Karate en kickboksen in Katwijk 2012

poster-12-2012-723x1024_resize

Kickboksgala Kamakura Katwijk, zaterdag 8 december 2012. 

Het was anders dan vorig jaar. Toen kwam ik er voor de eerste keer, en het leek me ontspannen genoeg. Dat hadden ze van te voren ook tegen me gezegd: in Katwijk is het gezellig, old skool. Maar dit jaar begreep ik pas wat ze bedoelden. De sfeer was losser, gemakkelijker.  En hoe dat kan?  Dat is het raadsel van Katwijk. Na alle ellende in het kickboksen van de laatste tijd lieten zij wat anders zien. Meer sponsoren. Een verlaagde toegangsprijs: van 20 euro naar 15 euro.  Ja, zo kan het ook, denk je dan, maar de avond moet intussen met veel beleid in elkaar gezet zijn. Gericht sportscholen uitnodigen, dat scheelt ook.

Ik was mee met Honbu Kamakura. Een paar auto’s volgeladen met coaches en vechtsporters. Verzamelen in Den Haag, op tijd erheen voor het wegen en dan wachten op de wedstrijden die gaan komen.

Dat is altijd zo’n contrast. In de zaal ziet het publiek de ene wedstrijd na de andere. In de kleedkamers wachten de vechters. “Hoeveelste is dit? ” “Nog vijf”.  Hangen en rustig blijven.

Dit jaar zouden er ook karatewedstrijden zijn, Kyokushin, dat is het hardste dat er is. Full contact, zowat alles mag binnen de grenzen van het sportieve. Witte kleren, blote voeten, streng protocol. Je moet ervan houden. En ik hou ervan.

Daar begon de avond mee. Voor het publiek was dat nog onwennig. Iedereen zat en keek, zonder goed het hoe of wat ervan  te begrijpen. Bij de laatste wedstrijden begon de scheidsrechter af en toe een uitleg te geven, die door de ringspeaker werd overgenomen. Misschien iets voor de volgende keer: wat uitleg op het grote projectiescherm op het podium. Dat die volgende keer er komt, staat nu al vast.  Trainer Wim van Rhijn vertelde me, dat ze streven naar 50/50, dus de helft karate en de helft kickboksen. Daarmee is Kamakura Katwijk dan terug bij de bron, want ooit begon Jack Nugter er met karate. Vanaf januari gaat Cem Senol (van Kamakura Den Haag) er les geven. Motiverend detail: tijdens het gala werd omgeroepen dat Cem een Europese titel zwaargewicht kyokushin had gewonnen. In Polen, waar hij met kancho Gerard Gordeau verbleef. Dat wordt leuk in Katwijk. Cem is precies zoals je je een zwartebander kyokushin voorstelt: sterk van postuur, correct in de omgangsvormen. Ogen die recht door je heen kijken.

Wat ook meewerkte, was het strenge toezicht van de bonden. Het kickboksen viel onder de WFCA. Het karate vond plaats onder auspiciën van de International Budokai (IBK) dat ook scheidsrechters had afgevaardigd. Vooraf werden alle karatecoaches bij elkaar geroepen in een zaaltje. Ik mee natuurlijk. De regels werden nog eens doorgenomen, aandachtspunten werden genoemd: een paar jongens waren nog maar een paar maanden met karate bezig en dit was de eerste wedstrijd, dus de tegenstander hoefde daar niet vol op los te gaan. Wel eerlijk en hard, niet slopen. Anders liepen die jongens nooit meer een dojo in natuurlijk.
Bij de kickbokswedstrijden daarna leek iedereen op te leven: dat kenden ze. Er klonk meer gejuich en geroep en kinderen liepen gemakkelijker rond.

Aan dat losse in de sfeer, vooral na het karate, heb ik me overgegeven.

