Afscheid Ome Jan Kneppers

Ome Jan Kneppers is niet meer onder ons. Dat is erg voor zijn gezin, voor zijn boksclub in Almere en ook voor ons. Op 1 juli 2011 is hij gestorven, het afscheid was vanmorgen in Almere.  Hij was een van de mannen die heel, heel goed zijn geweest voor de boksers en bokssport. Ome Jan is slechts 73 jaar geworden. Toen ik hem ontmoette, had hij me verteld hoe ziek hij was en ook, dat hij niet meer beter zou worden. Ik nam het van hem aan, want hij was een man met autoriteit, maar ik hoopte bij mezelf toch dat het anders zou gaan.  Ome Jan had alweer gelijk.

De naam Kneppers had voordat ik Ome Jan begin dit jaar ontmoette voor mij een legendarische klank. Kneppers was synoniem met boksen, met de Jordaan, met saamhorigheid en humor.  Je had Bep, Hein, Arie, Kees en Jan dus. Boksers. Mannen zoals ze er nu niet meer zijn. Want in deze generatie zat het besef van een ander de ruimte gunnen en elkaar bijstaan als het nodig is. Elk van deze broers had de oorlog meegemaakt, dan heb je geen zin meer in flauwekul.

Ome Jan was voor zijn boksers  ‘ome’ maar ook ‘u’. Dat vond ik mooi. Hartelijkheid met respect.  We zullen hem allemaal missen, ieder van ons op een andere manier.

Jan Kneppers

Jan Kneppers, wedstrijdbokser

“Dat ben ik”, zegt Jan Kneppers. We kijken naar een oude foto van twee jongetjes. “Zie je die grote broeken, die moesten we lenen, want vlak na de oorlog hadden we niks.” Hij vertelt over 1945, de tijd ervoor en de tijd erna. Moeiteloos. En boeiend. “Ome Jan” is een verteller en hij heeft ook heel wat te vertellen, vooral over de boksfamilie Kneppers waarvan hij een telg is.

Ik bezoek hem en zijn vrouw Coby op Valentijnsdag. Dus hebben we het ook over de liefde. Hij en Coby zijn in maart 52 jaar getrouwd met daaraan voorafgaand drie jaar verkering. Nog steeds zijn ze verliefd en gelukkig, al hangt daar sinds begin van dit jaar een schaduw over. Want Ome Jan is ziek: “Overal uitzaaiingen”, en dat maakt de toekomst onzeker. Naar bokswedstrijden gaan is moeilijk geworden en dat wil wat zeggen. Want een Kneppers heeft boksbloed in de aderen stromen.

Eens waren er vier broers Kneppers: Bep, Hein, Arie en Kees. Mannen uit de Jordaan, waar zeker voor de oorlog het boksen bloeide. “Dat zal ik je zeggen hoe dat kwam,” begint Ome Jan, “jongens uit de Jordaan, die hebben een kort lontje. Die komen snel van… (beukt mij op mijn arm) maar een uur later komen ze naar je toe: ‘hoe is het nou?’” Temperament genoeg om voor het boksen te voelen. Dus de vier broers gingen trainen bij Sars, leerden boksen en kwamen uit in wedstrijden. Ze deden het goed.

Bep Kneppers begon Sportvereniging Bep Kneppers (SBK), die momenteel in de Palmstraat zit. Bij “Ome Bep” kwamen zijn broers trainen, en Hein nam zijn zoontje Jan mee. Zeven jaar was hij, en zo kwam hij in het boksen. Later ging hij bij de boksschool van zijn vader boksen en hier haalde hij verschillende titels. Als eerbetoon aan zijn vader heeft Ome Jan zijn boksschool in Almere naar hem genoemd: Boksteam Hein Kneppers. En ook daar is een nieuwe generatie Kneppers actief. Marcel, de zoon van Ome Jan, geeft er trainingen.

Vader Willem met zijn zoons Bep, Hein, Arie en Kees.

Ome Bep moet een indrukwekkende man zijn geweest. Bokser (in 1937, 1938, 1939 en in 1940 was hij regerend Nederlands kampioen in het lichtgewicht, meldt de SBK-site), trainer en van karakter streng, maar ook sociaal. Ook de andere broers hadden een boksschool: Hein begon in 1948 Boksschool Hein Kneppers (BHK), en Arie en Kees hadden DBO. “Door Broers Opgericht”. In 1988 is er nog een reünie geweest van BHK, vertelt Ome Jan, en hij laat de foto’s ervan zien. Hij vertelt wie wie is en van welke boksschool ze kwamen. En wat hem verder te binnen schiet. Daaraan merk ik dat hij is opgegroeid in het boksen, want Ome Jan is van 1938 maar heeft veel gehoord. Dus hij weet veel.

Hoe Ome Bep in 1936 voor de Olympische Spelen bedankte, vanwege de opkomende nazi’s uit Duitsland.

Dat hij opgroeide op de boksschool van zijn vader. Dus toen die zijn opleiding voor boksinstructeur deed, leerde hij vanzelf mee.

De jaren ’50. Ze hadden één douche op de boksschool, en dat was al heel wat in die tijd. Stonden de boksers in de rij. Even inzepen, afspoelen, klaar.

Armoede in de Jordaan voor de oorlog. “Maar je hielp elkaar met alles.”

Vroeger bij zijn vader was de regel: je geeft iedereen een hand. “Het is bij ons nog steeds zo. Iedereen zegt Ome Jan, maar het is ook u, nooit jij tegen me. Dat hoort niet.”

Verhalen over boksen lopen als een rode draad door de middag heen, al is Ome Jan ook actief geweest in de wielersport, het voetballen, hondensport en duivenhouden. Maar dat boksen… ongelooflijk wat een informatie, vroeger en nu. Bokstrainingen bij Seconds Out gegeven. Iedereen van toen kennen. Van nu ook. De toestanden met de Boksbond, gedoe met contributries en onenigheid uit het verleden. Een deel van het gesprek heb ik opgenomen, en van die 72 minuten heb ik er misschien twee, drie gevuld.

Ik ben veel te lang gebleven, vrees ik. Het was bijna donker toen ik door Almere terugwandelde naar het station. In de trein keek ik door de fotoboeken van Ome Jan die ik mocht lenen. Drie generaties Kneppers.  Dat ga ik in mijn grote boksgeschiedenisboek verder uitwerken, hoewel er van deze boksfamilie al een boek op zich te maken valt.