FFMAN Haagse Directe 2010

FFMAN: Food Fight Music All Night. Haagse Directe, zaterdag 20 november 2010, in Den Haag.

De flyer ziet er even mooi uit als vorig jaar: klik erop om de grote versie te zien.  En het belooft weer een geweldige avond te worden. Vorig jaar was ik erbij: overweldigend veel indrukken en veel goede wedstrijden.  Richel Hersisia stond toen in de ring, na zijn klinkende overwinning op het Ben Bril Memorial eerder dat jaar. Kijk eens bij Piek.tv voor de foto’s, zo gezellig en goed georganiseerd als het eruit ziet, was het ook. Dit jaar weer. Er groeit een mooie traditie in het Haagje.

En ik mocht posters ophangen van mijn boek over het tienjarig bestaan van Haagse Directe, dat een maand of wat later verscheen. Dat is nog altijd te koop, overigens.

Dankzij het ondoorgrondelijke toeval zit ik dit jaar helaas aan de andere kant van het land: in Friesland. Op diezelfde avond vindt in Leeuwarden het Lolle van Houten Memorial plaats, en dan is ook de presentatie van mijn boek over die bijzondere bokser. En omdat ik nog geen helicopter heb, moet ik kiezen…

Wat ik wel deed, was voor de krant Den Haag Centraal een paginagroot artikel schrijven. De krant verschijnt in Den Haag en heeft een sterk accent op kunst en cultuur. De meeste lezers en lezeressen hebben nog nooit een voet in een boksschool gezet.

Den Haag Centraal,  donderdag 18 november 2010

Met foto's van Piek.tv

Voor de derde keer op een rij beleeft de Hofstad het grote gala van boksvereniging Haagse Directe. Een oude loods in de Binckhorst verandert in het decor voor een evenement zoals de meesten dat alleen van Amerikaanse films kennen. Een echte wedstrijdring, de geur van dampend zweet, ringspeaker Jeffrey Huff in glamourpak met bijbehorende zwarte lakschoenen, en paraderende sexy rondemissen. Zaterdag 20 november vult het gebouw van De Besturing zich met honderden bezoekers. “Maar er gebeurt veel meer behalve boksen”, zegt bokstrainer Chris van Veen. Hij organiseert met een kleine groep vrijwilligers uit de boksschool het Food Fight Music All Night, zoals het boksgala heet, kortweg FFMAN. Drie jaar al, een jonge traditie.

Haags boksen met Amerikaanse allure

Boksschool Haagse Directe vormt met Houwaart de enige twee boksscholen die de stad rijk is. Terwijl bij Houwaart ook kickbokslessen worden gegeven, draait het bij Haagse Directe alleen om boksen. Dat is vanaf het begin zo geweest; een kort experiment met deze sport werd na overleg met de vechtsporter Gerard Gordeau (Kamakura) beëindigd. “Kickboksen is een andere wereld,” zegt Chris van Veen, “FFMAN is dan ook geen vechtsportgala zoals je in Amsterdam hebt. Eerder een feest, met muziek en uitgebreid eten”. Terwijl grote organisaties gemakkelijk een cateringbureau bellen, komt vrijwel alles hier uit eigen kring. In Haagse bokskringen zijn de Italiaanse gerechten beroemd van Sandro Bruti, de ‘trattore Italiano’ bokser. Dit jaar komen er Iraanse toverballen bij van een andere kok-bokser: “Gegeten bij Leo Liftah. Hij maakt met Mohammed Jassim voor het FFMAN 250 stuks, tegen kostprijs van de ingrediënten. We zijn er eigenlijk allemaal bij betrokken”. OntwerperHans Pols coördineert de rondemissen en de muziek, Bo Wiesman is die avond hoofd van de bar, Camiel van Vught fungeert al centrale veiligheidsman, Hans Nordmann het hoofd facilitair en daarbij komen dan nog de vrijwilligers. Allemaal boksers. Dan zijn er ook dj’s die tot in de kleine uurtjes draaien, maar de kern van de avond is en blijft het boksen.
Zaterdag staan er maar liefst 17 wedstrijden op de rol, dus 34 boksers gaan dan de ring in. Dat is heel wat, en de matching is dan ook tot op het laatste moment spannend geweest. “We kijken eerst naar onze eigen boksers. Wie kan, wie wil, en wat de jonge beginnende wedstrijdboksers betreft, kijken we ook of ze er klaar voor zijn. Daarna gaan we bij boksverenigingen in de regio en daarbuiten een tegenstander zoeken. Dat moet in evenwicht zijn. De gewichtsklasse telt, en ook het aantal wedstrijden dat iemand gebokst heeft. Heeft een mogelijk geschikte tegenstander veel gewonnen op knock-out, dan aarzelt Chris van Veen: “Ik ga niet matchen om maar een partij te kunnen hebben. De gezondheid van onze bokser staat voorop”. Het resultaat is ernaar: de balans is in evenwicht. Opvallend zijn de eerste twee boksers: Diyar Imak en Souhail Isssaouni komen voor de eerste keer in de wedstrijdring. “Dat wordt spannend. Het zijn jongens van 16 jaar dus je weet nooit wat er kan gebeuren. Ze willen graag en op de trainingsavonden zijn ze goed”. Maar als je voor eigen publiek staat, in een felverlichte ring waaraan persfotografen hangen, en wanneer je dan de blik in de ogen van je tegenstander ziet die zegt ‘ik ga jou verslaan’, dan is dat opeens heel anders dan sparren in je eigen boksschool. De ring maakt de bokser, dat is zeker. En de ervaring. Vorig jaar kwam jeugdsportcoördinator Mark van den Boogaard voor het eerst in de ring. Hij was zo gespannen als een dun trommelvel, maar hij wist overtuigend te winnen. Dit jaar heeft hij de eervolle slotpartij. Hij staat tegen de sterke Remco Valkenburg van de Rotterdamse boksschool ‘I Believe’. Dat is ook typisch FFMAN: een podium geven aan veelbelovende Haagse boksers, zodat ze zich kunnen ontwikkelen tot wedstrijdbokser.

