Biografie Bep van Klaveren

J.A. Deelder: Bep van Klaveren. The Dutch windmill
Veen, 1980. Rijk geïllustreerd met veel foto’s, 166 pag.

Over Bep van Klaveren is misschien meer geschreven dan over welke andere bokser ooit, en toch is het te weinig. Elk boek roept weer meer vragen op: ja maar hoe dit, ja maar waarom dat? Dat geldt zeker voor de beroemde biografie die J.A. Deelder schreef: Bep van Klaveren. The Dutch windmill.

Eerst een minpuntje. Het boek stort zichzelf over de lezer uit. Dat is dan wel een lekker Rotterdams bad, maar voor degenen die niet Rotterdams zijn, is het een beetje veel. Want alles wordt bekend verondersteld. Namen van boksers, van straten, bekende Nederlanders en feiten. Een toelichting was handig geweest. Gewoon, een lijstje achterin. Of voetnoten, handzaam onderaan de bladzijde. Misschien zelfs een inhoudsopgave.

Dat is dan ook vrijwel het enige minpuntje dat er te noemen is. Verder is ‘t een heerlijk boek. Veel foto’s. Bep die sprekend aanwezig is. Wat aan te bevelen valt, is eerst een dosis Bep tot je nemen voordat je begint te lezen. Dan hoor je zijn stem in je hoofd de woorden zeggen. Even doen dus, en luister ook naar zijn vriend Aad Veerman:

Nou, dan lezen. Levende literuur is het. Over de bokswereld in Rotterdam vooral, maar dan heb je ook meteen een wereld apart. Met mooie fragmenten:

“Rotterdam was boksstad nummer één. Hier kwamen een hoop goeie jongens vandaam. Had je Kourimsky, Willem Westbroek, Piet van der Veer,  m’n ome Nol niet te vergeten, Herman van ‘t Hof... Die hadden al naam, toen moest ik nog beginnen, weetjewel… Herman van ‘t Hof was een hele goeie jongen, een echte eh… ik zal maar zeggen, een moordenaar in de ring, weetjewel. Als ik als kleine jongen met ‘m sparde en ik raakte ‘m een beetje een paar keer, dan sloeg ie je in elkaar. Ja nou! Dat kon ie niet hebben, dan spuugde die vuur! Nou niet meer, hij is nou de rust zelve. Toevallig kwam ik ‘m laatst nog tegen, bij Van Oosten op het Noordplein, weetjewel. Joop Amen was er ook bij. Ook veel mee gespard. Kon ook heel hard slaan, Joop…”(p. 46)

Je hoort hem praten, toch?

Het boek is nog steeds verkrijgbaar via Boekwinkeltjes.nl/ Eigenlijk wordt het tijd voor een allesomvattende Bep Biografie. Net zo dik als dat boek over Mohamed Ali. Uit Bep-kringen heb ik gehoord dat er nog allerlei opnames zijn. Foto’s ook nog. Dus.

Ton Kuster

Zijn boek is uit. “Al een paar maanden, hoor”, zegt Ton Kuster, de auteur ervan. “En bijna de hele oplage is weg. Misschien komt er een tweede druk.” Ton is in de bokswereld een bekende verschijning: als scheidsrechter stond hij vaak in de ring. Eind vorig jaar nam hij afscheid, na ruim 520 partijen in het amateurboksen, en veel internationale partijen in het profboksen. Als Rotterdammer is hij er nuchter onder. Als ik vraag of hij de bokswereld mist, zegt hij: “Ik vond het genoeg na 25 jaar. Dan moet je afscheid kunnen nemen. Maar ik blijf natuurlijk betrokken bij Hoboken.”

In Zeg nooit: nooit vertelt hij over die 25 jaar. Een kwart eeuw in de bokswereld, dan heb je wel wat meegemaakt. Maar het boek omvat meer. Het is een autobiografie, tamelijk eerlijk ook. Ton: “Sommige familieleden vonden het te eerlijk”. Maar ja, de dingen waren zoals de dingen waren, daar kan hij ook niks aan doen. En een autobiografie is geen roman.  Dus hij schrijft over familie en over Sparta, over collega’s en zakenavonturen, over boksen en de Stichting Doe Een Wens.

