Memorials en boksen

Ben Bril Memorial 2010

Hoera, er komt weer een Ben Bril Memorial! Het vierde, waarvan ik er drie heb bijgewoond. Alleen het jaar nadat ik Don Diego Poeder had zien neergaan, ben ik thuisgebleven. Door die ervaring was ik zelf nog een beetje knock out.

Maar vorig jaar zag ik Richel Hersisia in de ring en dat maakte heel veel goed.  Niet alles, want waar is Don Diego Poeder toch gebleven? Zijn website is aldoor “under construction”.

Hoeveel memorials hebben we nu?

1 Bep van Klaveren Memorial, in Rotterdam natuurlijk.

2 Ben Bril Memorial, Amsterdam.

3 Wim Gerlach Memorial, georganiseerd door Boksvereniging Delfzijl, in dezelfde stad.

4 Lolle van Houten Memorial, georganiseerd door BAV Frisia, te Leeuwarden.

Twee keer Randstad, twee keer Noord. In het wedstrijdoverzicht van de Nederlandse Boksbond vond ik geen andere. Als ik de Volkskrant moet geloven, is Sjeng Verstappen in 2009 gaan hemelen. En als dat echt zo is, lijkt me dat het begin van een Sjeng Verstappen Memorial. Goede boksers hebben ze in Zuid genoeg.

Het is een mooi iets, de boksers van het grote Nederlandse boksverleden zo herdenken. Vier memorials is dan wel een beetje weinig, natuurlijk.  Of zouden er meer zijn?

Richel Hersisia triomfeert op boksgala

(verschenen in Den Haag Centraal, 29 oktober 2009)

Voor een bomvol Carré versloeg de Haagse zwaargewicht Richel Hersisia afgelopen maandag Yaroslav Zavorotni. Een zwaar en enerverend gevecht van acht lange rondes. De jury riep Hersisia unaniem uit tot winnaar. Het publiek van het derde Ben Bril Memorial Gala juichte ‘the Dutch Sonny Liston’ toe, zoals dat de hele wedstrijd was gebeurd. Zijn nieuwe staat van dienst: 34 wedstrijden, en slechts 3 verloren.

Aan het einde van de achtste ronde gebeurde wat Carré hartstochtelijk graag wilde: de scheidsrechter hief de arm van Richel Hersisia omhoog. Gewonnen! De helft van het publiek kwam meteen omhoog, applaudiseerde, riep zijn naam: “Goed gedaan Rich!” Zavorotni stond ernaast, verslagen. Alle ogen waren gericht op Richel Hersisia, die uit de ring naar de kleedkamer ging. Zavorotni was onzichtbaar geworden.

Terwijl het boksgala voortdenderde, wisten vooral de volop aanwezige Hagenaars dat ze een historische partij hadden gezien. Veelvoudig titelverzameleraar Hersisa bokste in zijn lange carrière weinig wedstrijden in Nederland door gebrek aan gelijkwaardige tegenstanders. Met deze overwinning was hij definitief terug op het grote podium na het herstel van de gebroken hand in zijn gevecht tegen oud wereldkampioen Ray Mercer, ruim een jaar geleden.
Dat Hersisia onder zware druk stond, was in de eerste minuut al duidelijk. In de zaal hing nog de pijn over hetgeen er twee jaar geleden was gebeurd, toen Zavorotni in de eerste ronde Don Diego Poeder zwaar knock-out sloeg. Op dezelfde plaats trof Hersisia dezelfde tegenstander aan. Twee wedstrijden moest hij eigenlijk vechten, die van hemzelf en ook die van Poeder nog eens.
De maandenlange harde trainingen waren niet voor niets geweest. Hardlopen, sparren, verder inslijpen van technieken en daarbij de tactische voorbereiding op de tegenstander. Het wedstrijdplan richtte zich op de laatste rondes, waarin Zavorotni moe zou zijn en Richel Hersisia nog lang niet. Dat pakte goed uit. Richel had genoeg in huis om te blijven komen, aanvallen te weerstaan, terug te komen en steeds vaker het initiatief te nemen. Acht rondes lang bleven er doffe klappen, hard en aanhoudend.