Grote namen
TV West volgt de Haagse boksclub op de voet. Dit jaar is Erik Kooyman weer aanwezig met zijn camera. Eerder maakte hij met Marco Markovsky en Thijn Teeuwissen de documentatie Oud Zweet, waarin Haagse Directe boksers nog eenmaal terugkeerden naar de oude boksschool van John Kristalijn. Oud Zweet werd begin dit jaar bekroond met een NL-Award. Kooyman volgt nu naast twee andere sporters het Haagse bokstalent Erdinc Cetin, die ook op het FFMAN in de ring komt. Erdinc, die door crack Reinier van Delden getraind wordt, maakt kans om in 2012 naar de Olympische Spelen in Londen te gaan. Andere grote namen uit de stad worden ook verwacht, zij het als toeschouwer. Naar de aanwezigheid van profbokser Richel Hersisia kijkt de club uit. Hersisia is momenteel herstellend van een oogoperatie, maar hoopt aanwezig te kunnen zijn. Johan Visscher zal er zijn, als A-klasser boksend op het hoogste niveau. Voormalig Nederlands kampioen zwaargewicht Fred Westgeest heeft ook een uitnodiging ontvangen. Zo zijn er meer, want Den Haag is evenals Rotterdam en Amsterdam een boksstad met een rijke historie.
Oudere Hagenaars en Hagenezen kunnen de bokspaleizen uit het verleden moeiteloos beschrijven. Je had indertijd de Oude Dierentuin, waar in de jaren ’50 de legendarische Bep van Klaveren nog gebokst heeft. Amicitia, de Houtzagerij, namen die op de boksposters vaak voorkomen. Stuk voor stuk mooie gebouwen, die helaas gesloopt zijn. Dat lot blijft De Besturing hopelijk bespaard, want de sfeer past naadloos in de traditie van het Haagse boksen.
Die traditie kent ook vergeten zonen. Nauwelijks is nog bekend dat Den Haag een van de eerste bokskampioenen van Nederland heeft voortgebracht. Pieter Toepoel behaalde in 1902 en in 1903 in respectievelijk het weltergewicht en middengewicht de nationale titel. In 1911 was hij zelfs een van de grondleggers van de Nederlandse Boksbond, die volgend jaar het honderdjarig bestaan viert. In deze tijd leidde hij zijn eigen boksschool ‘Toepoels Modelinrichting’, gevestigd in de Johannes Camphuysstraat, een boksschool die tot ver in het buitenland aanzien genoot. Den Haag eert de grote Toepoel door zijn naam te geven aan een straatje dat haast niemand kent.