Vanaf het begin had hij alles onthouden en ook krantenknipsels bewaard. “Op een dag zegt mijn vrouw, dat moet je eens opschrijven.” Ton deed dat: “Gewoon beginnen en dan doorschrijven.” Dat heeft ruim drie jaar geduurd, al met al. “Je hebt weleens een dag geen inspiratie. Of je moet wat opzoeken.”

Ik zeg dat ik de boksstukken het leukste vond. En erg mooi vond ik hoe hij vertelde als als jongetje bij Herman van ’t Hof te gaan boksen. “Ome Herman, ja. Dat was een lieve man. En een beroemdheid. Als hij in Crooswijk over straat liep iedereen, groette hem en hij kon bij iedereen komen eten. Voor veel jongens uit de buurt was hij een vaderfiguur en dat zit nog steeds in de vereniging. Ze hebben veel voor elkaar over.”

Uit het boek:

Wimpie, de neef van Ton, gaat boksen bij de school van Herman van ’t Hof in de Spiegelnisserstraat:

“Ik vond het wel spannend en vroeg of ik mee mocht. Herman van ’t Hof vond het leuk dat zijn oude vriend en trainingspartner Willem zijn zoon kwam aanmelden. Hij vroeg of die kleine, wijzend op mij, ook wilde komen trainen. Na veel gespartel, ik was nog maar twaalf, stemde Pa Kuster toe. Op dinsdag en vrijdagavond was ik in de boksschool fanatiek aan het touwtje springen, de eerste beginselen van ‘The noble arts of self defence’ aan te leren en de nodige conditie op te bouwen.”

“Het ‘stoten zetten’ en sparren onder toezicht van de leermeester zelf. Herman had een ouderwetse manier van les geven. Wanneer je  het niet goed deed of te veel fouten maakte, kreeg je van hem een schriftje waarin in hanenpoten zijn instructies waren opgeschreven. Je moest deze uit het hoofd leren.

Het was vaak afzien en je moest het allemaal zelf doen. Ook kon je niemand anders de schuld geven wanneer het even niet lukte. Dit in tegenstelling tot vele teamsporten.

Ik denk dat de bokssport mij voor mijn verdere leven heeft gevormd. Niet zeuren maar doen.”

Ton met links Lucia Rijker en rechts Deborah Fettketler. (2004)

Dat is en blijft het motto: ook als hij jaren in de horeca werkt, ook als hij op latere leeftijd gaat studeren: HBO sportmanagement aan de universiteit van Groningen. Hij zit in de bankjes met Arnold Vanderlyden.

Ton heeft veel meegemaakt en dat ga ik niet navertellen. Zelf lezen is leuker. En er komt een nieuw boek aan, vertelt hij nog. Een verhalenbundel. Ja, daar zal ook boksen inzitten. Dat gaat gewoon zo. Oja, hij zoekt nog iemand die wat illustraties kan tekenen.

Ton Koster: Zeg nooit: nooit. Autobiografie over het weinig saaie leven van Ton Kuster.
Schiedam: Uitgeverij Calbona, 2010. ISBN 978 94 90075 33 0 / 289 pag, rijk geïllustreerd. Prijs: 19,50euro. Bestellen bij Calbona.nl/

Herman van ‘t Hof

Van ’t Hof was razend snel

Dat was begin januari 1926 een sensatie: een Nederlander kampioen van Europa. Herman van ’t Hof won de titel in Den Haag, waar hij in de grote zaal van de Dierentuin tegenover de Zwitser Clement stond. De wedstrijd werd waarschijnlijk georganiseerd door de Haagsche Boksbond. Die zou in 1927 het vijfjarig bestaan vieren.

