Peter Teijsse over savate, 1991 en het leven

peter teijsse

Peter Teijsse (foto:Hoekvrouw.nl)

Er zit veel vrolijkheid in Peter Teijsse. Die verende stap, dat snelle lachen, de motoriekvan iemand die wat te doen heeft en dat ook gaat doen. Energie. Ik kijk hoe hij de sportschool binnenkomt waar we over savate gaan praten.

Savate, dat is ook: de wereldkampioenschappen in Parijs, 1991. Stade Pierre de Coubertin. Op 23 mei dachten ze in Frankrijk nog dat alleen Fransen zoiets konden winnen. Op 24 mei, eerste dag, begon een ander inzicht te dagen. Toen dat toernooi afgelopen was, zag de wereld in la France er een beetje anders uit. Peter Teijsse en Gerard Gordeau namen een WK-titel mee naar huis.

Teijsse lacht: “Het was een topjaar!”

We zitten aan een tafeltje in Warmond bij de Pro Health Club, waar alles netjes en mooi en heel is. Niet om flauw te doen. Het is echt mooi. Dure ingebouwde tv-schermen, een schoonheidspecialiste, mensen met Bijenkorfhanddoeken. Chic. Hier geeft hij boksles op woensdagavond. Sinds een paar maanden is Peter Teijsse voor zichzelf begonnen: “PT Boxing”. Personal training, groepen, begeleiding, het accent ligt op de sport maar… vanuit zijn achtergrond is dat best lastig. In het verleden werkte hij in de psychiatrie dus hij ziet wel wanneer er wat met iemand aan de hand is. En hij wil graag mensen helpen. Dan kan je tijd snel opraken.

Eerst dat savate.

“We deden savate omdat Johan Vos dat zo graag wilde.” Zo begon het, bij de legendarische sportschool Vos in Amsterdam. Daar trainde Peter al een heel tijdje.

“Ik was bijna zestien toen ik voor de eerste keer bij Vos Gym kwam. Het was op 10 september 1983. Dat weet ik nog goed, want op die dag was mijn moeder jarig. Een vriendje had me meegenomen en ik zag alleen maar Surinaamse en Marokkaanse jongens. Zat ik daar als blank jongetje tussen. Ik dacht, waar ben ik nou beland. Maar ik vond het geweldig. Ik bleef gaan, steeds met mijn sporttasje de deur uit. Als de buren vroegen wat ik deed, zei ik dat ik op zwemmen zat. Kickboksen was toch…. nou ja, het had geen goede naam. Dus ik leidde twee verschillende levens.
Het is nog zo, als je gaat solliciteren en je hebt kort haar en je zegt dat je aan vechtsport doet, dat helpt meestal niet om aangenomen te worden.”

“Johan Vos was een van de beste trainers van Nederland. Die kon twee, drie minuten naar je kijken en dan wist hij precies wat er in je zat. Hij kon je ook motiveren, bij iedereen ging dat weer anders. Maar het was er ook erg hard. Hij traint nog steeds, hoor ik. We hebben weinig contact meer.”

“Wij hadden een hoog niveau. Technisch goed. Allemaal.” En hij somt op: Ivan Hyppolite, Mark Holland, Ernesto Hoost, Moesid Akamrane, de gebroeders Loosekoot (“Die wilden geen wedstrijden doen, maar ze waren geweldig in de training”), Wim Lemmels. Lucia Rijker. Geard Gordeau.

Het was een clubje dat elkaar op den duur door en door kende. Dat kwam ook door dat praktische: ze hadden elkaar nodig. Zoals het bij Vos was, was het nergens, zo goed en hard. Dus het was tegen elkaar sparren, los van gevechtsklassen.
Ze hadden er allemaal een baan bij. Teijsse werkte in de psychiatrie voor volwassenen. Pure noodzaak. “Er was geen geld in de sport te verdienen. Toen ik die titel won, kreeg ik geloof ik vijftienhonderd gulden, toen. Daar komt tegenwoordig een vechtsporter niet meer zijn bed voor uit, bij wijze van spreken.”

