Johan Visscher (interview)

Den Haag Centraal, 3 november 2011

Bokskampioen Johan Visscher in de ring:
“Ik ga vechten tot mijn laatste adem”

Johan Visscher (31) praat zoals hij bokst. Snel. Goed kijkend waar het heen gaat. Dat oplettende. Even zwijgen, dan terugkomen met woorden als directe stoten. Over zijn tegenstander Gökhan Gedik: “Hij is sterk, hij denkt dat hij met kracht kan winnen”. Even stilte, dan bam, wat Johan zeker weet: “Dat gaat hem niet lukken”. Er zit spanning achter die woorden. Noem het concentratie. Want elke dag komt die wedstrijd dichterbij.

Zaterdagavond heeft hij de zevende partij in het grote boksgala van de Haagse Directe. “Voor eigen publiek, dan kun je toch niet verliezen?” Dus hij is gespannen. “Ik sta ermee op en ik ga ermee naar bed”. Maar op de goede manier. Niet beklemd. Alert. Dat zal de komende dagen sterker worden. Hij zal niet de fout maken om een tegenstander te onderschatten. Daarvoor heeft hij genoeg ervaring, als bokser en als mens. Sinds mei bezit hij de kampioenstitel van Nederland in zijn gewichtsklasse. Dat hij dus wat kan, wil hij zaterdag laten zien. Die Gedik heeft hij zelf uitgekozen.
“Hij vormt een uitdaging. Op de kampioenschappen in mei verloor hij van Tom Cohen, van wie ik in de finale won. Fysiek is Gedik sterk. Hij komt uit het kickboksen, dacht ik”. Er is recent een ontmoeting geweest in Apeldoorn, bij ABCC, de boksschool van Gedik. Johan lacht wat bij de herinnering. “Sparren was het. Een training, maar het wedstrijdelement zit er al gauw een beetje in. Kijk, ik kwam op zijn terrein, het is natuurlijk zijn boksschool, dus hij wilde zich laten gelden tegenover mij. Imponeren”. Het is duidelijk dat het niet gelukt is, maar Johan heeft wel uit die avond zijn conclusies getrokken voor zijn wedstrijdtraining. Die was de laatste tijd toch al wat steviger. Hij is, evenals clubgenoot Erdinc Cetin, gevraagd voor het nationale boksteam Dutch Windmill. Dat bokst in de Bundesliga, een Duitse competitie. Het is er harder dan in Nederland. Dus is er hardere training nodig: “Intervaltraining voor de conditie. Denk aan sprinten afgewisseld met squats. En core training, omdat krachttraining erbij hoort op dit niveau”.
Bij de Haagse Directe staat hij sinds kort met een van Nederlands beste profboksers twee keer per week in de wedstrijdring: zwaargewicht Richel Hersisia. Met merkbaar ontzag noemt Johan zijn sparringpartner “hoffelijk”. De uitleg: “Hij is groot en sterk, maar hij houdt zich in. Door hem leer ik het fysiek zware van het boksen. Hij zet je onder druk. En hij imponeert natuurlijk, hij domineert de ring door er alleen al te staan. Als ik met Richel kan sparren, dan kan ik Gedik zeker aan. Daarbij ben ik de betere technische bokser”.

