Jan Kneppers

Jan Kneppers, wedstrijdbokser

“Dat ben ik”, zegt Jan Kneppers. We kijken naar een oude foto van twee jongetjes. “Zie je die grote broeken, die moesten we lenen, want vlak na de oorlog hadden we niks.” Hij vertelt over 1945, de tijd ervoor en de tijd erna. Moeiteloos. En boeiend. “Ome Jan” is een verteller en hij heeft ook heel wat te vertellen, vooral over de boksfamilie Kneppers waarvan hij een telg is.

Ik bezoek hem en zijn vrouw Coby op Valentijnsdag. Dus hebben we het ook over de liefde. Hij en Coby zijn in maart 52 jaar getrouwd met daaraan voorafgaand drie jaar verkering. Nog steeds zijn ze verliefd en gelukkig, al hangt daar sinds begin van dit jaar een schaduw over. Want Ome Jan is ziek: “Overal uitzaaiingen”, en dat maakt de toekomst onzeker. Naar bokswedstrijden gaan is moeilijk geworden en dat wil wat zeggen. Want een Kneppers heeft boksbloed in de aderen stromen.

Eens waren er vier broers Kneppers: Bep, Hein, Arie en Kees. Mannen uit de Jordaan, waar zeker voor de oorlog het boksen bloeide. “Dat zal ik je zeggen hoe dat kwam,” begint Ome Jan, “jongens uit de Jordaan, die hebben een kort lontje. Die komen snel van… (beukt mij op mijn arm) maar een uur later komen ze naar je toe: ‘hoe is het nou?’” Temperament genoeg om voor het boksen te voelen. Dus de vier broers gingen trainen bij Sars, leerden boksen en kwamen uit in wedstrijden. Ze deden het goed.

Bep Kneppers begon Sportvereniging Bep Kneppers (SBK), die momenteel in de Palmstraat zit. Bij “Ome Bep” kwamen zijn broers trainen, en Hein nam zijn zoontje Jan mee. Zeven jaar was hij, en zo kwam hij in het boksen. Later ging hij bij de boksschool van zijn vader boksen en hier haalde hij verschillende titels. Als eerbetoon aan zijn vader heeft Ome Jan zijn boksschool in Almere naar hem genoemd: Boksteam Hein Kneppers. En ook daar is een nieuwe generatie Kneppers actief. Marcel, de zoon van Ome Jan, geeft er trainingen.

Vader Willem met zijn zoons Bep, Hein, Arie en Kees.

Ome Bep moet een indrukwekkende man zijn geweest. Bokser (in 1937, 1938, 1939 en in 1940 was hij regerend Nederlands kampioen in het lichtgewicht, meldt de SBK-site), trainer en van karakter streng, maar ook sociaal. Ook de andere broers hadden een boksschool: Hein begon in 1948 Boksschool Hein Kneppers (BHK), en Arie en Kees hadden DBO. “Door Broers Opgericht”. In 1988 is er nog een reünie geweest van BHK, vertelt Ome Jan, en hij laat de foto’s ervan zien. Hij vertelt wie wie is en van welke boksschool ze kwamen. En wat hem verder te binnen schiet. Daaraan merk ik dat hij is opgegroeid in het boksen, want Ome Jan is van 1938 maar heeft veel gehoord. Dus hij weet veel.

Hoe Ome Bep in 1936 voor de Olympische Spelen bedankte, vanwege de opkomende nazi’s uit Duitsland.

Dat hij opgroeide op de boksschool van zijn vader. Dus toen die zijn opleiding voor boksinstructeur deed, leerde hij vanzelf mee.

De jaren ’50. Ze hadden één douche op de boksschool, en dat was al heel wat in die tijd. Stonden de boksers in de rij. Even inzepen, afspoelen, klaar.

Armoede in de Jordaan voor de oorlog. “Maar je hielp elkaar met alles.”

Vroeger bij zijn vader was de regel: je geeft iedereen een hand. “Het is bij ons nog steeds zo. Iedereen zegt Ome Jan, maar het is ook u, nooit jij tegen me. Dat hoort niet.”

Verhalen over boksen lopen als een rode draad door de middag heen, al is Ome Jan ook actief geweest in de wielersport, het voetballen, hondensport en duivenhouden. Maar dat boksen… ongelooflijk wat een informatie, vroeger en nu. Bokstrainingen bij Seconds Out gegeven. Iedereen van toen kennen. Van nu ook. De toestanden met de Boksbond, gedoe met contributries en onenigheid uit het verleden. Een deel van het gesprek heb ik opgenomen, en van die 72 minuten heb ik er misschien twee, drie gevuld.

Ik ben veel te lang gebleven, vrees ik. Het was bijna donker toen ik door Almere terugwandelde naar het station. In de trein keek ik door de fotoboeken van Ome Jan die ik mocht lenen. Drie generaties Kneppers.  Dat ga ik in mijn grote boksgeschiedenisboek verder uitwerken, hoewel er van deze boksfamilie al een boek op zich te maken valt.

Sportvereniging Bep Kneppers

Bep Kneppers

“Hij is van Kneppers,”  had Eddy Kiks gezegd. “Bep Kneppers, uit Amsterdam”. Eddy doelde op Joop Walda, die in 1965 tegenover Lolle van Houten stond in de finale Nederlands kampioenschap zwaargewicht. Walda zocht ik, vanwege mijn boek over zijn tegenstander, de bokser uit Leeuwarden.

