Op expeditie

Een kleine twee weken geleden zag ik een klassiek bloemkooloor. De eigenaar was een Poolse bokser-worstelaar die ook aan jiu jitsu deed.  Helaas mocht ik geen foto van maken, maar wel eraan zitten. Dat deed ik dus. Het oor voelde dik aan, keihard ook, met al die dikke rimpels erin. Pijn deed het niet, ook niet toen ik kneep. Bloemkooloren ken ik uit boksverhalen over de tijd voor de oorlog. Ik wist niet dat ze nog voorkwamen. “Door het worstelen,” zei hij, “zonder oorkappen.” Hij was lid van worstelvereniging Simson KDO, maar oorkappen gebruiken ze geloof ik nergens in worstelland.

En zo had ik weer een verband gevonden tussen boksen en worstelen. Historisch zijn de sporten verwant, en nog steeds lopen ze een beetje in elkaar over. Bij de sportschool van Bert Kops in Amsterdam natuurlijk helemaal; daar kun je boksen en worstelen. Bert Kops senior heeft handenvol worsteltitels op zijn naam staan.

Zo kom ik via het boksen in verwante werelden terecht. Ik ben op expeditie. Dus maakte ik voor het overzicht een nieuwe site Hoekvrouw2.nl Over vechtsport en krachtsport. Afgelopen zondag was ik bij het Nederlands kampioenschap bankdrukken. In Alkmaar.  Daar merkte ik ook hoe goed bij bokswedstrijden geregeld is. Wij hebben bijna altijd mooie wedstrijdoverzichten met naam van de bokser, gewichtsklasse en vereniging. Afgelopen zondag vroeg ik naar zo’n overzicht en men keek mij aan of men water zag branden. Was er niet. Hadden ze niet. Kwam nog wel eens online. En ik dacht, mensen, het is een Nederlands kampioenschap, doe daar iets mee.

Ik filmde onder andere Torben Olsen: 21 jaar en 103,5 kilo’s wegende.  Hij telt daar als ‘junior’. Torben zag ik 210 kilo omhoog tillen. Als kind wilde hij al krachtsporter worden, maar zijn ouders hadden liever dat hij naar judo ging. Uiteindelijk kwam hij toch waar hij zelf wilde zijn. Lees maar.

Vorige week zondag was ik bij OECKK, de Europese kampioenschappen Kyokushin Karate in Den Haag. Hard, hoor. Mooi ook. Kijk hier. Wie kwam ik daar tegen? Louis van Sinderen (Haagse Directe), met wie ik over Cubaans boksen sprak. Hij was er met René Prins, die bokslessen bij Dojo Kamakura volgde, zijn comeback wedstrijd won en nu hard traint in Purmerend bij Michel van Halderen. René was 18 kilo lichter dan de laatste keer toen ik hem zag. Onherkenbaar. Zijn laatste wedstrijd heeft hij mooi gewonnen en als er een NL-titelwedstrijd komt, kan hij zo de ring in. Je vraagt je af wat het geheim van Purmerend is, wie daar traint doet het goed, heel goed zelfs.

Op de site van bokser/trainer Albert Groen staan ook enkele nieuwe stukjes over hem. Klik hier. Hij had geen bloemkooloor. Het mag geen obsessie worden, zeg ik tegen mezelf, maar ik  zou wel graag willen weten of er nog boksers zijn die zoiets hebben.

Fred Dillewaard

Links Mettin Huizer tegen rechts Fred Dillewaard

Rijswijk, zondagavond 23 januari 2011

En toen was het afgelopen, in minder dan een minuut. Fred Dillewaard was neergegaan, gelukkig weer opgestaan en Mettin had gewonnen. De titel was en bleef van hem, en even had hij heel veel nieuwe vrienden. En dat terwijl bij binnenkomst geen van die vrienden hem nog kenden. Iedereen was op de hand van Fred.

Ik ook, eigenlijk. Tien rondes over drie minuten, ik had een titanenstrijd verwacht die pas in de negende, misschien de tiende ronde beslist zou worden. Maar dat liep dus heel anders.

