Ons glorieuze boksverleden

Door de gangen, op weg naar de schatkamer.

Voordat er een boksbond was, waren er boksers. Jaren lang. Ze traden op in het circus of verdienden hun geld als kermisbokser. Of ze kozen voor het boksen als sport. Aan het begin van de vorige eeuw zijn er voor de eerste keer nationale kampioenschappen. In 1902 werd weltergewicht Pieter Toepoel Nederlands kampioen in zijn gewichtsklasse, evenals zwaargewicht Pim Wurpel.

Het jaar daarop boksen ze nog, maar dan gaan ze ook vergaderen met anderen. Dat duurt tot 1911, en dan zijn ze eruit: de Nederlandsche Boksbond wordt in februari van dat jaar opgericht. Best lang vergaderd.

In den beginne was de Boksbond dus een bond voor en door boksers.

Daarvan, en van alles wat daarna gebeurde, hoopte ik veel  terug te vinden in het archief van de Nederlandse Boksbond. O, en dan het boksen in Nederlands-Indië nog, en Suriname, en de Antillen. Een rijkdom verwachtte ik, ondanks het feit dat Bondsarchivaris Henk Groenendijk mij kalmerend toesprak over niet zulke hoge verwachtingen hebben.

Maar ja. Ik ben optimist.

Nu mijn boek over de Leeuwarder bokser Lolle van Houten (1944-2008) naar de drukker is, heb ik weer een beetje meer tijd. Dus ging ik naar Rotterdam, waar Henk me meenam in de doolhof van de opslagplaats. Zo’n Shurgard complex. Daar lag de schatkamer van het nationaal boksverleden.  Henk rolde de luiken omhoog, terwijl ik mijn hart voelde kloppen. Toepoel, waar ben je? Karel Minjon, zal ik jou hier terugvinden? Dertig dozen, had Henk nog gezegd. Daar kan veel in, had ik nog gedacht.

Toen het luik omhoog was, aanschouwde ik ons nationale boksverleden:

Wat overbleef na meer dan honderd jaar boksen...

 

Aan de zijkant van de opslagruimte stonden nog wat andere dozen. Hier en daar een halve schoenendoos  gevuld met stoffen emblemen. Tegen het korte gedeelte stonden blauwe stellingen, die nog in elkaar gezet moeten worden door een helpende hand. Die heeft nog niemand toegestoken.

Raadsel uit het boksverleden.

Echt veel was het niet. Henk keek mij aan met een blik die welsprekend uitdrukte:  “Dat had ik je toch gezegd.”  Hij heeft me verteld wat erin zat. Het alleroudste spul zijn wat tijdschriften uit de jaren ’30. Dan hebben we dus al dertig jaar boksgeschiedenis gemist. Niks over de eerste kampioenen van het land. Oude foto’s zijn er ook nauwelijks. Wel veel vergaderstukken en enkele raadsels.

Het vreemde is, dat ik in den lande hier en daar boksers en trainers ken, die de prachtigste plakboeken bezitten, vol foto’s en krantenknipsels. Soms mag ik dat lenen om in te scannen. Er zijn ook veel boksscholen, waar hun geschiedenis aan de muren hangt. Mooi is dat om te zien, daar kan ik lang naar kijken.
Wat me ook opvalt, is dat ik nog nooit iemand heb horen zeggen, dat de plakboeken of foto’s naar de Bond moeten. Er is, hoe zal ik het tactvol zeggen, vaak enige afstand tussen de Bond en de boksers.

Dat was in den beginne dus heel anders.

Henk Groenendijk

In ieder geval, Henk Groenendijk heeft jarenlang voor het archief gezorgd. Hij is oud-politieman, heeft andere bezigheden die zijn aandacht vragen en hij zag in mij een geestverwant, wat het boksverleden betreft.  Wel is hij vermoedelijk nuchterder van aard dan ik.  Zelf  ben ik nostalgisch ingesteld, soms bij het sentimentele af.

Dus nu mag ik als zijn opvolgster op de dozen passen, en dat is precies wat ik ga doen. Het zal nog even duren eer de dozen dichterbij of in mijn woonplaats komen, maar dat is een kwestie van tijd.

Intussen ga ik eens nadenken over hetgeen er verdwenen is en wat er naar het archief zou moeten terugkeren. Henk vertelde me dat er door na wat verhuizingen van de dozen het een en ander aan foto’s is verdwenen. Het zou mooi zijn als die terugkwamen.

Eigenlijk zouden we een archief moeten hebben, waar iedereen met een gerust hart de oude plakboeken naar toe brengt.Uit liefde voor de sport, en omdat de geschiedenis daarvan bewaard moet blijven.

Even tegen de dozen leunen.

Zover is het nog niet, dat weet ik wel. Dus daar ga ik op puzzelen, hoe ik van het boksarchief een goede plaats kan maken. Het moet een archief zijn waar  het verleden veilig is, voor de volgende generaties. Waar we allemaal graag onze plakboeken, dozen, tasjes en misschien zelfs bekers naar toe brengen. We zijn toch wel meer waard dan dertig dozen?

