BAV Frisia

Frisia, Tylkedam 51 te Leeuwarden

Elke bokswedstrijd begint op de training. Daar ontstaat het verschil tussen winnen en verliezen. Op de dinsdagavond dat ik bij Boks- en Atletiekvereniging Frisia ben, is daar iets van te merken. Het is de wedstrijdtraining, voor de boksers die de ring kennen of willen leren kennen. Voor trainer Piet Rozendaal is iedereen gelijk, dat wil zeggen, iedereen moet luisteren.

“Ik eis honderd procent gehoorzaamheid.”

Dat hoeft Piet die avond aan niemand uit te leggen. Er heerst tucht. Piet heeft heus wel gevoel voor humor, dat weet iedereen die hem tegenkomt, maar hij heeft minstens evenveel gevoel voor grenzen.

De zaal staat vol. Er zijn ook kickboksers van een nabijgelegen vereniging, “die komen hier om de bokstechnieken te leren”, verduidelijkt Piet. Dan begint het.  Warming up, enkele stoten, rusten. Geen gezellige praatjes, twee zinnen gewisseld is al te veel.  Dan kijkt Piet eventjes met generaalsogen.

Het gaat er stevig aan toe. Stoten en combinaties samen oefenen, vier in de ring, steeds anderen. Piet deelt de jongens bij elkaar in. Doet iets voor, blijft kijken en commentaar leveren.

“Een hoekje erbij”

“Leer van elkaar, zeg je staat te wijd, zeg wat je ziet, help elkaar”

“Wees creatief in wat je doet, wissel af”

jaren '30, uit de Leeuwarder Courant

Ik ben bij een van de oudste nog bestaande boksverenigingen van Nederland, B.AV. Frisia, opgericht in 1933. Dat deed Johan Poelsma, boerenzoon en boksliefhebber. Hij gaf ook privé-lessen, maar uiteindelijk ging het om die school. Atletiek hoorde er zeker bij; vooral in de eerste decennia organiseerde Frisia de ene veldloop na de andere marathon. Het boksen ging intussen gewoon door. Die van Frisia hadden altijd een goede conditie.

“Rusten is ook het werk,” zegt Piet, “let op je adem, breng zuurstof naar je spieren. Is de scheidsrechter met jouw tegenstander bezig dan neem je meteen rust.”

“Denk aan je bokshouding, ademen en staan, en bewegen. Als je niet beweegt, dan komt je tegenstander naar jou toe.”

Johan Poelsma is lang bij zijn club gebleven, tot in de late jaren ’50 wel. Toen emigreerde hij naar Australië maar hij kwam nog een enkele keer terug naar Leeuwarden. Ja, en naar Frisia natuurlijk. Er zijn nog prachtige oude foto’s van.

“Losjes stoten”, roept Piet, “ontspannen, elkaar niet raken, dat is moeilijker dan elkaar wel raken.” Hij verdeelt de groep in twee: die blijven in de zaal, die gaan naar de bokszakken aan de kant: “Netjes boksen. Let op snelheid, wissel af,  probeer niet de zak eraf te slaan dat lukt je toch niet.”

Na Poelsma kwamen andere trainers, en nu is Piet er dus. Ooit kampioen in de B-klasse, diploma’s behaald en hart voor de sport. Tough love voor degenen die het willen leren. “Goed opletten dan hoef ik het maar één keer te zeggen.”

Achterin de zaal, grijs t-shirt en rode windels: Piet Rozendaal

De bekendste bokser van Frisia is zonder twijfel Rudy Koopmans. Die verhuisde weliswaar voor het boksen naar Amsterdam, maar hij is en blijft Frisiaan. En Leeuwarder, dat ook.  Er hangen veel posters van hem aan de muur. Voor mij is Frisia ook nog om een andere reden interessant, en die reden heet Lolle van Houten (1944-2008).

Lolle heeft zijn twee nationale titels (1965 en 1970) behaald toen hij voor Frisia uitkwam, en hij is in de jaren ’60 zelfs een poosje trainer geweest. Het geluk is die avond aan mijn zijde: na de training komen er twee haveloze plastic tasjes van zolder waarin enkele nieuwe foto’s van Lolle zitten. Mooi voor in mijn boek over de bokser.

Vanavond zie ik ook Ids de Boer als trainer. Eerder had ik hem aan de ring gezien tijdens wedstrijden. Hij leek me een scherpe man,  maar nu zie ik een andere kant van hem. Eerst nog niet, als hij geduldig met Piet in de ring een demonstratie geeft. Piet blijft onvermoeibaar praten.

