Johan Visscher (interview)

Den Haag Centraal, 3 november 2011

Bokskampioen Johan Visscher in de ring:
“Ik ga vechten tot mijn laatste adem”

Johan Visscher (31) praat zoals hij bokst. Snel. Goed kijkend waar het heen gaat. Dat oplettende. Even zwijgen, dan terugkomen met woorden als directe stoten. Over zijn tegenstander Gökhan Gedik: “Hij is sterk, hij denkt dat hij met kracht kan winnen”. Even stilte, dan bam, wat Johan zeker weet: “Dat gaat hem niet lukken”. Er zit spanning achter die woorden. Noem het concentratie. Want elke dag komt die wedstrijd dichterbij.

Zaterdagavond heeft hij de zevende partij in het grote boksgala van de Haagse Directe. “Voor eigen publiek, dan kun je toch niet verliezen?” Dus hij is gespannen. “Ik sta ermee op en ik ga ermee naar bed”. Maar op de goede manier. Niet beklemd. Alert. Dat zal de komende dagen sterker worden. Hij zal niet de fout maken om een tegenstander te onderschatten. Daarvoor heeft hij genoeg ervaring, als bokser en als mens. Sinds mei bezit hij de kampioenstitel van Nederland in zijn gewichtsklasse. Dat hij dus wat kan, wil hij zaterdag laten zien. Die Gedik heeft hij zelf uitgekozen.
“Hij vormt een uitdaging. Op de kampioenschappen in mei verloor hij van Tom Cohen, van wie ik in de finale won. Fysiek is Gedik sterk. Hij komt uit het kickboksen, dacht ik”. Er is recent een ontmoeting geweest in Apeldoorn, bij ABCC, de boksschool van Gedik. Johan lacht wat bij de herinnering. “Sparren was het. Een training, maar het wedstrijdelement zit er al gauw een beetje in. Kijk, ik kwam op zijn terrein, het is natuurlijk zijn boksschool, dus hij wilde zich laten gelden tegenover mij. Imponeren”. Het is duidelijk dat het niet gelukt is, maar Johan heeft wel uit die avond zijn conclusies getrokken voor zijn wedstrijdtraining. Die was de laatste tijd toch al wat steviger. Hij is, evenals clubgenoot Erdinc Cetin, gevraagd voor het nationale boksteam Dutch Windmill. Dat bokst in de Bundesliga, een Duitse competitie. Het is er harder dan in Nederland. Dus is er hardere training nodig: “Intervaltraining voor de conditie. Denk aan sprinten afgewisseld met squats. En core training, omdat krachttraining erbij hoort op dit niveau”.
Bij de Haagse Directe staat hij sinds kort met een van Nederlands beste profboksers twee keer per week in de wedstrijdring: zwaargewicht Richel Hersisia. Met merkbaar ontzag noemt Johan zijn sparringpartner “hoffelijk”. De uitleg: “Hij is groot en sterk, maar hij houdt zich in. Door hem leer ik het fysiek zware van het boksen. Hij zet je onder druk. En hij imponeert natuurlijk, hij domineert de ring door er alleen al te staan. Als ik met Richel kan sparren, dan kan ik Gedik zeker aan. Daarbij ben ik de betere technische bokser”.