De volledige wedstrijd…

Achter bij de kleedkamers zaten we dus behoorlijk aangeslagen. Wat moet je zeggen tegen iemand die er zo hard voor heeft getraind.  En zo lang. Bij zijn opkomst golfde de liefde van het publiek naar hem toe. In eigen huis te verliezen is al moeilijk, en dan nog wel op deze manier. Geraakt op het kwetsbare oog, neergaan, en dan over en sluiten. Fred trok zijn schoenen uit, gooide zijn kleren in de tas en zweeg. Alleen zei hij een kort “ja” en variaties erop als iemand hem kwam omhelzen en zeggen hoe ze meeleefden.

“Nu is het klaar”, zei Fred. Hij vertelde aan Tv West dat hij nu verder gaat met lesgeven bij Thai Boxing Den Haag. Ik zat erbij en wist niks te zeggen. Dus zei ik maar niks.

Mettin sprak ik later. Hij stopt ook met boksen, het is mooi geweest. Al weet hij niet honderd procent zeker wat hij doet als er een Europese titelwedstijd aan zou komen. Over Fred had hij niets dan lovende woorden. Mettin: “Hij liep erop”. Het had Mettin natuurlijk wel gestoken dat hij zo ontvangen was, plus op het terrein van de tegenstander zijn geeft altijd wat spanning. Vandaar dat hij zo extreem blij reageerde, dat ontlaadt zich dat allemaal, normaal is hij rustiger na een overwinning. Vrij snel na de wedstrijd ging hij weer terug naar Rotterdam.

Fred ging wat lopen. Even naar buiten. Weer terug. Stilzitten was niet te doen. Het was een lange dag geweest, al dat wachten tot hij eindelijk de ring in kon, urenlang, en dan dit. Er zat nog zoveel wil om te boksen in hem, en dat kon er niet uit. Ik keek hem na en voelde dat ik een historische avond had meegemaakt. Vooral dat ene moment, waarop Jerry zijn handen uit de windsels losmaakte, misschien en waarschijnlijk voor de allerlaatste keer. Die seconden heb ik gefilmd:

Wat een avond. Ik liet mijn filmapparaatje bijna uit mijn handen vallen na de opname, dat kon ik er zo snel niet meer afknippen. Die abrupte afloop deed me veel. Er zijn veel te weinig oudere boksers actief en juist die zijn zo interessant: ze beseffen dat de bokscarrière aan het eindigen is, ze hebben wedstrijdervaring en brengen ook nog eens een pak levenservaring mee in de ring. Nooit roekeloos, altijd overwogen.

Het is nu laat en ik moet er nog even van bijkomen. Maar toch, los van die fatale momenten, zo kort als het duurde, ik had het niet willen missen.

Rijswijk, zaterdagmiddag 22 januari 2011

Vandaag was het wegen. Ik ging naar het Event Plaza. De juffrouw aan de receptie verwees me naar boven:  ‘de trap op’. In een grote kamer, waar ook de was lag opgestapeld, stond een aantal kickboksers die een voor een op de eenvoudige weegsschaal stapten.

Veel mensen in een kleine ruimte. Benauwd.

Aan een tafeltje zat Rinze van der Meer, secretaris van de PBN (Prof Boksen Nederland).  Terwijl hij een mooie monoloog hield over het boksen van vroeger in vergelijking met nu, en welke kwalijke rol de boxpointer daarin had, keek ik of Mettin Huizer er al was.

“Hussa Mettin Gagiran”, verbeterde Rinze.

Daar kwam hij, met Frans en Tiny van den Heerik. Bij hen was ik enkele jaren geleden, Tiny kreeg toen in de ring bloemen. Sindsdien heb ik een zwak voor hun boksschool.

Mettin (gewicht: 88,2 kg) ziet de wedstrijd net zo opgewekt tegemoet als Fred. Ze hebben er alletwee hard voor getraind, zegt Mettin, de beste man zal winnen. Het klinkt zo sympathiek dat ik vraag: “Maar jij wil toch winnen?” Dan vallen er opeens woorden als ambitie en prestige.En hij kijkt me even anders aan.