De school van Bep Kneppers bestaat nog altijd. Na omzwervingen hier en daar is ‘Sportvereniging Bep Kneppers’ gevestigd in de Palmstraat, hartje Jordaan. Een bovenzaaltje in een buurthuis, een eigen pand is niet te betalen. Maar toch, het ruikt er goed en de geest van ‘Ome Bep’  is er aanwezig. Er hangen wat oude foto’s aan de muur. Joop Willemse komt straks, een man van 75 jaar en een goed geheugen, wat een ideale combinatie is. Op hem wacht ik.

Ik ben bij Kneppers vlak voor de zomerstop ingaat. Dan is er alleen wekelijks wat hardlopen, meer niet. Er zijn dan vanzelf minder mensen, niet de gewone 50-60 die op een training afkomen. Voor een deel zijn dat studenten, buitenlanders, het verschuift elke paar jaar. De harde kern is klein. Ze hebben wat wedstrijdboksers.

Foto's aan de muur

Touwtjespringen is overal touwtjespringen, maar het verschilt nogal waar je voeten neerkomen. Hier, in de school van ‘Ome Bep’, is dat in een lange traditie van boksscholen in de Jordaan. Waar zijn ze toch allemaal gebleven?

In 1946 begon Bep Kneppers voor zichzelf. Hij was een man met een repuatie, een goede wel te verstaan. Iemand met karakter (vocht als vrijwilliger in de Spaanse Burgeroorlog) en iemand met bokstalent en bokskennis (nationale titels lichtgewicht in de late jaren ‘30). Hij is er helaas niet meer, maar de school wordt in de sfeer van toen voortgezet. Zijn zoon Bep Kneppers junior is voorzitter en een klein groepje trainers geeft les.

Terwijl ik wacht, praat ik met Willem Zweers die net de conditietraining heeft gegeven. Hij is sinds zijn diensttijd bij Kneppers en nooit meer weggegaan. Met Chaim Wannet, Joop Willemse en hoofdtrainer Henk Sleijfer houdt hij de tradities in ere.

Dan staat Joop Willemse voor me. Messcherpe ogen kijken me aan: “Wat wou u weten?” Joop Walda, leg ik uit, en ik laat een foto zien. Hij aarzelt en denkt hardop. Ja, die kleren lijken wel van Kneppers te zijn. Hij heeft hier gebokst, maar niet langer dan twee jaar hoor. Aardige jongen. Kon goed boksen. Ome Bep had wel meer van hem geweten, die wist alles, maar wij trainden toen gewoon hier. Willem zegt dat hij Walda nog portier heeft zien staan bij de studentensociëteit het Okshoofd. Dat was in de jaren ’70. Waarna Joop Willemse weer zegt, dat Walda is weggegaan naar de boksschool van Dick Groothuis, nadat ze voetbalden en Ome Bep een been brak. Had met Walda te maken. Zware jongen immers. Misschien weten ze bij Jan Huppen er mee over, zegt Joop Willemse nog, die traint met oud-boksers ergens in Osdorp. Moet ik maar eens heen.

Achterin de zaal: de ring

Geleidelijk komt het gesprek op Ome Bep en de ene herinnering brengt de andere op. Dat de jongens van Kneppers later dan anderen in de ring kwamen. Want Ome Bep liet je pas gaan als je kon boksen, dat kon dan best een paar jaar duren eer je wedstrijden mocht doen. Als je dat al mocht tenminste, want hij verbood het soms ook. Dan mocht je wel blijven sparren, maar als jij dan zo nodig toch moest boksen, nou dan ging je maar ergens anders heen. Want Ome Bep dacht altijd twee stappen vooruit, die wou het niet meemaken dat ze zeiden Ome Bep ziet het niet meer. Maar het is ook zo dat je hoofd geen aambeeld is, dus het moet niet zo zijn dat je op je 35ste opeens hoofdpijn krijgt voor de rest van je leven.

Dat er een keertje een talentvol boksertje was dat niet wou uitstappen, die zei ik boks wel gewoon naar voren. Ome Bep zei er vier, vijf keer wat van en dat boksertje luisterde niet en die kon dus gaan. Was heel talentvol,  hoor.

En Wim Snoek, die toen al prof was, die dorst een keer te laat binnen te komen voor de training. Stuurt Ome Bep hem gewoon weg. Wim Snoek ging natuurlijk, wat dacht je.

Ja, Ome Bep was rechtlijnig. Hij kende zwart en wit. Geen tussenkleuren. Een harde man ook. Boksen is een harde sport. Als je het goed wil doen, zegt Joop Willemse. Je moet er bezeten van zijn, vindt hij en dan gaat hij weg. Alle boksers in de zaal groeten hem beleefd: “Dag Ome Joop!” Een man met aanzien.

Geen Walda dus, maar wel een aanwijzing en over de vloer geweest bij een bijzondere boksschool. Ik blijf nog even hangen voor de training door Chaim Wannet.

Het is een gek idee dat ze hier pas vijf jaar zitten. Zo kort en dan al zoveel sfeer. Zou het door Ome Bep komen? Die is wel in 1995 overleden, maar het gaat er nog steeds aan toe zoals hij vond. Inzet tonen. Luisteren. Geen luxe. Nou, er zijn niet eens kleedkamers, de tassen staan overal. Je kunt water drinken, dure koffieapparaten hebben ze niet. Een barretje evenmin. Het gaat om het boksen hier, dat is het hart van de school, sinds ’46 af. Ik voelde er me thuis.