Korte hoeken
Bij de ring volgden trainer Chris van Veen en Anil Dubar van de Haagse Directe de ontwikkelingen in de ring nauwgezet. In de korte pauzes tussen de rondes zit Hersisia op een in de ring gebracht stoeltje, krijgt water, luistert naar aanwijzingen. “Korte rechte hoeken, hou hem dichtbij”. Tijdens de rondes ook. Als Richel in de hoek gedreven wordt: “Rustig blijven, hou de controle”. Verliest hij even de overhand? “Blijf kijken naar openingen”. En ook: “Eerst met links voorbereiden, dan rechts erbij. Goedzo, nu doorgaan”. In ronde zeven en acht klinkt steeds vaker: “Doorgaan, je bent er bijna”. Dat gaat niet alleen over de tijd. De trainers weten dat het goed verloopt, Richel gaat waarschijnlijk winnen, maar ook in de laatste seconde kan Zavorotni een knock-out uitdelen. Dat gebeurt niet. Richel wint. En daarmee is de zwaargewicht dichterbij de Europese titel gekomen. Wie zal hem tegenhouden?

Haagse zwaargewichten (artikel)

(Gepubliceerd in Den Haag Centraal, 20 mei 2009)

Maandagavond was het druk in boksvereniging De Haagse Directe aan de Newtonstraat. Zwaargewichten Richel Hersisia en Fred Westgeest stonden voor het eerst sinds tijden tegenover elkaar in de ring. Twee bekende boksersnamen in Nederland en zeker in Den Haag. Westgeest, voormalig Nederlands kampioen (1994), heeft een profcarrière van 7 jaar achter de rug, waarvan 25 wedstrijden gewonnen en slechts 4 verloren. Hij stond tegenover Hersisia alias ‘the Dutch Sonny Liston’, oud-titelhouder WFB wereldkampioen, en in training voor het Ben Bril Gala in oktober.

“bijzondere zwaargewichten in de Haagse Directe”

Het was een groot besluit voor Fred Westgeest om na een lange afwezigheid terug te gaan naar de Haagse Directe. Alleen om te sparren, dus geen wedstrijd, maar toch. Evenzogoed sta je in de ring tegenover een ander die net zo naar jou kijkt als jij naar hem.

“Boksen is hard,” zegt Westgeest. “Dat blijft. Ik vond het een moeilijke stap. Je bent jaren met die sport bezig geweest en dan sta je opeens weer in een ring. De druk van de wedstrijd was er niet maar het heeft wel veel impact. De nacht erna was ik geestelijk aan het naboksen.”

Het lijkt of er, na de afsluiting van zijn boksloopbaan, veranderingen op komst zijn. Fred droomt ervan de sportschool van Harry van der Hulst (Wassenaar) over te nemen, ooit, als Harry stopt en natuurlijk als zijn dochter het niet overneemt. “Pas dan kan ik mijn beroep ervan maken”, zegt Fred beslist. “Nu gaat dat niet.” Hij heeft een vriendin en een zoontje dat net één jaar is geworden. Daar wil hij bij zijn.

Maar het boksen laat hem niet los. Dat hij geen wedstrijden meer gaat doen, is evenwel zeker: “Die druk hoef ik niet meer terug. De nacht voor de wedstrijd sliep ik altijd beroerd, je denkt dat je doodgeslagen gaat worden. Ja, als de wedstrijd voorbij is dan denk je daar niet meer aan. Vooral niet als je hebt gewonnen en ik won meestal. Ik moest van mezelf altijd winnen, ik legde de lat heel hoog. Dat was een zware druk. Nu hebben ze allemaal een team met psychologische begeleiding maar in mijn tijd dachten ze daar niet aan. Na de wedstrijd stond ik weer te metselen, net zoals ik nou nog steeds doe.”

