Op expeditie

Een kleine twee weken geleden zag ik een klassiek bloemkooloor. De eigenaar was een Poolse bokser-worstelaar die ook aan jiu jitsu deed.  Helaas mocht ik geen foto van maken, maar wel eraan zitten. Dat deed ik dus. Het oor voelde dik aan, keihard ook, met al die dikke rimpels erin. Pijn deed het niet, ook niet toen ik kneep. Bloemkooloren ken ik uit boksverhalen over de tijd voor de oorlog. Ik wist niet dat ze nog voorkwamen. “Door het worstelen,” zei hij, “zonder oorkappen.” Hij was lid van worstelvereniging Simson KDO, maar oorkappen gebruiken ze geloof ik nergens in worstelland.

En zo had ik weer een verband gevonden tussen boksen en worstelen. Historisch zijn de sporten verwant, en nog steeds lopen ze een beetje in elkaar over. Bij de sportschool van Bert Kops in Amsterdam natuurlijk helemaal; daar kun je boksen en worstelen. Bert Kops senior heeft handenvol worsteltitels op zijn naam staan.

Zo kom ik via het boksen in verwante werelden terecht. Ik ben op expeditie. Dus maakte ik voor het overzicht een nieuwe site Hoekvrouw2.nl Over vechtsport en krachtsport. Afgelopen zondag was ik bij het Nederlands kampioenschap bankdrukken. In Alkmaar.  Daar merkte ik ook hoe goed bij bokswedstrijden geregeld is. Wij hebben bijna altijd mooie wedstrijdoverzichten met naam van de bokser, gewichtsklasse en vereniging. Afgelopen zondag vroeg ik naar zo’n overzicht en men keek mij aan of men water zag branden. Was er niet. Hadden ze niet. Kwam nog wel eens online. En ik dacht, mensen, het is een Nederlands kampioenschap, doe daar iets mee.

Ik filmde onder andere Torben Olsen: 21 jaar en 103,5 kilo’s wegende.  Hij telt daar als ‘junior’. Torben zag ik 210 kilo omhoog tillen. Als kind wilde hij al krachtsporter worden, maar zijn ouders hadden liever dat hij naar judo ging. Uiteindelijk kwam hij toch waar hij zelf wilde zijn. Lees maar.

Vorige week zondag was ik bij OECKK, de Europese kampioenschappen Kyokushin Karate in Den Haag. Hard, hoor. Mooi ook. Kijk hier. Wie kwam ik daar tegen? Louis van Sinderen (Haagse Directe), met wie ik over Cubaans boksen sprak. Hij was er met René Prins, die bokslessen bij Dojo Kamakura volgde, zijn comeback wedstrijd won en nu hard traint in Purmerend bij Michel van Halderen. René was 18 kilo lichter dan de laatste keer toen ik hem zag. Onherkenbaar. Zijn laatste wedstrijd heeft hij mooi gewonnen en als er een NL-titelwedstrijd komt, kan hij zo de ring in. Je vraagt je af wat het geheim van Purmerend is, wie daar traint doet het goed, heel goed zelfs.

Op de site van bokser/trainer Albert Groen staan ook enkele nieuwe stukjes over hem. Klik hier. Hij had geen bloemkooloor. Het mag geen obsessie worden, zeg ik tegen mezelf, maar ik  zou wel graag willen weten of er nog boksers zijn die zoiets hebben.

Clubpartijtjes Haagse Directe (2)

Haagse Directe, zaterdagmidag 18 december 2010. Clubpartijtjes.

Twee ringen naast elkaar

“We kunnen er alletwee wat mee winnen”, had René Prins gezegd op de wedstrijddag bij Houwaart. Hij sprak over het clubpartijtje dat hij zou boksen met Erdinc Cetin, een week later. Wat hij bedoelde, bleek precies dat te zijn wat het spannend maakte: de verschillen. Erdinc, de rising star, achttien jaar, snel en sterk. Maar zonder de rijke ervaring die de veertigjarige René in de ring brengt; na een mooie carrière in het amateurboksen werd hij profbokser: “Geen dag spijt van gehad.”

Kort voor het clubpartijtje begon, vroeg ik aan Erdinc hoe hij ervoor stond. “Ik heb niets te verliezen en alles te winnen,” zei hij. Daarna ging hij verder met inslaan, want elke wedstrijd telt en verliezen wil hij niet, nooit. Erdinc hoopt profbokser te worden.

Zijn trainer Reinier van Delden had een duidelijke mening: “Voor mij had het niet gehoeven. Een demonstratiepartij. Dat is het verhaal”. En ik zei: “Ja, zo heet het dan. Tot ze in de ring staan.” Reinier en ik keken elkaar eens aan.

