Wiekie Akkerman

Andries Akkerman met Wiekie's bokshandschoenen

“Dit zijn ze”, zegt Andries Akkerman. Hij houdt een paar bokshandschoenen omhoog. Duidelijk gebruikt, mooi oud met veters erin. “Deze zijn van mijn broer geweest.” We kijken er alletwee even naar. Wiekie Akkerman (1946-2004)  is weliswaar dood, maar bepaald niet vergeten. Vooral niet door zijn tegenstanders die “de wals van Friesland” in de ring hebben ontmoet. Want Wiekie stond bekend als een knokker.

Die handschoenen gebruikte Wiekie, en ook Andries, om mee te trainen, bij wijze van pads. Anderen op de boksschool hadden bijna een hekel aan deze handschoenen.  Ze deden niet altijd wat de bokser wilden, bijna of ze een wil van zichzelf hadden. Voor Wiekie was ’t geen probleem, voor Andries evenmin.

Wiekie ontdekte ik via mijn onderzoek naar Lolle van Houten (1944-2008), de Leeuwarder bokser over wie ik een boek schrijf. Zo gaat de bokswereld in Noord een beetje voor mij open, en die blijkt zeldzaam rijk te zijn aan scholen, trainers en boksers. Een schatkamer is het, op drie uur treinafstand van mijn woonplaats Leiden. Er is al veel verloren gegaan, maar gelukkig is er hier en daar nog het een en ander bewaard.

Bij Andries Akkerman trof ik tot mijn genoegen een klein Wiekie museum aan. Er hangt een vitrinekast met prijzen eens door hem

Bekers, medailles.... (deel van de prijzenkast)

gewonnen, artikelen, foto’s en ook Wiekie’s rode wedstrijdbroek. “Kijk eens,” wijst Andries vrolijk, “de bloedspatten van zijn laatste tegenstander zitten er nog op.” Ik buig me voorover om het beter te zien, en inderdaad. Donkerbruine vlekken. Je kunt niet genoeg bewaren, vind ik altijd.

Andries heeft vroeger zelf ook gebokst. Ook een keer met Wiekie op een toernooi in Den Helder, al wilde hij toen liever niet. “Ik had zes weken niet getraind. Maar Wiekie zei, je doet links-rechts en dan een opstootje. Wiekie kon heel overtuigend zijn, dus ik ging mee.” Ze kwamen alletwee terug met een beker. Gewonnen. Van zulke verhalen heeft Andries, die veel en snel kan praten, honderden op voorraad. Enkele ervan heeft hij in 2007 opgeschreven in een artikel voor Het Weekblad, dat in Leeuwarden huis aan huis verschijnt. Hieronder daaruit enkele fragmenten.

“Wiekie begon zijn bokscarrière bij de Leeuwarder boksvereniging BAV Frisia, samen met zijn boezemvriend Rudy Koopmans. Beide jongens volgden trouw de trainingen van de heer Groen, ook al ging het er soms ruw aan toe. Mede door de komst van zwaargewicht Lolle van Houten, die ook zijn entree in de bokswereld had gemaakt. Wiekie Akkerman begon samen met Rudy Koopmans wedstrijden te boksen, maar hield het na zeven partijen voor gezien.”

“Het zou tien jaar duren voordat Wiekie Akkerman de smaak van het boksen weer te pakken kreeg. Hij was inmiddels tien kilo zwaarder en maakte z’n opwachting bij ‘Ome Roel Scholten’, in zijn tijd een zeer technische bokser, die op de Tweebaksmarkt een eigen boksschool had opgericht.”

“Wiekie maakte naam, ook omdat hij de meeste wedstijden op KO besliste. Veel jongens uit het Noorden wilden niet meer tegen Akkerman uitkomen […].”

“Omdat Akkerman steeds meer last van blessures kreeg, stopte hij later met boksen. Op 29 april 2004 overleed Wiekie Akkerman en daarmee verloor Leeuwarden een karakterjongen.”

