Cor Hillenga (2)

 

Cor Hillenga, jaren '50

 

Kijk, Cor Hillenga in dienst. Zat hij in het militaire boksteam onder de strenge leiding van Rinus Krijger. “Alle dagen trainen voor de wedstrijd,” herinnert hij zich. “Dan zat je twee weken in een trainingskamp, je mocht niet naar huis, trainen, trainen trainen.” Hij moet er nog bijna van zuchten. “Dat is toch heerlijk, met de vaste jongens,” zeg ik bemoedigend, maar Cor denkt er anders over: “Het was net de gevangenis, met Rinus Krijger als de cipier.”

Dus dat werd geen groot succes, bedoelt hij te zeggen.

Ik was in Groningen, bij Cor Hillenga, Nederlands kampioen zwaargewicht in 1958, hetzelfde jaar waarin Theo Wilbrink en Wim Gerlach een Nederlandse titel haalden. Drie mannen van School Abelsma, de boksschool die lang de Noordelijke kampioenschappen domineerde. De school bestaat nu niet meer.

In Cors startboekje staan 76 wedstrijden en daarbij heeft hij in zijn diensttijd nog wat wedstrijden gebokst. Voorin staan met rode pen de titels geschreven: 1955 kampioen C-klasse Noordelijk district, geprolongeerd op 21 januari 1956; in 1958 kampioen militairen, A-Klasse Noordelijk district en daarna van Nederland. De A-klasse titel van Noord haalt hij dan ook nog in 1959, 1963 en als halfzwaar in 1965 en 1966.

Cor heeft de glorietijd van School Abelsma meegemaakt. De oprichter, Dirk Abelsma, trainde hem en stond bij hem aan de ring. Hoe het begon, weet hij ook:

 

Uit een krant, 1958

 

“Abelsma zat aan de Akkerstraat, hijzelf woonde er vlak achter in de Kerkstraat. De boksschool was heel eenvoudig, eigenlijk gewoon een gymnastiekzaal. Het zat naast de kerk, en zo kwam ik ertoe. Wij waren gereformeerd en gingen naar die kerk. Mijn moeder was er zwaar op tegen dat ik ging boksen, maar toen ik mijn eerste wedstrijd in de Harmonie hier in Groningen had, toen kwam ze wel kijken.”

“Abelsma was een correcte man. Heel rustig. Iedereen had respect voor hem. Overdag gaf hij les aan de politie en ’s avonds op maandag, woensdag en vrijdag, dan trainde hij ons. Als je naar de ring toe ging, dan praatte hij met je.”

In Cors collectie oude boksfoto’s zit Dirk Abelsma helaas niet. Toch een man die heel wat grote boksers heeft begeleid. Cor kwam als jongetje van vijftien jaar bij hem en is altijd blijven trainen, ook bij Abelsma’s opvolger Teun Koster. Daarna kwamen er veel andere trainers, maar toen was Cor er eigenlijk al een beetje uit. Hij stopte in 1966. Nee, nooit spijt van gehad. Ook geen prof willen worden. Het was eenvoudig zo, hij had een bedrijf en daarin begon hij personeel te krijgen, dus het was gewoon druk. En dan moet je kiezen. Maar die bokstijd, dat was wat. Toch heel wat jaren van zijn leven liggen er tussen 1954 en 1966. En heel wat herinneringen ook.

Dat ze met z’n drieën, hij dus met Wim Gerlach en Pukkie Wilbrink, na de wedstrijd altijd gingen stappen. Nee, niet naar de bioscoop. “Gewoon, een barretje. Geen gekke dingen.”

Dat ze in 1959 naar Luzern gingen, voor de Europese kampioenschappen, en dat Pukkie in dat hotel een meisje ontmoette waar hij later mee getrouwd is.

 

Uit Cors wedstrijdboekje

 

 

Dat toen ze in ’58 alledrie een titel hadden, hij ’s nachts laat thuis was, tegen vijf uur, en dat z’n vader toen zei dat hij een uurtje langer mocht slapen. Op de training feliciteerden ze hem. Er kwam een stukje in de krant. En dat was alles, eigenlijk. Ja, wel kaal.

Dat hij in principe links is, met alles. Voetballen, slaan, wat maar. “Dus toen ik begon te boksen, ging dat aardig goed. Eerste ronde stond ik links voor. Maar de tweede ronde rechts voor, dat kon ik ook. In de derde ronde wisselde ik af. Dat ze dachten, net stond hij zo en nu zo.” Cor lacht.

 

Met Bep Kneppers. En Cor maar lachen: alweer gewonnen!

 

Zijn mooiste partij was die tegen Bep Kneppers. “Het was kiele kiele, maar ik won.” Het startboekje leert: die wedstrijd was op 31 maart 1958, in Den Haag. Misschien in de Dierentuin, vraag ik, of in Amicitia? We komen er niet uit.