Rollercoaster
Zaterdag is het Johans tweede wedstrijd van dit jaar. Soms is een boksjaar slecht gevuld. Andere jaren waren voller; in totaal staan er 43 wedstrijden op zijn naam, waarvan hij er ruim het merendeel won. Een keurige score, vooral omdat daar de finalewedstrijd om de Nederlandse titel bij zat. Niet de gemakkelijkste wedstrijd van zijn boksloopbaan. Evenmin de mooiste. Zijn trainers hadden gezegd dat hij moest gaan. Dat hij er klaar voor was. Dus hij ging, maar wat het publiek niet zag, beleefde hij intensief voor zichzelf. Behoedzaam vertelt hij: “De wedstrijd was in mei. Begin april was mijn vader overleden. In de ring dacht ik aan hem, en ik wilde ook voor hem winnen. Voor mij was het een beladen wedstrijd. Het contact was slecht, maar ik denk dat hij in zijn hart trots op mij was geweest. Al heeft hij dat nooit gezegd”. Afstandelijk: “Je blijft toch een kind van je ouders”. En weer over de wedstrijd: “Erna was ik kapot. Emoties. Maar ik wist ook, als ik dit kan, dan kan ik meer”.
Hoe je bent als mens, zo ben je ook als bokser. Maar je weet nooit welke aspecten van jou in de ring naar voren komen. Dat maakt de sport zo fascinerend. In de ring is geen speelruimte meer. Dan komt het erop aan. Voor Johan zijn de laatste jaren een rollercoaster geweest van ups en downs. Dat dwong een karakterverandering af. Hij is volwassener geworden. Meer man. Verloor hij vroeger nog tijd in het uitgaansleven, nu neemt hij verantwoordelijkheid voor zijn doelen. Zondagochtend een harde training. Anders sliep hij uit. Die tijd is geweest. Tijd, weet Johan, tijd is kostbaar spul. Over zijn vader: “Het is nu klaar, de goede en de slechte dingen neem ik mee en die moet ik verwerken”. Hij heeft sinds begin dit jaar een vriendin en kijkt naar de toekomst: “Je weet nooit hoe lang iets duurt, maar ik ga ervoor. Misschien het gezin, ja, dat zou heel goed kunnen”. Over zichzelf: “Voor een bokser ben ik met mijn 31 jaar oud. Ik zet een volgende stap, en verder denk ik bewust niet”.

Duitsland
Die stap is dus de bokscompetitie in Duitsland. Of het bevalt, moet blijken. Dit jaar heeft Johan Visscher zijn wedstrijden hier, maar straks verwacht hij zowat elke maand in de ring te staan. “Dan bouw je een wedstrijdritme op en daardoor boks je beter. Ik ga eerst eens zien wat het hardere met me doet. Wanneer ik last krijg van de klappen, dan stop ik ermee. Het zijn toch je hersenfuncties die je misschien aantast. Daar moet je voorzichtig mee zijn”. Als je tenminste geraakt wordt. Hij is nog nooit KO gegaan. En wat hij ook geleerd heeft in het afgelopen jaar: rustig blijven. “Als er een grote jongen de ring in komt met het plan mijn kop eraf te slaan, dan moet ik kalm blijven. Op de Haagse Directe zeggen ze dan: ‘je hebt het niveau, gedraag je ernaar’. Ik voel dan misschien wel angst, maar dan kan ik gewoon het gevaar tegemoet gaan”. Daarvoor is hij bokser. En door wat hij als mens heeft meegemaakt, is hij sterker geworden. Mentaal, emotioneel. Training doet wat er verder nog nodig is. Met dank aan anderen, want in het Olympisch boksen zit immers geen geld. Op de boksschool trainen Chris van Veen en Reinier van Delden met hem. Ze kennen hem door en door, want Johan bokst er al zo’n veertien jaar. Buiten de Haagse Directe begeleidt Rob Bueno de Mesquita hem deze keer met voedingsadvies en de core,- en intervaltrainingen. En Johan zelf werkt nog als hovenier/boomverzorging en zoekt naar een passende baan in de HBO electrotechniek. De dagen zijn lang en zwaar. Zeker nu, met het grote Haagse boksgala op komst. Hij weegt zijn woorden zorgvuldig: “Ik zeg niet dat ik ga winnen, dat is gevaarlijk. Maar ik zeg wel dat ik er alles aan doe om te winnen. Gedok wil zich laten gelden? Daar ben ik verder niet mee bezig. Ik focus op mezelf en op mijn training. De stijlprijs hoef ik niet, het gaat me niet om mooi boksen”. Het is even stil en dan komt wat hij eigenlijk vindt. “Ik moet winnen.” En uiteindelijk: “Ik ga vechten tot mijn laatste adem”.

Boksgala Haagse Directe

  Boksgala Food Fight Man All Night, Den Haag. Zaterdag 5 november 2011.

