OECKK 2014 Kyokushinkai Karate

Open European Championships Kyokushinkai Karate 2014. Zondag 16 maart, Sporthal Hellas te Den Haag. Honbu Kamakura/ International Budukai.

Hij daar, in het blauw

Hello there. Degene die zich omkeert, in dat blauwe, dat is Juri Villani uit Italië. Op het moment dat ik deze foto neem is het ongeveer twaalf uur ‘s middags. In de vroege avond zal hij in het middengewicht de Europese titel winnen.

“I have to concentrate,” zegt hij tegen me.

“We will talk later.”

De sfeer van deze EK viel op. Het was vrolijker dan vorig jaar. Energieker. Drukker ook. Misschien kwam dat door het fraaie lenteweer, maar ja, daar merkte niemand in de sporthal van wat. Ik was net op tijd voor het overleg tussen de scheidsrechters. Noem het professionele interesse. Even kijken hoe het daar gaat. Daarna mee naar de instructies voor “coaches and fighters”. Daar zag ik dat er veel mensen waren. Op Facebook had ik iets gelezen over in de 50 dojo’s. Sem Schilt was er ook, nu als coach.

37oeckk2014

“Hij is tamelijk rustig,” zei iemand.

 

En ik zag Cath Zomer, met wie ik een groot interview voor de krant had gedaan. “Ik wil weten wat ik nog in huis heb,” had ze toen gezegd. Nog geen week later zou ze haar kleine teen breken. Ze heeft weinig kunnen trainen daardoor.

Bij de instructies voordat het EK begon. Iedereen verzamelt dan.

 

In de zaal ga ik kijken en praten. Sem Schilt gaat geduldig glimlachend met iedereen die dat wil op defoto. Een moeder plukt haar baby uit de wagen, die in de armen van Sem wel erg klein lijkt. Ik zie Ruud Muller uit Leidschendam, initiatiefnemer van het project Schoolkarate.nl/ De tafel met de IBK en de administratie.

En dan is er de factor Italië. Vanmiddag is er een grappling wedstrijd van Ivan Tomasetti uit Vincenza. Hij staat tegen een vechter van Bob Schrijber. Hoe lopen de hazen? Als volgt. Het het laatste IBK-zomerkamp was in Pordenone, in Italië dus, waar Andrea Stoppa een dojo heeft. Groot succes. Daar zag kancho Gerard Gordeau deze Ivan in actie.

Ivan heeft een probleem. In Italië zijn er geen tegenstanders meer over op zijn niveau. Want hij heeft een waslijst aan titels, van samo tot grappling tot Brazilian Jiu-Jitsu (BJJ), roept u maar, hij heeft het. En dan wordt het moeilijk. Tenzij kancho Gordeau ervan hoort, want dan sta je zo in Nederland. De dag ervoor had Ivan op Kamakura een goed bezocht seminar gegeven. David Ellero (ook Italiaan) was er ook; hij traint BJJ bij Kamakura. Kleine wereld, hè? Nog kleiner: Ellero junior kan nu dankzij Ivan een redelijke beenklem aanleggen. Op zijn teddybeer. Junior van 4,5 jaar traint trouwens ook bij Kamakura, dat wil zeggen hij zit in de klas van Duncan Smit bij Kamakura.

Maar we hadden het over karate.

De jeugdpartijtjes zijn leuk en goed. Kinderen, jawel, die soms in en uit de ring getild moeten worden, maar die wel op hun manier volwassen behandeld worden. Verantwoordelijk zijn. Initiatief nemen. Doorzetten. Ik viel als een blok voor Jennifer Helder (Kamakura). Die uitstraling, die aanwezigheid. Alle wedstrijden komen bij Fightstar.tv dus kijk het vooral na.

 

No one puts Jennifer in a corner.

23oeckk2014

Op de achterste rij: Sem Schilt, Gerard Gordeau.

Karateka Cath heeft dan weinig kunnen trainen, ze is wel behoorlijk afgetraind. Er is ruim zes kilo gewicht af gegaan. Maar ja. Vandaag zitten de damespartijen in dezelfe poule, zodat de zwaardere dames in het voordeel zijn. Twee keer pech. Het gaat helaas niet zo goed. Ze staat tegen Roxanne Ramselaar van Dojo Tsunami en zij is duidelijk sterker. Maar Cath gaat gewoon weer trainen.

