Hennie Thoonen

Hennie Thoonen

Hennie Thoonen heeft zijn woord gehouden. En hoe. Vorige week telefoneerde ik met de oud-zwaargewicht uit Eindhoven, die in 1970 de wedstrijd om de nationale titel verloor. Lolle van Houten won. Hennie beloofde:  “Ik zal je wat meegeven.”

Wat dat was, vroeg ik niet. Maar nu ben ik in het bezit van een collectie oude boksfoto’s, een plakboek en twee spoelen 8mm-films, vol opnames van bokswedstrijden uit de jaren ’70. “Ik heb het 40 jaar bewaard”, zei Hennie toen hij me een tas vol spullen meegaf. Hij bedoelde: dat is genoeg geweest.

Toen ik tegenover hem op de bank zat, merkte ik weer wat een geweldige vertellers boksers vaak zijn. Hennie vertelde meeslepend hoe hij in 1970 overvallen werd door een scherp boksende Van Houten.  Die was beter dan Hennie verwacht had: “Die linkse bleef maar komen, ik kon geen kant op”.  Overschakelen lukte niet meer. “Stel je voor dat er een machine is met een pin erop en die blijft op jou  schieten, de hele tijd door, van alle kanten,  waar moet jij dan heen?”  Ik ben blij dat ik het gesprek heb opgenomen.  Ruim een half uur vol details  over die wedstrijd en die tweede tussen hem en Lolle in 1972.

De twee banden in Hennie's handen

Over Hennie Thoonen valt ook nog wel een boek te schrijven. Hij is prof geworden en heeft de halve wereld gezien, daarna werd hij de trainer van fast Eddy Smulders. Ik kreeg een cd mee met een compilatie van Eddy’s mooiste wedstrijdmomenten. Indrukwekkend. Momenteel is Hennie technisch adviseur bij Golden Gloves in Eindhoven.

Dankzij Hennie Thoonen ben ik ineens een schatrijke vrouw, vooral door die twee spoelen vol 8mm-filmpjes.  Met een beetje geluk staat die titelwedstrijd erop.  Als ik ze heb laten digitaliseren, weet ik meer.  Dan kan ik hopelijk Lolle in actie zien.

Bij het bekijken  van de oude foto’s kwamen weer veel herinneringen bij hem  naar boven. Namen uit het zuiden hoorde ik, die ook door de Limburgse oud-trainer Louis Berkhof genoemd werden. Het  boksgeheugen van Nederland is verdeeld, per regio is het anders. “Onze jongens van het Zuiden”, zoals Louis een keer tegen me zei, zijn vooral daar bekend.  Ik reis nu zoveel mogelijk door Nederland en overal waar ik kom, vind ik een andere boksgeschiedenis die los staat van de nationaal bekende namen. We zijn een groot boksland, maar we beseffen het niet echt.

update 2 mei: Ik heb een adres in Den Haag gevonden dat 8mm films op dvd zet. Morgen ga ik de Thoonen Tapes erheen brengen. Duurt ongeveer een week, zeiden ze.

update 10 mei: Helaas, geen Lolle op de films.

SCM Boxing, Gentiaanstraat

SCM (Sport Club Maastricht) Boxing, dinsdag 30 maart 2010. Maastricht, Gentiaanstraat.

Gentiaanstraat, zij-ingang

Dis Paulussen met zoon Kevin (foto: Piek.tv)

Die dinsdagavond is het rustig in de Gentiaanstraat. Het is de day after, zonder dat ik de night before heb meegemaakt. Dat was de centrale training Zuid; de wedstrijdboksers zijn in in Heerlen wezen sparren. Centraal, dat wil zeggen met de Limburgia, Olympia ‘75 en boksclub de Amateur. Iedereen is flink afgemat dus vanavond gaat het een beetje rustig aan met de warming up.

Ik ben op bezoek bij SCM Boxing, Sport Club Maastricht, wat eigenlijk een boksschool is. Door de trainers, die ooit eens boksers waren bij weer andere trainers, gaat de school terug naar MBV, de Maastrichtse  Boksvereniging, die voor de oorlog ontstond. Dat leer ik uit een mooi stukje in het clubblad en later van voormalig bokser en trainer Louis Berkhof, die “al onze jongens uit het Zuiden” met mij zal bespreken. Over hem later meer. Wat een man, zeg ik alvast, bijna 80 jaar, een messcherp geheugen en top in conditie.