Ik kwam om Johan Visscher te zien boksen. Natuurlijk hoopte ik dat hij zou winnen, maar dat hoop ik altijd, en soms ging het dan toch anders. Dit jaar had hij sterke kaarten op tafel gelegd. De Nederlandse titel in mei behaald. In zichzelf een nieuw reservoir aan wilskracht en doelgerichtheid aangeboord. Verantwoordelijkheidsgevoel, daar hadden Johan en ik het over gehad. Ik interviewde hem voor de regionale krant Den Haag Centraal, en dat artikel verscheen paginagroot enkele dagen voor zijn wedstrijd. Ups and downs waren er geweest. Maar nu stond hij er, voor thuispubliek, en alles in hem wilde winnen.

Dat is jezelf nogal onder druk zetten.

Dus ik naar de Caballero fabriek, waar de Haagse Directe voor het vierde jaar een groot boksgala had georganiseerd. Het was weer tot in de puntjes verzorgd, gezellig en goed. Vijftien partijen, coryfeeën in de ring voor een prijsuitreiking, en een indrukwekkende Herman Rozemulder die een zieke Jeffrey Huf verving.

Binnen kwam ik Mark van den Boogaard tegen, bokser van de Haagse Directe. Hij heeft een time out genomen: de spanningen waren even te zwaar om te hanteren. Wanneer en of hij terugkomt, laat hij open. Ik vond het knap om dat te doen en begreep het ook wel: winnen betekende voor hem euforie, verlies bracht een depressie. Nu onderzoekt hij dat proces. Boksen kan hij zeker, maar de grootste tegenstander zit momenteel in hem zelf. Eerder schreef ik hier (klik dan) over hem.

Druk, dus.  Omgaan ermee.

Ik geloof dat ik meer gespannen was dan Johan zelf, die buiten nog met vrienden rustig stond te praten en te lachen. Zo zag het er tenminste uit. Tot verderop de avond het inslaan begon en hij eindelijk in zichzelf begon te keren. Reinier van Delden kan dat proces heel goed sturen. Wat hij precies zegt, is elke keer anders, maar het werkt altijd. Een bokser gaat “na Reinier” geconcentreerd de ring in.

Zo ook nu. In de ring stond Gökhan Gedik (ABCC Apeldoorn) al klaar. Gökhan had er zin in. Kwam natuurlijk ook doordat Johan eerder in Apeldoorn was wezen sparren en nou ja, hoe gaan die dingen. Gökhan wilde zich laten gelden. En Johan wil natuurlijk gewoon winnen. De voorbereiding was anders geweest: meer intervaltrainingen, meer core training, meer krachttraining. Omdat hij wist wat Gökhan kon.

Het ging meteen hard tegen hard. Johan had het nadeel en het voordeel tegelijk: thuis boksen. Je bent de favoriet, het publiek is op jouw hand. Maar ze eisen dat je wint. Even wachten, even kijken, dat wordt meteen afgestraft met geroep: doe iets, hij is van jou, je kunt het, nog een keer. Echt de ruimte krijg je dan niet. Extra druk, elk moment zwaarder. Ga er zelf eens staan in die omstandigheden.

Dus toen Johan won, waren we allemaal blij. (Of nou ja, allemaal… de trainer van Gökhan zei: “We hadden het ons anders voorgesteld”. Daarmee was alles gezegd. Het leek me tactloos om te vragen van wie het bloed op de handdoek was.) Ik werd dubbel blij toen oud-profbokser Fred Westgeest de ring in stapte en Johan feliciteerde. Geweldig om hem zo te zien. Meteen verlangde ik ernaar om wedstrijdfilms van hem te kunnen zien. Moet een loeiharde bokser zijn geweest. Een paar jaar geleden sprak ik met hem: klik hier .

Hier is Fred:

Daarna verdween Johan in de menigte. Gewonnen. Ik had van alle druk een beetje hoofdpijn gekregen, zowaar. Maar ik ben geen bokser.

Blaadje meegenomen van de jurytafels

Lolle van Houten Memorial

Lolle van Houten Memorial, zaterdag 20 november 2010. Leeuwarden, sporthal ‘t Kalverdijkje.

BAD: Bewust Anonieme Denen

Dus toen was het zover. Het boksgala waar ik maanden naar toe had geleefd. In Leeuwarden, aan het Kalverdijkje, waar ik afgelopen februari voor de eerste keer was. Weer waren er veel Friezen, maar dit keer ook heel wat Denen, waarvan er zelfs een paar wonnen. Dat was op het recente Bep van Klaveren Memorial wel anders. Lawaaiige jongens waren het, ze stonden achter me en schreeuwden of ze vis moesten verkopen.