29oeckk2014

Om drie uur precies komt de “suuuuper fight” zoals door de zaal klinkt. En het werd geen teleurstelling. Die explosie van kracht. Die technieken van grijpen en pakken en duwen, erdoorheen schemerde iets van het oude worstelen. Het spannendste vind ik altijd als er nauwelijks beweging in zit. Dan gaat het om die combinatie van kracht en psychologie: kunnen wachten op het juiste moment, druk zetten of juist niet.

33oeckk2014 34oeckk2014 35oeckk2014

36oeckk2014

Na zijn gewonnen wedstrijd gaat Ivan Tomasetti weer terug naar zijn clubje: David Elloro en Ellero junior, en dan Juri Villani. Wat gebeurt er toch allemaal in Italië? Ze zaten gebroederlijk op de tribune. Ze omhelsden elkaar, beukten elkaar even op de schouder of gaven een innige handdruk. Italianen. Hartelijk volk. Expressiever dan Nederlanders. En helemaal into martial arts.

Italië is het nieuwe Japan.

Ivan is aanspreekbaarder dan Juri. Dus ik vraag: “Hoe vond je het?” Nou, een heel verhaal. Dat hij wist dat zijn tegenstander very agressive was, dus hij had besloten, die ga ik voortdurend laten komen. Moe maken. Geen risico lopen. En als hij de kans ziet, die ook meteen nemen. Ja, ‘t is simple comme bonjour, totdat je het in de ring moet doen.

Ivan is nu 30 jaar en hij heeft een overzichtelijk toekomstbeeld: meer wedstrijden doen. Misschien komt er ooit een eigen dojo, maar daar heeft hij nu nul tijd voor. Zijn leven is trainen en wedstrijden. Eigenlijk altijd al. “Ik was zes jaar toen ik met vechtsport begon. Toen trainde ik voor de medaille die ik bij een wedstrijd kon winnen. Steeds was dat het doel.” Daar kwam het leven dat hij nu leidt uit voort. Hij zat net als David Ellero bij de carabinieri, een politie eenheid die nogal van de sport zijn. En zo ging het verder. Er kwam gewoon steeds meer martial arts in zijn leven, vertelt hij. Het leek vanzelf te gaan, maar wat hij niet vertelt is: de harde training, geen gezin, en het toch vérder moeten denken. En gezien zijn sterrenstatus in het dolce Italia: de onvermijdelijke valse vrienden.
Tegen half vijf komt eindelijk het eerste gevecht van Juri Villani tegen Wesley Pex van Kamakura. Het gaat hard en snel, zelfs voor kyokushinkai begippen. Het ging goed gelijk op, want het werd uiteindelijk hout breken.

Het OECKK overweldigt me altijd. Die veelheid van mensen en indrukken. Het nieuws waar ik over moet nadenken wat op die dag nauwelijks gaat. Sem Schilt als coach zien. Horen dat Cem Senol naar alle waarschijnlijkheid niet meer in Nederland vecht. “Misschien eind dit jaar nog een wedstijd in Japan.” Zsolt Zsiga weer in de ring. Kancho Gordeau in een pak en als ik vraag: “Maar… waaròm?” zegt hij adrem: “Ik ben een bobo”. Daarna wijst hij naar de IBK-tafel en zegt: “Het moest van hun”. Het staat hem goed. Maar je verwacht het niet.

Juri is nog steeds niet aanspreekbaar. Hij staat bij de catwalk en kijkt naar de wedstrijden en ik kijk naar zijn rug. De finale begint zo, tegen Ronald Kersbergen  van Tsunami Budokai Tsunami. Hij trekt zijn sweater uit en de Italiaanse fratelli komen er meteen bij. Omhelzen. Ivan slaat hem op de rug. Behoedzaam. En dan is het tijd om te gaan. David en Ivan gaan mee naar de ring. Erbij staan. Kijken. Erbij zijn. 

46oeckk2014 juri valli2

Een paar minuten later is het beslist. Blij. Opgelucht. David belt meteen Andrea Stoppa op, en geeft zijn telefoon aan Juri die ermee naar buiten loopt. . Het duurt best lang. Misschien meteen een hele nabespreking.

Grazie grazie hoor ik.

En dan eindelijk heeft hij even tijd. David en Ivan blijven er broederlijk bij staan.