Toen hij in 2002 afscheid had genomen van de bokssport, hoefde Fred niets meer met boksen te maken hebben. “Drie jaar lang heb ik me ervoor afgesloten. Op een dag liep ik weer een boksschool in en alles was er nog, de techniek, de kracht en de motivatie om te winnen.” Een beetje trainen, een beetje sparren, verder ging het niet, Westgeest bleef afstand houden.

Tot kort geleden Chris van Veen van de Haagse Directe opbelde. Of hij kwam sparren met Richel Hersisia. Wat zeg je dan? Een tegenstander van formaat, en een bekende. Hersisia maakte in 2001 zijn debuut als prof op een boksgala dat ter ere van Westgeest was georganiseerd. Sindsdien waren ze elkaar op wedstrijden tegengekomen. Tussen hen bestaat een paar jaar verschil. Beide harde boksers, meestal winnend door knock out. Westgeest ging en stapte de ring in.

In de ring
Het is imponerend om de twee tegenover elkaar in de ring te zien. Ze zijn groot, sterk en duidelijk van plan zich te laten gelden. Elkaar niets toe te geven. Hersisia gaat meteen los, plaatst hard en raak combinaties van stoten. Chris van Veen vermaant: “Elkaar niet raken!” Hersisia, quasi-verontschuldigend: “Ik wil kijken wat hij heeft.” Westgeest en Hersisia draaien om elkaar heen. Nog is het plagen, een schijnbeweging uitproberen, kijken of de ander hapt. Het leuke verdwijnt wanneer het aftasten voorbij is.

Dan zijn ze serieuzer, meer geconcentreerd. Westgeest zweet snel, hij heeft last van zijn overgewicht, maar alles wat hem aan de top bracht heeft hij nog paraat: het voetenwerk, de combinaties, de snelheid waarmee hij reageert. Alleen de conditie laat te wensen over. Dat is een kwestie van tijd; hij gaat tegenwoordig om de dag hardlopen. Hersisia en Westgeest sparren, maar tijdens het sparren zal iemand de beste zijn. Of de snelste. De sterkste. In elke ronde is dat een ander, ze zijn aan elkaar gewaagd. Dat ze in een boksschool staan, zijn ze vergeten. Ze zien alleen elkaar. Dat de trainers combinaties omroepen in de zaal, gevuld met boksers en recreantenboksers, dat lijken ze niet te horen, maar toch volgen ze die aanwijzingen op.

Links rechts. Hoeken erbij. Alleen linkse directe. Duiken, twee keer, dan de ander. Stoten op de maag. Let op je voetenwerk. Hou je verdediging gesloten. Snel instappen, stoot zetten, en weer weg. Hier ziet alles er zo natuurlijk uit, dat de boksers in de tweede ring ophouden met trainen en in de touwen gaan hangen om te kijken. Dit zien ze niet vaak bij de Haagse Directe. Later zal Fred Westgeest zeggen: “Hersisia weet wat ik voel. Hij weet alles. Ik kan met hem lezen en schrijven. Wij zijn de enige twee zwaargewichten van Nederland die aan elkaar gewaagd zijn. Tussen ons bestaat er rivaliteit. Een vijandschap, maar op een sportieve manier.”

Het sparren gaat steeds harder en sneller. De vloer van de ring ligt vol met druppels. Ze geven elkaar niets toe. Dan gaat de bel. Pauze.

Tough love
Tegelijkertijd met Fred stapte een nieuwe generatie Westgeest de boksschool binnen. Zijn neef, Robin Westgeest (16), komt ook trainen en gaat natuurlijk met zijn oom sparren. Fred houdt zich een beetje in, maar evenzogoed blijft zijn rechte directe hard. Het is tough love. Oom aait niet. Weer komt die rechtse directe en dan moet Robin het beter doen. Duiken om de stoot van je tegenstander te ontwijken.

“Kijk zo”, doet Fred voor, “kom op”. Robin wil later wedstrijden vechten, maar eerst komen de schoolexamens. Daarna kan hij vaker trainen en dan, wie weet. Het leven van een profbokser stelt hoge eisen aan een mens. Intussen leert hij hoeken zetten van oom Fred. Robin kijkt en luistert. Tegen Hersisia stapt hij nog even niet de ring in.