SCM Boxing heeft een grote locatie: twee grote gymzalen en dan nog een bar en ruimte om te vergaderen. De locatie is onderdeel van een groot scholencomplex, waarmee SCM fysiek verbonden is. Achter het spiegelwandje is een deur. Allemaal aanwas, denk ik optimistisch, al is de vereniging tamelijk groot: zo’n 150 leden waarvan een kleine tien wedstrijdboksers. Die twee groepen trainen elk in een eigen gymzaal. Recreanten beneden, wedstrijdboksers in wat nog steeds de ‘Aula’ heet. Daar, bij de wedstrijdring, zit ik die avond op een stoeltje. Kijken naar Stijn Vanderbiesen die de training geeft, praten met Dis Paulussen die straks in juni klaar is met zijn opleiding tot trainer. Vroeger heeft hij zelf gebokst. Straks is hij de tweede trainer met een Bondsdiploma, naast Jan Duits.

Dis vertelt dat SCM Boxing in 1993 is opgericht, toen de trainer van de toenmalige boksschool besloot om alleen met wedstrijdboksers verder te gaan. Dus begonnen de recreanten een eigen vereniging. Voor zichzelf. In begin was het alleen vriendschappelijk onderling trainen, en hoe gaan die dingen, die dingen breiden zich altijd vanzelf uit. Maastricht alleen al is rijk aan boksgeschiedenis, dat zie ik wel aan de vaantjes en posters die overal aan de muur hangen. Dan zeg ik nog niets over de hoeveelheid bekers en prijzen die niet meer in de vitrines passen. Al die namen, ze betekenen nergens zoveel als hier.

Inmiddels bloeit SCM Boxing alweer jaren. Ze denken aan uitbreiden met groepen voor kinderen en ouderen. Afgelopen januari hadden ze een groots boksgala en de club is aanwezig op wedstrijden. Ja, SCM heeft wedstrijdboksers. Daar hadden de recreanten weer zin in gekregen. Ze doen het goed, en Dis verwacht vooral veel van Junior Vrancken en van zijn zoon Kevin. Trainer en vader tegelijkertijd zijn, het is een combinatie die ik ook bij vader en zoon Durfornee (Quality Sport, Tilburg) zag. Tough love.

Bij SCM Boxing is de omgang tussen trainers en wedstrijdboksers vriendelijk maar daaronder ligt een fundament van ijzeren regels. Dis verwacht discipline van de wedstrijdboksers en het SCM-huisreglement telt 2 kantjes, in kleine letters past het er net allemaal op. Dat Limburgs klinkt zo zacht, maar softies zijn het bepaald niet. Uitleg in twee woorden: Arnold Vanderlyden.

Die avond staat Stijn er ontspannen bij. Hij weet dat de boksers moe zijn. Zo’n centrale training is niet flauw. Daarom bouwt hij het een beetje op, dat iedereen er geleidelijk weer in komt. Van huis uit is hij kickbokser en MMA-vechter. Overdag werkt hij bij een bank. “Om zes uur gaat het knopje op”, meldt hij monter, want dan kan de stropdas af en begint hij zijn vechtsportleven.

Later praat ik in de SCM-bar na met Dis over boksers en trainers. Hoe hecht die band kan zijn. En hoe moeilijk het voor een trainer is om ‘zijn’ bokser los te laten. Het moet, vindt Dis. Want een bokser is niet van zijn trainer, die ‘maakt’ hem niet. Een trainer moet weten of en wanneer hij een stapje terug zet: “Ik stuur Kevin straks een maand naar een andere vereniging. Als hij het ergens anders beter doet, dan laat ik hem los. Je doet het tenslotte allemaal uit liefde voor de bokssport.”

Geleidelijk komen de bestuursleden uit het kleine vergaderzaaltje. De zaak loopt goed. Groei in de club, wedstrijdboksers, en dan als een van de weinige boksscholen in Nederland een eigen clubblad. ’t Zijstepske. Ik heb me alvast geabonneerd.