Boksschool I Believe (2)

Opening boksschool I Believe.  Benedenstraat 115, Oud-Ijsselmonde, Rotterdam. Vrijdag 1 oktober 2010.

 

Burgemeester Aboutaleb en hoofdtrainer Ronald Hiwat

 

De verbouwing van de zolder was af en de boksschool kon dus officieel open, al was-i dat al jaren. Maar Ronald Hiwat ziet de dingen graag goed en groot gebeuren. En als ze in Rotterdam iets op touw willen zetten, dan doen ze dat ook. Denken en doen ligt daar heel dicht bij elkaar.

Zo kwam het dat vrijdagavond de straat bij hem vol stond. Rotterdammers en andere mensen, en volop media. Want die zien niet elke dag burgemeester Aboutaleb in een boksschool. Ik geloof dat er ook security om hem heen stond, maar ja, dat worden allemaal iele jongens als ze naast Ron staan. Hij is oud-kampioen zwaargewicht (nationale titel 1984) en na zijn wedstrijdtijd hoefde hij  niet meer op zijn gewicht te letten. Dus dat deed hij niet.

Boven op zolder hielden oud-bokser en burgemeester een kort praatje. Later zou het pas echt leuk worden. Ronald sprak steeds gemakkelijker voor de filmcamera’s en keek alsof hij een aanhoudend flitslicht gewend was. Hier zijn ze beneden met de openingsspeeches:

“Iemand die met je meeloopt” die uitdrukking zou nogal eens terugkomen.

Arnold Vanderlyde gaf de burgemeester een lesje stilstaan als Arnold plezier maakt. Zo ziet dat eruit:

Eerst toespraken, daarna gaan de jasjes  uit en dan begint het…

Door alle drukte kon je nauwelijks zien hoe mooi de boksschool eigenlijk is. Het heeft sfeer. Dat komt onder meer doordat er veel oude boksfoto’s en posters van toen hangen. Boven op zolder hadden ze een fotowand gemaakt, die veel belangstelling trok. Prachtig, oude en nieuwe foto’s door elkaar heen. Zo leer  je meteen dat de bokssport leeft en in een lange traditie staat. Ik heb lang gekeken naar een foto van de vier Van Klaveren. Jonge jongens zijn ze hier nog, die stuk voor stuk de wereld aan kunnen, vol leven en met een grote toekomst voor zich.

En dan die ene foto van Kid Taylor, die ik eens bij Mesa Sport snoeihard training zag geven. Eerst dacht ik dat hij een slecht humeur had, maar bij zijn tweede training wist ik dat Kid gewoon van aanpakken hield. Boksers uit Suriname, dat is ook al een boek apart. Zoals ik stond te kijken, keken ook anderen. Elkaar foto’s aanwijzend: “Weet je nog, die?” En: “Die ken ik wel, want…” Waarna een verhaal volgde. Ach, had iedere boksschool maar zo’n mooie wand.

Met Henk Groenendijk heb ik die avond ook over nostalgie gesproken. Hij beheert het archief van de Boksbond, waar ik me binnenkort over mag ontfermen. Dertig dozen. Dat hebben we dan over van bijna een eeuw boksen in Nederland, met een groot aantal jaren daarbij boksen op de Nederlandse Antillen, in Indië en in Suriname.  Gezien de rijkdom van het verleden had ik drieduizend dozen redelijker gevonden. Misschien komt dat nog.

Als je langs de fotowand liep, kwam je in een nieuwe ruimte. Ook voor de jongeren, waarmee Ron Hiwat en zijn mensen werken. Het is eigenlijk een “boksschool plus” zoals tijdens de opening werd gezegd. Bokstraining, vanzelf. Maar ook begeleiding als het leven wat minder gemakkelijk voor je is. Of als je een stage zoekt. Of je huiswerk met anderen wilt maken. I Believe is eigenlijk een clubhuis waar van alles kan, met Ronald als de grote boksbroer.

Het programma van die avond was zonder meer druk. Speeches dus. En een schilderenveiling van Dries Sloof, een metsel-/ voegclinic,  inschrijven voor “I Believe Business friends” en dan boksbal na. Wat een organisatie moet dat geweest zijn. Op de site van I Believe staat allerlei informatie.

Aan het metselen kwam ik helaas niet meer toe. Na de speeches heb ik nog een poosje naar de oude foto’s staan kijken en daarna ging ik een in luxe bolide met enkele mannen van de Haagse Directe de snelweg op. Meerijden. Fijn is dat, die combinatie van Haags commentaar en dan zo’n zachtzoevende auto. Op een normale dag is mijn reizend leven van het strippenkaart-niveau.

Het was een goede avond, zonder meer. Ronald Hiwat heeft hart voor jongeren, en hij doet er wat mee, en zijn vrouw Diana met hem. Ik geloof dat de kinderen ook meewerken. Die knusheid in combinatie met een zakelijke aanpak (“business friends”), dat kan nog heel wat worden. Want ik zie op meer boksscholen dat trainers om hun boksers geven en vaak een oogje in het zeil houden als er problemen zijn.  Bij I Believe hebben ze dat ondersteund met een business model. Interessant.