Even later komt Fred. Dan is Mettin al weg. Fred (84,5) zegt dat toch iets van spanning begint te voelen. Het is hem niet aan te zien. Hij ziet eruit of hij morgen een fijn verjaardagsfeestje gaat vieren: vrolijk en vol verwachting. Hij voelt zich goed. Uitstekend zelfs. “Morgen ben ik er op tijd”, zegt hij, “maar dan ga ik met niemand praten. Daar kom ik niet voor.”  Hij zwaait  nog even naar me als hij weggaat. De jongens van zijn sportschool kijken hem na. Die zijn benieuwd wat hun bokstrainer morgen doet. Ik ook.

Den Haag, vrijdag 14 januar1 2011

Niet dit weekend, maar volgend weekend staat Fred Dillewaard in de wedstrijdring. Voor de regionale krant Den Haag Centraal mag ik een groot artikel over Fred schrijven, dus ging ik vanmorgen naar Thai Boxing Den Haag, waar hij traint.  Daar trof ik een andere Fred aan dan in afgelopen november. Deze Fred is aanzienlijk scherper. Spraakzamer. Vrolijker ook.  In conditie en mooi afgetraind. Ik vraag: “Wat is je vetpercentage?”  Fred: “Vier procent, denk ik. Misschien vijf.”

Scherp en vrolijk kunnen zijn voor zo’n wedstrijd, dat maakt indruk op mij. Ik ken ook boksers, die dan even wat stiller zijn.

De zaterdag voor de wedstrijd is het wegen, tussen half een en twee, in Rijswijk dus.

Na het gesprek ontbrandt er een gesprek op de sportschool over de verhoudingen tussen boksen en thai boksen. Jerry Jokhoe noemt een indrukwekkende reeks cijfers op waaruit duidelijk blijkt hoe explosief die sport gegroeid is. Kunnen we dat van het boksen zeggen? Neen.  Helaas niet, denk ik er achteraan. Jonge boksers kunnen met een wedstrijd niet meteen wat geld verdienen, in het thai boksen wel. Het is begrijpelijk. Wel jammer als je daarom een talent uit het boksen zien vertrekken. Structurele samenwerking zou voor alle partijen goed kunnen zijn.

Het lijkt wel of de sporten wat dichter bij elkaar komen. Kickboksers gaan boksen op het Ben Bril Memorial, en dat doen ze goed.  Straks het grote thai boksgala in Rijswijk, met een profpartij van boksers. Ik kijk ernaar uit. TV West komt, die volgen Fred Dillewaard zowat tot onder  de douche. Of hij daar geen last van heeft, vraag ik. Fred is onverstoorbaar: “Ik kom daar om te boksen, verder merk ik niks”.

Alle lof voor Den Haag Centraal dat ze er zoveel aandacht aan willen geven. Twee grote pagina’s, met foto van Fred. Na de wedstrijd zet ik het hier online. Maar eerst moet ik het schrijven: maandag inleveren, dus daar ben ik het weekend zoet mee. Zaterdagavond kan ik dus niet naar de wedstrijden in de Bredase Ring.

Den Haag, 5 november 2010:

Fred Dillewaard

Fred Dillewaard is 42 jaar en hij kijkt uit naar zijn volgende wedstrijd. Hij is profbokser met nog twee wedstrijden te gaan. Daarvoor traint hij nu. De eerste wedstrijd is op 23 januari 2011, om de Nederlandse titel. Dan staat hij in de Rijswijkse evenementenhal Event Plaza tegen de huidige Nederlandse kampioen Mettin Huizer (41). Daarna gaat hij door voor de Beneluxtitel, tegen Belgische Ismail Abdoel van wie hij in 2009 verloor.

Dus dat betekent trainen, trainen, trainen. Ik ben die ochtend in Thai Boxing Den Haag. Een mooi ingerichte sporthal, met eigenaar Jerry Jokhoe als de motor en het hart ervan. Allemaal Thai-boksers, en dan is er Fred. Hij is de oudste. Ik kijk naar de training. Fred op de pads met Jerry. Daarna schaduwboksen. Het zweet gutst er van af, hij zit in de nadagen van een griep. Maar trainen moet en zal hij.