Uit Frankrijk kwamen er weleens savateurs over. “Dan verloren we allemaal.” Naarmate het WK in Parijs dichterbij kwam, werd het idee om daar te winnen daarom des te leuker. Daar kwam bij dat Fransen chauvinistisch zijn. Zoals Peter zegt: “Voor de wedstrijd stonden we al met 3-0 achter. Je moest dus van goede huize komen, en je tegenstander het liefst in de eerste ronde KO slaan of met een overweldigende puntenmeerderheid winnen. Dan moest de jury wel jou aanwijzen.” Naar Parijs gingen dat jaar: Teijsse, Gordeau, Felter.

Fighting Spirit/Zendokan schreef onder de kop Wereldtitels savate voor Gordeau en Teijsse onder andere het volgende: “Een gouden debuut en een gouden afscheid. De Nederlandse savate-brigade onder leiding van bondscoach Johan Vos heeft in het bomvolle savatemekka Stade Pierre de Coubertin (4500 fans) weer de nodige indruk gemaakt. Gerard Gordeau, de boomlange zwaargewicht van sportschool Kamakura, heeft voor de laatste maal zijn visitekaartje afgegeven, terwijl het razend enthousiaste publiek ook getuige was van de niet te stillen opmars van Peter Teijsse. De snel opkomende Amsterdammer die in de categorie tot 74 kilo de Franse favoriet Frank May elimineerde.”

De Fransen dachten: wij winnen altijd.

Peter Teijsse denkt nog steeds met genoegen terug aan juist die finale. “Eerst moest je je in Nederland kwalificeren voor het WK, maar hier was haast niks dus na één wedstrijd kon ik naar Parijs. Tegen die Fransman in de finale staan was mijn doel. Het was een dag waarop ik dacht: ik kan niet verliezen. En dat klopte.”

peter teijsse

Gewonnen! Alle Fransen knorrig.

Hij heeft een videoband van twee uur lang waarop het hele toernooi staat. Maar: het is een Frans systeem, dus dat slikt geen Nederlands videorecordertje. Ik mag de band lenen om te laten digitaliseren.

Hoe zat het eigenlijk met de Nederlandse Savate Bond, vraag ik. Die had in 1985 zichzelf opgeheven, schreef De Telegraaf toen. Geen idee, zegt Peter.

En daarna? “De Franse pers reageerde positief, er kwamen een paar berichtjes in de pers. Dat vond ik al heel wat.” Wel was er ook kritiek op de Nederlandse stijl. Die was wat eh… hard. Zonder dat pure je ne sais quoi dat de sport nou net zo onovertroffen mooi maakte.

Terug in Nederland leek het grote doel bereikt te zijn. Gordeau had inderdaad van savate afscheid genomen, al werd hij twee jaar later juist als savateur uitgenodigd voor de allereerste UFC. De “onstuitbare opmars” waar Zendokan over schreef, bleek niet zozeer in het savate te liggen. Hij vertelt dat er niet zo heel veel meer gebeurde erna. Ondanks de twee wereldtitels die In Nederland terecht kwamen, werd savate niet populairder. Te moeilijk. Te technisch. Daar hadden de meeste mensen geen zin in.

Fast forward naar de laatste jaren. Tik zijn naam in op YouTube en het ene na het andere filmpje met MMA-vechter Fedor Emelianenko verschijnt. “Toen ze me vroegen om hem te trainen, begrepen mensen het niet. Ze kenden me niet. Maar trainen is meer dan techniek overbrengen, het is ook werken met mensen. Je moet die kant ook ontwikkeld hebben. Ik kijk niet tegen mensen op en niet op ze neer.”

Het trainen met Fedor is klaar. Nu is hij PT Boxing als bedrijf aan het opbouwen, met als thuisbasis Amstelveen, dichtbij Amsterdam. Hij heeft drie zonen (“Het huis hangt vol met voetbalshirtjes”), één hond en nul vrouwen. Druk genoeg en tegelijkertijd lekker rustig. “Als ik ‘s avonds thuis kom, wil ik ook weleens niet meer praten.”

In deze weken kijkt hij vooruit en ook terug. Want nou ja, drie maanden geleden is er een kwaadaardige tumor van 6,5 centimeter uit zijn lichaam gehaald. De laatste controle was goed. Hij heeft plannen. “Vorige week hebben Barry en ik een mooi zaaltje in Buitenveldert gezien”. Als het goed gaat, en waarom zou het mis gaan, dan beginnen ze daar samen een sportschool. Barry, dat is de bokser Barry Groenteman. Het is een kwestie van weken, lijkt het. En: “Ik wil nog een paar kampioenen maken. Liefst van de wereld. Daarna? Dat weet niet. Misschien weer de psychiatrie in. Of iets met honden. Maar ik wil niet tot in de zestig nog trainingen blijven geven.”

