Boksen bij de EO: Isaias Ferreira

Morgen boksen op tv, bij de EO. Jawel. ’t Is min of meer mijn schuld. Voor het Friesch Dagblad interviewde ik Isaias Ferreira, van Frisia uit Leeuwarden. Hij is C-klasse kampioen tot 64 kg. Ik zag hem een keer een kruis slaan, en raakte met hem in gesprek over de combinatie geloof en boksen. Het artikel stond groot in het Friesch Dagblad, met een mooie foto van Piek. Bij de EO lezen ze die krant ook en een contact was snel gelegd. Zij erheen, om te filmen.

Friesch Dagblad, 29 september 2010

Ze filmden Isaiais tijdens de bokstraining.
Ze filmden Frisia-trainer Piet Rozendaal.
Ze filmden in de kerk.
Ze filmden bij Isaias thuis.

Ze filmden genoeg voor een tiendelige serie, maar gezien het tempo van de tv zal het waarschijnlijk een handvol minuten duren. Daar ben ik dan dankbaar voor. Plus, Isaias is een reclame voor de sport.

Maar toch.

Er is veel te weinig boksen op tv.

En als het gaat om de combinatie geloof en levensovertuiging in combinatie met boksen, dan kunnen we avonden vol vullen. Boeddhisme: Lucia Rijker. Barry ‘het nieuwe tijdperk van het Joodse boksen’ Groenteman. Natuurlijk Raymond ‘Halleluja’ Joval. Over de Islam sprak ik met onder andere Erdinc Cetin en Mohamed El Farouni, beiden van Haagse Directe.

EO Nederland 2, Programma Door de wereld, aanvang 18.59 uur. DVD’s zijn na te bestellen via deze link.

BAV Frisia

Frisia, Tylkedam 51 te Leeuwarden

Elke bokswedstrijd begint op de training. Daar ontstaat het verschil tussen winnen en verliezen. Op de dinsdagavond dat ik bij Boks- en Atletiekvereniging Frisia ben, is daar iets van te merken. Het is de wedstrijdtraining, voor de boksers die de ring kennen of willen leren kennen. Voor trainer Piet Rozendaal is iedereen gelijk, dat wil zeggen, iedereen moet luisteren.

“Ik eis honderd procent gehoorzaamheid.”

Dat hoeft Piet die avond aan niemand uit te leggen. Er heerst tucht. Piet heeft heus wel gevoel voor humor, dat weet iedereen die hem tegenkomt, maar hij heeft minstens evenveel gevoel voor grenzen.

De zaal staat vol. Er zijn ook kickboksers van een nabijgelegen vereniging, “die komen hier om de bokstechnieken te leren”, verduidelijkt Piet. Dan begint het.  Warming up, enkele stoten, rusten. Geen gezellige praatjes, twee zinnen gewisseld is al te veel.  Dan kijkt Piet eventjes met generaalsogen.

Het gaat er stevig aan toe. Stoten en combinaties samen oefenen, vier in de ring, steeds anderen. Piet deelt de jongens bij elkaar in. Doet iets voor, blijft kijken en commentaar leveren.

“Een hoekje erbij”

“Leer van elkaar, zeg je staat te wijd, zeg wat je ziet, help elkaar”

“Wees creatief in wat je doet, wissel af”

jaren '30, uit de Leeuwarder Courant

Ik ben bij een van de oudste nog bestaande boksverenigingen van Nederland, B.AV. Frisia, opgericht in 1933. Dat deed Johan Poelsma, boerenzoon en boksliefhebber. Hij gaf ook privé-lessen, maar uiteindelijk ging het om die school. Atletiek hoorde er zeker bij; vooral in de eerste decennia organiseerde Frisia de ene veldloop na de andere marathon. Het boksen ging intussen gewoon door. Die van Frisia hadden altijd een goede conditie.

“Rusten is ook het werk,” zegt Piet, “let op je adem, breng zuurstof naar je spieren. Is de scheidsrechter met jouw tegenstander bezig dan neem je meteen rust.”

“Denk aan je bokshouding, ademen en staan, en bewegen. Als je niet beweegt, dan komt je tegenstander naar jou toe.”

Johan Poelsma is lang bij zijn club gebleven, tot in de late jaren ’50 wel. Toen emigreerde hij naar Australië maar hij kwam nog een enkele keer terug naar Leeuwarden. Ja, en naar Frisia natuurlijk. Er zijn nog prachtige oude foto’s van.

“Losjes stoten”, roept Piet, “ontspannen, elkaar niet raken, dat is moeilijker dan elkaar wel raken.” Hij verdeelt de groep in twee: die blijven in de zaal, die gaan naar de bokszakken aan de kant: “Netjes boksen. Let op snelheid, wissel af,  probeer niet de zak eraf te slaan dat lukt je toch niet.”

