De Ring: Bep van Klaveren

Bep van Klaveren

Bep van Klaveren

De Ring 1e jaargang no.6, pag. 4-6. Jan Liber: Herinneringen aan onze grote boksers. Bep van Klaveren.

      BEP VAN KLAVEREN

Een ster ditmaal, waarvan de glans nog niet is verbleekt, mogelijk niet meer zo fonkelend en stralend als weleer, maar, vooral aan ons kleine boksershemeltje, toch altijd nog blinkend als een ster van de eerste grootte. Er zijn geen kijkers nodig om hem te zoeken. Hij staat daar nog niet het blote oog zichtbaar voor iedereen. Er zal eens een tijd komen, dat ook deze ster moet ondergaan, aan die eeuwige wet ontkomt niets op deze wereld, maar elke liefhebber van de bokssport, die hem eens zag, zal dan toch iets van die oude glans in zich bewaren. Onverbrekelijk is Van Klaverens naam, als Olympisch kampioen, tweevoudig Europees kampioen en met talloze gevechten in vier werelddelen, aan de historie van de bokssport verbonden. Zonder ook maar iemand te kort te willen doen, mag ik zeggen, dat hij de grootste van allen is geweest.

Een leven vol ups en downs, een leven vol romantiek en avonturen! Wat een schat aan herinneringen weven er zich omheen. In welk een duizelingwekkende vaart heeft hij dit leven geleefd, welk een overstelping van gebeurtenissen. Er is geen beginnen aan om dat allemaal in een paar woorden te vertellen. Een paar flitsen kan ik slechts geven. Hier een greep en daar een brok. Maar waar te beginnen? Olympische Spelen 1928, Volendam, sinaasappelenkuur? Reis naar Zuid-Afrika met Arie van Vliet? Eerste Europese titelgevecht tegen Sybille? Amerika met Theo Huizenaar? Patsi Zeuli, Joe Meyers, Frank Vandermee? Ik weet het waarlijk niet. Het is allemaal overbekend, maar het is allemaal interessant. Wat Van Klaveren beleefd heeft, is soms op het randje van het ongelooflijke. Hij heeft altijd een rijke fantasie gehad en als hij wat vertelde, moest je altijd denken: zou het wel waar zijn? Maar zijn recordlijst liegt niet. Die is groots, zonder meer.

Zo’n record heeft niemand in Nederland.

Bep van Klaveren

Bep van Klaveren

Ik ken Van Klaveren zo’n drie, vier en twintig jaar. In 1924 verscheen hij voor het eerst in de ring. Hij was nog geen zeventien en hij woog 41 kg. Een aardig, dartel diertje met veel te lange veulenbenen, een beetje schichtig, maar toen al met veel temperament en moeilijk in toom te houden. Piet Dijksman was zijn eerste leermeester. Er is wel eens beweerd, dat “Ome Nol” Steenhorst, in die dagen middengewicht kampioen van Nederland, Bep boksen geleerd heeft, maar dat is beslist niet zo. Nol had dat neefje van ‘m natuurlijk wel het hoofd op hol gebracht met zijn verwarde verhalen over het boksen, waarbij je het goud zo maar voor het oprapen had, maar moeder Van Klaveren, de zuster van Nol, een bij-de-handje als zij nu eenmaal is, had gezegd: “Nol blijft met zijn handen van ‘m af”. Zo kwam Bep bij Piet Dijksman terecht en de oude Piet is daar riojl altijd trots op. “Ik en niemand anders heb ‘m boksen geleerd”, zegt hij nog altijd met veel nadruk en dikwijls voegt hij er nog aan toe:

“Ze hebben ‘m van me gestolen!”

Stelen is misschien een beetje veel gezegd. Bep ging na een paar jaar op aanraden van vele vrienden in de leer bij Teun Schilperoort, een van de bekwaamste instructeurs van Rotterdam. Het ene succes volgde op hét andere. Hij werd amateur vedergewicht-kampioen van Nederland en uitverkorene voor de Olympische Spelen in Amsterdam. Als een net jongetje met zijn witte broek, blauw blazertje en strohoed veel te schuin op zijn zwarte haren, liep hij in het grote défilé. Een week later ging voor hem de vlag aan de hoogste mast. Het was allemaal als een droom geweest. Overwinningen op de Spanjaard J. Munos Panadez, de Engelsman F. M. Perry; in de halve finale op de Amerikaan H. G. Devine. En toen del finale, die de gouden medaille zou brengen. De Argentijn V. Peralta stond als een wildeman bekend en niemand van f de familie Van Klaveren had de nacht voor de wedstrijd ook maar één oog i dicht gedaan. Bep had de gehele nacht in zijnbed liggen boksen en vermoeid en met hevige pijn in zijn rug was hij opgestaan. Maar hij was merkwaardig kalm geweest. Oom Nol, een der instructeurs van de Olympische ploeg, wist niet meer waar hij het zoeken moest van de zenuwen, doch Bep had gezegd: “man, stel je niet zo aan, over tien minuten ben ik Olympisch kampioen.” Hij pelde een extra sinaasappeltje en stapte doodbedaard de ring in. Het werd een fanatieke, volkomen gelijk opgaande strijd. Bep liet zich niet tot vechten verleiden en won door betere techniek. De volgende nacht sliep er weer niemand in de huize Van Klaveren, maar nu was het niet van de zenuwen….

