Worstelen bij Simson KDO

KDO Simson, trainingsavond worstelen. Den Haag, donderdag 17 februari 2011

“Vroeger had je boksen, worstelen en voetbal. Volkssporten.” Dat zegt oud-worstelaar Harry Steinmetz tegen me. Hij geeft trainingen bij de Haagse krachtsportvereniging Simson-K.D.O , dat betekent Kracht Door Oefening. Ik ben daar op zoek naar het verre verleden. Want waar boksen was, had je vaak ook worstelen. Dus andersom geredeneerd, als ik worstelaars zoek, heb ik een goede kans om boksers te vinden. Zo kom ik  hopelijk via een zijdeur in de boksgeschiedenis.

Bokser Henry Placké worstelde, en hij trad als zodanig in het circus op. En nog is er een verwantschap. Boksschool Verbon in Utrecht deelt het pand met een worstelvereniging en bij Kops in Amsterdam kun je zowel worstelen als boksen. Dus ik dacht, eens zien hoe het bij Simson is.

De geschiedenis van KDO Simson gaat terug tot 1904.  Daar zijn ze trots op. Een deel van het archief is ingescand en hangt in de gang. Foto’s, krantenknipsels, Olympische ere-vermeldingen. Ik wist niet dat er zo veel en zo goed in Nederland geworsteld werd. Ook de worstelwereld kijkt naar de Olympische Spelen van 2012. Van Jessica Blaszka verwachten ze veel.

Bokser-worstelaar Henry Placké (Nieuws van den dag, 1902)

Maar tegenwoordig is het moeilijker dan vroeger om bij een competitie alle gewichtsklassen te vullen. Worstelen is minder populair. Het heeft niet die glamour van K1.

Geschiedenis van Simson: meer dan 100 jaar

Intussen heeft Harry me namen en telefoonnummers gegeven van mensen die meer van het verleden weten. Er traint nog een oude worstelaar van tachtigplus, die kan ook vertellen. Dus de weg naar het verleden is voor me gebaand, gastvrij en vriendelijk. Dan kijk ik naar de training van die avond. Harry geeft commentaar en uitleg. “Touché.” Twee schouders op de mat, dan heb je verloren. Hij vertelt over het beroerde aanzien dat het worstelen tegenwoordig heeft en dat terwijl, hij wil het eigenlijk niet zeggen tegen mij, terwijl worstelen moeilijker is dan boksen. Veel technischer. Want kom je als nieuwe op een bokstraining, dan kun je meteen een beetje meedoen, maar bij het worstelen ligt dat moeilijker.

Je moet sterk zijn.
Lenig.
Tegen druk kunnen, ook mentaal.
Slim.
Een beregoede conditie hebben.
Technisch goed zijn. Alleen het correct staan is al moeilijk.

Op de worsteltraining is het gezellig. Warming up door wat zaalvoetbal, daarna volgen lenigheidsoefeningen. Een zwaargewicht slaat een radslag, elegant ook nog. Ik zie iemand een achterwaartse salto uitvoeren. Binnenbeenspieren worden gerekt, op een manier die me aan harde ballettraining doet denken.  En dan begint de feitelijke training. “Technieken oefenen,” zegt Harry, en hij wijst een enkeling een tegenstander toe.

Worsteltraining bij Simson KDO (Den Haag), donderdag 17 februari 2011.  Wit shirt Alex Koval (wit shirt) tegen Nishal Noemrawsingh. Trainer Youself Nasiri.

Naar Alex Koval (74 kg) kijk ik met meer aandacht. Harry noemde zijn naam toen ik naar het grootste talent van Simson vroeg. Hij komt uit de Oekraïne, wat vanzelf een mooie afkomst is voor een vechtsporter. Geen gemakkelijk leven, maar wel: een talent. En Alex bezit trouw om te komen trainen, ook al is hij nog zo moe. Dat geldt ook voor de harde kern van de andere jongens (meisjes zie ik niet). Vaak afkomstig uit Oost-Europa, geen luxepaardjes, bereid om voor het worstelen te leven.

Dat sobere zie je in Simson KDO terug. Geen dure koffieapparaten of lederen zithoeken, het is er gewoon en goed. Beneden is ook gewichtheffen, boven is fitness en bodybuilding. Alles voor en met de  krachtsport. Maar ook geven ze er bokstrainingen, en dat feit brengt me  weer op mijn pad. Harry: “Richel Hersisia heeft bij ons nog een tijdje gebokst.” En daar zijn we alletwee heel tevreden over.

Henry Placké

Heny Placké

De eerste beroepsbokser van ons land, schreef de krant Het Vaderland na zijn overlijden. Henry Placké was bij leven al een legende. Bokser, zeker, maar ook worstelaar, zwemmer en circusartiest. Hij was bijna twee meter lang en woog in een goed seizoen 120-125 kilo. Breed, goedgebouwd en vol initiatief en ambitie. De kranten wisten altijd wel wat over hem te melden en de meningen waren vaak verdeeld.