Ik vraag naar zijn linker been want hij hinkt behoorlijk.
“A little pain,” zegt hij. “Part of the game.” Een glimlach zo van: hier praten wij niet verder over. Hij is 26 jaar en traint “in mei dit jaar” pas drie jaar full contact karate. Bij Andrea Stoppa: “I am in great debt to him” en dan bedoelt Juri geen geld. Voor Stoppa was hij meer van het traditioneel karate maar dit andere trok hem meer: “It is more realistic. It i about mind and body, about a greater expansion as a person.” Dat gaat over budo. “My lifestyle,” zegt hij. Inmiddels heeft hij een eigen dojo: Sei Budo Dojo –  http://shinbudopistoia.blogspot.nl  in Pistoia bij Florence.” Zijn grote droom is helemaal van de sport te leven. Lesgeven. “As soon as possible marry my girlfriend Alice”, die ook aan karate doet.

En verder?

Zegt de kersverse EK-kampioen: “Keep training.”

En verder? Hij kijkt van: verder is er niks. Dan vraag ik wat nou het állerbelangrijkste is dat hij van Andrea Stoppa heeft geleerd. Er valt een diepe stilte.
We denken alletwee na.
Iets met techiek, vermoed ik.
Of pijn leren verdragen want voor dat linkerbeen geef ik geen cent
Of iets typisch Italiaans, dat je als Nederlandse niet kunt bedenken.

Dan weet hij het. “Being grateful”.

“Being able to train means we are in good health, we have time and we have friends.”

David knikt, Ivan is het er ook mee eens en de kleine Ellero vindt alles nog steeds even leuk op het EK.

Peter Teijsse over savate, 1991 en het leven

peter teijsse

Peter Teijsse (foto:Hoekvrouw.nl)

Er zit veel vrolijkheid in Peter Teijsse. Die verende stap, dat snelle lachen, de motoriekvan iemand die wat te doen heeft en dat ook gaat doen. Energie. Ik kijk hoe hij de sportschool binnenkomt waar we over savate gaan praten.

Savate, dat is ook: de wereldkampioenschappen in Parijs, 1991. Stade Pierre de Coubertin. Op 23 mei dachten ze in Frankrijk nog dat alleen Fransen zoiets konden winnen. Op 24 mei, eerste dag, begon een ander inzicht te dagen. Toen dat toernooi afgelopen was, zag de wereld in la France er een beetje anders uit. Peter Teijsse en Gerard Gordeau namen een WK-titel mee naar huis.

Teijsse lacht: “Het was een topjaar!”

We zitten aan een tafeltje in Warmond bij de Pro Health Club, waar alles netjes en mooi en heel is. Niet om flauw te doen. Het is echt mooi. Dure ingebouwde tv-schermen, een schoonheidspecialiste, mensen met Bijenkorfhanddoeken. Chic. Hier geeft hij boksles op woensdagavond. Sinds een paar maanden is Peter Teijsse voor zichzelf begonnen: “PT Boxing”. Personal training, groepen, begeleiding, het accent ligt op de sport maar… vanuit zijn achtergrond is dat best lastig. In het verleden werkte hij in de psychiatrie dus hij ziet wel wanneer er wat met iemand aan de hand is. En hij wil graag mensen helpen. Dan kan je tijd snel opraken.

Eerst dat savate.

“We deden savate omdat Johan Vos dat zo graag wilde.” Zo begon het, bij de legendarische sportschool Vos in Amsterdam. Daar trainde Peter al een heel tijdje.

“Ik was bijna zestien toen ik voor de eerste keer bij Vos Gym kwam. Het was op 10 september 1983. Dat weet ik nog goed, want op die dag was mijn moeder jarig. Een vriendje had me meegenomen en ik zag alleen maar Surinaamse en Marokkaanse jongens. Zat ik daar als blank jongetje tussen. Ik dacht, waar ben ik nou beland. Maar ik vond het geweldig. Ik bleef gaan, steeds met mijn sporttasje de deur uit. Als de buren vroegen wat ik deed, zei ik dat ik op zwemmen zat. Kickboksen was toch…. nou ja, het had geen goede naam. Dus ik leidde twee verschillende levens.
Het is nog zo, als je gaat solliciteren en je hebt kort haar en je zegt dat je aan vechtsport doet, dat helpt meestal niet om aangenomen te worden.”

“Johan Vos was een van de beste trainers van Nederland. Die kon twee, drie minuten naar je kijken en dan wist hij precies wat er in je zat. Hij kon je ook motiveren, bij iedereen ging dat weer anders. Maar het was er ook erg hard. Hij traint nog steeds, hoor ik. We hebben weinig contact meer.”