Kickboksen
De jonge boksers hebben geen boodschap aan een traditie. Ze willen de ring in en als het even kan geld verdienen. In de bokswereld zit nauwelijks geld, zelfs profboksers verdienen weinig. Maar al valt er bij het kickboksen flink geld te verdienen, toch staan de boksscholen avond na avond vol. Daar leer je immers het echte boksen, de moeder van de andere vechtsporten. Of je nu uiteindelijk gaat kickboksen, of K1 gevechten wil doen waarin Nederlanders uitblinken, zonder een goede bokstechniek ben je nergens. Bij Haagse Directe trainen dus ook kickboksers die daar voor het boksen komen. Ook K1-vechters trainen er, zoals de beroemde Roemeen Daniel Ghiţă die op 11 december in Tokyo een grote finalewedstrijd heeft. Chris van Veen: “Ik weet niet of het tegen te houden is dat goede boksers voor het geld naar het kickboksen gaan. Als je ’s avonds een wedstrijd bokst, kun je de volgende dag gewoon naar je werk. Met kickboksen heb je door de trappen meer kans op blessures waardoor je niet kunt werken. Voor dat risico betalen ze dan. Dat is dus niet zo raar. Bij ons is animo genoeg voor het boksen, ik kon gemakkelijk vier, vijf partijen erbij maken. Maar het programma is op een gegeven moment vol”.

Rondemister
Relatief nieuw in de wat behoudende bokswereld is het verschijnsel van de rondemister. Is er tussen de rondes van de herenpartijen een rondemiss die een bordje met het nummer van de nieuwe ronde toont, tussen de damespartijen verschijnt er tegenwoordig een rondemister. Want ja, eerlijk is eerlijk. Op het recente Ben Bril Memorial in Amsterdam verscheen rondemister Bart in de ring, en op het EK Vrouwenboksen dat volgend jaar in Rotterdam plaatsvindt, worden meer rondemisters verwacht. Ook het FFMAN gaat mee met de trend: “We hebben twee damespartijen en dus hebben we ook een rondemister. Een neef van de rondemiss. Ik vind het leuk, maar dan alleen voor het vrouwenboksen. Niet dat een man tussen de rondes van de mannenpartijen met een bordje gaat lopen”.
Al met al belooft het een groot boksfeest te worden, daar in de Besturing. Een beetje traditie, een beetje modern, veel eten en meeslepende muziek. Het derde jaar op een rij, zonder een cent subsidie, en alle handen van de boksschool die licht werk maken. Behalve dan in de ring, waar zeventien Haagse boksers elke minuut van hun wedstrijd voor de overwinning zullen vechten.


Haagse zwaargewichten (artikel)

(Gepubliceerd in Den Haag Centraal, 20 mei 2009)

Maandagavond was het druk in boksvereniging De Haagse Directe aan de Newtonstraat. Zwaargewichten Richel Hersisia en Fred Westgeest stonden voor het eerst sinds tijden tegenover elkaar in de ring. Twee bekende boksersnamen in Nederland en zeker in Den Haag. Westgeest, voormalig Nederlands kampioen (1994), heeft een profcarrière van 7 jaar achter de rug, waarvan 25 wedstrijden gewonnen en slechts 4 verloren. Hij stond tegenover Hersisia alias ‘the Dutch Sonny Liston’, oud-titelhouder WFB wereldkampioen, en in training voor het Ben Bril Gala in oktober.

“bijzondere zwaargewichten in de Haagse Directe”

Het was een groot besluit voor Fred Westgeest om na een lange afwezigheid terug te gaan naar de Haagse Directe. Alleen om te sparren, dus geen wedstrijd, maar toch. Evenzogoed sta je in de ring tegenover een ander die net zo naar jou kijkt als jij naar hem.

“Boksen is hard,” zegt Westgeest. “Dat blijft. Ik vond het een moeilijke stap. Je bent jaren met die sport bezig geweest en dan sta je opeens weer in een ring. De druk van de wedstrijd was er niet maar het heeft wel veel impact. De nacht erna was ik geestelijk aan het naboksen.”

Het lijkt of er, na de afsluiting van zijn boksloopbaan, veranderingen op komst zijn. Fred droomt ervan de sportschool van Harry van der Hulst (Wassenaar) over te nemen, ooit, als Harry stopt en natuurlijk als zijn dochter het niet overneemt. “Pas dan kan ik mijn beroep ervan maken”, zegt Fred beslist. “Nu gaat dat niet.” Hij heeft een vriendin en een zoontje dat net één jaar is geworden. Daar wil hij bij zijn.