Het Rotterdamse slagersknechtje was een beroemdheid geworden. Theo Huizenaar werd zijn vriend en leidsman en er volgden enige jaren van glorie, culminerend in het lichtgewichtkampioenschap van Europa. Ook weer zo’n gevecht om nooit te vergeten, al duurde het maar twee ronden.

img066

Een foto van 18 jaar geleden. Van Klaveren verwelkomt Primo Carnera aan het D.P. te Rotterdam. Links promotor Theo Huizenaar, rechts van Van Klaveren Lou Cats, bestuurslid van de toenmalige N.O.B. (door de Duitsers vermoord), achter deze Maup Ploeg. Geheel rechts scheidsrechter Sanders.

Op de Rotterdamse wielerbaan, waar enkele’jaren tevoren tranen waren geplengd over de tragische nederlaag van Herman van ‘t Hof, werden nu – on-Hollandse – vreugdedansen gesprongen. Het was ook allemaal zo onverwacht gegaan. Bep van Klaveren was geen knock outer en daar plofte me die lange Sybille in de tweede ronde plotseling tegen de planken. Iedereen dacht dat hij gestruikeld was, maar aan de glazige blik; waarmee hij overeind kwam, was wel duidelijk te zien, dat hij een voltreffer gehad- had. Nog twee van die voltreffers en het was afgelopen.

Amerika lag voor Van Klaveren in het verschiet, maar

eerst verspeelde hij nog even zijn Europese titel

aan de Italiaan Locatelli,

vóór hij in 1932 naar New York ging.

Met een hart vol verwachtingen gingen Bep en Theo op de 29e Juli aan boord van de Statendam. Er werd van een wereldkampioenschap gedroomd, maar op 19 September waren ze weer thuis. De gouden bergen, die hun beloofd waren, bleken slechts molshopen te zijn geweest. De heer Patsi Zeuli, de Amerikaanse manager, was een dranksmokkelaar, een clandestiene kroegbaas en wie weet wat hij nog meer zou zijn geweest, als Huizenaar niet had opgepast, want Theo heeft me wel honderd maal in volle ernst verzekerd: ze zijn vast van plan geweest mij daar te verdonkeremanen, want ik was te veel. Inderdaad was Huizenaar te veel. Van Klaveren ging weer naar Amerika, maar nu alleen. De jacht naar de wereldtitel was begonnen. Geëindigd is zij nooit. Amerika werd een aaneenschakeling van teleurstellingen en desillusies. Van Klaveren had gedacht, dat hij maar ineens een wedstrijd om het wereldkampioenschap zou krijgen. Het was tamelijk naief. Er kwam niets van terecht.

 

Hij kreeg een lange reeks totaal

onbekende jongens te verwerken.

Stuk voor stuk harde knokkers en Van Klaveren moest er echt wat men noemt voor “vechten”. Hij moest Amerikaans gaan doen. Phil Rafferty, Baby Joe Gans, Jimmy Philips, Herman Perlick en Stan Loyaza werden achtereenvolgens op punten geklopt. De wedstrijd tegen de was net een aap met die verschrikkelijk lange armen. In de tweede rond zeilde Van Klaveren van een ontzettende swing door de ring en kwam plat op zijn buik te liggen. Hij dacht dat heel New York op zijn hoofd viel, vertelde hij later, maar in de achtste ronde was de gorilla nergens meer en “Van Kleeveren”, zoals hij in Amerika heette, won royaal. Zijn Europese stijl had hij nu voor goed verlaten. Hij was “fighter” geworden en hij wilde ook niet anders meer. Buiten de ring spaarde hij zich, maar in het gevecht spaarde hij zich npoit. Hij werd de vechter en de volhouder, de onvermoeibare, vermetele tempobokser en hij verwierf populariteit. De bladen — of misschien de publicity-managers — schreven over hem als “The Dutch windmill”, “the hammering Hollander”, “the Dutch cleancer” en “the man with a thousand billardballs in his hands”.