Eerste indrukken? Vriendelijk. Onverzettelijk. Op zichzelf gericht.

Die indrukken blijven hangen, als we na de training even praten. Hij vertelt dat hij op zijn elfde jaar bij Harry Houwaart in Den Haag ging boksen, dat hij er een aantal jaren tussenuit is geweest, dat hij veel trainde bij Haagse Directe en dat hij tegen de veertig liep toen hij een comeback maakte. Daarover hebben we het vooral, boksen en de leeftijd.

“Ik voel me goed,” zegt Fred. “Het gaat lekker. Zolang dat zo is, blijf ik het volhouden. En als dat niet zo is, want ik luister naar mijn lichaam, dan pas ik ook gewoon even. Je moet niet te lang door willen gaan, want echt gezond is het niet. Elke klap op je hersens is er één te veel. Als dat te lang duurt, loop je gauw met postzegels aan de deur, dat schiet ook niet op. Vanwege mijn leeftijd moet ik elk jaar gekeurd worden. Dat vind ik goed.”

Hij maakt de indruk van een man die weet waar hij aan begonnen is met die komende twee wedstrijden. Van van zijn elf profpartijen won hij er zes, maar verloor hij er vijf op KO. Eens moet het genoeg zijn, weet hij, maar wanneer? Er is altijd een volgende wedstrijd die roept, denk ik. Maar hij heeft plannen die het doorgaan afsluiten: na de wedstrijden weer les geven in Thai Boxing Den Haag en bij de buitenschoolse opvang, misschien die paar avonden portier blijven staan, en dan hopelijk zijn trainersdiploma halen bij de Boksbond.

Fred Dillewaard, Jerry Jokhoe

Ben je een betere bokser dan vroeger, vraag ik.

Fred: “Het lijkt of of ik twee keer zoveel moet doen om hetzelfde niveau te halen qua conditie. Wat het boksen zelf betreft, vind ik dat er veel veranderd is. Ik ben rustiger in mezelf. Als ik vroeger een tik kreeg, dan wilde ik er meteen bovenop, nu kan ik geduld bewaren. Meer zelfbeheersing. Mijn linkse was vroeger altijd een beetje half-half. Maar nu komt die er echt goed uit. Het lijkt of er meer kracht in links is gekomen dan in rechts. Links is echt hard geworden.”

Dat gaat niet vanzelf. Hij traint nu twee keer per dag, en dan komt het hardlopen en het crosstrainen er nog bij, voor de conditie. Fred: “Ik heb een vrouw en twee kinderen, die willen me wel eens vaker zien. Dat is ook een reden om geen wedstrijden meer te doen.”

De conditie is een maakbaar iets. Een kwestie van uren erin steken. Op de pads met Jerry en met Marvin Alexander. Dan nog het sparren, natuurlijk. Maar Fred ziet dat tot mijn verrassing heel anders. Sparren?

“Ik train ‘t helemaal zelf. Wat sparren betreft, ik ben 42, dat hoeft voor mij niet. Als ik in een wedstrijd klappen krijg, dan merk ik dat niet zo. Maar als ik èn op de training èn in de wedstrijd… ? Sparren ga ik rustig aan overslaan. Sommigen hebben het nodig voor hun ritme. Bij mij is het zo, als ik een tik krijg, dan komt dat ritme vanzelf.”

“Kijk, ik heb 18 jaar gebokst, als ik nou nog niet weet hoe het moet, dan weet ik het nooit. Het is voor mij puur conditioneel wat ik moet doen.”

Dus daar richt hij zich de komende weken op, feestdagen op komst of niet. We hebben het nog even over zijn tegenstander. “Onder druk heeft hij het moeilijk,” zegt Fred tevreden. “Hij weet dat hij het lastig gaat krijgen. Voor mij wordt het ook niet gemakkelijk.” En die Benelux-titel, dat wordt misschien een Europese titel, vertelt hij, want Ismail Abdoel gaat eerst een Europees titelgevecht aan. Dan geeft Fred me een hand, maakt wat grapjes met de jongens van de sportschool en gaat weg.