Dus ik ging de ring zitten en besloot te kijken zonder te schrijven, alleen het ritme van de rondes volgen, de trainers horen en zien, dan een nieuwe wedstrijd, de muziek, dan de aanwijzingen van de scheidsrechter. Het ging onder mijn huid zitten en als het naar mijn hoofd steeg, ging ik even naar de kleedkamer beneden. Daar rook het naar tijgerbalsem en zweet, een goede geur is dat. En toch dacht ik steeds aan die karatewedstrijden.

 

Daar heb ik ook wat foto’s van gemaakt.

bewerkt P1030770_resize_with_border

bewerkt P1030778_resize_with_border

bewerkt P1030779_resize_with_border

bewerkt P1030785_resize_with_border

bewerkt P1030786_resize_with_border

bewerkt P1030789_resize_with_border

bewerkt P1030799_resize_with_border

bewerktP1030766_resize_with_border

Karate kijken

Deze column verscheen eerder in2012 bij Haagse Topsport.nl

Noteert u even: zondag 18 maart 2012, vanaf 12 uur. Dan begint in Sporthal Hellas de 22ste OECKK. Hoe zegt u? Open European Championships Kyokushinkai Karate. Ja, daarom zeggen we dus OECKK. Iedereen mag meedoen, maar je bent gek als je zomaar de ring instapt. Ik ga erheen. Om te kijken.

Karate op dit niveau en op deze manier zie je weinig in het Haagse. Een keer per jaar dus, dankzij de organiserende sportschool Kamakura. Vorig jaar ging ik uit pure nieuwsgierigheid kijken wat het was. Hoe ze deden. En of er net als in de film planken hout doormidden geslagen zou worden, met schreeuwen in het Japans erbij. Dat laatste gebeurde, en hoe. Drie, vier planken, met de hand, de elleboog, op manieren waarvan ik dacht, dat gaat mis. Maar nee hoor. Vooral de karateka’s uit Iran leken zowat dagelijks stapels hout te breken. Nog voor het ontbijt, zeg maar. Dat nonchalante.

Het leuke is natuurlijk dat open karakter. Dat raakt een gevoelige snaar bij veel vechtsporters. Je eigen sport superieur vinden, dat ligt voor de hand. Zal je ooit iemand met zwarte band taekwondo horen zeggen: “Wat wij doen is leuk hoor, maar boksen, dat is het echte werk”. En boksers hoor je ook nooit zeggen dat jiu-jitsu pas echt wat doet met mensen.  Ieder voor zich denkt: wij zijn de beste, in conditie, met inzet, door onze mentaliteit, onze sport heeft ons gemaakt tot wat en wie  we zijn.

Met die gedachten ben je hartelijk welkom in de ring van de open kampioenschappen. Tenminste, zolang je je aan de karateregels van die dag houdt. Elk jaar zijn er weer nieuwe gezichten die vol zelfvertrouwen naar de instructies vooraf luisteren. Deze technieken verboden, deze technieken toegestaan. Vorig jaar was er een kickbokser uit Polen, gekleed in een lange sportbroek, die uitstraalde dat hij dit wel even ging winnen. Een uurtje later was hij dankbaar voor een simpel broodje kaas. Ja, zo’n dagje in het Haagse kan heel vormend zijn voor je karakter.

Dus daar verheug ik me op. Die openbare studies in nederigheid, en dan het hele internationale gebeuren. Er komen vechtsporters uit Roemenië, Denemarken, Frankrijk, Hongarije , Italië, en ga zo maar door, de lijst is lang. En daartussen hoor je dan onvervalst Haags klinken, vooral als er iets snel dient te gebeuren. Geinig. De broodjes kaas liggen zondag in hoge stapels klaar.

 

Moeten vrouwen rokjes aan?

Deze column verscheen eerder in 2012 op HaagseTopsport.nl

Je bent een vrouw, je doet aan karate en je hoort van de bond dat je tijdens wedstrijden voortaan een rok moet dragen. De judovrouwen krijgen hetzelfde nieuws. Het moet, zegt de bond, want dat staat zo veel vrouwelijker. Bizar? Welnee. Die discussie moeten boksende vrouwen momenteel aanhoren.