Na Poelsma kwamen andere trainers, en nu is Piet er dus. Ooit kampioen in de B-klasse, diploma’s behaald en hart voor de sport. Tough love voor degenen die het willen leren. “Goed opletten dan hoef ik het maar één keer te zeggen.”

Achterin de zaal, grijs t-shirt en rode windels: Piet Rozendaal

De bekendste bokser van Frisia is zonder twijfel Rudy Koopmans. Die verhuisde weliswaar voor het boksen naar Amsterdam, maar hij is en blijft Frisiaan. En Leeuwarder, dat ook.  Er hangen veel posters van hem aan de muur. Voor mij is Frisia ook nog om een andere reden interessant, en die reden heet Lolle van Houten (1944-2008).

Lolle heeft zijn twee nationale titels (1965 en 1970) behaald toen hij voor Frisia uitkwam, en hij is in de jaren ’60 zelfs een poosje trainer geweest. Het geluk is die avond aan mijn zijde: na de training komen er twee haveloze plastic tasjes van zolder waarin enkele nieuwe foto’s van Lolle zitten. Mooi voor in mijn boek over de bokser.

Vanavond zie ik ook Ids de Boer als trainer. Eerder had ik hem aan de ring gezien tijdens wedstrijden. Hij leek me een scherpe man,  maar nu zie ik een andere kant van hem. Eerst nog niet, als hij geduldig met Piet in de ring een demonstratie geeft. Piet blijft onvermoeibaar praten.

“Een kind kan de was doen”. Ids de Boer en Piet Rozendaal

Die avond zijn er ook twee jongetjes aanwezig. Hoe oud zouden ze zijn, misschien tien, twaalf jaar? Ze beginnen net en vinden het machtig spannend met al die oudere jongens. Meedoen, ja, maar hoe, weten ze niet goed. Boksen is moeilijk en de les dendert voort. Ids ziet het, en gaat naar ze toe. Minuten lang legt hij uit, eerst aan het ene jongetje, dan aan het andere, hoe je moet staan. Hoe je je voeten moet neerzetten en hoe niet. Dan het moeilijke: een hoek.

“Draaien, die hoek”

En de jongetjes kijken, luisteren, doen na wat Ids voordoet en merken dat het beter gaat. Die komen de volgende keer weer terug, dat zie je zo. De blijdschap van opeens iets te kunnen. En dat zo’n stoere man als Ids zo geduldig met je bezig is, zoiets is voor die jongetjes heel wat. Voor die twee is de wedstrijdring die avond een stuk dichterbij gekomen. Gewoon, omdat Ids ze serieus nam en geloofde dat ze het konden leren. Misschien hebben ze wel talent, denken de jongetjes.

Na de training vertelt Piet meeslepend over zijn leven (“Ik ben geboren onder de Oldehove, in de ziel van de stad”), over Lolle van Houten, over het boksen en over Rudy Koopmans. Wat een avond. En dan die tasjes nog, vol boksgeschiedenis uit Friesland.

De macht van een naam

“Lolle van Houten”, zei de taxichauffeur. Hij aarzelde niet. Dat was de eerste naam die hij noemde toen ik vroeg naar boksers uit Leeuwarden. Het was begin februari en ik zat in de auto, op weg naar het Kalverdijkje waar districtskampioenschappen gehouden werden. Ik schrijf over boksers en boksen in Nederland, en dat gaat een boek worden. Zo kom je overal en je hoort nog eens wat.

Leeuwarder Courant, 22 mei 1970

“Hoe zegt u?” “Lolle van Houten”. Ik maakte een aantekening en besloot die avond zoveel mogelijk mensen naar die bokser te vragen. Uit nieuwsgierigheid maar ook uit een vreemd verlangen die mooie naam te kunnen zeggen. In het westen, waar ik woon, heet niemand zo. Bij het Kalverdijkje kende iedereen hem. Ja, behalve ik.

De dag erna zocht ik hem op via Google. Er was een site. Daarop stonden verhalen, anecdotes, en tussen de regels door voelde ik de liefde voor deze bokser. Ik zag een verschrikkelijke foto van mensen die zijn kist droegen, de kerk uit. Dat was pas twee jaar geleden. Het liet me niet los.

Waarom de ene mens je raakt en de andere niet, valt nauwelijks uit te leggen. Het is meer dan een naam, maar daar begint het mee. Iets in je geeft antwoord op die naam. Wat het is, weet je zelf niet.

Dus Lolle van Houten bleef een beetje bij me. Naar die site over hem keerde ik terug, in de hoop dat er wat nieuws bijgekomen was. In maart ging ik op bezoek bij Boksvereniging Frisia in Leeuwarden en daar kenden ze hem natuurlijk. Hoofdtrainer Piet Rozendaal was een goede vriend van hem, Lolle trainde wekelijks met Johan IJsselmuiden die nu Frisia voorzitter is, en aan de muur hingen krantenknipsels met zijn foto. Na mijn bezoek begon ik online archieven uit te spitten, op zoek naar Lolle. Eigenlijk was ik er elke dag mee bezig.