Ik heb de hele dag aan hem gedacht. En nog steeds. Fred Dillewaard zet hoog in met zijn twee wedstrijden. Maar ’t is geen waaghals. Dat is het fascinerende van deze man, die wedstrijd en daardoor eens te meer van de leeftijdskwestie.


Clubpartijtjes Haagse Directe (2)

Haagse Directe, zaterdagmidag 18 december 2010. Clubpartijtjes.

Twee ringen naast elkaar

“We kunnen er alletwee wat mee winnen”, had René Prins gezegd op de wedstrijddag bij Houwaart. Hij sprak over het clubpartijtje dat hij zou boksen met Erdinc Cetin, een week later. Wat hij bedoelde, bleek precies dat te zijn wat het spannend maakte: de verschillen. Erdinc, de rising star, achttien jaar, snel en sterk. Maar zonder de rijke ervaring die de veertigjarige René in de ring brengt; na een mooie carrière in het amateurboksen werd hij profbokser: “Geen dag spijt van gehad.”

Kort voor het clubpartijtje begon, vroeg ik aan Erdinc hoe hij ervoor stond. “Ik heb niets te verliezen en alles te winnen,” zei hij. Daarna ging hij verder met inslaan, want elke wedstrijd telt en verliezen wil hij niet, nooit. Erdinc hoopt profbokser te worden.

Zijn trainer Reinier van Delden had een duidelijke mening: “Voor mij had het niet gehoeven. Een demonstratiepartij. Dat is het verhaal”. En ik zei: “Ja, zo heet het dan. Tot ze in de ring staan.” Reinier en ik keken elkaar eens aan.

Zes jaar heeft René Prins geen wedstrijden gebokst. Sinds hij bij Haagse Directe traint en les geeft, voelt hij weer de aantrekkingskracht van de ring. Dat onderschat hij niet want als voormalig Benelux-kampioen weet hij wat het betekent. Niks buffelen met de Kerst, trainen en sparren en hardlopen Begin februari heeft hij een profpartij over tien ronden, dat is in Purmerend. Nog één jaar wil hij boksen. Zijn toekomst blijft in het boksen, als trainer bij Haagse Directe, vooral voor de wedstrijdboksers; hij zit in de opleiding bij de Nederlandse Boksbond.

De matching op het raam geplakt

Zijn wedstrijd leek op papier gewoon een van de clubpartijtjes van die dag te zijn. Doorlopend partijen in de twee ringen, ervoor bankjes voor vrienden en familie die het ook wel eens wilden zien. Sfeer: laagdrempelig en gezellig. Geroezemoes. Door elkaar geloop. Voor iedere bokser dezelfde medaille.

Jeugd versus ervaring

Maar toen Erdinc en René in de ring kwamen, werd het opeens muisstil. De partij in de andere ring stopte. We voelden allemaal spanning, om wat er ging gebeuren en hoe dan kon aflopen, wat winst zou betekenen voor de een en verlies voor de ander. Crack versus toekomst. Jeugd versus ervaring. Weeg een oudere bokser af tegen een jongere bokser. Dat deden we voor onszelf. Alle ogen waren op die twee gericht.

Ze trokken het shirt uit. Geen kap. Het maakte de wedstrijd meteen serieuzer. De aandacht verdiepte zich. Zo begon de eerste ronde.

Rode hoek Erdinc Cetin tegen blauwe hoek René Prins. Scheidsrechter Richard Biegel. Bij Erdinc in de hoek Reinier van Delden, bij René staat Chris van Veen. Eerste ronde van drie, wedstrijd online op YouTube.

Na de eerste ronde steekt Erdinc zijn armen in de lucht. Reinier praat op hem in. In de hoek van René wordt ook het een en ander gezegd. De tweede ronde is even kalmer, ook doordat Chris van Veen aanmaant tot rustiger aan. Het zijn clubpartijtjes, weten we dat nog? Ja, tuurlijk. De derde ronde is spannend. En het Salomonsoordeel is: onbeslist. De zaal joelt en juicht.