Aan het eind van gesprek vraag ik: zou je alles op dezelfde manier over doen?
Meteen zegt hij: “Ja.”
“Alles.”
“Hetzelfde.”
“Want het heeft me gemaakt tot wie ik nu ben, en wat ik nu ben, en het brengt me veel.”

Zo zag het eruit: duizenden savateliefhebbers keken toe.

 

Karate en kickboksen in Katwijk 2012

poster-12-2012-723x1024_resize

Kickboksgala Kamakura Katwijk, zaterdag 8 december 2012. 

Het was anders dan vorig jaar. Toen kwam ik er voor de eerste keer, en het leek me ontspannen genoeg. Dat hadden ze van te voren ook tegen me gezegd: in Katwijk is het gezellig, old skool. Maar dit jaar begreep ik pas wat ze bedoelden. De sfeer was losser, gemakkelijker.  En hoe dat kan?  Dat is het raadsel van Katwijk. Na alle ellende in het kickboksen van de laatste tijd lieten zij wat anders zien. Meer sponsoren. Een verlaagde toegangsprijs: van 20 euro naar 15 euro.  Ja, zo kan het ook, denk je dan, maar de avond moet intussen met veel beleid in elkaar gezet zijn. Gericht sportscholen uitnodigen, dat scheelt ook.

Ik was mee met Honbu Kamakura. Een paar auto’s volgeladen met coaches en vechtsporters. Verzamelen in Den Haag, op tijd erheen voor het wegen en dan wachten op de wedstrijden die gaan komen.

Dat is altijd zo’n contrast. In de zaal ziet het publiek de ene wedstrijd na de andere. In de kleedkamers wachten de vechters. “Hoeveelste is dit? ” “Nog vijf”.  Hangen en rustig blijven.

Dit jaar zouden er ook karatewedstrijden zijn, Kyokushin, dat is het hardste dat er is. Full contact, zowat alles mag binnen de grenzen van het sportieve. Witte kleren, blote voeten, streng protocol. Je moet ervan houden. En ik hou ervan.

Daar begon de avond mee. Voor het publiek was dat nog onwennig. Iedereen zat en keek, zonder goed het hoe of wat ervan  te begrijpen. Bij de laatste wedstrijden begon de scheidsrechter af en toe een uitleg te geven, die door de ringspeaker werd overgenomen. Misschien iets voor de volgende keer: wat uitleg op het grote projectiescherm op het podium. Dat die volgende keer er komt, staat nu al vast.  Trainer Wim van Rhijn vertelde me, dat ze streven naar 50/50, dus de helft karate en de helft kickboksen. Daarmee is Kamakura Katwijk dan terug bij de bron, want ooit begon Jack Nugter er met karate. Vanaf januari gaat Cem Senol (van Kamakura Den Haag) er les geven. Motiverend detail: tijdens het gala werd omgeroepen dat Cem een Europese titel zwaargewicht kyokushin had gewonnen. In Polen, waar hij met kancho Gerard Gordeau verbleef. Dat wordt leuk in Katwijk. Cem is precies zoals je je een zwartebander kyokushin voorstelt: sterk van postuur, correct in de omgangsvormen. Ogen die recht door je heen kijken.

Wat ook meewerkte, was het strenge toezicht van de bonden. Het kickboksen viel onder de WFCA. Het karate vond plaats onder auspiciën van de International Budokai (IBK) dat ook scheidsrechters had afgevaardigd. Vooraf werden alle karatecoaches bij elkaar geroepen in een zaaltje. Ik mee natuurlijk. De regels werden nog eens doorgenomen, aandachtspunten werden genoemd: een paar jongens waren nog maar een paar maanden met karate bezig en dit was de eerste wedstrijd, dus de tegenstander hoefde daar niet vol op los te gaan. Wel eerlijk en hard, niet slopen. Anders liepen die jongens nooit meer een dojo in natuurlijk.
Bij de kickbokswedstrijden daarna leek iedereen op te leven: dat kenden ze. Er klonk meer gejuich en geroep en kinderen liepen gemakkelijker rond.

Aan dat losse in de sfeer, vooral na het karate, heb ik me overgegeven.

