaal,” vindt Reinier. “Je lapt wat bij elkaar, en dan komt iemand verder. Erdinc moet zijn studie afmaken en daarbij heeft hij een baan ernaast om kostgeld en kleren en al die dingen meer te kunnen betalen. Daar gaat tijd in zitten. En dan kan hij niet trainen. Doodzonde vind ik dat”.

Dat Erdinc een talent is, staat buiten kijf. Technisch is hij griezelig goed, hij past zich aan elke nieuwe tegenstander aan. Als water gaat dat, steeds anders en toch zichzelf. Hij is negentien jaar en in het bezit van drie nationale titels. Om zich verder te ontwikkelen, heeft hij tijd nodig. En tijd kost geld. Andere tegenstanders om mee te sparren, daar moet je dan meestal naar toe. Het gekke daarbij is, dat een bokser die aan een wedstrijd wil meedoen, daarvoor deelnamegeld aan de Nederlandse Boksbond moet betalen. Bij boksvereniging Haagse Directe werken verschillende trainers met de boksers, Reinier is er een van. Hij zegt: “Het talent moet een kans hebben”.

 

Brood

In het boksen zat vroeger meer geld. De sport oogde spectaculairder omdat er andere regels waren. Het boksen was harder en er vielen meer knock outs. Daar kwam het publiek massaal op af en er werd graag geld neergeld voor een toegangskaartje. Reinier vertelt over de tijd dat hij zelf bokste, bij Toon Wetemans aan het Noordeinde. Daar begon hij ook trainingen te geven. Als Toon er niet was, viel hij af en toe in. Dat is zowat veertig, vijftig jaar geleden. Reinier vertelt over de bokstalenten in het Haagse, de ene naam volgt de andere op. “Je had er zoveel, ik kan ze niet eens allemaal noemen. Nico Schoenmakers, Willem Ludwig, Bally te Pas, Giel de Roode die op Scheveningen woonde, Karel de Jager, maar dat was nog voor mijn tijd”.

In de oude tijd waren er veel talenten. Het lijkt tegenwoordig anders. Daarom is het zo belangrijk boksers met een talent als Erdinc bezit te koesteren. Een beetje op te kweken, gewoon, omdat boksen een typisch Haagse sport is. Maar de tijden zitten niet mee. Tegenwoordig moet elke bokser van de Boksbond een hoofdkap dragen waardoor het publiek nauwelijks een favoriet kan herkennen. Bij de laatste Nederlandse Kampioenschappen kwamen slechts tientallen bezoekers. De meesten waren familie van de boksers.

Bij de profs gaat het er anders aan toe, vooral als je er in Duitsland tussen kunt komen. Een paar weken terug werd live op de Nederlandse televisie het gevecht tussen David Haye en Vladimir Klitscho uitgezonden. “Daar kan hij zijn brood verdienen”, zegt Reinier nuchter. “Maar dan moet er wel wat gebeuren. Dit zijn kritieke jaren voor een bokser. Hij moet net dat stapje omhoog kunnen zetten. Daarvoor hebben we sponsoring nodig. Dat moet toch ook in Den Haag kunnen?”

 

 

 

 

 

Boksen bij de EO: Isaias Ferreira

Morgen boksen op tv, bij de EO. Jawel. ’t Is min of meer mijn schuld. Voor het Friesch Dagblad interviewde ik Isaias Ferreira, van Frisia uit Leeuwarden. Hij is C-klasse kampioen tot 64 kg. Ik zag hem een keer een kruis slaan, en raakte met hem in gesprek over de combinatie geloof en boksen. Het artikel stond groot in het Friesch Dagblad, met een mooie foto van Piek. Bij de EO lezen ze die krant ook en een contact was snel gelegd. Zij erheen, om te filmen.

Friesch Dagblad, 29 september 2010

Ze filmden Isaiais tijdens de bokstraining.
Ze filmden Frisia-trainer Piet Rozendaal.
Ze filmden in de kerk.
Ze filmden bij Isaias thuis.

Ze filmden genoeg voor een tiendelige serie, maar gezien het tempo van de tv zal het waarschijnlijk een handvol minuten duren. Daar ben ik dan dankbaar voor. Plus, Isaias is een reclame voor de sport.

Maar toch.

Er is veel te weinig boksen op tv.

En als het gaat om de combinatie geloof en levensovertuiging in combinatie met boksen, dan kunnen we avonden vol vullen. Boeddhisme: Lucia Rijker. Barry ‘het nieuwe tijdperk van het Joodse boksen’ Groenteman. Natuurlijk Raymond ‘Halleluja’ Joval. Over de Islam sprak ik met onder andere Erdinc Cetin en Mohamed El Farouni, beiden van Haagse Directe.

EO Nederland 2, Programma Door de wereld, aanvang 18.59 uur. DVD’s zijn na te bestellen via deze link.