“Hij had het voordeel”, stelt René vast na de wedstrijd. “Vooral in de eerste ronde. Over mezelf ben ik niet ontevreden.”
“Een hele goede tegenstander,” vindt Erdinc. Hij straalt, want eigenlijk heeft hij gewonnen. Vindt René ook. Hij gaat in de aanloop naar zijn wedstrijd ook met Erdinc sparren.

De verdere middag komt deze ene wedstrijd hier en daar ter sprake. Of je het gezien hebt. Wat ervan te vinden. Het trok mensen als een magneet naar de ring, dat zag ik. Wat ik er zelf van vond, weet ik nog niet. Spannend was het zeker om jeugd tegen ervaring af te kunnen wegen. De profbokser die vechten kan versus de amateurbokser die een technische elegantie bezit. Misschien zijn dat wel de mooiste partijen, die waar je over na blijft denken. Waarin veel tegenstellingen zitten en beide boksers juist daardoor aan elkaar gewaagd zijn.

Ruwesley Bonafasia met Chris van Veen

Mooie combinaties

Al met al waren er ongeveer twintig wedstrijden te zien. De jongste bokser was Ruwesey Bonafasia, dertien jaar, maar ik zag ook boksers in de ring van fifty something. Iedereen bokste op een eigen niveau met een eigen kwaliteit, maar deze middag was iedereen hetzelfde waard, dat is het democratische van een boksschool die clubpartijtjes heeft. Ik zag Ruwesey Bonafasia tegen Aniel Kisoen, met soms mooie combinaties. Eerste ronde staat hier, dan verder doorklikken. Huis-ontwerper van de Haagse Directe Hans Pols, bubbelend van energie, tegen Lucien, die mooi stand hield en won. Begin hier met kijken. De laatste wedstrijd die ik filmde ging tussen Evert Jan Mulder en Mustafa Wahou: die staat hier online.

Het leek of het elke zaterdag zo ging, maar in de geschiedenis van de Haagse Directe was dit pas de tweede middag met clubpartijtjes. Hopelijk straks in het voorjaar weer. Met al die sneeuw op straat verlang ik zo naar de lente.

Boks en Thaiboks gala Houwaart 2010

Boks en Thaiboksgala bij Boksschool Houwaart, Den Haag. Zodag 12 december 2010.

“Vroeger was het alleen boksen op zo’n middag,” vertelt Ome Jan. “Dan zat het hier stampvol, hele gezinnen kwamen naar hun jongen kijken. Maar ja, het werd duurder met alles, en dat we dat gratis deden, kon toen niet meer. Bij het kickboksen waren de mensen wel gewend te betalen, dus zo zijn we ertoe gekomen.” Ome Jan is de wandelende boksencyclopedie van Houwaart. Hij zit al sinds mensenheugenis in het boksen en weet over iedereen wel wat te vertellen. Vandaag is hij afwisselend trainer, scheidsrechter en jurylid en ook toeschouwer die geen oog van de de ring aflaat.

Ome Jan kijkt naar het boksen: "Jij eerst!"

Dat het vroeger alleen boksen is geweest op deze middagen, merk je nog een beetje. Voor de pauze de bokswedstrijden, na de pauze komt het kickboksen. Tussendoor een hiphopdansgroep. Als die jongens in de ring komen, zijn er vijf bokspartijen geweest, voorafgegaan door kinderpartijtjes kickboksen. Ringspeaker/organisator/sponsor Arnaud van der Veere is zichtbaar tevreden over die wedstrijden.

Het zijn kinderen van zo’n vijf, zes jaar. Maar dat zijn geen simpele kleutertjes. Het zijn vechtjasjes die er meteen vol in gaan. Niks kijken, kijken, wachten. Hup, actie. Ik zie hoeken, high kicks, combinaties, het kan niet op. “Hebben wij ook”, zegt Ome Jan, “ze trainen bij ons op vrijdagavond”.  Het is de nieuwe generatie die zich aandient. Goed dat ze er zijn.