Dus ik ging de ring zitten en besloot te kijken zonder te schrijven, alleen het ritme van de rondes volgen, de trainers horen en zien, dan een nieuwe wedstrijd, de muziek, dan de aanwijzingen van de scheidsrechter. Het ging onder mijn huid zitten en als het naar mijn hoofd steeg, ging ik even naar de kleedkamer beneden. Daar rook het naar tijgerbalsem en zweet, een goede geur is dat. En toch dacht ik steeds aan die karatewedstrijden.

 

Daar heb ik ook wat foto’s van gemaakt.

bewerkt P1030770_resize_with_border

bewerkt P1030778_resize_with_border

bewerkt P1030779_resize_with_border

bewerkt P1030785_resize_with_border

bewerkt P1030786_resize_with_border

bewerkt P1030789_resize_with_border

bewerkt P1030799_resize_with_border

bewerktP1030766_resize_with_border

Seminar Royce Gracie

Seminar BJJ Royce Gracie, 4 november 2012. Den Haag, Sporthal Hellas. Organisatie: Duncan Smit en Robbert Jol, Honbu Kamakura, onder ausp. van de International Budo Kai (IBK).

We stonden allemaal in de sporthal te wachten, of nou ja, allemaal. De een was wat in z’n tas aan het zoeken. De ander stond op de mat, helemaal klaar met de warming up. Elders werd wat gepraat. Ik keek opzij en zag vanuit de gang een magere man naar me toe lopen, zijn pak was schoon en een beetje versleten. Dat was hem. Royce Gracie himself. Die gewoon doorliep, langs me heen, dwars door de groep, naar de mat.

Hij viel dus niet meteen op. ‘t Was niet zo dat de aarde beefde toen hij binnenkwam. Iedereen praatte ook gewoon door.

Royce stond op de mat. Ik keek naar wat hij deed. Rekken, strekken. En zijn ogen sluiten, een paar minuten lang. Vermoedelijk begon het daar. De concentratie die uit zou groeien tot een eenpersoons-energieveld.

Het was druk, op een goede manier. Pers. FightStar TV, die ook filmde  bij het besloten ochtendprogramma op Kamakura. De oud-worstelaar Thomas was uit Amsterdam overgekomen, en daarmee waren er drie mannen aanwezig uit die allereerste editie van de Ultimate Fighter Challenge, dat legendarische toernooi uit 1993. De andere twee waren de finalisten: Royce Gracie en Kamakura’s kancho Gerard Gordeau. Alleen daarom al was ik gegaan. De historische sensatie om die twee in dezelfde ruimte te zien. Al hadden ze een telefoonboek voorgelezen.  Ik zag Remco Pardoel, zwarte band BJJ en in de tweede UFC, die van 1994. Gerard Gordeau stond toen in zijn hoek. Ook MMA-vechter Stefan Struve was in de groep.  Blond en lang: ruim twee meter.

Er was veel vechtsportgeschiedenis aanwezig, maar ook toekomst. En heden, want uit alle windstreken waren er vechtsporters naar het seminar gekomen. Ik signaleerde Satisch Jhamai van de Haagse sportschool Shaolin Ryu. Die grote belangstelling is logisch, het was de eerste keer dat Gracie hier was. Hij doet een Europese toernee.

Die middag zag ik discipline. En toewijding. Het bleef rustig. Gracie demonstreerde een techniek, dan werd dat in tweetallen geoefend. Gracie liep rond, keek, controleerde en corrigeerde.  Riep hij:  ”Time out, time out”, dan verzamelde iedereen zich en werd de volgende techniek onderwezen. Er zat een sterke candans in. Roepen, luisteren en kijken, nadoen. En dat ruim drie uur lang. Iedereen bleef volle aandacht geven. Gracie ook.

De pers werd in de hand gehouden. Niet filmen. Er komt waarschijnlijk een dvd. Beperkt foto’s maken.

Op de tribune raakte ik  in gesprek met de Amerikaanse Bobby Thompson. Hij traint nu ongeveer tien jaar bij Royce Gracie en heeft sinds kort de bruine band. Een zwarte komt pas na vijftien jaar, dat betekent dus vijftien jaar constante inzet, binnen en buiten de sportschool. Bobby heeft ook een sportschool: xequematebjj.com. Die loopt heel redelijk maar dat kon beter. Want wat is het geval? Het grote publiek komt af op zwartebanders met sportschool. Dat publiek weet niet dat de ene zwarte band de andere niet is. Je kunt best ergens na een paar jaartjes zo’n zwarte band scoren, ergens waar ze het zo nauw niet nemen. Maar ja, zwarte band, dat heeft nou eenmaal een uitstraling. Terwijl (en dit vind ik zelf, hoor) een enkele vezel van een bruine band van de ene sportschool meer waard kan zijn dan twee zwarte banden van een andere.

