Albert Groen de biografie

Albert Groen en (rechts) Johan Poelsma

Albert Groen en (rechts) Johan Poelsma

Albert Groen verdient een biografie. Hij was de jongste van vier kinderen. Eerder waren zijn broers Jan en Abel geboren, daarna zijn zusje Rieka. Een gezin dat zijn eigen moeilijkheden had, zoals veel gezinnen.  Zeker dan, in 1918, als de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog zich laten gelden in Nederland. Op 21 februari komt Albert ter wereld in Wolvega. Zijn ouders heetten Jeltje en Tiemen Groen.

In moeilijke tijden kun je twee kanten op. Bij de pakken neerzitten en zuchten. Of iets van je leven maken, hoe lastig dat soms ook is. Dat laatste heeft Albert gedaan.

Zo ontwikkelde hij waarschijnlijk de twee eigenschappen die hem als trainer kenmerkte. Streng. Meelevend.

Wat we nu ouderwets-vaderlijk noemen. Er was met bokstrainer Groen nauwelijks wat uit te halen, maar je kon wel bij hem terecht als je moeilijkheden had.

Op zijn veertiende jaar gaat Albert Groen van school. De leerplichtwet staat dat toe. Hij zat op de Gemeenteschool 6, dat is de latere Menno van Coevorden school,  Leeuwarden. De jonge Albert gaat werken bij de peperpuntfabriek aan de Emmakade in Leeuwarden. Daarnaast ontwikkelt hij een belangstelling voor het boksen. In de jaren ’40 noemt de Leeuwarder Courant soms zijn naam als wedstrijdbokser van BAV Frisia. Dat is dan met Johan Poelsma aan de ring, de oprichter-trainer van deze boksschool.
Poelsma ziet wat in deze bokser. Hij haalt hem de technische raad van Frisia in en leert hem zo op een andere manier naar het boksen te kijken. Wanneer Johan Poelsma begin jaren ’50 emigreert, is Albert Groen zijn opvolger. Hij brengt de moderne tijd mee. Er komt bodybuilden naar Amerikaans voorbeeld en hij onderhoudt een goed contact met de plaatselijke krant. Frisia komt in deze jaren opmerkelijk veel en goed in de pers.

Buiten de boksschool is er ook leven, al zou je dan niet zeggen gezien het aantal uren dat hij in Frisia steekt. Groen trouwt en krijgt twee kinderen, een jongen en een meisje.  In het bedrijfsleven is hij een dropmaker van aanzien; tot in Zuid-Afrika toe kent men zijn reputatie op dit gebied.  Drop, het klassieke Hollandse snoepgoed, wordt immers gemaakt op basis van recepten en Groen is iemand die deze recepten kan schrijven.
Bij Frisia traint Albert Groen onder andere Jitze Mulder, Rudy Koopmans, Johan IJsselmuiden, en de vier broers Van Houten. Eppie en Lolle zullen wedstrijden gaan boksen, Henk en Boetes blijven trainen en gaan na verloop van tijd ook les geven. Groen is lid voor het leven van de Nederlandse Boksbond met het vroege lidmaatschapsnummer 385.
Hij overleed in 2008. Twee jaar na Albert overleed zijn echtgenote. Tijdens het droevige werk van het huis opruimen, werden boksschatten gevonden, zoals  de wedstrijdboekjes van Jitze Mulder, D.Postma, J. Boonstra, Klaas Straatsma en aantal prachtige boksfoto’s zonder namen. Dankzij zijn dochter Sonja en schoonzoon Louis blijven die nu goed bewaard.

De macht van een naam

“Lolle van Houten”, zei de taxichauffeur. Hij aarzelde niet. Dat was de eerste naam die hij noemde toen ik vroeg naar boksers uit Leeuwarden. Het was begin februari en ik zat in de auto, op weg naar het Kalverdijkje waar districtskampioenschappen gehouden werden. Ik schrijf over boksers en boksen in Nederland, en dat gaat een boek worden. Zo kom je overal en je hoort nog eens wat.

Leeuwarder Courant, 22 mei 1970

“Hoe zegt u?” “Lolle van Houten”. Ik maakte een aantekening en besloot die avond zoveel mogelijk mensen naar die bokser te vragen. Uit nieuwsgierigheid maar ook uit een vreemd verlangen die mooie naam te kunnen zeggen. In het westen, waar ik woon, heet niemand zo. Bij het Kalverdijkje kende iedereen hem. Ja, behalve ik.

De dag erna zocht ik hem op via Google. Er was een site. Daarop stonden verhalen, anecdotes, en tussen de regels door voelde ik de liefde voor deze bokser. Ik zag een verschrikkelijke foto van mensen die zijn kist droegen, de kerk uit. Dat was pas twee jaar geleden. Het liet me niet los.

Waarom de ene mens je raakt en de andere niet, valt nauwelijks uit te leggen. Het is meer dan een naam, maar daar begint het mee. Iets in je geeft antwoord op die naam. Wat het is, weet je zelf niet.

Dus Lolle van Houten bleef een beetje bij me. Naar die site over hem keerde ik terug, in de hoop dat er wat nieuws bijgekomen was. In maart ging ik op bezoek bij Boksvereniging Frisia in Leeuwarden en daar kenden ze hem natuurlijk. Hoofdtrainer Piet Rozendaal was een goede vriend van hem, Lolle trainde wekelijks met Johan IJsselmuiden die nu Frisia voorzitter is, en aan de muur hingen krantenknipsels met zijn foto. Na mijn bezoek begon ik online archieven uit te spitten, op zoek naar Lolle. Eigenlijk was ik er elke dag mee bezig.

Een paar weken na mijn bezoek aan Frisia, hoorde ik van Johan IJsselmuiden dat er in november een Lolle van Houten Memorial gehouden gaat worden. Wat zou het mooi zijn als er dan een bescheiden boek over hem was, dacht ik. Wie dat moest schrijven, wist ik wel. Ook wat het zou inhouden.

Schrijven over iemand betekent logeren in zijn leven. Je wilt weten wie hij was als kind, hoe hij opgroeide, zijn jeugd, hoe hij man en bokser werd, hoe hij stierf. Het is werk dat jou opzoekt. Om de een of andere manier wil je alles weten en dat kost tijd en nachtrust.

Nu staat er op mijn werktafel een fotolijstje met Lolle van Houten. Ik denk aan de mensen in zijn leven, en ik vraag me af of Eddy Kiks nog leeft, die in 1965 door Lolle in de halve finale geklopt werd. Ach, Eddy had zo gerekend op de titel van Nederlands kampioen zwaargewicht. Maar toen kwam de man uit Leeuwarden.

Wordt vervolgd.

Update 21 april, 20.12 uur. Zonet Eddy Kiks aan de telefoon gehad. En hij  wist nog wie Lolle was.