Maar het boksen laat hem niet los. Dat hij geen wedstrijden meer gaat doen, is evenwel zeker: “Die druk hoef ik niet meer terug. De nacht voor de wedstrijd sliep ik altijd beroerd, je denkt dat je doodgeslagen gaat worden. Ja, als de wedstrijd voorbij is dan denk je daar niet meer aan. Vooral niet als je hebt gewonnen en ik won meestal. Ik moest van mezelf altijd winnen, ik legde de lat heel hoog. Dat was een zware druk. Nu hebben ze allemaal een team met psychologische begeleiding maar in mijn tijd dachten ze daar niet aan. Na de wedstrijd stond ik weer te metselen, net zoals ik nou nog steeds doe.”

Toen hij in 2002 afscheid had genomen van de bokssport, hoefde Fred niets meer met boksen te maken hebben. “Drie jaar lang heb ik me ervoor afgesloten. Op een dag liep ik weer een boksschool in en alles was er nog, de techniek, de kracht en de motivatie om te winnen.” Een beetje trainen, een beetje sparren, verder ging het niet, Westgeest bleef afstand houden.

Tot kort geleden Chris van Veen van de Haagse Directe opbelde. Of hij kwam sparren met Richel Hersisia. Wat zeg je dan? Een tegenstander van formaat, en een bekende. Hersisia maakte in 2001 zijn debuut als prof op een boksgala dat ter ere van Westgeest was georganiseerd. Sindsdien waren ze elkaar op wedstrijden tegengekomen. Tussen hen bestaat een paar jaar verschil. Beide harde boksers, meestal winnend door knock out. Westgeest ging en stapte de ring in.

In de ring
Het is imponerend om de twee tegenover elkaar in de ring te zien. Ze zijn groot, sterk en duidelijk van plan zich te laten gelden. Elkaar niets toe te geven. Hersisia gaat meteen los, plaatst hard en raak combinaties van stoten. Chris van Veen vermaant: “Elkaar niet raken!” Hersisia, quasi-verontschuldigend: “Ik wil kijken wat hij heeft.” Westgeest en Hersisia draaien om elkaar heen. Nog is het plagen, een schijnbeweging uitproberen, kijken of de ander hapt. Het leuke verdwijnt wanneer het aftasten voorbij is.

Dan zijn ze serieuzer, meer geconcentreerd. Westgeest zweet snel, hij heeft last van zijn overgewicht, maar alles wat hem aan de top bracht heeft hij nog paraat: het voetenwerk, de combinaties, de snelheid waarmee hij reageert. Alleen de conditie laat te wensen over. Dat is een kwestie van tijd; hij gaat tegenwoordig om de dag hardlopen. Hersisia en Westgeest sparren, maar tijdens het sparren zal iemand de beste zijn. Of de snelste. De sterkste. In elke ronde is dat een ander, ze zijn aan elkaar gewaagd. Dat ze in een boksschool staan, zijn ze vergeten. Ze zien alleen elkaar. Dat de trainers combinaties omroepen in de zaal, gevuld met boksers en recreantenboksers, dat lijken ze niet te horen, maar toch volgen ze die aanwijzingen op.

Links rechts. Hoeken erbij. Alleen linkse directe. Duiken, twee keer, dan de ander. Stoten op de maag. Let op je voetenwerk. Hou je verdediging gesloten. Snel instappen, stoot zetten, en weer weg. Hier ziet alles er zo natuurlijk uit, dat de boksers in de tweede ring ophouden met trainen en in de touwen gaan hangen om te kijken. Dit zien ze niet vaak bij de Haagse Directe. Later zal Fred Westgeest zeggen: “Hersisia weet wat ik voel. Hij weet alles. Ik kan met hem lezen en schrijven. Wij zijn de enige twee zwaargewichten van Nederland die aan elkaar gewaagd zijn. Tussen ons bestaat er rivaliteit. Een vijandschap, maar op een sportieve manier.”

Het sparren gaat steeds harder en sneller. De vloer van de ring ligt vol met druppels. Ze geven elkaar niets toe. Dan gaat de bel. Pauze.

Tough love
Tegelijkertijd met Fred stapte een nieuwe generatie Westgeest de boksschool binnen. Zijn neef, Robin Westgeest (16), komt ook trainen en gaat natuurlijk met zijn oom sparren. Fred houdt zich een beetje in, maar evenzogoed blijft zijn rechte directe hard. Het is tough love. Oom aait niet. Weer komt die rechtse directe en dan moet Robin het beter doen. Duiken om de stoot van je tegenstander te ontwijken.