Los van de Denen, had de avond een hoog Lolle van Houten gehalte. Prachtige fotopanelen in de gang waarop zijn hele leven te zien was. Een filmpje (nou ja, filmpje, het duurde bijna een half uur) met fragmenten uit zijn leven. Veel en mooi werk van vooral Roel Westerbeek, Lolle’s schoonzoon, en van Lolle’s zoon Johnny.

Een programmaboekje waarop Lolle’s foto stond.  En dan was er mijn biografie over de bokser, die deze avond officieel verscheen.

Ik voelde me zowat verdoofd door de spanning.  Van het boksen heb ik daardoor maar een paar partijen gezien, die van Nederlands kampioen zwaargewicht kampioen Dennis Slotegraaf helaas niet. Dat begreep ik meteen toen ik zijn gezicht zag. Wel vertelde hij me dat volgend jaar zijn laatste NK zal zijn. Dan wil hij de titel vast weer mee naar Groningen nemen, denk ik. En daarna? Tom Cohen (Seconds Out, Almere) is altijd indrukwekkend om te zien. Als Johan Visscher (Haagse Directe) de ring in zou gaan, koop ik meteen champagne.

De eerste twee partijen waren van Frisianen: Robert Terpstra en Isaias Ferreira wonnen alletwee. De opkomst van Isaias had iets nieuws: let op de boksjas.

Opkomst Isaias Ferreira

Michel Wierda (Frisia) vertelde me dat hij van Rudy Koopmans enkele oude boksjassen had gekregen. Die hangen nu op de boksschool, nadat ze een tijdje bij een modeontwerpster zijn geweest. Zij heeft zich hierdoor laten inspireren et voila, de clubgarderobe is uitgebreid. Boksglamour is weer helemaal terug.

De sporthal was flink vol, vermoedelijk een kleine duizend mensen. Ik zag onder andere Rudy Koopmans, oud-trainer Jan van den Akker, Flip Krikke, Olympia-trainer Eddy ten Cate (helaas geen Olympianen in de ring gezien), oud-bokser Reino van der Hoek en oud-kampioen Johnny Smit. Trainer Martin Boersma, die met zijn tas vol bondsdiploma’s bij Sportschool van Houten actief is. Aan de ring zag ik onder andere Michel Weening (boksclub Tytsjerk) en Bernard Jansen (boksclub de Waldhoek) zitten. Er waren natuurlijk veel Frisianen. En heel wat familie van Lolle: “Ik heet Bauke”, zei een neef en ik staarde langdurig naar zijn gezicht. Hij kon het hebben.

Intussen waren de Denen niet alleen luidruchtig, maar ook anoniem. Geen naam op de matching te bekennen, waardoor de ringspeaker die informatie kort voor de wedstrijd moest oplepelen. Neem dan een pseudoniem, als je je zo wil verstoppen voor de tegenstander. ’t Staat niet fraai. ’t Is zwak.

De eerste twee exemplarenvan mijn boek overhandigde ik aan Johnny en Veronica van Houten, de twee kinderen van Lolle. De uitgeverij heeft het gefilmd. Je kunt goed horen dat ik van de zenuwen een mevrouwenstem opzet. Voor de geruststelling: ik kan ook Haags vloeken, dat klinkt dan weer anders.

Natuurlijk stapte ik meteen op mijn zeepkistje: “Er is nog veel te doen, mensen!”

Net toen ik een beetje was bijgekomen, stond Joos Poulino (ABC, Amsterdam) in de ring, met bij hem zijn trainer Raymond Joval. Waar Joos komt, gebeurt iets. Zoals Joval later tegen een andere trainer zei: “Ga bij hem aan de ring staan, dan voel je dat je lééft. Elke seconde gaat je hart kedénk-kedénk-kedénk.” Ja, dat begrepen we, want Joos is snel, hij is sterk, maar hij heeft ook temperament. Bij elke wedstrijd komt daar een betere balans in. Deze keer won hij  in de tweede ronde. “Hij liep op mijn rechtse directe”, verklaarde Joos later. Dat moet je natuurlijk nooit doen. De Deen deed het toch en werd uitgeteld. Klaar. Het was de negende wedstrijd van Joos en hij kijkt opgewekt uit naar de tiende.