Rollercoaster
Zaterdag is het Johans tweede wedstrijd van dit jaar. Soms is een boksjaar slecht gevuld. Andere jaren waren voller; in totaal staan er 43 wedstrijden op zijn naam, waarvan hij er ruim het merendeel won. Een keurige score, vooral omdat daar de finalewedstrijd om de Nederlandse titel bij zat. Niet de gemakkelijkste wedstrijd van zijn boksloopbaan. Evenmin de mooiste. Zijn trainers hadden gezegd dat hij moest gaan. Dat hij er klaar voor was. Dus hij ging, maar wat het publiek niet zag, beleefde hij intensief voor zichzelf. Behoedzaam vertelt hij: “De wedstrijd was in mei. Begin april was mijn vader overleden. In de ring dacht ik aan hem, en ik wilde ook voor hem winnen. Voor mij was het een beladen wedstrijd. Het contact was slecht, maar ik denk dat hij in zijn hart trots op mij was geweest. Al heeft hij dat nooit gezegd”. Afstandelijk: “Je blijft toch een kind van je ouders”. En weer over de wedstrijd: “Erna was ik kapot. Emoties. Maar ik wist ook, als ik dit kan, dan kan ik meer”.
Hoe je bent als mens, zo ben je ook als bokser. Maar je weet nooit welke aspecten van jou in de ring naar voren komen. Dat maakt de sport zo fascinerend. In de ring is geen speelruimte meer. Dan komt het erop aan. Voor Johan zijn de laatste jaren een rollercoaster geweest van ups en downs. Dat dwong een karakterverandering af. Hij is volwassener geworden. Meer man. Verloor hij vroeger nog tijd in het uitgaansleven, nu neemt hij verantwoordelijkheid voor zijn doelen. Zondagochtend een harde training. Anders sliep hij uit. Die tijd is geweest. Tijd, weet Johan, tijd is kostbaar spul. Over zijn vader: “Het is nu klaar, de goede en de slechte dingen neem ik mee en die moet ik verwerken”. Hij heeft sinds begin dit jaar een vriendin en kijkt naar de toekomst: “Je weet nooit hoe lang iets duurt, maar ik ga ervoor. Misschien het gezin, ja, dat zou heel goed kunnen”. Over zichzelf: “Voor een bokser ben ik met mijn 31 jaar oud. Ik zet een volgende stap, en verder denk ik bewust niet”.

Duitsland
Die stap is dus de bokscompetitie in Duitsland. Of het bevalt, moet blijken. Dit jaar heeft Johan Visscher zijn wedstrijden hier, maar straks verwacht hij zowat elke maand in de ring te staan. “Dan bouw je een wedstrijdritme op en daardoor boks je beter. Ik ga eerst eens zien wat het hardere met me doet. Wanneer ik last krijg van de klappen, dan stop ik ermee. Het zijn toch je hersenfuncties die je misschien aantast. Daar moet je voorzichtig mee zijn”. Als je tenminste geraakt wordt. Hij is nog nooit KO gegaan. En wat hij ook geleerd heeft in het afgelopen jaar: rustig blijven. “Als er een grote jongen de ring in komt met het plan mijn kop eraf te slaan, dan moet ik kalm blijven. Op de Haagse Directe zeggen ze dan: ‘je hebt het niveau, gedraag je ernaar’. Ik voel dan misschien wel angst, maar dan kan ik gewoon het gevaar tegemoet gaan”. Daarvoor is hij bokser. En door wat hij als mens heeft meegemaakt, is hij sterker geworden. Mentaal, emotioneel. Training doet wat er verder nog nodig is. Met dank aan anderen, want in het Olympisch boksen zit immers geen geld. Op de boksschool trainen Chris van Veen en Reinier van Delden met hem. Ze kennen hem door en door, want Johan bokst er al zo’n veertien jaar. Buiten de Haagse Directe begeleidt Rob Bueno de Mesquita hem deze keer met voedingsadvies en de core,- en intervaltrainingen. En Johan zelf werkt nog als hovenier/boomverzorging en zoekt naar een passende baan in de HBO electrotechniek. De dagen zijn lang en zwaar. Zeker nu, met het grote Haagse boksgala op komst. Hij weegt zijn woorden zorgvuldig: “Ik zeg niet dat ik ga winnen, dat is gevaarlijk. Maar ik zeg wel dat ik er alles aan doe om te winnen. Gedok wil zich laten gelden? Daar ben ik verder niet mee bezig. Ik focus op mezelf en op mijn training. De stijlprijs hoef ik niet, het gaat me niet om mooi boksen”. Het is even stil en dan komt wat hij eigenlijk vindt. “Ik moet winnen.” En uiteindelijk: “Ik ga vechten tot mijn laatste adem”.

Haagse vechters: Erdinc Cetin

Zomerserie in Den Haag Centraal, juli-augustus 2011. Acht weken lang een Haagse vechtsporter aan het woord over zijn passie voor de sport, zijn toekomst en het leven. Het waren vaak lange gesprekken in een dojo of sportschool.  Mooie gesprekken, waarvan een deel in deze krantenserie terecht kwam. De foto’s zijn van Mylène Siegers.