Dit krantenartikel had gemakkelijk vijf keer zo lang kunnen zijn. Dan was er ook ruimte geweest om te schrijven over Wiekie’s eigen boksschool (Boksclub Leeuwarden), enkele legendarische wedstrijden, zijn activiteiten als voetbaltrainer en als bokstrainer (vooral van René Stoelwinder) en zijn rechtlijnige mentaliteit. Hij bokste nooit voor het mooi, maar wel voor de overwinning. Dat bracht hem in de A-klasse. In 1975 zei de zwaarwelter-bokser in een interview met de Leeuwarder Courant in 1975:

“Ik ben geen type van een afwachter, ik wil direct het initiatief hebben. Ik ben geen technische bokser, maar ik heb in beide handen wel een k.o. zitten en dat is ook heel wat waard.”

Jean Pierre Houbein, Rudy Koopmans en Wiekie Akkerman.

Wiekie heeft als een van de zeer weinigen, of misschien zelfs als enige, bij drie boksscholen in Leeuwarden getraind. Bij Olympia, de school die begin 1972 door Roel Scholten werd opgericht en die vooral dankzij Tabe Kooistra grote bekendheid verwierf. Bij BAV Frisia, onder de trainer Albert Groen. En dan bij zijn eigen Boksclub Leeuwarden natuurlijk.

Dat alleen al bezorgt hem een plaats in de boksgeschiedenis van Noord, en dan heb je nog zijn bokswedstrijden en de trainerstijd.  Plus, hij was de enige echte “wals van Friesland” . Iemand met zo’n bijnaam, daar wil je vanzelf alles over weten.

Afscheid Tabe Kooistra

Weer is het zaterdag. Vorige week zaterdag, op 20 maart 2010,  overleed Tabe Kooistra, de

Tabe bij de ring (6 februari 2010)

trainer en het gezicht van boksvereniging Olympia in Leeuwarden. Gisteren is hij begraven. Ik zag een bomvolle kerk met aangeslagen mensen. Het is veel te snel gegaan met die zware  ziekte, en hij kan helemaal niet gemist worden.

Tabe heb ik één keer ontmoet, begin februari was dat, tijdens de finales van de districtskampioenschappen. Eigenlijk was dat meer een boksgala voor Tabe. De hele grote ruimte van die sporthal was gevuld met liefde voor hem. Ik heb hem op het laatst van de avond een hand kunnen geven. Daar ben ik nu blij om, op een droevige manier. Want wat had ik graag met hem gesproken over het boksen in Friesland en bij Olympia. Een man met kennis van zaken, en hart voor de bokswereld, die kan wat vertellen.  Zoals hij zijn er niet veel.

Op Omrop Fryslân hoorde ik oud-bokser Reino van der Hoek vertellen dat hij de videobanden van zijn wedstrijden op dvd’s aan het zetten is. Tabe stond dan bij hem aan de ring. Dat is mooi. Hopelijk doen meer boksers dat. We kunnen Tabe niet terughalen, maar we kunnen hem wel een beetje bewaren.

Boksvereniging Joop Verbon, Utrecht

(verschenen in Helpers Weg, het blad van de Nederlandse BoksBond, najaar 2009)

Sportcentrum Verbon, Utrecht:

Ingmar en Joop Verbon

Ingmar en Joop Verbon

 

In het jaar dat Joop Verbon zijn profcarrière beëindigde, sloeg hij vastberaden een andere weg in. Hij wilde zijn liefde voor de sport doorgeven aan anderen. Dat is goed gelukt met zijn zoon. Ingmar kreeg van zijn vader boksles, deed wedstrijden en nam de school over. Nu is het Sportcentrum Verbon. Een andere naam, een andere aanpak. Maar de passie voor de sport zit even diep bij de vader als bij de zoon.