“Wij hadden een hoog niveau. Technisch goed. Allemaal.” En hij somt op: Ivan Hyppolite, Mark Holland, Ernesto Hoost, Moesid Akamrane, de gebroeders Loosekoot (“Die wilden geen wedstrijden doen, maar ze waren geweldig in de training”), Wim Lemmels. Lucia Rijker. Geard Gordeau.

Het was een clubje dat elkaar op den duur door en door kende. Dat kwam ook door dat praktische: ze hadden elkaar nodig. Zoals het bij Vos was, was het nergens, zo goed en hard. Dus het was tegen elkaar sparren, los van gevechtsklassen.
Ze hadden er allemaal een baan bij. Teijsse werkte in de psychiatrie voor volwassenen. Pure noodzaak. “Er was geen geld in de sport te verdienen. Toen ik die titel won, kreeg ik geloof ik vijftienhonderd gulden, toen. Daar komt tegenwoordig een vechtsporter niet meer zijn bed voor uit, bij wijze van spreken.”

Uit Frankrijk kwamen er weleens savateurs over. “Dan verloren we allemaal.” Naarmate het WK in Parijs dichterbij kwam, werd het idee om daar te winnen daarom des te leuker. Daar kwam bij dat Fransen chauvinistisch zijn. Zoals Peter zegt: “Voor de wedstrijd stonden we al met 3-0 achter. Je moest dus van goede huize komen, en je tegenstander het liefst in de eerste ronde KO slaan of met een overweldigende puntenmeerderheid winnen. Dan moest de jury wel jou aanwijzen.” Naar Parijs gingen dat jaar: Teijsse, Gordeau, Felter.

Fighting Spirit/Zendokan schreef onder de kop Wereldtitels savate voor Gordeau en Teijsse onder andere het volgende: “Een gouden debuut en een gouden afscheid. De Nederlandse savate-brigade onder leiding van bondscoach Johan Vos heeft in het bomvolle savatemekka Stade Pierre de Coubertin (4500 fans) weer de nodige indruk gemaakt. Gerard Gordeau, de boomlange zwaargewicht van sportschool Kamakura, heeft voor de laatste maal zijn visitekaartje afgegeven, terwijl het razend enthousiaste publiek ook getuige was van de niet te stillen opmars van Peter Teijsse. De snel opkomende Amsterdammer die in de categorie tot 74 kilo de Franse favoriet Frank May elimineerde.”

De Fransen dachten: wij winnen altijd.

Peter Teijsse denkt nog steeds met genoegen terug aan juist die finale. “Eerst moest je je in Nederland kwalificeren voor het WK, maar hier was haast niks dus na één wedstrijd kon ik naar Parijs. Tegen die Fransman in de finale staan was mijn doel. Het was een dag waarop ik dacht: ik kan niet verliezen. En dat klopte.”

peter teijsse

Gewonnen! Alle Fransen knorrig.

Hij heeft een videoband van twee uur lang waarop het hele toernooi staat. Maar: het is een Frans systeem, dus dat slikt geen Nederlands videorecordertje. Ik mag de band lenen om te laten digitaliseren.

Hoe zat het eigenlijk met de Nederlandse Savate Bond, vraag ik. Die had in 1985 zichzelf opgeheven, schreef De Telegraaf toen. Geen idee, zegt Peter.

En daarna? “De Franse pers reageerde positief, er kwamen een paar berichtjes in de pers. Dat vond ik al heel wat.” Wel was er ook kritiek op de Nederlandse stijl. Die was wat eh… hard. Zonder dat pure je ne sais quoi dat de sport nou net zo onovertroffen mooi maakte.

Terug in Nederland leek het grote doel bereikt te zijn. Gordeau had inderdaad van savate afscheid genomen, al werd hij twee jaar later juist als savateur uitgenodigd voor de allereerste UFC. De “onstuitbare opmars” waar Zendokan over schreef, bleek niet zozeer in het savate te liggen. Hij vertelt dat er niet zo heel veel meer gebeurde erna. Ondanks de twee wereldtitels die In Nederland terecht kwamen, werd savate niet populairder. Te moeilijk. Te technisch. Daar hadden de meeste mensen geen zin in.