“Een kind kan de was doen”. Ids de Boer en Piet Rozendaal

Die avond zijn er ook twee jongetjes aanwezig. Hoe oud zouden ze zijn, misschien tien, twaalf jaar? Ze beginnen net en vinden het machtig spannend met al die oudere jongens. Meedoen, ja, maar hoe, weten ze niet goed. Boksen is moeilijk en de les dendert voort. Ids ziet het, en gaat naar ze toe. Minuten lang legt hij uit, eerst aan het ene jongetje, dan aan het andere, hoe je moet staan. Hoe je je voeten moet neerzetten en hoe niet. Dan het moeilijke: een hoek.

“Draaien, die hoek”

En de jongetjes kijken, luisteren, doen na wat Ids voordoet en merken dat het beter gaat. Die komen de volgende keer weer terug, dat zie je zo. De blijdschap van opeens iets te kunnen. En dat zo’n stoere man als Ids zo geduldig met je bezig is, zoiets is voor die jongetjes heel wat. Voor die twee is de wedstrijdring die avond een stuk dichterbij gekomen. Gewoon, omdat Ids ze serieus nam en geloofde dat ze het konden leren. Misschien hebben ze wel talent, denken de jongetjes.

Na de training vertelt Piet meeslepend over zijn leven (“Ik ben geboren onder de Oldehove, in de ziel van de stad”), over Lolle van Houten, over het boksen en over Rudy Koopmans. Wat een avond. En dan die tasjes nog, vol boksgeschiedenis uit Friesland.

Wedstrijden/Robert Terpstra

Districtskampioenschappen Oost. Halve finales bij ABCC Apeldoorn, 6 maart 2010.

Robert Terpstra

Daar staat hij. Robert Terpstra, 17 jaar. Een paar minuten geleden heeft hij zijn wedstrijd gewonnen. De beker kan mee terug naar Frisia in Leeuwarden. “Maandag weer trainen”, zei hij meteen. Maar eerst een dagje rust nemen.

Eerder deze week had ik zijn naam al horen noemen. Ik was te gast bij de Boks- en Atletiekvereniging Frisia, een van de oudste boksscholen van Nederland. “Het grootste talent dat we nu hebben,” had hoofdtrainer Piet Rozendaal over Robert gezegd. “Hij bokst zo gemakkelijk.” En voormalig bokskampioen Johan IJsselmuiden (tegenwoordig voorzitter van Frisia) had uitgelegd: “Hij is een typische Frisia-bokser. Technisch. Wij boksen vanuit de dekking. Handen bij je kin, ellebogen tegen je lichaam. Dan kun je iets met de handen doen.”  Ik denk aan Rudi Koopmans, Pascal Hartkamp en natuurlijk aan de carrière van Johan zelf. Allemaal sterke Frisianen, zoals er wel meer waren. En in die traditie zou Robert staan?

In de smalle gang keek ik naar zijn warming up. Slaan tegen de pads die Ids de Boer ophield, luisteren naar Piet Rozendaal die achter hem stond en aanwijzingen gaf. Ik stond tussen twee kasten in, op anderhalve pas afstand van Robert. Hem kon het niks schelen dat een wildvreemde vrouw zo naar hem staarde. Piet zei het al: “Robert is lekker stoïcijns.”

Eerste ronde:

Rode hoek Robert Terpstra (BAV Frisia) tegen Wessel van Schaijk (Vargas). Districtskampioenschappen Oost. 6 maart 2010. Jeugd finale, C-klasse, tot 64 kg. Scheidsrechter Björn Matz.

Tweede ronde:

Derde ronde:

Uitslag:

Dit was zijn achtste wedstrijd, waarvan hij er twee op punten heeft verloren. Niet slecht. Deze uitslag: 22-7.

Robert, Ids de Boer en Piet Rozendaal

“Ja, ik was wel gespannen,” zegt Robert een beetje stug. En nu is hij inderdaad blij, ja. Ik laat hem over aan zijn trainers en de douche. Op de gang ontmoet ik een trotse vader die vertelt dat Robert meestal mooier bokst, dat hij al drie keer een stijlprijs heeft gewonnen, maar ja, hij moest de afgelopen veertien dagen op stage en kon dus niet trainen. En dat hij discipline heeft, ’s avonds niet even nog een extra pilsje pakt als het gezellig is. Dat Robert ook bij defensie zit vanwege de sportfaciliteiten. Zo praat hij nog een tijdje door.  Hopelijk geen vader die de trainer voor de voeten loopt, denk ik,  hier en daar  hoor ik daarover weleens moeilijke verhalen. Piet komt de kleedkamer uit en zegt: “Het is jouw zoon maar het is mijn kind.” Ja, knikt de vader, daar zit wat in. Zo hebben ze alletwee een beetje gewonnen. Maar Robert moest het doen.

Voor hem lijkt het me al met al  best een  zware druk. Hoge verwachtingen van trainers, een meelevende vader  en dan nog die grote namen om je mee te moeten meten. Boksen is zoveel meer dan wat er in de ring gebeurt.