Bobby volgt de Gracie familie al jaren. De levensstijl. De sport. En het eten: er is iets als het Gracie Diet. Veel water, en enorm veel regels over welke voedingsstoffen je wanneer mag eten en wel of niet combineren. “Hij zondigt nooit, ” zei Bobby over Royce. “En daarom heeft hij ook zoveel energie, de afgelopen nachten heeft hij bij elkaar zo’n vijf uur  geslapen.”

Na het seminar veranderde alles. Iedereen werd losser. Lachen en praten, en enorm veel foto’s maken. Gracie poseerde onvermoeibaar. En het beste moment van die middag kwam toen. Voor een fotograaf ging dat ene groepje van vier echte zwarte band mannen staan: Duncan Smit (geeft BJJ bij Kamakura), Gerard Gordeau, Remco Pardoel (Godfather of BJJ in Nederland) en Royce Gracie. In mijn ooghoek zag ik Thomas ook kijken naar zoveel vechtsportkracht bij elkaar. Thomas lachte en riep:  ”Mooie middag, wat!”

Op zoek naar Charles Dumerniët

Deze column verscheen in 2012 bij HaagseTopsort.nl

Zelden noemt iemand zijn naam nog. Het internet geeft een magere oogst. Een free fight gala in Ockenburg, dat was in de jaren ’90. Een filmpje met vechtsporter Wout Kist,  met “spinning backfist” staat erbij. Veel meer is er van hem niet overgebleven. Charles Dumerniët was een Hagenaar die zijn tijd ver vooruit was.

Die mensen hebben we wel meer in onze stad. Denk eens aan Pieter Toepoel, in 1911 mede-oprichter van de Boksbond en degene die jiu jitsu lessen gaf. Hagenaar. Iemand met een idee en met daadkracht. Een man die een sportbond opricht, omdat hij het nodig vindt. Dan is er the International Budo Kai, opgericht door Gerard Gordeau van Kamakura aan de Gheijnstraat. Ook een Hagenaar, met een internationale bond die martial arts worldwide promoot, vooral kyokushin karate. Tussen die twee zit Charles. Ergens. Maar waar precies?

Charles Dumerniët hield zich al bezig met freefight toen niemand er wat in zag. Dat was in de jaren ’70. Hij organiseerde wedstrijden en gala’s, hij was de oprichter en de hoofdredacteur van het blad De Samurai en richtte een sportbond op: de Internationale Organisatie Gevechtskunst. Verder was hij trainer, masseur en vast nog duizend dingen meer. Zo’n man als die twee anderen. Ze bedenken iets. Ze doen het. Daar hebben ze geen vergadering voor nodig. Zeldzaam is zoiets. In Den Haag gebeurt het.

Toepoel hebben ze een achterafstraatje met zijn naam gegeven. Gordeau kreeg nog geen felicitatiebriefje. En Dumerniët is zowat vergeten.

Dan moet je mij hebben. Precies van dat soort zaken word ik driftig. Van het gemak waarmee de Haagse geschiedenisboekjes aangepast worden. Alleen toen Louis Couperus over het boksen bij Toepoel schreef, wilden we dat onthouden. Maar ja, dat was een schrijver, hè? Dat is het minder vechtsport, en meer literatuur.

Het stikt van de vechtsportscholen in de stad. In elke wijk, in iedere buurt, daar heb je wel wat. De toeloop is groot, en groeiend, van jongens en van meisjes. Dat is mooi. Scheelt weer dikke kindertjes. Maar zouden we niet wat beter op het oer-Haagse ervan moeten passen? Ik bedoel, vechtsport heeft een lange traditie in de stad. Kijk maar naar Toepoel: hij begon meer dan een eeuw geleden. Kamakura doet het overal uitstekend. En Charles Dumerniët, die is in de vergetelheid aan het zakken. Tenzij u zo’n ondernemende Hagenaar best wilt leren kennen. Als u mij informatie mailt, schrijf ik er een stukje over. Doen?