“Ik ben vrij laat met wedstrijden begonnen”, vertelt Ingmar Verbon. “Toen ik begon, was 27. Dat deed ik vooral om te weten wat het was om in de ring te staan met oog op de toekomstige begeleiding. Vijftien wedstrijden heb ik gedaan, tot de B-klasse. Soms was het spannend. Bij gelegenheid ook angstig, ja. Ik trainde bij mijn vader en bij Ricardo Limon. Dat betekende veel techniek. Veel handigheidjes leren. Een voorbeeld? Nee. Dat zou bijna onreglementair zijn.” En bovendien, maar dat zegt hij er niet bij, die kennis hoort thuis bij de Verbons die zo hun plannen hebben. Om die te realiseren rijdt Ingmar drie keer per week heen en weer tussen zijn woonplaats Zutphen en de boksschool.

Een kijkje binnen

Een kijkje binnen

“Het loopt hier uitstekend,” zegt hij tevreden. “We hebben een mooi lokaal middenin de stad. Dat huren we drie dagen per week van de worstelvereniging Olympia. We hebben een ingewikkeld lesrooster om zo efficïent mogelijk te zijn. Bij ons komen veel studenten, dat heb je met een studentenstad. Bovendien heeft mijn vader een paar jaar lang aan de universiteit lesgegeven, dus die groep weet ons te vinden.”

Hoe vader en zoon met elkaar omgaan, is mooi om te zien. In de school kennen ze hun plaats ten opzichte van elkaar. Beiden weten: Ingmar is de baas. Ze zijn, zonder dat ze het met zoveel woorden zeggen, trots op elkaar.

Ingmar vertelt dat zijn vader de eerste Utrechtse profkampioen in Nederland was en hij wijst op de oude wedstrijdposters die hij heeft laten ophangen. Op de site heeft hij een foto gezet van zijn vader, een jongen van 18 in bokshouding. Het is een eerbetoon. De vader op zijn beurt ziet dat de zoon het anders doet en dat is goed.

“Mijn tijd is geweest”, stelt hij, al is zijn ervaring nog zo welkom op de trainingen. ‘Oom Joop’, die op zijn vijftiende begon te boksen, brengt ruim 50 jaar aan kennis en kunde mee. Een verleden als wedstrijdbokser, fascinatie voor techniek en tactiek (“Ik was klein en wilde het gevecht maken. Met tactiek kon ik dat doen”) en een onbegrensde interesse voor de sport. Ingmar noemt de kennis van oudere trainers ‘human capital’.

Zoiets typeert de twee: ze delen het respect voor de traditie, waarbij Ingmar ook met een zakelijk oog naar het boksbedrijf kijkt. Olympische Spelen “We hebben ongeveer tien wedstrijdboksers waar we wat van verwachten. Die gaan we na de zomer in de ring brengen. Daar zetten we ons voor in, maar we blijven ook inzetten op de recreanten. Als je alleen van wedstrijdboksers moet bestaan, dan word je een klein clubje hoor. Dan kun je niet zien waar het nieuwe talent zit. Onze school loopt goed dankzij de recreanten. Die staan voor ons op de eerste plaats. We zien ze ook als een soort visvijver voor talent.”

VerbonSchoolbord

Schoolbord in de hal

Of de nieuwe wedstrijdboksers van Verbon straks ook naar de Olympische Spelen gaan, is een moeilijke vraag. Ingmar zegt eerlijk: “De methoden in Nederland zijn daarvoor niet up to date genoeg. Vergeleken met de echte boksnaties als Cuba, de Oekraïne en Rusland komen we steeds tekort. Ligt dat dan aan die bokser? Een deel ervan is toe te schrijven aan de trainer. We hebben dus iets anders nodig om de top de halen. Een deskundige bondscoach? Een goed achtjarenplan? Het is zo jammer dat er geen geld voor is. Daar maak ik me zorgen over. Aan de andere kant, wij kunnen goed organiseren. En ik signaleer dat steeds meer verenigingen eigen plannen gaan ontwikkelen.”

UBV (Utrechtse Boks Vereniging) Joop Verbon en Sportschool Joop Verbon. Beide opgericht in 1975, door Joop Verbon. Sinds 2001 eigendom van zoon Ingmar Verbon.

Gediplomeerde trainers: 5

Hoogste verwachting van wedstrijdboksers: Hichan en Davy

Aantal wedstrijdboksers: circa 10

Aantal recreanten: circa 270

Contact: www.verbon.biz/