Boven ben ik bij het inslaan. Daar staat ook een tafel met broodjes en met verschillende soorten fruit. Voor de boksers. “Het hoort zo”, vindt lady boss Käthy Houwaart. “Je moet goed voor ze zorgen”. Käthy is de dochter en opvolgster van Harry Houwaart, die na Leen Hoogenband de school had. De geschiedenis houden ze bij Houwaart in ere. De verbouwing heeft dan veel nieuws gebracht, maar het oude mag er net zo goed zijn. Net buiten mijn fotobereik hangt een lijstje met daarin Leen Hoogenband en zijn boksers. Ome Jan weet vast wie wie is. Als ik bij de ring omhoog kijk, zie ik veel oude posters hangen.

Poster na poster na poster na poster....

Boven raak ik in gesprek met Pieter Klaarhamer. Zijn eerste wedstrijd komt eraan maar zenuwachtig? Nee. Nou bokst hij wel al jaren, maar dat is dus trainen en sparren. Een wedstrijd is anders en hij citeert met instemming  Joe Louis: “Everyone has a plan until they’ve been hit.” Dus hij bedoelt, hij wacht af hoe het gaat. Daarbij neemt hij het risico van een blauw oog; hij heeft een representatieve functie met klanten, en dan kan zoiets niet. Bij de Etos heeft hij al eens camouflage make up moeten kopen, na een enthousiaste sparpartij.

Rode hoek Pieter Klaarhamer  (Houwaart) tegen blauwe hoek Wendel Bendanan (Haagse Directe). Aan de ring onder meer Barend Spaan, oud-bokser en trainer bij Houwaart. Eerste ronde van drie, doorklikken op YouTube.

Blij met zijn beker

Na de wedstrijd zegt Wendel Bendanan met respect: “Dat was een goede tegenstander”. Pieter zelf kan ik in de drukte jammer genoeg niet meer vinden. Wendel vertelt dat dit zijn tweede wedstrijd is. De vorige, op het boksgala van Haagse Directe, verloor hij op punten. “Was ook een hele goede jongen”, weet hij.

Wendel is positief ingesteld, en hij is gevoelig. De rouwband om zijn bovenarm draagt hij zodat zijn moeder er op een andere manier toch bij is.  We praten daar nog een tijdje over door. Hoe dat kan. Die nabijheid ervaren. Dat je aan deze kant kunt uitreiken naar de andere kant.

De laatste bokspartij van de middag gaat tussen Mark van den Boogaard (Haagse Directe) en Demirk Abdoullah (Houwaart). Vijf bokspartijen zijn er die middag in totaal, dat is weinig in vergelijking met het kickboksen. In de ring bij Mark staat profbokser René Prins, aan de ring trainer Chris van Veen. René gaat eind januari de ring in: “Nog één jaar”.

Rode hoek Demirk Abdoullah (Houwaart) tegen blauwe hoek Mark van den Boogaard (Haagse Directe). Hele wedstrijd op YouTube, doorklikken.

Mark wint. Maar: een goede bokser blijft kritisch op zichzelf, ook met een beker in de handen. De nabespreking is fel en emotioneel. “Mijn benen waren te zwaar.” “Ik moet meer combinaties maken.” “Meer

Na de wedstrijd, in de kleedkamer

opstootjes”.  En dan zuinig: “Mijn rechter ging wel, op zich.”

Met een wedstrijd van Mark is altijd iets te beleven. Ik heb hem zijn eerste wedstrijd zien winnen (Himmelhoch jauchzend), zijn tweede zien verliezen (zu Tode betrübt) en daarna kreeg hij steeds meer greep op de emoties en spanningen. Die beginnen nu vóór hem te werken en dat is een goede ontwikkeling. Hij is pas 23 dus er komen nog veel mooie boksjaren aan.

In de pauze ga ik weg. Er hangt dan nog een bokssfeer, en ik weet dat  er nu alleen kickbokswedstrijden komen. Dat is toch anders.