Na de afterparty, terug in het hotel, lag ik in een schuimbad alles te overdenken. Zoveel boksgeschiedenis in die sporthal. Dat ik weer oude boksfoto’s te leen heb. Mensen die opeens weer wisten dat ze nog een tasje spullen van vroeger hadden. Het feest. De Berenburger. Dat diezelfde avond het Food Fight Music All Night was geweest van Haagse Directe. Hoe fijn het was dat Piek daar aan de ring stond te fotograferen, want dan kon ik tenminste op Piek.tv kijken. Of ik ooit nog zelf zou leren boksen. Hoe fascinerend de bokswereld toch is.

De volgende ochtend ben ik naar de Noorderbegraafplaats gegaan. Daar is het graf van Lolle. Het gras waarover ik liep was nog nat van de nacht, maar er scheen al een voorzichtige zon. Ik zag het graf. Zijn naam erop. De jaartallen. En ik schoot meteen vol, ook toen ik een hand op de steen legde om dichter bij hem komen.

Misschien is dit dan afscheid nemen, dacht ik op weg naar huis, het verdriet voelen omdat hij er niet meer is, maar blij zijn met alles uit zijn leven. En dan weten, dat je niets ervan had willen missen.

FFMAN Haagse Directe 2010

FFMAN: Food Fight Music All Night. Haagse Directe, zaterdag 20 november 2010, in Den Haag.

De flyer ziet er even mooi uit als vorig jaar: klik erop om de grote versie te zien.  En het belooft weer een geweldige avond te worden. Vorig jaar was ik erbij: overweldigend veel indrukken en veel goede wedstrijden.  Richel Hersisia stond toen in de ring, na zijn klinkende overwinning op het Ben Bril Memorial eerder dat jaar. Kijk eens bij Piek.tv voor de foto’s, zo gezellig en goed georganiseerd als het eruit ziet, was het ook. Dit jaar weer. Er groeit een mooie traditie in het Haagje.

En ik mocht posters ophangen van mijn boek over het tienjarig bestaan van Haagse Directe, dat een maand of wat later verscheen. Dat is nog altijd te koop, overigens.

Dankzij het ondoorgrondelijke toeval zit ik dit jaar helaas aan de andere kant van het land: in Friesland. Op diezelfde avond vindt in Leeuwarden het Lolle van Houten Memorial plaats, en dan is ook de presentatie van mijn boek over die bijzondere bokser. En omdat ik nog geen helicopter heb, moet ik kiezen…

Wat ik wel deed, was voor de krant Den Haag Centraal een paginagroot artikel schrijven. De krant verschijnt in Den Haag en heeft een sterk accent op kunst en cultuur. De meeste lezers en lezeressen hebben nog nooit een voet in een boksschool gezet.

Den Haag Centraal,  donderdag 18 november 2010

Met foto's van Piek.tv

Voor de derde keer op een rij beleeft de Hofstad het grote gala van boksvereniging Haagse Directe. Een oude loods in de Binckhorst verandert in het decor voor een evenement zoals de meesten dat alleen van Amerikaanse films kennen. Een echte wedstrijdring, de geur van dampend zweet, ringspeaker Jeffrey Huff in glamourpak met bijbehorende zwarte lakschoenen, en paraderende sexy rondemissen. Zaterdag 20 november vult het gebouw van De Besturing zich met honderden bezoekers. “Maar er gebeurt veel meer behalve boksen”, zegt bokstrainer Chris van Veen. Hij organiseert met een kleine groep vrijwilligers uit de boksschool het Food Fight Music All Night, zoals het boksgala heet, kortweg FFMAN. Drie jaar al, een jonge traditie.

