Mohamed El Farouni (interview)

FarounDe passie van bokser Mohamed El Farouni

 

“Als je met de top hebt gevochten maakt niemand je meer bang”

(Verschenen in Den Haag Centraal, 14 juni 2007)

Mohamed El Farouni is geboren in Marokko. In 1985 kwam hij naar Nederland als gezinshereniging. Hij is bokser. Gewichtsklasse: super weltergewicht. Lengte: 1.76 m. Successen: vier Nederlandse kampioenstitels. Manager en hoofdtrainer: Chris van Veen, van boksschool De Haagse Directe aan de Newtonstraat. De feiten, die daarmee niets zeggen over het echte verhaal. Dat vertelt hij tussen de regels door. Het gaat over een man die een doel had en dat moest opgeven. Wat doet een man dan? Zijn voorbeeld Jean Claude van Damme gaf nooit op, maar dat was in de film. In het echte leven liggen de zaken anders.

Die zaterdagavond staat hij in een wijkcentrum aan het Rotterdamse Afrikaanderplein. Het is laat in de nacht als de profboksers beginnen. Eerst zijn jonge amateurs aan de beurt geweest, meestal afkomstig van Boxing ’82, de plaatselijke boksschool. Zes, zeven rijen zit het publiek om de ring heen, vooral jongens en mannen, vrouwen zijn er nauwelijks. Sommige mannen bevestigen de vooroordelen over boksfans, breed, grove tatoeages, behangen met goud. Anderen zijn liefhebbers, die kijken naar kracht, naar techniek, het zijn mannen met grijs haar die tientallen jaren bokswedstrijden bezoeken. Zij knikken goedkeurend bij een zuivere combinatie van stoten. De kenners.

Dan komt El Farouni eindelijk. Het verschil met de amateurs is duidelijk. In deze partijen gaat het harder, scherper, geconcentreerder. Uitslag: El Farouni wint door KO. in de derde ronde. Zijn tiende profoverwinning, voor zijn tegenstander Antal Kubicsek de eerste knock out.

Drie dagen later zitten Mohamed  El Farouni en ik op een smal bankje in de kleedkamer van de Haagse Directe. Hij heeft me een half uur gegeven om te praten, meer tijd is er die dag niet. Hoe kijkt hij terug op het gevecht? “Ik ben tevreden met het resultaat. In de eerste ronde ben ik altijd rustig, in een wedstrijd kom ik langzaam op gang, pas in de tweede, derde ronde begin ik goed te boksen”. De mensen om hem heen zijn meer dan tevreden. Zijn trainer Chris van Veen is blij, Reinier van Delden ook. Met hem traint El Farouni elke ochtend op techniek en conditie.

Grenzen
Het is vreemd om in de intimiteit van een kleedkamer dicht naast iemand te zitten en toch een afstand te ervaren. Dat komt niet doordat El Farouni het intimiderende zwaargewicht fysiek van Mohamed Ali heeft. Hij is slank, bij het magere af, en hij is een mooie man, wat ongewoon is voor een bokser. Donkere ogen, glanzend haar en een brede glimlach die zijn gezicht opent. Als hij wil. Maar hij wil niet vaak. Er zijn grenzen. Er moet respect zijn. Er hangt spanning om hem heen. Het maakt me voorzichtig.

Terwijl hij en ik algemeenheden uitwisselen, komen er mensen binnen die net als hij die avond trainen bij de Haagse Directe. Allemaal gaan ze naar hem toe, geven hem een hand en noemen zijn naam. Met de een praat hij even, voor de ander heeft hij een persoonlijke vraag, met een derde wisselt hij details van neusoperaties uit. Zijn neus is twee keer gebroken en rechtgezet. Ik zie steeds dezelfde mengeling van vreugde over zijn aanwezigheid en ontzag omdat ze weten wat hij kan. “Gewonnen, toch?” “Ja”.

Als ik een vraag stel die verkeerd valt, deelt hij koel mee dat hij daar liever geen antwoord op geeft. Wanneer ik haastig zeg, dat dat natuurlijk kan, verschijnt even die glimlach. Zo blijft hij. Kijken, inschatten, een actie, afwachten wat de reactie is, dan pas verder. In gesprek met El Farouni leer je snel opletten. Vertrouwen moet verdiend worden.