De eerste keer dat ik Erdinc Cetin ontmoette, stonden we bij boksvereniging Haagse Directe. Hij in de ring, ik erbij. Vragend om een gesprek. Hij keek me taxerend aan en besloot dat hij wilde praten. Dat was een paar jaar geleden.  Hij is een van de vechtsporters die ik volg en het fascineert me te zien dat hij steeds beter wordt. Sterker, sneller, slimmer.  Ik bedoel, waar houdt dat op? Hij zit nu in de A-klasse en is nationaal  titelhouder in zijn gewichtsklasse. Nu nog een sponsor. Dan heeft hij meer tijd om te trainen.

Erdinc Cetin <— de link voor de pdf-file

Sponsoring Erdinc Cetin

Verschenen in Den Haag Centraal, 28 augustus 2011

“Het talent moet een kans hebben”

Bokstrainer Reinier van Delden draait al decennia mee in het Haagse boksen. Hij kent zowat alle namen uit deze wereld. Verleden en heden tellen even zwaar voor hem, en wat het heden betreft: “Ik ben bijna elke dag van de week bij boksvereniging Haagse Directe. Daar train ik een aantal uren met wedstrijdboksers, vooral met Erdinc”. Dat is: Erdinc Cetin, die vorige week groot in de zomerserie ‘Vechters’ geportretteerd werd. Wat Erdinc niet zei, wil zijn trainer graag naar voren brengen. Sponsoring. Het zou moeten. Het zou mooi zijn. Maar waar begin je met zoiets?

 

Sponsoring in het Olympisch boksen begint hier en daar een beetje op te komen. Bij de militairen heeft Peter Müllenberg een wereldtitel binnengesleept. Hij werkt bij defensie. “Die kan dus twee keer per dag trainen”, zegt Reinier van Delden, “dat moet ook, als je bij de top wil horen”.  Dan is er in Rotterdam Marichelle de Jong, die dankzij enkele sponsoren zich helemaal aan de sport kan wijden. “Ideaal,” vindt Reinier. “Je lapt wat bij elkaar, en dan komt iemand verder. Erdinc moet zijn studie afmaken en daarbij heeft hij een baan ernaast om kostgeld en kleren en al die dingen meer te kunnen betalen. Daar gaat tijd in zitten. En dan kan hij niet trainen. Doodzonde vind ik dat”.

Dat Erdinc een talent is, staat buiten kijf. Technisch is hij griezelig goed, hij past zich aan elke nieuwe tegenstander aan. Als water gaat dat, steeds anders en toch zichzelf. Hij is negentien jaar en in het bezit van drie nationale titels. Om zich verder te ontwikkelen, heeft hij tijd nodig. En tijd kost geld. Andere tegenstanders om mee te sparren, daar moet je dan meestal naar toe. Het gekke daarbij is, dat een bokser die aan een wedstrijd wil meedoen, daarvoor deelnamegeld aan de Nederlandse Boksbond moet betalen. Bij boksvereniging Haagse Directe werken verschillende trainers met de boksers, Reinier is er een van. Hij zegt: “Het talent moet een kans hebben”.

 

Brood

In het boksen zat vroeger meer geld. De sport oogde spectaculairder omdat er andere regels waren. Het boksen was harder en er vielen meer knock outs. Daar kwam het publiek massaal op af en er werd graag geld neergeld voor een toegangskaartje. Reinier vertelt over de tijd dat hij zelf bokste, bij Toon Wetemans aan het Noordeinde. Daar begon hij ook trainingen te geven. Als Toon er niet was, viel hij af en toe in. Dat is zowat veertig, vijftig jaar geleden. Reinier vertelt over de bokstalenten in het Haagse, de ene naam volgt de andere op. “Je had er zoveel, ik kan ze niet eens allemaal noemen. Nico Schoenmakers, Willem Ludwig, Bally te Pas, Giel de Roode die op Scheveningen woonde, Karel de Jager, maar dat was nog voor mijn tijd”.

In de oude tijd waren er veel talenten. Het lijkt tegenwoordig anders. Daarom is het zo belangrijk boksers met een talent als Erdinc bezit te koesteren. Een beetje op te kweken, gewoon, omdat boksen een typisch Haagse sport is. Maar de tijden zitten niet mee. Tegenwoordig moet elke bokser van de Boksbond een hoofdkap dragen waardoor het publiek nauwelijks een favoriet kan herkennen. Bij de laatste Nederlandse Kampioenschappen kwamen slechts tientallen bezoekers. De meesten waren familie van de boksers.