Een paar weken na mijn bezoek aan Frisia, hoorde ik van Johan IJsselmuiden dat er in november een Lolle van Houten Memorial gehouden gaat worden. Wat zou het mooi zijn als er dan een bescheiden boek over hem was, dacht ik. Wie dat moest schrijven, wist ik wel. Ook wat het zou inhouden.

Schrijven over iemand betekent logeren in zijn leven. Je wilt weten wie hij was als kind, hoe hij opgroeide, zijn jeugd, hoe hij man en bokser werd, hoe hij stierf. Het is werk dat jou opzoekt. Om de een of andere manier wil je alles weten en dat kost tijd en nachtrust.

Nu staat er op mijn werktafel een fotolijstje met Lolle van Houten. Ik denk aan de mensen in zijn leven, en ik vraag me af of Eddy Kiks nog leeft, die in 1965 door Lolle in de halve finale geklopt werd. Ach, Eddy had zo gerekend op de titel van Nederlands kampioen zwaargewicht. Maar toen kwam de man uit Leeuwarden.

Wordt vervolgd.

Update 21 april, 20.12 uur. Zonet Eddy Kiks aan de telefoon gehad. En hij  wist nog wie Lolle was.

Wedstrijden/Robert Terpstra

Districtskampioenschappen Oost. Halve finales bij ABCC Apeldoorn, 6 maart 2010.

Robert Terpstra

Daar staat hij. Robert Terpstra, 17 jaar. Een paar minuten geleden heeft hij zijn wedstrijd gewonnen. De beker kan mee terug naar Frisia in Leeuwarden. “Maandag weer trainen”, zei hij meteen. Maar eerst een dagje rust nemen.

Eerder deze week had ik zijn naam al horen noemen. Ik was te gast bij de Boks- en Atletiekvereniging Frisia, een van de oudste boksscholen van Nederland. “Het grootste talent dat we nu hebben,” had hoofdtrainer Piet Rozendaal over Robert gezegd. “Hij bokst zo gemakkelijk.” En voormalig bokskampioen Johan IJsselmuiden (tegenwoordig voorzitter van Frisia) had uitgelegd: “Hij is een typische Frisia-bokser. Technisch. Wij boksen vanuit de dekking. Handen bij je kin, ellebogen tegen je lichaam. Dan kun je iets met de handen doen.”  Ik denk aan Rudi Koopmans, Pascal Hartkamp en natuurlijk aan de carrière van Johan zelf. Allemaal sterke Frisianen, zoals er wel meer waren. En in die traditie zou Robert staan?

In de smalle gang keek ik naar zijn warming up. Slaan tegen de pads die Ids de Boer ophield, luisteren naar Piet Rozendaal die achter hem stond en aanwijzingen gaf. Ik stond tussen twee kasten in, op anderhalve pas afstand van Robert. Hem kon het niks schelen dat een wildvreemde vrouw zo naar hem staarde. Piet zei het al: “Robert is lekker stoïcijns.”

Eerste ronde:

Rode hoek Robert Terpstra (BAV Frisia) tegen Wessel van Schaijk (Vargas). Districtskampioenschappen Oost. 6 maart 2010. Jeugd finale, C-klasse, tot 64 kg. Scheidsrechter Björn Matz.

Tweede ronde:

Derde ronde:

Uitslag:

Dit was zijn achtste wedstrijd, waarvan hij er twee op punten heeft verloren. Niet slecht. Deze uitslag: 22-7.

Robert, Ids de Boer en Piet Rozendaal

“Ja, ik was wel gespannen,” zegt Robert een beetje stug. En nu is hij inderdaad blij, ja. Ik laat hem over aan zijn trainers en de douche. Op de gang ontmoet ik een trotse vader die vertelt dat Robert meestal mooier bokst, dat hij al drie keer een stijlprijs heeft gewonnen, maar ja, hij moest de afgelopen veertien dagen op stage en kon dus niet trainen. En dat hij discipline heeft, ’s avonds niet even nog een extra pilsje pakt als het gezellig is. Dat Robert ook bij defensie zit vanwege de sportfaciliteiten. Zo praat hij nog een tijdje door.  Hopelijk geen vader die de trainer voor de voeten loopt, denk ik,  hier en daar  hoor ik daarover weleens moeilijke verhalen. Piet komt de kleedkamer uit en zegt: “Het is jouw zoon maar het is mijn kind.” Ja, knikt de vader, daar zit wat in. Zo hebben ze alletwee een beetje gewonnen. Maar Robert moest het doen.

Voor hem lijkt het me al met al  best een  zware druk. Hoge verwachtingen van trainers, een meelevende vader  en dan nog die grote namen om je mee te moeten meten. Boksen is zoveel meer dan wat er in de ring gebeurt.