Zes jaar heeft René Prins geen wedstrijden gebokst. Sinds hij bij Haagse Directe traint en les geeft, voelt hij weer de aantrekkingskracht van de ring. Dat onderschat hij niet want als voormalig Benelux-kampioen weet hij wat het betekent. Niks buffelen met de Kerst, trainen en sparren en hardlopen Begin februari heeft hij een profpartij over tien ronden, dat is in Purmerend. Nog één jaar wil hij boksen. Zijn toekomst blijft in het boksen, als trainer bij Haagse Directe, vooral voor de wedstrijdboksers; hij zit in de opleiding bij de Nederlandse Boksbond.

De matching op het raam geplakt

Zijn wedstrijd leek op papier gewoon een van de clubpartijtjes van die dag te zijn. Doorlopend partijen in de twee ringen, ervoor bankjes voor vrienden en familie die het ook wel eens wilden zien. Sfeer: laagdrempelig en gezellig. Geroezemoes. Door elkaar geloop. Voor iedere bokser dezelfde medaille.

Jeugd versus ervaring

Maar toen Erdinc en René in de ring kwamen, werd het opeens muisstil. De partij in de andere ring stopte. We voelden allemaal spanning, om wat er ging gebeuren en hoe dan kon aflopen, wat winst zou betekenen voor de een en verlies voor de ander. Crack versus toekomst. Jeugd versus ervaring. Weeg een oudere bokser af tegen een jongere bokser. Dat deden we voor onszelf. Alle ogen waren op die twee gericht.

Ze trokken het shirt uit. Geen kap. Het maakte de wedstrijd meteen serieuzer. De aandacht verdiepte zich. Zo begon de eerste ronde.

Rode hoek Erdinc Cetin tegen blauwe hoek René Prins. Scheidsrechter Richard Biegel. Bij Erdinc in de hoek Reinier van Delden, bij René staat Chris van Veen. Eerste ronde van drie, wedstrijd online op YouTube.

Na de eerste ronde steekt Erdinc zijn armen in de lucht. Reinier praat op hem in. In de hoek van René wordt ook het een en ander gezegd. De tweede ronde is even kalmer, ook doordat Chris van Veen aanmaant tot rustiger aan. Het zijn clubpartijtjes, weten we dat nog? Ja, tuurlijk. De derde ronde is spannend. En het Salomonsoordeel is: onbeslist. De zaal joelt en juicht.

“Hij had het voordeel”, stelt René vast na de wedstrijd. “Vooral in de eerste ronde. Over mezelf ben ik niet ontevreden.”
“Een hele goede tegenstander,” vindt Erdinc. Hij straalt, want eigenlijk heeft hij gewonnen. Vindt René ook. Hij gaat in de aanloop naar zijn wedstrijd ook met Erdinc sparren.

De verdere middag komt deze ene wedstrijd hier en daar ter sprake. Of je het gezien hebt. Wat ervan te vinden. Het trok mensen als een magneet naar de ring, dat zag ik. Wat ik er zelf van vond, weet ik nog niet. Spannend was het zeker om jeugd tegen ervaring af te kunnen wegen. De profbokser die vechten kan versus de amateurbokser die een technische elegantie bezit. Misschien zijn dat wel de mooiste partijen, die waar je over na blijft denken. Waarin veel tegenstellingen zitten en beide boksers juist daardoor aan elkaar gewaagd zijn.

Ruwesley Bonafasia met Chris van Veen

Mooie combinaties

Al met al waren er ongeveer twintig wedstrijden te zien. De jongste bokser was Ruwesey Bonafasia, dertien jaar, maar ik zag ook boksers in de ring van fifty something. Iedereen bokste op een eigen niveau met een eigen kwaliteit, maar deze middag was iedereen hetzelfde waard, dat is het democratische van een boksschool die clubpartijtjes heeft. Ik zag Ruwesey Bonafasia tegen Aniel Kisoen, met soms mooie combinaties. Eerste ronde staat hier, dan verder doorklikken. Huis-ontwerper van de Haagse Directe Hans Pols, bubbelend van energie, tegen Lucien, die mooi stand hield en won. Begin hier met kijken. De laatste wedstrijd die ik filmde ging tussen Evert Jan Mulder en Mustafa Wahou: die staat hier online.

Het leek of het elke zaterdag zo ging, maar in de geschiedenis van de Haagse Directe was dit pas de tweede middag met clubpartijtjes. Hopelijk straks in het voorjaar weer. Met al die sneeuw op straat verlang ik zo naar de lente.

Boks en Thaiboks gala Houwaart 2010

Boks en Thaiboksgala bij Boksschool Houwaart, Den Haag. Zodag 12 december 2010.

“Vroeger was het alleen boksen op zo’n middag,” vertelt Ome Jan. “Dan zat het hier stampvol, hele gezinnen kwamen naar hun jongen kijken. Maar ja, het werd duurder met alles, en dat we dat gratis deden, kon toen niet meer. Bij het kickboksen waren de mensen wel gewend te betalen, dus zo zijn we ertoe gekomen.” Ome Jan is de wandelende boksencyclopedie van Houwaart. Hij zit al sinds mensenheugenis in het boksen en weet over iedereen wel wat te vertellen. Vandaag is hij afwisselend trainer, scheidsrechter en jurylid en ook toeschouwer die geen oog van de de ring aflaat.