Alles dat vechtsport beter en aantrekkelijker maakt, daar ben ik vóór. Duizend procent. Zonder meer. Laat dat duidelijk zijn. Vooruitgang is de redding van elke sport. Wie kan er tegen vooruitgang zijn? Niemand.

Nu gaan we een stapje verder. Is het een vooruitgang om vrouwen in een rok te laten vechten? Als een rok goede wedstrijdkleding is, hebben mannen er ook recht op. Daar horen we geen enkele boksbobo over. En dat terwijl we sinds die televisieserie Gladiator allemaal weten hoe een vechter in rok eruit ziet. Maar omdat het alleen over vrouwen gaat, is er iets anders aan de hand. We moeten vrezen dat het de boksbobo’s zijn, de mannetjes die graag naar vrouwen in rokjes kijken. Op zich is daar niks mis mee. Dat is de doelgroep van een hele industrie aan moddervechtende meisjes, en ook de Wallen doen dankzij dit soort mannetjes goede zaken. Maar kunnen die seksbeluste mannetjes van onze vechtsportvrouwen afblijven?

De grote boksbond AIBA presenteerde een kledinglijn van rokken voor boksvrouwen, dit met het oog op de Olympische Spelen volgend jaar. Dan staat boksen voor vrouwen op het programma. Je zou zeggen, dat is aantrekkelijk genoeg. De wereldtop van de amateurs treedt dan tegen elkaar aan, en hoe indrukwekkend dat is hebben we kort geleden bij het EK in Rotterdam gezien. Daar schitterde Marichelle de Jong die een gouden medaille won. In rok? Nee. In broek. Gewone bokskleren. In The Wall Street Journal zei ze erover: “Als ze vrouwen in rokken willen zien, dan gaan ze maar ergens anders heen”.

Treffend samengevat.

Geen enkele vrouw gaat de boksring in om mooi te zijn. Of sexy. Ze gaat om te winnen, en dan draagt zij kleding die dat gemakkelijk maakt. Tenzij de grote AIBA de regels verandert, natuurlijk. Kunnen ze best. Vandaag zijn de rokjes vrijwillig, maar wie weet is het een week voor de Olympische Spelen opeens verplicht. Van die kekke korte rokjes, daar denken de AIBA-bobootjes nu al verlekkerd aan, en dan ook verplichte onderbroekjes, en eh… misschien een strak shirtje erbij. Je begrijpt meteen wat ze daar eigenlijk vinden over vrouwen die boksen. Met sport heeft het niks meer te maken. Want die bobootjes, o, die bobootjes!

OECKK 2011

OECKK, (21ste) Open European Championships Kyokushin Karate. Zondag 20 maart 2011, Sporthal Overbosch Den Haag. Organisatie IBK Gordeau.

Het was voor mij de eerste keer dat ik kyokushin karate wedstrijden zou zien. Ja, op YouTube staat genoeg, maar dat is toch niet het echte. Zien is voelen, zien is begrijpen. Dus was ik tamelijk vroeg in de sporthal, om vooral maar niets te missen. Om half twaalf zouden er instructies gegeven worden.  En jawel, er werd omgeroepen dat vechters en coaches naar achteren moesten. Ik ben geen van beiden, maar voor de zekerheid ging ik mee.  Om me heen veel nationaliteiten, en ook duidelijk verschillende sportdisciplines. Het was ‘open’.

Achter de schermen…

Aan de rechterkant, op de bank, Nico en Gerard Gordeau van Kamakura. Nico deed het woord in het Engels en Gerard souffleerde waar nodig. Niemand keek naar mij van wat-moet-zij-hier. Bij ADO Den Haag ben ik wel eens bekeken of ik een insect was.

