30 januari

Ja, 30 januari. De sterfdag van Lolle van Houten (1944-2008).  Ik heb hem nooit gekend en toch denk ik  vandaag vaak aan hem.  Hoe hij was. Geweest moet zijn. Dat ik hoop dat ik hem recht deed in mijn biografie. En vooral dat ik niet wil dat hij vergeten wordt. Ik hakte voor hem een plaats vrij in de Nederlandse boksgeschiedenis. Twee keer Nederlands kampioen, handenvol noordelijke titels, bokser en bodybuilder, een man van formaat.

De Elfstedentochten

Lolle van Houten

Elfstedentocht 1963

Boksers in Friesland vinden de Elfstedentocht een uitstapje. Leuk als conditietraining. Die indruk kreeg ik het afgelopen jaar tijdens mij gesprekken met de broers van Lolle van Houten, de Leeuwarder bokser. Lolle heeft zo’n drie keer meegedaan aan een Elfstedentocht, de eerste keer in 1963. Reinier Paping won toen. Geen bokser. Hij was een van de 129 schaatsers die op 18 januari 1963 over de finish gingen. Lolle was er niet bij. Zijn schaatsen knelden, de bloedcirculatie stopte waardoor zijn tenen bevroren en kort voor Stavoren moest hij opgeven. De twee broers verderop in de route. In ‘de hel van 63’ gaven de meesten op.

Maar schaatsen, dat bleef, hoorde ik.

De Van Houten broers schaatsten gemakkelijk honderd, honderdvijftig kilometer als warming up. Elfmerentocht? Leuk. Voor het donker thuis, warme chocolademelk en de volgende dag weer gewoon naar je werk. In het westen gaan ze een week revalideren, maar Friezen, dat zijn bijzondere mensen als het op schaatsen aankomt.

In 1985 en 1986 reed Lolle de Elfstedentocht wel uit, ongetraind en op oude ijshockyschaatsen, en ver binnenkomend achter Evert van Benthem, de winnaar van die jaren. Maar hij deed het. Als uitstapje, dus. Hij had een berenconditie.

scheidsrechter Ben Bril

Miijn biografie over Lolle

Overigens had de tocht van ’63 voor Lolle nog een vervelend gevolg. De dag erna waren er in Dokkum de noordelijke districtskampioenschappen. Lolle, die al twee jaar titelhouder was, wilde natuurlijk zijn derde titel halen. Tegenover hem in de ring stond zijn neef Tinus. De scheidsrechter Ben Bril waarschuwde de twee jongens serieus te boksen. Ja, scheids. Maar in de eerste ronde greep Bril in: diskwalificatie. Boksen was geen showbusiness. Dat jaar werd Lolle geen noordelijk kampioen. Maar hij had wel deelgenomen aan een legendarische Elfstedentocht.

Reino van der Hoek

“Daar staat hij”, wees Eddy ten Cate (Olympia Leeuwarden). “Een van de grootste boksers uit Friesland.” Ik keek en zag hem staan. Reino van der Hoek. Gewoon, tussen de anderen, kijkend naar de ring, net als de anderen. Maar wel met een bokscarrière die hem aanzienlijk minder gewoon maakt.

Hij was twee keer junior kampioen lichtwelter 1979, 1980 of 1981; B klasse kampioen lichtwelter 1982, A-klasse kampioen lichtwelter in 1984, 1985, 1986, 1987. En een keer A-klasse kampioen welter in 1988. Maar ook: drie keer verliezend finalist in 1982 tegen Saro (lichtwelter), in 1989 tegen Ronald Vos (welter) en in 1990/91 tegen Delibas in het zwaarwelter.

Acht keer kampioen van Nederland, present op het Europees kampioenschap van 1985 en 1987 (brons) en naar het wereldkampioenschap in 1986. Het jaar daarop gewonnen van een Cubaanse wereldkampioen, Garcia. In datzelfde jaar stond hij op de achtste plaats van de wereldranglijst. Veel internationale wedstrijden gedaan. Prof geweest. Al met al indrukwekkend. Zo hebben we er niet veel in Nederland.

Later keek ik weer naar Reino van der Hoek. Eigenlijk was het staren, om te kijken hoe hij deed. Bij de Nederlandse kampioenschappen in Rotterdam was hij ook aanwezig. “Ik voel me goed in dat wereldje”, zou hij later tegen me zeggen.

Reino is een man die tijdens een bokswedstrijd achterin de zaal hangt, die een beetje circuleert, en daarna precies kan vertellen wie er was, en wat de boksers in de ring goed en fout deden. Er hangt een rusteloosheid om hem heen, een scherpe alertheid die snel van focus wisselt. Een bokserskwaliteit.
Is hij in gesprek, dan kan hij even een blik op de ring werpen en zeggen: die wint, die niet. Dat komt meestal uit. Reino heeft zo’n tweehonderd wedstrijden gedaan, dan krijg je er wel kijk op. Met boksen begon hij op zijn vijftiende jaar, altijd bij Olympia Leeuwarden en altijd met zijn helaas overleden trainer Tabe Kooistra. In 1992 werd Reino prof, dat duurde tot 1995.

Waar blijft een bokser na het boksen?
Wat is er overgebleven van de tijd van toen?