Nieuw perspectief
“Boksen is voor mij geen carrière meer. Vroeger wel. Ik was vier keer Nederlands kampioen en ik zat in de Nederlandse selectie. Het was altijd mijn droom om naar de Olympische Spelen te gaan”. Vroeger, dat is: 2000, toen de Spelen in Sydney werden gehouden. El Farouni bokste toen zes jaar, na het begin bij De Houtzagerij, een sportcentrum in de Schilderswijk.

Als ‘amateur’ ging zijn weg naar de top in een rechte lijn omhoog. Een bokser die naar de Spelen wil, heeft wedstrijden van niveau nodig om zich te kwalificeren en die wedstrijden moet hij winnen volgens een eerlijk en onpartijdig oordeel. Dat is er niet altijd. Een wedstrijd kan ‘gepikt’ worden, vanwege de belangen die er zijn, geldzaken, er speelt altijd iets achter de schermen. Dat heeft El Farouni ook meegemaakt: “Je houdt er van te voren rekening mee. Als het dan echt gebeurt, is dat niet verrassend. De eerste keer dat ik gepikt werd was in Litouwen. Al die Oost-Europese staten komen voor elkaar op. Ik verloor de wedstrijd met 8-5 en die uitslag sloeg nergens op. Het was eigenlijk mijn eerste nederlaag. Daarvoor had ik verloren van minder belangrijke tegenstanders. Ik maakte me daar niet druk over want ik wilde naar de Spelen”. En toen? “Toen ging dat niet door.” De reden is simpel. In Nederland werden geen kwalificatietoernooien gehouden.

Hij vertelt beheerst over dat omslagpunt in zijn leven. Of het een rationele afweging was. Of daarmee niet de kans verdween op zijn grote doorbraak, net als Regilio Tuur die dankzij de Spelen doorbrak naar het wereldtoneel van het boksen. Hij kijkt afwerend en daarom vraag ik niet wat ik wil weten: ging je kapot van binnen, hoe kon je verder zonder je droom, wie helpt je dan? In plaats daarvan zwijg ik en kijk hem aan. El Farouni vervolgt, even rustig als zonet en toch iets afstandelijker. “Dus dan ben je op het punt dat je een keuze moet maken. Ga ik verder als amateur met een kans op de volgende Spelen van 2004 in Athene of word ik prof? Achteraf is het goed dat ik prof ben geworden, want in het amateurcircuit draaien nu andere jongens mee”.

Profbokser dus. Een nieuw perspectief. Boksen op hoog niveau, grote namen uitdagen, leven van wedstrijd naar wedstrijd, topsport is het. “Als amateur heb ik een tijd overtuigend geprobeerd te winnen”, vertelt hij. “Dat is op KO”. Knock out. “Op een gegeven moment werd ik kwaad, en dan ging ik alleen voor de KO. Meestal stonden ze weer op.” Waarom, vraag ik, wat gebeurde er, alles was toch weer goed? El Farouni vertelt wat er gaande was. Dat Nederland slecht omgaat met de cultuur van het profboksen. De factor van de corrupte partijen. Tel daarbij op het feit dat je jezelf voortdurend in conditie moet houden. Er kunnen maanden voorbij gaan zonder een enkele wedstrijd, het kost veel om dan op topniveau in conditie te blijven. Kwaad, ja. Bitter, nooit. De kwaadheid is trouwens verdwenen, hij richt zich op zijn sport en dat hij daartoe in staat is, heeft met zijn geloof te maken. Nee, dat vertelt hij niet, de verslaggeefster begrijpt dat toch niet. Geef me een kans, vraag ik. Hij taxeert me kort voordat hij het zo eenvoudig mogelijk uitlegt.

“Geloof is iets… dat houdt stand. Je accepteert wat er gebeurt, want alles staat opgeschreven. Dus of ik een wedstrijd win of verlies staat al vast”. Ik vraag waarom hij dan nog zo zwaar traint. Vijf, zes keer per week naar de Haagse Directe, gewichtheffen, hardlopen, al die uren, als God hem toch kan laten winnen. “God weet wat geweest is en wat gaat komen. Mijn levensfase en mijn vrije wil bepalen waar ik ben. Hij kent de uitslag. Voor elke wedstrijd train ik keihard om te kunnen winnen. Als ik verlies is dat geen diepe teleurstelling. Want ik weet dat ik gedaan heb wat ik kon en misschien was ik anders beschadigd geraakt”.