De wedstrijd is 85 jaar geleden gebokst, maar het verslag dat in de krant Het Vaderland verscheen, is zo levendig, dat we de wedstrijd meteen voor ons zien. “Een gebeurtenis van belang”, jubelde de krant op 5 januari 1926 en vatte voordat het eigenlijke verslag begon, de match alvast zo samen:

“Van ’t Hof was razend snel in zijn rechtsche en linksche stooten, die als een regen op kaak en maag van Clement neerkwamen. En ofschoon de partij over 15 ronden van 3 minuten was vastgesteld, was de strijd reeds in de zesde ronde beslist, doordat Clement blijkbaar meer dan genoeg had van de zware afstraffing, welke de Hollander hem toediende. En onder de luide toejuichingen van zijn landgenooten kon van ’t Hof den titel in ontvangst nemen.”

Aan deze wedstrijd gingen andere wedstrijden vooraf, zoals die tussen:

“Turksma (kampioen van Nederland, Den Haag) 53,6 kg en Van Klaveren (Rotterdam) 52,3 kg.  Het werd een vinnige partij waarin Van Klaveren een vinnig enthousiasme aan den dag legde en, zij ’t ook wat onbesuisd, over een flinke serie stooten beschikte. Daardoor werd het een aantrekkelijke vlugge partij, waarin Turksma’s techniek beter was, maar door het vurige optreden van den Rotterdammer in de eerste ronde blijkbaar verrast was. Dat kostte hem de overwinning, al werd hij tegen het einde ook heel wat beter. Van Klaveren werd op punten winnaar.”

Nu de titelwedstrijd.

“Clement (78 kg) verscheen eerst in den ring met Schilperoord als zijn helper. Enkele minuten later volgde Van ’t Hof (75, 7 kg) met Braat als helper. Na de gebruikelijke plichtplegingen begon de wedstrijd onder leiding van den Belgischen scheidsrechter H. Karel Boulanger, onder-voorzitter van den Belgischen Boksbond, en met de heeren Van Ophuyzen en Crone als ringrechters.

De eerste ronde verliep nog wat slapjes. Van ’t Hof begon direct met aan te vallen en de Zwitser deed niet meer dan de harde stooten incasseeren, zonder zich behoorlijk te dekken. Slechts nu en dan kreeg hij gelegenheid om een rechtsche stoot te plaatsen.

De tweede ronde was vrijwel een getrouwe copie van de eerste, Clement probeerde het enkele malen met linksche stooten, welke Van ’t Hof blijkaar niet deerden.

In de derde ronde kwam Van ’t Hof met rechtschen en linkschen op maag en kaak danig los. De vierde ronde bracht Clement een scheurtje boven ’t linker oog, en de Zwitser poogde zooveel mogelijk op afstand te boksen, terwijl Van  ‘t  Hof door in-vechten den strijd trachtte te forceeren. Vooral in de vijfde ronde kreeg Clement het zwaar te verantwoorden. Maar erkend dient te worden, dat Clement zich ’n kranig incasseerder toonde. In de zesde ronde werd het hem echter te zwaar en door opsteken van zijn armen gaf hij te kennen, dat hij den voor hem te zwaren strijd opgaf. Daardoor werd Van ’t Hof tot winnaar verklaard; tevens verwierf hij den titel van kampioen van Europa zwaar middengewicht.

Het publiek zong ‘ lang zal hij leven’ en juichte hem langdurig toe.”

Daarmee was Herman van ’t Hof Europees kampioen. Nu is er in Rotterdam een boksvereniging naar hem genoemd. De vraag is alleen: waar is de kampioensbeker gebleven? In Rotterdam op zolder?

Wedstrijden/ Faty Sagir

Wedstrijden bij Boksvereniging Herman van ‘t Hof, Rotterdam. Zaterdagavond 10 april 2010.