 

In de zomer van 1933

leefde men in spanning in Nederland.

De kansen op een titelgevecht waren gestegen. Van Klaveren-Billy Petrolle zou een halve finale worden. De winnaar kreeg een titelgevecht tegen Canzoneri. Nieuwe pech echter. Van Klaveren geraakte in training geblesseerd, maar de strijd moest ten koste van alles doorgaan. De gevolgen bleven niet uit. In de vierde ronde werd Beps oogwond zo erg, dat hij moest opgeven. En de revanche, die spoedig daarna kwam, verloor hij door dezelfde oorzaak in de achtste. Later heeft Van Klaveren nog enige malen tegen Frankie Petrolle gebokst, een broer van Billy, die hij op punten versloeg en men heeft het toen in Nederland wel doen voorkomen of hij de befaamde “FargoExpress” verslagen had, maar dat was niet juist. Een titelgevecht kreeg hij niet. Jimmy Mc Larnin en Barnie Ross speelden het veel gespeelde spel van stuivertje wisselen en Bep kwam er niet tussen.

In 1937 kwam hij na vele bittere ervaringen — ook op het gebied van de liefde — in Europa terug.

Als het in Amerika niet ging dan moest het maar weer in Europa. Gustave Eder. Nenijto-hal. Een overwinning voor het ‘grijpen. Grote puntenvoorsprong, maar toen een herhaling van het drama-Van ‘t Hof, knock out in de achtste ronde. Het leek afgelopen met Van Klaveren. Maar weer klemde hij de tanden opeen. De moeizame weg naar de top zou hij van voren af aan beginnen. Hij koos zich een ervaren gids: zijn oude vriend en manager Theo Huizenaar. Samen begonnen zij opnieuw en ziet, het wonder gebeurde. Binnen een jaar was de top bereikt. Van Klaveren weer kampioen van Europa. Het stadion Feijenoord was het toneel van de veel bewogen strijd tegen de Franse kampioen Ed. Tenet.

Een titanengevecht met een inzinking van Van Klaveren in het midden, die noodlottig leek te zullen worden. De mensen, schudden de hoofden al, het zou wel weer niets worden. Die Van Klaveren kon er wel mee ophouden. Maar Van Klaveren houdt nu eenmaal nooit op. Hij vocht voor zijn leven en hij kwam zijn inzinking te boven. Zijn eindspurt was daverend en meesterlijk. Tenet werd verslagen, maar eerst moest nog een scheidsrechterlijke vergissing in Parijs goed gemaakt worden voor Van Klaveren werkelijk tot kampioen van Europa kon worden uitgeroepen. Vier maanden later moest hij zijn titel afstaan aan Christoforides, een Griek, die later wereldkampioen werd. Nog gaf Eep het niet op. Kort voor het uitbreken van de oorlog ging -hij weer naar Amerika. “Ze hebben me een gevecht tegen Fred Apostoli beloofd”, zei hij en geloofde er vast in. Hij was nu eenmaal de eeuwige optimist. In 1940 bokste hij nog vier gevechten in Amerika. Won er twee tegen Ernie Vigh en Jay Macedon, bokste er een onbeslist tegen Augie Arellano en verloor op punten van Milt Aron in Chicago. Toen kwam het tijdperk van de militaire dienst, exhibitions door heel Amerika en Australië. In Februari 1947 terug in Nederland.

Moet ik nog verder vertellen? Schoen, Posno, Van Dam (weer kampioen van Nederland) en nog eens Van Dam (kampioen af). Hij is nu veertig geweest. En hij heeft er nog altijd niet genoeg van. Komt er nog een derde gevecht tegen Van Dam? Komt er daarna nog meer? Wie zal het zeggen.

Bij Van Klaveren is alles mogelijk.

Bokskampioenen 1923-1933

Karel Miljon

Statistieken: bokskampioenen van Nederland 1923-1933

In de perode 1923-1933 domineert een aantal boksers op de nationale kampioenschappen. Tinus Lambillion in het vlieggewicht, waar ook Jan Nieuwenburg aanwezig is, die drie jaar ook in het bantamgewicht sterk is.  Ben Bril maakt na twee jaar bantam een succesvolle stap naar het welter. Alom aanwezig is Karel Miljon (1903-1984).