Fast forward naar de laatste jaren. Tik zijn naam in op YouTube en het ene na het andere filmpje met MMA-vechter Fedor Emelianenko verschijnt. “Toen ze me vroegen om hem te trainen, begrepen mensen het niet. Ze kenden me niet. Maar trainen is meer dan techniek overbrengen, het is ook werken met mensen. Je moet die kant ook ontwikkeld hebben. Ik kijk niet tegen mensen op en niet op ze neer.”

Het trainen met Fedor is klaar. Nu is hij PT Boxing als bedrijf aan het opbouwen, met als thuisbasis Amstelveen, dichtbij Amsterdam. Hij heeft drie zonen (“Het huis hangt vol met voetbalshirtjes”), één hond en nul vrouwen. Druk genoeg en tegelijkertijd lekker rustig. “Als ik ‘s avonds thuis kom, wil ik ook weleens niet meer praten.”

In deze weken kijkt hij vooruit en ook terug. Want nou ja, drie maanden geleden is er een kwaadaardige tumor van 6,5 centimeter uit zijn lichaam gehaald. De laatste controle was goed. Hij heeft plannen. “Vorige week hebben Barry en ik een mooi zaaltje in Buitenveldert gezien”. Als het goed gaat, en waarom zou het mis gaan, dan beginnen ze daar samen een sportschool. Barry, dat is de bokser Barry Groenteman. Het is een kwestie van weken, lijkt het. En: “Ik wil nog een paar kampioenen maken. Liefst van de wereld. Daarna? Dat weet niet. Misschien weer de psychiatrie in. Of iets met honden. Maar ik wil niet tot in de zestig nog trainingen blijven geven.”

Aan het eind van gesprek vraag ik: zou je alles op dezelfde manier over doen?
Meteen zegt hij: “Ja.”
“Alles.”
“Hetzelfde.”
“Want het heeft me gemaakt tot wie ik nu ben, en wat ik nu ben, en het brengt me veel.”

Zo zag het eruit: duizenden savateliefhebbers keken toe.

 

Kata’s in Kamakura

Zondag 6 februari 2013. Kata Seminar van Istvan Adamy en Shihan Zsolt Szénási (European Kyusho Academy). Locatie: Honbu Kamakura, Den Haag.

“Dit kun je alleen volgen als je een goede basis hebt,” zei kancho Gerard Gordeau. Op hoog niveau werden kata’s onderwezen in de kleinst mogelijke eenheden. In de enkele uren voor de pauze waren slechts twee bewegingen van één kata behandeld. Diepgang werd geboden en geëist. Istvan Adamy (8ste dan): “Show me your kata and I will tell you who you are.” Veel aandacht was er voor de triggerpoints, die tijdens de kata bij de tegenstander geraakt kunnen worden. Bij het juiste gebruik bleek het mogelijk de ander sneller laten neervallen dan de zwaartekracht.

Het was een middag die me overviel, in de meest gunstige zin. Want eigenlijk had ik iets heel anders verwacht. Series kata’s zien uitvoeren, de schijngevechten zien, of de bewegingen voor het gevecht. Maar Istvan Adamy en Shihan Zsolt Szénási (rode band op de foto’s) gingen de diepte in, en hoe. De elementen van een kata werden lang en uitvoerig behandeld en toegelicht in het Engels met charmant Hongaars accent. Uitleg, achtergrond, toepassing. Uren lang, met slechts een kleine pauze.  Ik heb er ademloos naar gekeken en foto’s gemaakt. Geleidelijk aan werd het drukker, karateka’s uit het hele land waren gekomen om hierbij te zijn.

En wat een gezicht was het: zoveel hoge banden in die prachtige dojo. Wat daar die middag verzameld was aan kennis en kunde, dat was uniek. Ik was onder de indruk.

 

mooi1 mooi2 P1030816_resize P1030820_resize P1030822_resize P1030824_resize P1030825_resize P1030828_resize P1030830_resize P1030837_resize P1030839_resize P1030840_resize P1030842_resize P1030843_resize P1030845_resize P1030846_resize P1030848_resize P1030849_resize P1030852_resize P1030860_resize P1030861_resize P1030862_resize P1030863_resize P1030865_resize P1030867_resize P1030868_resize P1030874_resize P1030876_resize P1030877_resize P1030878_resize P1030879_resize P1030883_resize P1030885_resizeP1030824_resize

 

Karate en kickboksen in Katwijk 2012

poster-12-2012-723x1024_resize

Kickboksgala Kamakura Katwijk, zaterdag 8 december 2012. 