Voor de wedstrijd

Nee, echt nieuw is het niet voor hem. Hij traint al een paar jaar. Maar toch, om dan de ring in te gaan is iets anders. Faty oogt niet zenuwachtig. Hij lacht met zijn broer die meegekomen is, praat met Dick Heijdeman en Reinier van Delden van Haagse Directe en kijkt naar de andere wedstrijden. Faty heeft de laatste partij van de avond, tegen Vincent Cense van BCVA uit Portugaal. Vincent is langer en beweeglijker, dat is wel een nadeel. Maar Faty is massiever en vast sterker.

Het is tijd om naar de kleedkamers te gaan. Ik ga mee, om te zien hoe hij zich houdt. Dat is vrij goed. Er is geen optimisme of agressiviteit, hij gaat het gewoon doen. Terwijl Reinier met hem inslaat, vraag ik aan Dick wat het wedstrijdplan is. “Dat hebben we niet. Hij moet wennen aan wat het is, en we kijken hoe het gaat. Hij moet de kop erbij zien te houden en niet overhaasten. Niet in paniek raken.”

Vanuit de kleedkamer kijkt Reinier of het tijd is. Elke keer als hij de deur opendoet, waaien de geluiden van het boksen naar binnen. Geroezemoes van de zaal, doffe klappen uit de ring, een gong die even alles stopt. “Ze zijn nog bezig”, zegt hij. Dan gaat hij weer verder met Faty.

Erna zegt Faty somber: “Ik maak fouten”. Dick begint filosofisch: “Wij maken allen fouten”, maar Reinier zit er meteen bovenop: “Fout? Jij doet niks fout. Jij kunt stoten zetten en dat moet je doen. Als je kunt, dan mik je.” En die nuchtere beschouwing doet Faty zichtbaar goed. Het inslaan gaat verder en de concentratie van Faty neemt toe. Hij slaat technisch beter, harder en sneller. Wisselt gemakkelijk van combinatie, duikt aangenaam snel voor de zwaargewicht die hij is. Zijn ogen krijgen een andere uitdrukking, meer naar binnen gericht. Faty komt op scherpte.

“Het is tijd”, zegt Reinier en dan gaan we. Onderweg slaat iemand Faty op zijn schouder: “Tarzan”. Ik wring me achter de jury door naar een gunstige hoek om de wedstrijd te filmen. Tegenover Faty in de rode hoek staan de trainers van Vincent, die gezien hun luidruichtigheid zeer schrikken van de aanblik die Faty biedt. Die geeft intussen nog altijd geen krimp.

Eerste ronde:

Faty na de wedstrijd.

Remco Hofstede

Wachten wachten en dan opeens boemboemboem. Als dat wat gelijkmatiger gaat, kan het heel interessant worden. Faty is van 1981, dus er kunnen best wat mooie boksjaren aankomen.

Over de jury heen gluur ik naar de uitslagen op de laptops. Het gaat goed gelijk op, maar de laatste ronde is beslissend. Verloren op een paar punten, 7-5, niet slecht voor een eerste wedstrijd. En: geen spoortje paniek te bekennen. Faty lacht alweer op weg naar de kleedkamer. Daar zegt hij iets over gebrek aan conditie en begint zich om te kleden. Ondankbaar eigenlijk om de laatste partij te doen, je bent nauwelijks de ring uit of iedereen gaat al naar huis en ze beginnen de stoelen op te stapelen. Napraten moet dan met je trainers in de auto.

Ook gefilmd: de wedstrijd van Remco Hofstede (boksschool Teus de Kruyf), tegen Yassin Likogly (Boksclub Twente) met vooral twee mooie eerste rondes. Teus na afloop: “Die linkerhoek is zijn wapen”. En kritisch: “In de derde ronde liet hij hem teveel op zich afkomen”. Remco is 16 jaar en leeft voor het boksen. Ik zag hem een paar weken terug trainen bij Teus in Alphen aan den Rijn, scherp en geconcentreerd. Daar was hij snel en leek hij klein, maar deze avond kwam hij vooral sterk en groot over. Het verschil is de ring. Voor de eerste ronde klik hier. Hele wedstrijd aanwezig.