Rond 1896 verschijnt zijn naam voor het eerst in de Nederlandse kranten. Hij is de “worstelaar en bokser” Placké, woonachtig in Amsterdam, die de worstelaar Dirk van den Berg in de media uitdaagt. Dat typeert Placké: prikkelen, provoceren en  iets wagen. Dirk kon zich vervoegen bij Placké: Martelaarsgracht 4, te Amsterdam.

In datzelfde jaar heeft Placké een “oefenlokaal” in de Falckstraat. Daar geeft hij bokslessen en verkoopt hij kaarten voor een groot “scherm,- en boksfeest” dat hij met de Belgische schermliefhebber Leopold van Humbeek zal geven in de grote zaal van Maison Stroucken. Er is boksen in drie gewichtsklassen: licht,- middel,- en zwaargewicht. De zaal is bomvol op de avond van 1 maart en Het Nieuws Van Den Dag schrijft lovend: “Interessante partijen kreeg men te zien tussen Hisgen en Schrijver, en tusschen Kingma, bekend wiel,- en schaatsenrijder, en Placké.” Aanduidingen van gewichtsklassen ontbreekt.

De kaartverkoop typeert Placké eveneens: hij is ook zakenman. Zijn naam is zijn inkomen, en dus komt hij steeds mooier in zijn advertenties. Boksmeester, professor, internationaal bokskampioen, het is of hij bij zichzelf dacht ‘I am the greatest’. Wat ervan wáár is, valt moeilijk te achterhalen bij gebrek aan bronnen.

Placké organiseert ook bokswedstrijden, al in april 1902, dus ruim voordat de Nederlandse Boksbond werd opgericht. Hij wilde boksen, hij hield van pr dus organiseerde hij niet zomaar een wedstrijd, nee, het ging om het Nederlands kampioenschap. Die werden gehouden in gebouw Velox te Amsterdam en de boksmeester zelf kwam demonstraties geven. Daarnaast waren er demonstraties in zwaaien met knotsen en werken met lichte halters. Feitelijk trainingstechnieken. Op het programma stond ook een worstelwedstrijd. De uitslagen van het boksen: lichtgewicht O. Greeve,  zwaar-middengewicht P.M.C. Toepoel en zwaargewicht Tim.

In deze tijd komt dus mede dankzij Placké het boksen een beetje in de regels hier. Maar Placké gaat geheel een eigen weg. Tot ver in 1915 zal hij optreden als worstelaar in circussen en wedstrijden voor zichzelf organiseren, waarbij hij geldbedragen aan degene uitlooft die hem kan verslaan.

In 1904 beproeft hij zijn geluk in Amerika, hij daagt Bob Fitz Simmons uit voor een wedstrijd die de uitdaging aanneemt. De kranten schrijven honend over Placké en over het boksen in Nederland, wat de Nederlandse pers geschrokken citeert:

“Placké heeft geen notie van voetwerk en is de meest ongelikte recruut in de boksgelederen, die zich hier ooit vertoonde. Hij kan in Holland kampioen zijn, doch de Hollandsche stijl moet dan nog al den Arcadische eenvoud hebben behouden uit den tijd toen de menschen in holen woonden en hun voedsel met een knots bemachtigden.”

Meteen terug in Nederland is hij weer op zijn vaste spoor: worstelen en boksen. Hier wint hij wel, en ook elders in Europa. Circussen, meebesturen aan de Boksbond (1911 opgericht), verhuizingen naar onder andere Den Haag waar hij bokslessen geeft, Placké heeft een avontuurlijk leven dat in dienst stond van de sport. Bokser-worstelaar, zo is hij dan bekend in Nederland. Iedereen kent zijn naam in deze tijd.

Rotterdamsch Nieuwsblad, 1915

Bij zijn dood in 1944 blijkt hij toch in de vergetelheid te zijn geraakt. Zijn laatste levensfase bracht hij door in een pension in het plaatsje Montfoort. Enkele krantenberichten roemen hem in een terugblik als “gevreesd bokser”, die kampioen was van Engeland, Duitsland en Nieuw-Zeeland. Er is sprake van een plakboek dat hij bezat. Waar dat is? In 1944 is het volop oorlog, wie zal begrepen hebben hoe waardevol dat was…

Henry Placké is een van de vroege boksers in de Nederlandse geschiedenis, die met naam en gezicht bekend zijn. Er zullen er veel meer geweest zijn. Zoals Placké zelf op kermissen stond en in circussen optrad, deden dat ook veel anderen zoals de advertenties laten zien.  Maar wie en waarom, dat is moeilijk te achterhalen. Schatgraven naar het boksverleden, dat is het.  Lezen in oude kranten, hopen op plakboeken en op mensen die een oude schoenendoos op zolder hebben staan. Of op iemand die zegt: “Henry, dat was mijn opa.”