Het was anders dan vorig jaar. Toen kwam ik er voor de eerste keer, en het leek me ontspannen genoeg. Dat hadden ze van te voren ook tegen me gezegd: in Katwijk is het gezellig, old skool. Maar dit jaar begreep ik pas wat ze bedoelden. De sfeer was losser, gemakkelijker.  En hoe dat kan?  Dat is het raadsel van Katwijk. Na alle ellende in het kickboksen van de laatste tijd lieten zij wat anders zien. Meer sponsoren. Een verlaagde toegangsprijs: van 20 euro naar 15 euro.  Ja, zo kan het ook, denk je dan, maar de avond moet intussen met veel beleid in elkaar gezet zijn. Gericht sportscholen uitnodigen, dat scheelt ook.

Ik was mee met Honbu Kamakura. Een paar auto’s volgeladen met coaches en vechtsporters. Verzamelen in Den Haag, op tijd erheen voor het wegen en dan wachten op de wedstrijden die gaan komen.

Dat is altijd zo’n contrast. In de zaal ziet het publiek de ene wedstrijd na de andere. In de kleedkamers wachten de vechters. “Hoeveelste is dit? ” “Nog vijf”.  Hangen en rustig blijven.

Dit jaar zouden er ook karatewedstrijden zijn, Kyokushin, dat is het hardste dat er is. Full contact, zowat alles mag binnen de grenzen van het sportieve. Witte kleren, blote voeten, streng protocol. Je moet ervan houden. En ik hou ervan.

Daar begon de avond mee. Voor het publiek was dat nog onwennig. Iedereen zat en keek, zonder goed het hoe of wat ervan  te begrijpen. Bij de laatste wedstrijden begon de scheidsrechter af en toe een uitleg te geven, die door de ringspeaker werd overgenomen. Misschien iets voor de volgende keer: wat uitleg op het grote projectiescherm op het podium. Dat die volgende keer er komt, staat nu al vast.  Trainer Wim van Rhijn vertelde me, dat ze streven naar 50/50, dus de helft karate en de helft kickboksen. Daarmee is Kamakura Katwijk dan terug bij de bron, want ooit begon Jack Nugter er met karate. Vanaf januari gaat Cem Senol (van Kamakura Den Haag) er les geven. Motiverend detail: tijdens het gala werd omgeroepen dat Cem een Europese titel zwaargewicht kyokushin had gewonnen. In Polen, waar hij met kancho Gerard Gordeau verbleef. Dat wordt leuk in Katwijk. Cem is precies zoals je je een zwartebander kyokushin voorstelt: sterk van postuur, correct in de omgangsvormen. Ogen die recht door je heen kijken.

Wat ook meewerkte, was het strenge toezicht van de bonden. Het kickboksen viel onder de WFCA. Het karate vond plaats onder auspiciën van de International Budokai (IBK) dat ook scheidsrechters had afgevaardigd. Vooraf werden alle karatecoaches bij elkaar geroepen in een zaaltje. Ik mee natuurlijk. De regels werden nog eens doorgenomen, aandachtspunten werden genoemd: een paar jongens waren nog maar een paar maanden met karate bezig en dit was de eerste wedstrijd, dus de tegenstander hoefde daar niet vol op los te gaan. Wel eerlijk en hard, niet slopen. Anders liepen die jongens nooit meer een dojo in natuurlijk.
Bij de kickbokswedstrijden daarna leek iedereen op te leven: dat kenden ze. Er klonk meer gejuich en geroep en kinderen liepen gemakkelijker rond.

Aan dat losse in de sfeer, vooral na het karate, heb ik me overgegeven.

Dus ik ging de ring zitten en besloot te kijken zonder te schrijven, alleen het ritme van de rondes volgen, de trainers horen en zien, dan een nieuwe wedstrijd, de muziek, dan de aanwijzingen van de scheidsrechter. Het ging onder mijn huid zitten en als het naar mijn hoofd steeg, ging ik even naar de kleedkamer beneden. Daar rook het naar tijgerbalsem en zweet, een goede geur is dat. En toch dacht ik steeds aan die karatewedstrijden.

 

Daar heb ik ook wat foto’s van gemaakt.

bewerkt P1030770_resize_with_border

bewerkt P1030778_resize_with_border

bewerkt P1030779_resize_with_border

bewerkt P1030785_resize_with_border

bewerkt P1030786_resize_with_border

bewerkt P1030789_resize_with_border

bewerkt P1030799_resize_with_border

bewerktP1030766_resize_with_border