Kickboksgala Kamakura Katwijk

Kamakura Katwijk, zaterdag 10 december 2011

Het was vol in het Katwijkse Tripodia, die zaterdagavond, maar het had nog voller moeten zijn. Dit jaar waren de kosten van het kickboksgala hoger geweest, de sponsoren minder in aantal en dus was de toegangsprijs hoog. Twintig euro. Nog niet een jaarsalaris, maar je zult maar als trotse ouders je kind willen zien kickboksen. Dat doen ze in Katwijk aan Zee. Gezelligheid is daar gewoon. Old skool, hoorde ik zeggen.

Dat old skool gevoel zat ook in een bepaald soort nuchterheid. Het kickboksgala organiseert Kamakura Katwijk al jaren en jaren, ze weten niet eens hoe lang. Vijfentwintig jaar? Kan. Ik zei: “Haal de burgemeester erbij, hang ballonnen op!” Maar ze waren niet zo van de balonnen. En ‘t kon ook best dat ze het al langer organiseerden. Old skool. Zonder franje.

Ze hadden het prima voor elkaar, die avond. Twintig partijen waarvan er slechts eentje niet doorging. Dat is een goede score. Broodjes, kleedkamers netjes verdeeld en eigen mensen in de veiligheid. Tel even mee: nuchtere man, vechtsporter, Katwijker. Dus het bleef nogal rustig, vanzelf. Als vrouw alleen ga ik niet zo gauw naar een voetbalwedstrijd, maar op dit kickboksgala voelde ik me veilig. De sport heeft sinds de vechtpartijen in Hoorn van afgelopen mei een flinke deuk opgelopen, wat ontzetttend jammer is. Maar een avond als dit doet dan weer goed.

Kamakura Katwijk is een van de vele satellieten van Honbu (hoofdkwartier) Kamakura, aan de Haagse Gheijnstraat. Iran kent ook een Kamakura, daarvan heb ik een paar mensen in actie gezien op het EK karate in het voorjaar. Indrukwekkend. Die mentaliteit alleen al. Ook old skool.

In Katwijk is IJsbrand Schaap er indertijd mee begonnen, dat was in de jaren ’90. Een Katwijker die in Den Haag trainde. IJsbrand was een gelovig man, wat interessant is omdat er in het streng-gelovige gedeelte van Katwijk bezwaren tegen de vechtsport schijnen te bestaan. Daar zou ik graag meer van weten, hoe dat zit. Enfin, IJsbrand emigreerde en nu is Wim van Rijn het hart van de club. Een hechte club, met weinig verloop. Wie komt, blijft meestal. Zo’n zestig, zeventig leden zijn er, de meesten zeker tien jaar lid.

Voor Wim van Rijn was het een bijzondere avond. Zijn zoon (ook een Wim) ging voor de allereerste keer de ring in. Tegen een clubgenoot. Twee weken geleden was hij twaalf jaar geworden. Hier is de eerste ronde:

Rode hoek: Wim van Rijn tegen (blauwe hoek) Sven van Duijn. Eerste ronde (3×1 minuut), jeugd. Alleen eerste ronde.

Wim junior verloor, maar hield het enthousiasme goed vast. Volgende keer beter. Zo gaat dat.

De avond verliep met nauwelijks een smetje. Wel was er even wat onrust toen een club vervelend dreigde te worden. Katwijkers grepen in, de organisatie schrapte de uitnodiging voor het volgende jaar, klaar. Geen softe toestanden met gesprekken voeren en tweede kansen geven. Een Kerstkaart zat er vanzelf al niet in.

Hoe de wedstrijden waren? Prima. Goed niveau. Ik stoorde me soms aan al te schreeuwerig publiek, maar dan ging ik even pauzeren in de kleedkamer. Het was een goede avond. Maar ik ben wel nieuwsgierig, wat er vanuit christelijk oogpunt voor bezwaren bestaan tegen het kickboksen. Jeugd die aan regels gehoorzaamt, respect voor een scheidsrechter, tegenstanders een hand geven, daar kun je toch alleen maar vóór zijn?

Op expeditie

Een kleine twee weken geleden zag ik een klassiek bloemkooloor. De eigenaar was een Poolse bokser-worstelaar die ook aan jiu jitsu deed.  Helaas mocht ik geen foto van maken, maar wel eraan zitten. Dat deed ik dus. Het oor voelde dik aan, keihard ook, met al die dikke rimpels erin. Pijn deed het niet, ook niet toen ik kneep. Bloemkooloren ken ik uit boksverhalen over de tijd voor de oorlog. Ik wist niet dat ze nog voorkwamen. “Door het worstelen,” zei hij, “zonder oorkappen.” Hij was lid van worstelvereniging Simson KDO, maar oorkappen gebruiken ze geloof ik nergens in worstelland.

En zo had ik weer een verband gevonden tussen boksen en worstelen. Historisch zijn de sporten verwant, en nog steeds lopen ze een beetje in elkaar over. Bij de sportschool van Bert Kops in Amsterdam natuurlijk helemaal; daar kun je boksen en worstelen. Bert Kops senior heeft handenvol worsteltitels op zijn naam staan.

Zo kom ik via het boksen in verwante werelden terecht. Ik ben op expeditie. Dus maakte ik voor het overzicht een nieuwe site Hoekvrouw2.nl Over vechtsport en krachtsport. Afgelopen zondag was ik bij het Nederlands kampioenschap bankdrukken. In Alkmaar.  Daar merkte ik ook hoe goed bij bokswedstrijden geregeld is. Wij hebben bijna altijd mooie wedstrijdoverzichten met naam van de bokser, gewichtsklasse en vereniging. Afgelopen zondag vroeg ik naar zo’n overzicht en men keek mij aan of men water zag branden. Was er niet. Hadden ze niet. Kwam nog wel eens online. En ik dacht, mensen, het is een Nederlands kampioenschap, doe daar iets mee.

Ik filmde onder andere Torben Olsen: 21 jaar en 103,5 kilo’s wegende.  Hij telt daar als ‘junior’. Torben zag ik 210 kilo omhoog tillen. Als kind wilde hij al krachtsporter worden, maar zijn ouders hadden liever dat hij naar judo ging. Uiteindelijk kwam hij toch waar hij zelf wilde zijn. Lees maar.

Vorige week zondag was ik bij OECKK, de Europese kampioenschappen Kyokushin Karate in Den Haag. Hard, hoor. Mooi ook. Kijk hier. Wie kwam ik daar tegen? Louis van Sinderen (Haagse Directe), met wie ik over Cubaans boksen sprak. Hij was er met René Prins, die bokslessen bij Dojo Kamakura volgde, zijn comeback wedstrijd won en nu hard traint in Purmerend bij Michel van Halderen. René was 18 kilo lichter dan de laatste keer toen ik hem zag. Onherkenbaar. Zijn laatste wedstrijd heeft hij mooi gewonnen en als er een NL-titelwedstrijd komt, kan hij zo de ring in. Je vraagt je af wat het geheim van Purmerend is, wie daar traint doet het goed, heel goed zelfs.

Op de site van bokser/trainer Albert Groen staan ook enkele nieuwe stukjes over hem. Klik hier. Hij had geen bloemkooloor. Het mag geen obsessie worden, zeg ik tegen mezelf, maar ik  zou wel graag willen weten of er nog boksers zijn die zoiets hebben.