Cor leent zijn boksfoto’s aan mij uit, dan kan ik ze inscannen. Want dan kun je alles beter zien, ook bijvoorbeeld wat er ergens aan de muur hangt. Dan leer je vanzelf meer over een boksschool. In zijn startboekje zie ik veel wedstrijden in Noord, veel in Duitsland en ook in enkele andere landen. Bekende tegenstanders: Jack Roossien (1963), Jan Lubbers (1964, 1966) en natuurlijk Lolle van Houten. Tegen hem bokst Cor zijn voorlaatste wedstijd in 1966: onbeslist. Daarna komt de laatste, in Maastricht tegen ene Steindl (MMS): gewonnen.

En toen besloot Cor met boksen te stoppen, vanwege de zaak.

Hij volgt het alleen nog op televisie, als hij de sport bij het zappen tegenkomt. Dan blijft zijn aandacht toch even hangen. Naar wedstrijden gaan? Nee. Maar misschien dat Wim Gerlach Memorial. “Wanneer is dat?” Ik zeg het: 27 november, Delfzijl. O, ja. Misschien dat hij daar jongens van vroeger tegenkomt, denkt hij hardop, dat zou mooi zijn.

We zeggen het alletwee niet: als die er tenminste nog zijn. Van de drie kampioenen uit 1958 is alleen hij  over. En Cor is van 1937, in september werd hij 73, en zijn gezondheid is nou, wat moet hij zeggen? Tot dusver heeft hij van alles overleefd. Wel met littekens van de operaties en hij heeft een nieuwe manier aangeleerd om te praten sinds zijn stembanden verwijderd moesten worden, maar hij kan praten, en vertellen.

 

In de kneep van Cor.

 

En Cor kan ook hard knijpen, ontdek ik, wanneer zijn vrouw een foto van ons maakt. Kijk eens waar zijn rechterhand is, dan is meteen duidelijk waarom ik ietwat geschrokken kijk en zo rechtop zit. Hier ontdekte ik dat Cor Hillenga nog veel kracht in zijn handen heeft.

Ik denk eigenlijk niet dat het boksen ooit uit een bokser gaat, ook uit niet uit degenen die  beweren dat het helemaal voorbij. Ze kijken toch even naar de televisie als er een wedstrijd, halen graag herinneringen op en als je dom genoeg bent om ze te provoceren, komt er altijd een technische stoot uit de bokser. Cor heeft die ook in huis, weet ik nu.

Cor Hillenga

Cor Hillenga (school Abelsma), januari 1965

Hij oogt zoals boksers ogen: goed getraind, alerte oogopslag. Cor Hillenga. Een Groninger, verbonden aan de beroemde School Abelsma. Hillenga was in 1958 Nederlands kampioen zwaarweltergewicht. Deze foto is genomen in januari 1965. Je zou het niet zeggen.

In februari 1958 waren de kampioenschappen in de Haagse Dierentuin. Daar hadden ze een prachtige zaal die er goed geschikt voor was. Ruim, sfeervol, genoeg plaats voor publiek. Vergelijk het met Krasnapolsky in Amsterdam, waar ook veel gebokst is.

Wie er nog meer waren? Ik diep dit op uit een  krantenknipsel zonder naam. Henk Zwaan (vlieggewicht) en Jan de Rooy (vedergewicht) zonder te boksen: de tegenstanders bleken bij weging te zwaar, dus was er een soort prestatiepartij. Dan haalden een titel:  Theo Wilbrink uit Groningen (bantam), Bob Bouhuizen uit Hoek van Holland (middengewicht), Wim Gerlach uit Groningen (middengewicht), Herman Schregardus uit Amsterdam (lichtwelter), Harry Matteusen uit Eindhoven (welter), Eddy Kiks uit Amsterdam (halfzwaar) en Leon Gerards uit Maastricht (zwaargewicht).

Namen uit onze boksgeschiedenis. Waar zijn ze nu? Dat vraag ik me vooral af over Cor Hillenga.

In 1965 stond hij twee keer tegenover Lolle van Houten, de Leeuwarder bokser over wie ik een boek schrijf. Beide keren won hij, “met één punt verschil” zoals Lolle graag benadrukte. Het moeten indrukwekkende partijen zijn geweest. Cor Hillenga, de man met de titels en de wedstrijdervaring. Lolle van Houten, de coming man, die nergens van onder de indruk raakte en van zichzelf wist hoe snel en sterk hij was. Ondanks het verlies werd hij beloond met een promotie naar de A-klasse. Drie maanden later won Lolle zijn eerste landelijke titel. Met de groeten aan Cor.

Daarom alleen al zou ik Hillenga willen spreken. Naamgenoten kennen hem niet, internetonderzoek leverde weinig op. Elke Hillenga uit Groningen opbellen leek me teveel op stalken, en wie weet woont hij nu wel in Zeeland.
Cor Hillenga, waar ben je?