Miljon grossiert in de nationale titels en hij wint in 1928 brons op de Olympische Spelen. Dat valt bijna weg bij de gouden medaille van Bep van Klaveren. Het jaar erna werd Karel Miljon gehuldigd door de Amsterdamse club de Amateur Bokser. Op een feestavond in het gebouw De Ruyter was het een aaneenschakeling van bobo’s en toespraken. De krant Het Vaderland schreef: “De secretaris van de Amateur Bokser, de heer Gill, tevens secretaris van den Amsterdamschen Boksbond, huldigde den heer Miljon en memoreerde in zijn toespraak het feit, dat Miljon, ondanks dat hij reeds 12 ½ jaar bokst, thans nog tot de beste boksers van zijn klasse behoort.”

Bron namen en jaartallen: NBB Statistiek. Negentig jaar boksen in Nederland. Aangeboden door Hans Nydam, juni 1985 (uitgave in eigen beheer).

Dit is de opgave van namen der gewichtsklassen:

vlieggewicht:
bantamgewicht:
vedergewicht:
lichtgewicht:
weltergewicht:
middengewicht:
halfzwaargewicht:
zwaargewicht:

1923
vlieggewicht: Turksma
halfzwaargewicht: Miljon (NH)
zwaargewicht: De Best

1924
vlieggewicht: Turksma
weltergewicht: J. van Dam
halfzwaargewicht: Miljon (NH)
zwaargewicht: De Best

1925
vlieggewicht: Turksma (ZH)
bantamgewicht: v. Geene (ZH)
vedergewicht: Levie (ZH)
lichtgewicht: Ijzelendoorn (ZH)
weltergewicht: J. van Dam (ZH)
middengewicht: Kouwenberg (ZH)
halfzwaargewicht: Schut (ZH)
zwaargewicht: v. Liet (ZH)

1926
vlieggewicht: v. Klaveren (ZH)
bantamgewicht: v. Geene (ZH)
vedergewicht: Sanders (ZH)
lichtgewicht: Groenewold (ZH)
weltergewicht: Huizenaar (ZH)
middengewicht:  Kouwenberg (ZH)
halfzwaargewicht: Miljon (ZH)
zwaargewicht: Oly (NH)

1927
vlieggewicht: Nieuwenburg (ZH)
bantamgewicht: v.Geene (ZH)
vedergewicht: v. Klaveren (ZH)
lichtgewicht: Baan (ZH)
weltergewicht:  Scheepens (NH)
middengewicht: Cornelisse (NH)
halfzwaargewicht: Miljon (NH)
zwaargewicht: Oly (NH)

1928
vlieggewicht: Nieuwenburg (ZH)
bantamgewicht: Goldhoorn (NH)
vedergewicht: v. Klaveren (ZH)
lichtgewicht: Bosman (ZH)
weltergewicht: Urgart (ZH)
middengewicht:  Kouwenberg (ZH)
halfzwaargewicht: Miljon (NH)
zwaargewicht: Oly (NH)

1929
vlieggewicht: Nieuwenburg (ZH)
bantamgewicht: Bril (NH)
vedergewicht: v. Klaveren (ZH)
lichtgewicht: Bakker (ZH)
weltergewicht: De Jong (ZH)
middengewicht:  Blommers (NH)
halfzwaargewicht: Miljon (NH)
zwaargewicht: v. Tongeren (ZH)

1930
vlieggewicht: Lambillion (ZH)
bantamgewicht: Bril (NH)
vedergewicht: Ploeg
lichtgewicht: Inderberken (NH)
weltergewicht: Baan (ZH)
middengewicht: Breugel
halfzwaargewicht: v.d Veer (ZH)
zwaargewicht: Miljon (NH)

1931
vlieggewicht: Lambillion (ZH)
bantamgewicht: Nieuwenburg (ZH)
vedergewicht: Disch (ZH)
lichtgewicht: Rieger (ZH)
weltergewicht: Baan (ZH)
middengewicht:  Donnars (ZH)
halfzwaargewicht: Miljon (NH)
zwaargewicht: v.d. Valk (ZH)

1932
vlieggewicht: Lambillion (ZH)
bantamgewicht: Nieuwenburg (ZH)
vedergewicht: Nicolaas (ZH)
lichtgewicht: Rieger (ZH)
weltergewicht: Bril (NH)
middengewicht: Wegman (ZH)
halfzwaargewicht: Kiks (NH)
zwaargewicht: v.d. Valk (ZH)

1933
vlieggewicht: Roeland (NH)
bantamgewicht: Nieuwenburg (ZH)
vedergewicht: Wouters (NH)
lichtgewicht: Baan (ZH)
weltergewicht: Bril (NH)
middengewicht: de Wilde (ZH)
halfzwaargewicht:Kiks (NH)
zwaargewicht: Miljon (NH)