Haags boksen met Amerikaanse allure

Boksschool Haagse Directe vormt met Houwaart de enige twee boksscholen die de stad rijk is. Terwijl bij Houwaart ook kickbokslessen worden gegeven, draait het bij Haagse Directe alleen om boksen. Dat is vanaf het begin zo geweest; een kort experiment met deze sport werd na overleg met de vechtsporter Gerard Gordeau (Kamakura) beëindigd. “Kickboksen is een andere wereld,” zegt Chris van Veen, “FFMAN is dan ook geen vechtsportgala zoals je in Amsterdam hebt. Eerder een feest, met muziek en uitgebreid eten”. Terwijl grote organisaties gemakkelijk een cateringbureau bellen, komt vrijwel alles hier uit eigen kring. In Haagse bokskringen zijn de Italiaanse gerechten beroemd van Sandro Bruti, de ‘trattore Italiano’ bokser. Dit jaar komen er Iraanse toverballen bij van een andere kok-bokser: “Gegeten bij Leo Liftah. Hij maakt met Mohammed Jassim voor het FFMAN 250 stuks, tegen kostprijs van de ingrediënten. We zijn er eigenlijk allemaal bij betrokken”. OntwerperHans Pols coördineert de rondemissen en de muziek, Bo Wiesman is die avond hoofd van de bar, Camiel van Vught fungeert al centrale veiligheidsman, Hans Nordmann het hoofd facilitair en daarbij komen dan nog de vrijwilligers. Allemaal boksers. Dan zijn er ook dj’s die tot in de kleine uurtjes draaien, maar de kern van de avond is en blijft het boksen.
Zaterdag staan er maar liefst 17 wedstrijden op de rol, dus 34 boksers gaan dan de ring in. Dat is heel wat, en de matching is dan ook tot op het laatste moment spannend geweest. “We kijken eerst naar onze eigen boksers. Wie kan, wie wil, en wat de jonge beginnende wedstrijdboksers betreft, kijken we ook of ze er klaar voor zijn. Daarna gaan we bij boksverenigingen in de regio en daarbuiten een tegenstander zoeken. Dat moet in evenwicht zijn. De gewichtsklasse telt, en ook het aantal wedstrijden dat iemand gebokst heeft. Heeft een mogelijk geschikte tegenstander veel gewonnen op knock-out, dan aarzelt Chris van Veen: “Ik ga niet matchen om maar een partij te kunnen hebben. De gezondheid van onze bokser staat voorop”. Het resultaat is ernaar: de balans is in evenwicht. Opvallend zijn de eerste twee boksers: Diyar Imak en Souhail Isssaouni komen voor de eerste keer in de wedstrijdring. “Dat wordt spannend. Het zijn jongens van 16 jaar dus je weet nooit wat er kan gebeuren. Ze willen graag en op de trainingsavonden zijn ze goed”. Maar als je voor eigen publiek staat, in een felverlichte ring waaraan persfotografen hangen, en wanneer je dan de blik in de ogen van je tegenstander ziet die zegt ‘ik ga jou verslaan’, dan is dat opeens heel anders dan sparren in je eigen boksschool. De ring maakt de bokser, dat is zeker. En de ervaring. Vorig jaar kwam jeugdsportcoördinator Mark van den Boogaard voor het eerst in de ring. Hij was zo gespannen als een dun trommelvel, maar hij wist overtuigend te winnen. Dit jaar heeft hij de eervolle slotpartij. Hij staat tegen de sterke Remco Valkenburg van de Rotterdamse boksschool ‘I Believe’. Dat is ook typisch FFMAN: een podium geven aan veelbelovende Haagse boksers, zodat ze zich kunnen ontwikkelen tot wedstrijdbokser.