“Kijk zo”, doet Fred voor, “kom op”. Robin wil later wedstrijden vechten, maar eerst komen de schoolexamens. Daarna kan hij vaker trainen en dan, wie weet. Het leven van een profbokser stelt hoge eisen aan een mens. Intussen leert hij hoeken zetten van oom Fred. Robin kijkt en luistert. Tegen Hersisia stapt hij nog even niet de ring in.

Scherp blijven
Richel Hersisia woont in Den Haag maar is in Nederland nauwelijks te zien als bokser. De laatste keer was in 2005, waar hij in Rotterdam won van Vitaly Shkraba door knock out in de zesde ronde. Hij wint vrijwel altijd, en daardoor heeft hij een indrukwekkend aantal titels op zijn naam staan, op nationaal en internationaal niveau. Wie op dat hoge niveau wil blijven winnen, moet scherpte behouden en daarvoor heb je goede tegenstanders nodig.

Hersisia vindt die nauwelijks in Nederland: “Er is hier niemand op mijn niveau met uitzondering van Fred Westgeest. Vorig jaar september heb ik mijn hand gebroken, daarna heb ik een tijdje weinig getraind om te kunnen herstellen. Dat is gebeurd”. Nu traint hij sinds afgelopen maandag op de Haagse Directe: “Voor conditie en souplesse. Als het gevecht dichterbij komt, heb ik jongens van mijn niveau nodig, om me scherp te maken. Ik wacht ook af hoe Chris mij trainen wil. Een trainer moet corrigeren, aandacht geven. Dat gaat niet samen met tegelijkertijd lesgeven”.

Het boksleven in Nederland staat in schril contrast met het luxebestaan dat voetballers leiden. Verdient een linksbuiten bij FC Volkstuintje al snel een ton per jaar, een topbokser als Hersisia heeft er noodgedwongen een baan naast.

“Veertig uur per week”, zegt hij rustig. “Als je grote gevechten hebt, neem je een paar weken vrij zodat je helemaal kunt concentreren. In het begin van mijn carrière had ik een contract in Denemarken, terwijl ik hier mijn baan had. Als ik naar Denemarken vloog, sloeg ik ze er toch allemaal uit.” Hoe dan ook, het blijft erg jammer voor boksland Nederland dat profs naar het buitenland moeten uitwijken. Hersisia vertelt over trainingsmaanden in Duitsland, over tegenstanders zoeken in heel Europa en dan heeft hij het nog niet eens over Amerika.

“Weet je,” zegt hij, “het is niet zo dat ik vroeger plannen maakte om de wereld te veroveren. Je begint met boksen omdat je hart daar ligt. Wanneer je ziet dat je talent hebt en het lukt je om te winnen, dan ga je verder. Zo heb ik het gedaan. De promotors van het Ben Bril Gala willen me hebben omdat ze het kaliber van mijn tegenstanders hebben gezien.” En dat van hemzelf, maar dat zegt hij niet hardop. Wat volgt er daarna? Hersisia zwijgt. Kalm aan met die vragen.

Volgende week is hij weer op de Haagse Directe, misschien met Fred en zeker met de anderen die daar ook trainen.

Nieuw zweet
De Haagse Directe is, om precies te zijn, de vereniging De Haagse Directe. Hier trainen sinds bijna tien jaar boksers. Om wedstrijden te doen, zeker, maar ook om het plezier in de sport, uit recreatie dus. Binnen de muren van de vereniging gaat dat goed samen. Lesgeven en trainen bestaat naast elkaar, dat is de democratie die er heerst sinds de eerste dag. Dat is meegenomen van de legendarische boksschool van John Kristallijn, waar vooral veel (voormalige) wedstrijdboksers vandaan komen. Ook Westgeest en Hersisia trainden daar. Die boksschool bestaat helaas niet meer.

Kortgeleden zond TV West een documentaire uit over boksers van de Haagse Directe die nog één keer teruggingen naar de school van Kristallijn. “Oud Zweet” heette de documentaire waarin de oude glorie herleefde. Een mooie titel, die uitnodigt om het vervolg te maken: ”Nieuw Zweet”, dat afkomstig is uit de Newtonstraat waar de Haagse Directe zit. Waar behalve mannen als Fred Westgeest en Richel Hersisia, iedereen welkom is die de boksport liefde toedraagt.

I.M. John Kristalijn (artikel)

(volledige versie van artikel in Den Haag Centraal,  11 juli 2009)

Er ging een schok door de Haagse bokswereld toen bekend werd dat John Kristalijn overleden was. Zijn dood sluit het tijdperk Kristalijn af, dat zoveel betekend heeft voor het naoorlogse Haagse boksen en daarmee voor het boksen in Nederland.