Nico sprak over welcome everybody, en dat we very happy waren om er weer te zijn, en dat de jury besliste waarmee discussies dus overbodig waren. Nico: “When you win, you win. When you loose, you loose.” En ook zei hij dat het hem en de hele organisatie niks kon schelen als er niemand van Kamakura zou winnen, het ging erom dat het honest was. Iedereen luisterde en knikte op het juiste moment. Nu zijn dat ook geen broers die je even tegenspreekt om te zien hoe het valt. Honbu (hoofdkwartier) Kamakura houdt van duidelijkheid, en die verschaffen ze bij voorkeur zelf. Die dag zou ik ook Kamakura Katwijk in actie zien, en Kamakura Iran. Zelfstandige vestigingen, maar wel volgens de Kamakura-gedachte van inzet en winnen.

Na de speech begon het. Indrukwekkend hoe iedereen in een hoek om de ring stond en groette. Een minuut stilte voor overleden dierbaren en de mensen in Japan. Dan de voorbeelden in de ring wat allemaal niet mocht. Ja, als het dan nog mis gaat. Maar dat ging het niet. Hoe hard deze vorm van karate ook is, het verliep allemaal gedisciplineerd. Slechts een paar keer zag ik iemand een nanoseconde na de tijd nog willen uithalen. Bijna alles is gefilmd door FightStar Tv. De wedstrijden waren opgezet volgens het toernooi systeem, dus de uiteindelijke winnaars hadden verschillende wedstrijden op dezelfde dag gedaan, vanaf het begin, de halve finale en dan de finale.

Bij de ingang waren saffraangele thirts te koop, waarvan de opbrengst evenals de toegangsgelden naar de Stichting KiKa ging, Kinderen met Kanker. In de laatste Ring Sports zei Gerard Gordeau daarover: “We doen dit al jaren op deze manier. Kijk naar ons. Gezonde, grote sterke mannen. Kunnen hiermee iets terugdoen voor kinderen met kanker. Vind ik eigenlijk wel het minste wat we als sterke sportmannen kunnen bijdragen.”

Hout van Wout

Een a-commerciële inzet dus, met hulp van vrienden en veel sponsoren. Wat heb je dan zeker nodig? Hout van Wout, die 150 planken had geleverd. Ik zag ze staan en vond het nogal veel, maar toen ik later Priscilla Lambrechts (Sportschool Da Graça) stapeltjes achter elkaar zag doorslaan, leek het me opeens weinig.  Naar Priscilla bleef ik kijken tot ze uit de wedstrijden lag. Scherp, geconcentreerd en heel goed in de breektesten. Bij gelijke eindstand (“hikewake”) moeten beiden een aantal plankjes hout breken. Zelf beslissen hoeveel, dat is dan meteen een karaktertest: ambitie versus realiteit. En daarbij inschatten hoeveel plankjes de tegenstander kiest. Ik zag iemand zijn knokkels pijn doen toen de vijf plankjes weerstand boden. Oei. Dus, zie eens goed te kiezen. Priscilla kon het. Hieronder breekt ze drie plankjes met haar elleboog, dat heet Empi.

Ja, ik hing al snel bij de ring te filmen. Dat hout breken bleef me de hele dag boeien, en nu wil ik het zelf ook kunnen, dat wil zeggen een plankje is voor mij vast genoeg.

Michel Meuldijk

Geleidelijk kwam ik er een beetje in, wat ook kwam door een behulpzame scheidsrechter die af en toe wat uitlegde over de wedstrijden. Altijd fijn als je voor het eerst ergens komt. Hoe meer de dag vorderde, hoe meer ik begon te zien. Vooral bij Michel Meuldijk, ook van Sportschool Da Graça, raakte ik meegesleept, iedereen in de volle sporthal trouwens. Een kolos van een man, hard en snel als een machine, die soms in de ring zichtbaar moe stil stond, uitgeput, wat hem weer menselijk maakte.  En dan ging hij toch weer door.

De wedstrijden volgden elkaar in hoog tempo op, met slechts twee pauzes. Wie er precies tegen wie stond, weet ik niet. Precieze wedstrijdoverzichten waren niet beschikbaar. Straks komt de uitslag op de site van Honbu Kamakura. Kan ik wat gaan napluizen. Het houdt me bezig.