Hier zijn de antwoorden op de vragen die ik niet durfde te stellen. Berusting in het lot dat vast staat, maar alleen nadat je zelf alles hebt gedaan. Daarom kan hij doorgaan, ook dankzij de sponsors die in hem geloven: Haags Troc, Bionic Computer’s, Marost Seafood en Kneet’s Gym. Die betalen zijn kosten, de Haagse Directe financiert dan de tegenstander, de keuringen, betaalt het geld voor Nederlandse Boksbond. Na de zomer wil hij uitkomen voor de Benelux-titel: “In België zit een goede bokser. Jamel Bakhi. Die ga ik uitdagen. Hij heeft 17 wedstrijden gebokst, 1 verloren en 2 onbeslist en 14 gewonnen. Ik heb van mijn 10 wedstrijden er 9 gewonnen en 1 verloren.”

Ander geluid
Profbokser zijn in Nederland levert geen riant inkomen op. Mohamed El Farouni heeft een full time baan als jongerenwerker bij een welzijnsorganisatie in Delft. Hij werkt met randgroepjongeren van 12 tot 23 jaar, jongens en meisjes. “Wij helpen ze een goede invulling te geven aan hun vrije tijd. Dat betekent activiteiten, organisaties met recreatie en educatieve betekenis, voorlichting op het gebied van drugs, seks, financiën, verslaving, politie, noem maar op. We leveren een bijdrage aan hun opvoeding. Ik ben ook iemand die een ander geluid kan laten horen wanneer ze zeggen dat ze gediscrimineerd worden bij het vinden van een baan of stageplek. Als Marokkaan en bokser kan ik invloed uitoefenen op een generatie die weinig van de wereld om zich heen snapt. Die troefkaart van dat toch niet geaccepteerd worden neem ik dan weg. Zo heb je minder kans op een nieuwe Mohamed B. of een Samir A. of zo’n Hofstadgroep”.

Hij voetbalt vaak met ze en als je gaan boksen kan de jongeren alleen goed doen, denkt hij. “Als je hebt getraind dan heb je geen energie meer over om rottigheid uit te halen. Je gaat lekker naar huis. Het haalt het negatieve uit je. En je leert soorten mensen kennen, daar ontwikkel je je door”.

Trots
Hij moet weg, de training begint zo, we hebben nog maar een paar minuten over. Dat zijn twee vragen, schat ik in. Of hij bang is in de ring? “Nee. Ik ben voorzichtig en gespannen. En ik heb zelfvertrouwen. Want als je met de top hebt gevochten en je bent een paar keer Nederlands kampioen geweest, dan maakt niemand je meer bang. Dan speel je je eigen spelletje en dat weet je ook”. Als ik vertrouwelijk beken dat ik bang kan zijn als ik een brief moet openen, zegt hij: “Je moet niet bang zijn. Dat is een slechte eigenschap. Voorzichtigheid is goed”. En toegeeflijk: “Jij bent zo, ik ben anders”. De toenadering maakt me onvoorzichtig als ik vraag hoe zijn moeder het eigenlijk vindt dat haar kind geslagen wordt. Het is even stil voordat hij trots antwoordt: “Haar kind wordt niet geslagen”. De afstand tussen hem en mij is terug. “Haar kind bokst. Ze weet dat ik tegen een stoot kan oplopen maar ook dat ik verstandig genoeg ben om te stoppen als het niet gaat”.

Daarmee is het gesprek afgelopen. Correct als altijd neemt hij afscheid en loopt vastberaden de kleedkamer uit, de zaal van de Haagse Directe in. Ik kijk hem na. Weer een harde training, morgen nog een, elke dag is lang en vol, maar hij heeft daardoor een kans op de Beneluxtitel. Mohamed El Farouni is 33 en zal uit zijn leven halen wat erin zit.

I.M. John Kristalijn (artikel)

(volledige versie van artikel in Den Haag Centraal,  11 juli 2009)

Er ging een schok door de Haagse bokswereld toen bekend werd dat John Kristalijn overleden was. Zijn dood sluit het tijdperk Kristalijn af, dat zoveel betekend heeft voor het naoorlogse Haagse boksen en daarmee voor het boksen in Nederland.