John begon als bokser, maar hij was vooral trainer, promotor en manager van ‘zijn jongens’. Die dragen herinneringen met zich mee aan een bijzondere man, vol temperament, zeker als het om de bokssport ging.

“In ’57 ben ik met boksen gestopt, en in ’59 ben ik in Den Haag een eigen zaak begonnen, een electronische groothandel. Daar was ik een jaar of tien mee aan de gang en toen kreeg ik personeel. Ik denk, nu wordt het eens tijd om aan mezelf te denken. Toen ben ik een cursus gaan doen voor boksinstructeur”. Woorden van John Kristalijn zelf, afkomstig uit het mooie boek van Evert-Jan Mulder, dat over de legendarische boksschool gaat. (Uitgeverij De Nieuwe Haagsche).

Als trainer invallen bij een andere school bracht John Kristalijn op het idee voor zichzelf te beginnen: “Toen ben ik begonnen aan de Dunne Bierkade, in 1969. Na twee jaar trainen hadden we acht nieuwelingen-kampioenen van Zuid-Holland. Is nooit meer gebeurd daarna. Zulke stukken in de krant”.

Zo begon de periode Kristalijn. Met een enorme inzet en met resultaten. In 1975 verhuisde de school naar de Galileistraat waar Kristalijn met zijn rechterhand Herman Rozemulder de ene na de andere kampioen voortbracht.

Herman: “Hoe dat kon? Omdat Kristalijn veel verstand van boksen had en wist hoe hij mensen kon motiveren. De meeste trainers maken de fout om iemand te leren boksen zoals zijzelf boksen. John keek naar de sterke punten van iemand en leerde daarop stoten aan, die ze dus goed konden gebruiken. En mensen aan de gang houden, dat kon hij ook goed. Als je won, moest je drie, vier, vijf keer per week komen trainen. Hij was een man die zei wat hij wilde. Voor sommigen kwam dat hard over, maar als je het met hem kon vinden, was het een geschikte man. Met humor ook. Voor zijn boksers was hij een oprechte vent, als hij aan de ring stond hadden ze allemaal vertrouwen in hem.”

Veel grote namen uit het Haagse boksen van heden en verleden staan in blijvend verband met Kristalijn. Te veel om op te noemen, met kampioenstitels op nationaal en regionaal niveau. Hij was trainer van onder andere Mourad Louati, Fred Westgeest, Mohammed El Farouni, Richard Gras, Willy van Delden, Richel Hersisia, Rob de Jong, Chris van Veen en Martin Lek. De laatste twee namen het initiatief voor de oprichting van boksvereniging Haagse Directe, waar veel boksers komen die elkaar kennen van Kristalijn.

Ze hebben van John Kristalijn hetzelfde geleerd: discipline, doorzetten, vertrouwen op de trainer. En ook: kijken naar de bokser zelf, los van afkomst, maatschappelijke positie of inkomen.

Bij Kristalijn was niemand meer als een ander. Veel boksers uit de school van Kristalijn zijn zelf trainer geworden, overwegend bij Haagse Directe. Twee van hen, Chris van Veen en Herman Rozemulder, waren de negende juli op de besloten begrafenis van John Kristallijn aanwezig.

Chris van Veen: “Hij was dag en nacht met boksen bezig, vooral het wedstrijdboksen zat in hem. Van bijna alle boksers in Nederland wist hij wat ze konden en dan zorgde hij dat zijn jongens een goede kans hadden om te winnen. Doordat hij zelf vaak wedstrijden en gala’s organiseerde in Amicitia, kon hij bepalen wie je tegenstander was. Mij belde hij vaak op om te zeggen dat ik over over een paar dagen de ring in moest. Dan ging ik. Tegen John zei ik geen nee. Uit respect. Ik herinner me hem als altijd bij de ring staand, altijd aanwijzingen gevend.”

Enkele maanden geleden vertoonde RTV West de documentaire Oud Zweet, waarin een aantal voormalige Kristalijn-boksers voor de laatste keer terugging naar de oude school. In een verlaten pand trainden ze. Uit de vloer van de ring liet Chris van Veen het stuk zagen waarop hij jaren had staan touwtjespringen bij de warming up. Dat stuk hangt nu bij de Haagse Directe aan de muur, recht tegenover de twee ringen waar de wedstrijdboksers trainen. John Kristalijn was een man die niet vergeten zal worden. Hij werd 78 jaar.

John Kristalijn (1931- 2009)