Bij de profs gaat het er anders aan toe, vooral als je er in Duitsland tussen kunt komen. Een paar weken terug werd live op de Nederlandse televisie het gevecht tussen David Haye en Vladimir Klitscho uitgezonden. “Daar kan hij zijn brood verdienen”, zegt Reinier nuchter. “Maar dan moet er wel wat gebeuren. Dit zijn kritieke jaren voor een bokser. Hij moet net dat stapje omhoog kunnen zetten. Daarvoor hebben we sponsoring nodig. Dat moet toch ook in Den Haag kunnen?”

 

 

 

 

 

Op expeditie

Een kleine twee weken geleden zag ik een klassiek bloemkooloor. De eigenaar was een Poolse bokser-worstelaar die ook aan jiu jitsu deed.  Helaas mocht ik geen foto van maken, maar wel eraan zitten. Dat deed ik dus. Het oor voelde dik aan, keihard ook, met al die dikke rimpels erin. Pijn deed het niet, ook niet toen ik kneep. Bloemkooloren ken ik uit boksverhalen over de tijd voor de oorlog. Ik wist niet dat ze nog voorkwamen. “Door het worstelen,” zei hij, “zonder oorkappen.” Hij was lid van worstelvereniging Simson KDO, maar oorkappen gebruiken ze geloof ik nergens in worstelland.

En zo had ik weer een verband gevonden tussen boksen en worstelen. Historisch zijn de sporten verwant, en nog steeds lopen ze een beetje in elkaar over. Bij de sportschool van Bert Kops in Amsterdam natuurlijk helemaal; daar kun je boksen en worstelen. Bert Kops senior heeft handenvol worsteltitels op zijn naam staan.

Zo kom ik via het boksen in verwante werelden terecht. Ik ben op expeditie. Dus maakte ik voor het overzicht een nieuwe site Hoekvrouw2.nl Over vechtsport en krachtsport. Afgelopen zondag was ik bij het Nederlands kampioenschap bankdrukken. In Alkmaar.  Daar merkte ik ook hoe goed bij bokswedstrijden geregeld is. Wij hebben bijna altijd mooie wedstrijdoverzichten met naam van de bokser, gewichtsklasse en vereniging. Afgelopen zondag vroeg ik naar zo’n overzicht en men keek mij aan of men water zag branden. Was er niet. Hadden ze niet. Kwam nog wel eens online. En ik dacht, mensen, het is een Nederlands kampioenschap, doe daar iets mee.

Ik filmde onder andere Torben Olsen: 21 jaar en 103,5 kilo’s wegende.  Hij telt daar als ‘junior’. Torben zag ik 210 kilo omhoog tillen. Als kind wilde hij al krachtsporter worden, maar zijn ouders hadden liever dat hij naar judo ging. Uiteindelijk kwam hij toch waar hij zelf wilde zijn. Lees maar.

Vorige week zondag was ik bij OECKK, de Europese kampioenschappen Kyokushin Karate in Den Haag. Hard, hoor. Mooi ook. Kijk hier. Wie kwam ik daar tegen? Louis van Sinderen (Haagse Directe), met wie ik over Cubaans boksen sprak. Hij was er met René Prins, die bokslessen bij Dojo Kamakura volgde, zijn comeback wedstrijd won en nu hard traint in Purmerend bij Michel van Halderen. René was 18 kilo lichter dan de laatste keer toen ik hem zag. Onherkenbaar. Zijn laatste wedstrijd heeft hij mooi gewonnen en als er een NL-titelwedstrijd komt, kan hij zo de ring in. Je vraagt je af wat het geheim van Purmerend is, wie daar traint doet het goed, heel goed zelfs.

Op de site van bokser/trainer Albert Groen staan ook enkele nieuwe stukjes over hem. Klik hier. Hij had geen bloemkooloor. Het mag geen obsessie worden, zeg ik tegen mezelf, maar ik  zou wel graag willen weten of er nog boksers zijn die zoiets hebben.