John begon als bokser, maar hij was vooral trainer, promotor en manager van ‘zijn jongens’. Die dragen herinneringen met zich mee aan een bijzondere man, vol temperament, zeker als het om de bokssport ging.

“In ’57 ben ik met boksen gestopt, en in ’59 ben ik in Den Haag een eigen zaak begonnen, een electronische groothandel. Daar was ik een jaar of tien mee aan de gang en toen kreeg ik personeel. Ik denk, nu wordt het eens tijd om aan mezelf te denken. Toen ben ik een cursus gaan doen voor boksinstructeur”. Woorden van John Kristalijn zelf, afkomstig uit het mooie boek van Evert-Jan Mulder, dat over de legendarische boksschool gaat. (Uitgeverij De Nieuwe Haagsche).

Als trainer invallen bij een andere school bracht John Kristalijn op het idee voor zichzelf te beginnen: “Toen ben ik begonnen aan de Dunne Bierkade, in 1969. Na twee jaar trainen hadden we acht nieuwelingen-kampioenen van Zuid-Holland. Is nooit meer gebeurd daarna. Zulke stukken in de krant”.

Zo begon de periode Kristalijn. Met een enorme inzet en met resultaten. In 1975 verhuisde de school naar de Galileistraat waar Kristalijn met zijn rechterhand Herman Rozemulder de ene na de andere kampioen voortbracht.

Herman: “Hoe dat kon? Omdat Kristalijn veel verstand van boksen had en wist hoe hij mensen kon motiveren. De meeste trainers maken de fout om iemand te leren boksen zoals zijzelf boksen. John keek naar de sterke punten van iemand en leerde daarop stoten aan, die ze dus goed konden gebruiken. En mensen aan de gang houden, dat kon hij ook goed. Als je won, moest je drie, vier, vijf keer per week komen trainen. Hij was een man die zei wat hij wilde. Voor sommigen kwam dat hard over, maar als je het met hem kon vinden, was het een geschikte man. Met humor ook. Voor zijn boksers was hij een oprechte vent, als hij aan de ring stond hadden ze allemaal vertrouwen in hem.”

Veel grote namen uit het Haagse boksen van heden en verleden staan in blijvend verband met Kristalijn. Te veel om op te noemen, met kampioenstitels op nationaal en regionaal niveau. Hij was trainer van onder andere Mourad Louati, Fred Westgeest, Mohammed El Farouni, Richard Gras, Willy van Delden, Richel Hersisia, Rob de Jong, Chris van Veen en Martin Lek. De laatste twee namen het initiatief voor de oprichting van boksvereniging Haagse Directe, waar veel boksers komen die elkaar kennen van Kristalijn.

Ze hebben van John Kristalijn hetzelfde geleerd: discipline, doorzetten, vertrouwen op de trainer. En ook: kijken naar de bokser zelf, los van afkomst, maatschappelijke positie of inkomen.

Bij Kristalijn was niemand meer als een ander. Veel boksers uit de school van Kristalijn zijn zelf trainer geworden, overwegend bij Haagse Directe. Twee van hen, Chris van Veen en Herman Rozemulder, waren de negende juli op de besloten begrafenis van John Kristallijn aanwezig.

Chris van Veen: “Hij was dag en nacht met boksen bezig, vooral het wedstrijdboksen zat in hem. Van bijna alle boksers in Nederland wist hij wat ze konden en dan zorgde hij dat zijn jongens een goede kans hadden om te winnen. Doordat hij zelf vaak wedstrijden en gala’s organiseerde in Amicitia, kon hij bepalen wie je tegenstander was. Mij belde hij vaak op om te zeggen dat ik over over een paar dagen de ring in moest. Dan ging ik. Tegen John zei ik geen nee. Uit respect. Ik herinner me hem als altijd bij de ring staand, altijd aanwijzingen gevend.”

Enkele maanden geleden vertoonde RTV West de documentaire Oud Zweet, waarin een aantal voormalige Kristalijn-boksers voor de laatste keer terugging naar de oude school. In een verlaten pand trainden ze. Uit de vloer van de ring liet Chris van Veen het stuk zagen waarop hij jaren had staan touwtjespringen bij de warming up. Dat stuk hangt nu bij de Haagse Directe aan de muur, recht tegenover de twee ringen waar de wedstrijdboksers trainen. John Kristalijn was een man die niet vergeten zal worden. Hij werd 78 jaar.

John Kristalijn (1931- 2009)