Karate kijken

Deze column verscheen eerder in2012 bij Haagse Topsport.nl

Noteert u even: zondag 18 maart 2012, vanaf 12 uur. Dan begint in Sporthal Hellas de 22ste OECKK. Hoe zegt u? Open European Championships Kyokushinkai Karate. Ja, daarom zeggen we dus OECKK. Iedereen mag meedoen, maar je bent gek als je zomaar de ring instapt. Ik ga erheen. Om te kijken.

Karate op dit niveau en op deze manier zie je weinig in het Haagse. Een keer per jaar dus, dankzij de organiserende sportschool Kamakura. Vorig jaar ging ik uit pure nieuwsgierigheid kijken wat het was. Hoe ze deden. En of er net als in de film planken hout doormidden geslagen zou worden, met schreeuwen in het Japans erbij. Dat laatste gebeurde, en hoe. Drie, vier planken, met de hand, de elleboog, op manieren waarvan ik dacht, dat gaat mis. Maar nee hoor. Vooral de karateka’s uit Iran leken zowat dagelijks stapels hout te breken. Nog voor het ontbijt, zeg maar. Dat nonchalante.

Het leuke is natuurlijk dat open karakter. Dat raakt een gevoelige snaar bij veel vechtsporters. Je eigen sport superieur vinden, dat ligt voor de hand. Zal je ooit iemand met zwarte band taekwondo horen zeggen: “Wat wij doen is leuk hoor, maar boksen, dat is het echte werk”. En boksers hoor je ook nooit zeggen dat jiu-jitsu pas echt wat doet met mensen.  Ieder voor zich denkt: wij zijn de beste, in conditie, met inzet, door onze mentaliteit, onze sport heeft ons gemaakt tot wat en wie  we zijn.

Met die gedachten ben je hartelijk welkom in de ring van de open kampioenschappen. Tenminste, zolang je je aan de karateregels van die dag houdt. Elk jaar zijn er weer nieuwe gezichten die vol zelfvertrouwen naar de instructies vooraf luisteren. Deze technieken verboden, deze technieken toegestaan. Vorig jaar was er een kickbokser uit Polen, gekleed in een lange sportbroek, die uitstraalde dat hij dit wel even ging winnen. Een uurtje later was hij dankbaar voor een simpel broodje kaas. Ja, zo’n dagje in het Haagse kan heel vormend zijn voor je karakter.

Dus daar verheug ik me op. Die openbare studies in nederigheid, en dan het hele internationale gebeuren. Er komen vechtsporters uit Roemenië, Denemarken, Frankrijk, Hongarije , Italië, en ga zo maar door, de lijst is lang. En daartussen hoor je dan onvervalst Haags klinken, vooral als er iets snel dient te gebeuren. Geinig. De broodjes kaas liggen zondag in hoge stapels klaar.