In ieder geval een helehoop bekers en beeldjes en diploma’s en foto’s. Een groot deel ervan is pas naar Olympia gegaan, waar Eddy ten Cate er iets moois mee gaat doen voor de nieuwe generatie zonder historisch besef. Er zijn filmopnames, waarvan een deel op YouTube staat, dan zie je waarom ze hem een ‘knokker’ noemden. Zelf zegt hij: “een vechtjas met verstand”.

Bundesliga, 1987-1989.  Weet iemand anders nog wie de tegenstander is?

Er zijn twee dozen met foto’s en plakboeken. Er zijn herinneringen weg en er zijn herinneringen over. En er zijn verhalen: “Twee dagen te voren belden ze me op of ik meewilde naar een toernooi in Indonesië. Ik zeg ja, en ik won nog ook.” Er is de opgedane bokservaring. Maar trainer worden, daar ziet Reino momenteel niet zo veel in. Na al die jaren van boksdiscipline past hij niet meer zo goed in een structuur van toezeggingen en verplichtingen: “Dan gaan ze op je rekenen”, dus dan moet het, en dat moeten wil hij voorkomen.

Reino is een rivier zonder oevers: de mentale kracht waarmee hij zich voor het boksen kon inzetten is er nog. Dat veroorzaakt de rusteloosheid. Want die kracht wil vrij kunnen stromen. In het dagelijks leven is dat lastig. Daarbij komt, dat iets half doen hem slecht lukt. Gaat hij fietsen? Meteen zware bergtochten in Frankrijk: La Marmotte, in 2003 en 2005. Waarna hij er genoeg van heeft want het werd weer bijna een verplichting. Momenteel traint hij in Purmerend bij Michel van Halderen, een uurtje rijden vanuit zijn woonplaats Hoofddorp. Ook hier is het: totale inzet. Voordat de rest met de training begint is hij al een uur bezig. Het zit in hem.

Thuis heeft hij nog veel foto’s. Van zijn gezin natuurlijk, en ook van het boksen. Vaak staat Tabe daarop. Tabe juichend bij de ring, armen omhoog. Tabe die achter hem zit, Tabe die naast hem staat. Een twee-eenheid. Bij het bekijken van de foto’s vertelt Reino over vroeger.

2010 vlnr: Michel van Halderen, Reino van der Hoek, Eddy ten Cate. Op de rug gezien: Jaap Postma (Olympia Leeuwarden)

Over eten. Dat hij altijd moeite had om gewicht te maken voor zijn welterklasse. Andere mensen verliezen ’s nachts een kilo aan gewicht, nou, hij niet, hij kon wel twee kilo aankomen. Die ellende van  voortdurend moeten aftrainen. Ik zie foto’s van een touwtjespringende Reino in een dik pak kleren. Over zijn hoge tempo in de ring. Intervaltraining, licht Reino toe, zo trainde ik, dan kon ik in de derde ronde het tempo nog omhoog gooien. Een wedstrijdritme? Kijk, hier is de lijst tot 1986. En ik zie in de gauwigheid maanden met daarin heel wat wedstrijden. Jammer dat hij zijn wedstrijdboekjes niet kan vinden, die vormen een halve biografie. Sportman van het jaar in Friesland geweest. Over jonge boksers trainen. “Als ze zeiden ‘ik ben moe’ dan sloeg ik ze met een stofzuigerslang. Dan waren ze opeens niet moe meer.” Hij lacht er wel bij, maar hij zou het zo weer doen, vermoed ik. Honderd procent focus en honderdvijftig procent inzet wil hij zien. “Anders word ik kwaad.” De harde aanpak. Over zijn broer, Ivo van der Hoek, die zo’n twintig wedstijden bokste.

Reino kijkt terug met veel tevredenheid: “ik heb er alles uitgehaald”. En hij maakt de laatste weken letterlijk ruimte voor iets nieuws. Vrijwel alle bekers zijn al naar het noorden.

Een deel van Reino's collectie

Ik krijg oude nummers van De Ring en De Gong, interessante brieven van de Bond en andere boksarchivalia. Een tas vol.

Maar over dat nieuwe blijft hij vaag, hoe ik ook aandring. Dus, jonge wedstrijdboksers in Purmerend en Leeuwarden, of in de omgeving daarvan, attentie. Las voor de zekerheid extra hardlooptrainingen in, liefst met intervallen. Je weet maar nooit.

Oude boksfoto: B.A.V. Frisia

Wie weet er meer? Op zoek naar het oude boksen in Friesland.

Kijk, zo zag het eruit. Leeuwarden, daar zat Frisia in de Monnikemuurstraat.  Na de oprichting in 1933 kende de boksschool verschillende adressen.Dit was het vierde adres, waar ze in 1958 introkken voor een periode van tien jaar. Het pand is inmiddels gesloopt.

Albert Groen was toen net trainer geworden. Hij volgde Johan Poelsma op, die de oprichter was.  In deze tijd, de  late jaren ’50, is deze foto gemaakt. Misschien begin ’60. Daarna verdween het in de archieven van Frisia.

Bij Albert Groen is Lolle van Houten gaan trainen. Lolle staat niet op de foto. Maar wie wel? Dat is de vraag.