Grote namen
TV West volgt de Haagse boksclub op de voet. Dit jaar is Erik Kooyman weer aanwezig met zijn camera. Eerder maakte hij met Marco Markovsky en Thijn Teeuwissen de documentatie Oud Zweet, waarin Haagse Directe boksers nog eenmaal terugkeerden naar de oude boksschool van John Kristalijn. Oud Zweet werd begin dit jaar bekroond met een NL-Award. Kooyman volgt nu naast twee andere sporters het Haagse bokstalent Erdinc Cetin, die ook op het FFMAN in de ring komt. Erdinc, die door crack Reinier van Delden getraind wordt, maakt kans om in 2012 naar de Olympische Spelen in Londen te gaan. Andere grote namen uit de stad worden ook verwacht, zij het als toeschouwer. Naar de aanwezigheid van profbokser Richel Hersisia kijkt de club uit. Hersisia is momenteel herstellend van een oogoperatie, maar hoopt aanwezig te kunnen zijn. Johan Visscher zal er zijn, als A-klasser boksend op het hoogste niveau. Voormalig Nederlands kampioen zwaargewicht Fred Westgeest heeft ook een uitnodiging ontvangen. Zo zijn er meer, want Den Haag is evenals Rotterdam en Amsterdam een boksstad met een rijke historie.
Oudere Hagenaars en Hagenezen kunnen de bokspaleizen uit het verleden moeiteloos beschrijven. Je had indertijd de Oude Dierentuin, waar in de jaren ’50 de legendarische Bep van Klaveren nog gebokst heeft. Amicitia, de Houtzagerij, namen die op de boksposters vaak voorkomen. Stuk voor stuk mooie gebouwen, die helaas gesloopt zijn. Dat lot blijft De Besturing hopelijk bespaard, want de sfeer past naadloos in de traditie van het Haagse boksen.
Die traditie kent ook vergeten zonen. Nauwelijks is nog bekend dat Den Haag een van de eerste bokskampioenen van Nederland heeft voortgebracht. Pieter Toepoel behaalde in 1902 en in 1903 in respectievelijk het weltergewicht en middengewicht de nationale titel. In 1911 was hij zelfs een van de grondleggers van de Nederlandse Boksbond, die volgend jaar het honderdjarig bestaan viert. In deze tijd leidde hij zijn eigen boksschool ‘Toepoels Modelinrichting’, gevestigd in de Johannes Camphuysstraat, een boksschool die tot ver in het buitenland aanzien genoot. Den Haag eert de grote Toepoel door zijn naam te geven aan een straatje dat haast niemand kent.

Kickboksen
De jonge boksers hebben geen boodschap aan een traditie. Ze willen de ring in en als het even kan geld verdienen. In de bokswereld zit nauwelijks geld, zelfs profboksers verdienen weinig. Maar al valt er bij het kickboksen flink geld te verdienen, toch staan de boksscholen avond na avond vol. Daar leer je immers het echte boksen, de moeder van de andere vechtsporten. Of je nu uiteindelijk gaat kickboksen, of K1 gevechten wil doen waarin Nederlanders uitblinken, zonder een goede bokstechniek ben je nergens. Bij Haagse Directe trainen dus ook kickboksers die daar voor het boksen komen. Ook K1-vechters trainen er, zoals de beroemde Roemeen Daniel Ghiţă die op 11 december in Tokyo een grote finalewedstrijd heeft. Chris van Veen: “Ik weet niet of het tegen te houden is dat goede boksers voor het geld naar het kickboksen gaan. Als je ’s avonds een wedstrijd bokst, kun je de volgende dag gewoon naar je werk. Met kickboksen heb je door de trappen meer kans op blessures waardoor je niet kunt werken. Voor dat risico betalen ze dan. Dat is dus niet zo raar. Bij ons is animo genoeg voor het boksen, ik kon gemakkelijk vier, vijf partijen erbij maken. Maar het programma is op een gegeven moment vol”.

Rondemister
Relatief nieuw in de wat behoudende bokswereld is het verschijnsel van de rondemister. Is er tussen de rondes van de herenpartijen een rondemiss die een bordje met het nummer van de nieuwe ronde toont, tussen de damespartijen verschijnt er tegenwoordig een rondemister. Want ja, eerlijk is eerlijk. Op het recente Ben Bril Memorial in Amsterdam verscheen rondemister Bart in de ring, en op het EK Vrouwenboksen dat volgend jaar in Rotterdam plaatsvindt, worden meer rondemisters verwacht. Ook het FFMAN gaat mee met de trend: “We hebben twee damespartijen en dus hebben we ook een rondemister. Een neef van de rondemiss. Ik vind het leuk, maar dan alleen voor het vrouwenboksen. Niet dat een man tussen de rondes van de mannenpartijen met een bordje gaat lopen”.
Al met al belooft het een groot boksfeest te worden, daar in de Besturing. Een beetje traditie, een beetje modern, veel eten en meeslepende muziek. Het derde jaar op een rij, zonder een cent subsidie, en alle handen van de boksschool die licht werk maken. Behalve dan in de ring, waar zeventien Haagse boksers elke minuut van hun wedstrijd voor de overwinning zullen vechten.