Ome Jan kijkt naar het boksen: "Jij eerst!"

Dat het vroeger alleen boksen is geweest op deze middagen, merk je nog een beetje. Voor de pauze de bokswedstrijden, na de pauze komt het kickboksen. Tussendoor een hiphopdansgroep. Als die jongens in de ring komen, zijn er vijf bokspartijen geweest, voorafgegaan door kinderpartijtjes kickboksen. Ringspeaker/organisator/sponsor Arnaud van der Veere is zichtbaar tevreden over die wedstrijden.

Het zijn kinderen van zo’n vijf, zes jaar. Maar dat zijn geen simpele kleutertjes. Het zijn vechtjasjes die er meteen vol in gaan. Niks kijken, kijken, wachten. Hup, actie. Ik zie hoeken, high kicks, combinaties, het kan niet op. “Hebben wij ook”, zegt Ome Jan, “ze trainen bij ons op vrijdagavond”.  Het is de nieuwe generatie die zich aandient. Goed dat ze er zijn.

Boven ben ik bij het inslaan. Daar staat ook een tafel met broodjes en met verschillende soorten fruit. Voor de boksers. “Het hoort zo”, vindt lady boss Käthy Houwaart. “Je moet goed voor ze zorgen”. Käthy is de dochter en opvolgster van Harry Houwaart, die na Leen Hoogenband de school had. De geschiedenis houden ze bij Houwaart in ere. De verbouwing heeft dan veel nieuws gebracht, maar het oude mag er net zo goed zijn. Net buiten mijn fotobereik hangt een lijstje met daarin Leen Hoogenband en zijn boksers. Ome Jan weet vast wie wie is. Als ik bij de ring omhoog kijk, zie ik veel oude posters hangen.

Poster na poster na poster na poster....

Boven raak ik in gesprek met Pieter Klaarhamer. Zijn eerste wedstrijd komt eraan maar zenuwachtig? Nee. Nou bokst hij wel al jaren, maar dat is dus trainen en sparren. Een wedstrijd is anders en hij citeert met instemming  Joe Louis: “Everyone has a plan until they’ve been hit.” Dus hij bedoelt, hij wacht af hoe het gaat. Daarbij neemt hij het risico van een blauw oog; hij heeft een representatieve functie met klanten, en dan kan zoiets niet. Bij de Etos heeft hij al eens camouflage make up moeten kopen, na een enthousiaste sparpartij.

Rode hoek Pieter Klaarhamer  (Houwaart) tegen blauwe hoek Wendel Bendanan (Haagse Directe). Aan de ring onder meer Barend Spaan, oud-bokser en trainer bij Houwaart. Eerste ronde van drie, doorklikken op YouTube.

Blij met zijn beker

Na de wedstrijd zegt Wendel Bendanan met respect: “Dat was een goede tegenstander”. Pieter zelf kan ik in de drukte jammer genoeg niet meer vinden. Wendel vertelt dat dit zijn tweede wedstrijd is. De vorige, op het boksgala van Haagse Directe, verloor hij op punten. “Was ook een hele goede jongen”, weet hij.

Wendel is positief ingesteld, en hij is gevoelig. De rouwband om zijn bovenarm draagt hij zodat zijn moeder er op een andere manier toch bij is.  We praten daar nog een tijdje over door. Hoe dat kan. Die nabijheid ervaren. Dat je aan deze kant kunt uitreiken naar de andere kant.

De laatste bokspartij van de middag gaat tussen Mark van den Boogaard (Haagse Directe) en Demirk Abdoullah (Houwaart). Vijf bokspartijen zijn er die middag in totaal, dat is weinig in vergelijking met het kickboksen. In de ring bij Mark staat profbokser René Prins, aan de ring trainer Chris van Veen. René gaat eind januari de ring in: “Nog één jaar”.

Rode hoek Demirk Abdoullah (Houwaart) tegen blauwe hoek Mark van den Boogaard (Haagse Directe). Hele wedstrijd op YouTube, doorklikken.

Mark wint. Maar: een goede bokser blijft kritisch op zichzelf, ook met een beker in de handen. De nabespreking is fel en emotioneel. “Mijn benen waren te zwaar.” “Ik moet meer combinaties maken.” “Meer

Na de wedstrijd, in de kleedkamer

opstootjes”.  En dan zuinig: “Mijn rechter ging wel, op zich.”

Met een wedstrijd van Mark is altijd iets te beleven. Ik heb hem zijn eerste wedstrijd zien winnen (Himmelhoch jauchzend), zijn tweede zien verliezen (zu Tode betrübt) en daarna kreeg hij steeds meer greep op de emoties en spanningen. Die beginnen nu vóór hem te werken en dat is een goede ontwikkeling. Hij is pas 23 dus er komen nog veel mooie boksjaren aan.

In de pauze ga ik weg. Er hangt dan nog een bokssfeer, en ik weet dat  er nu alleen kickbokswedstrijden komen. Dat is toch anders.