Scherp blijven
Richel Hersisia woont in Den Haag maar is in Nederland nauwelijks te zien als bokser. De laatste keer was in 2005, waar hij in Rotterdam won van Vitaly Shkraba door knock out in de zesde ronde. Hij wint vrijwel altijd, en daardoor heeft hij een indrukwekkend aantal titels op zijn naam staan, op nationaal en internationaal niveau. Wie op dat hoge niveau wil blijven winnen, moet scherpte behouden en daarvoor heb je goede tegenstanders nodig.

Hersisia vindt die nauwelijks in Nederland: “Er is hier niemand op mijn niveau met uitzondering van Fred Westgeest. Vorig jaar september heb ik mijn hand gebroken, daarna heb ik een tijdje weinig getraind om te kunnen herstellen. Dat is gebeurd”. Nu traint hij sinds afgelopen maandag op de Haagse Directe: “Voor conditie en souplesse. Als het gevecht dichterbij komt, heb ik jongens van mijn niveau nodig, om me scherp te maken. Ik wacht ook af hoe Chris mij trainen wil. Een trainer moet corrigeren, aandacht geven. Dat gaat niet samen met tegelijkertijd lesgeven”.

Het boksleven in Nederland staat in schril contrast met het luxebestaan dat voetballers leiden. Verdient een linksbuiten bij FC Volkstuintje al snel een ton per jaar, een topbokser als Hersisia heeft er noodgedwongen een baan naast.

“Veertig uur per week”, zegt hij rustig. “Als je grote gevechten hebt, neem je een paar weken vrij zodat je helemaal kunt concentreren. In het begin van mijn carrière had ik een contract in Denemarken, terwijl ik hier mijn baan had. Als ik naar Denemarken vloog, sloeg ik ze er toch allemaal uit.” Hoe dan ook, het blijft erg jammer voor boksland Nederland dat profs naar het buitenland moeten uitwijken. Hersisia vertelt over trainingsmaanden in Duitsland, over tegenstanders zoeken in heel Europa en dan heeft hij het nog niet eens over Amerika.

“Weet je,” zegt hij, “het is niet zo dat ik vroeger plannen maakte om de wereld te veroveren. Je begint met boksen omdat je hart daar ligt. Wanneer je ziet dat je talent hebt en het lukt je om te winnen, dan ga je verder. Zo heb ik het gedaan. De promotors van het Ben Bril Gala willen me hebben omdat ze het kaliber van mijn tegenstanders hebben gezien.” En dat van hemzelf, maar dat zegt hij niet hardop. Wat volgt er daarna? Hersisia zwijgt. Kalm aan met die vragen.

Volgende week is hij weer op de Haagse Directe, misschien met Fred en zeker met de anderen die daar ook trainen.

Nieuw zweet
De Haagse Directe is, om precies te zijn, de vereniging De Haagse Directe. Hier trainen sinds bijna tien jaar boksers. Om wedstrijden te doen, zeker, maar ook om het plezier in de sport, uit recreatie dus. Binnen de muren van de vereniging gaat dat goed samen. Lesgeven en trainen bestaat naast elkaar, dat is de democratie die er heerst sinds de eerste dag. Dat is meegenomen van de legendarische boksschool van John Kristallijn, waar vooral veel (voormalige) wedstrijdboksers vandaan komen. Ook Westgeest en Hersisia trainden daar. Die boksschool bestaat helaas niet meer.

Kortgeleden zond TV West een documentaire uit over boksers van de Haagse Directe die nog één keer teruggingen naar de school van Kristallijn. “Oud Zweet” heette de documentaire waarin de oude glorie herleefde. Een mooie titel, die uitnodigt om het vervolg te maken: ”Nieuw Zweet”, dat afkomstig is uit de Newtonstraat waar de Haagse Directe zit. Waar behalve mannen als Fred Westgeest en Richel Hersisia, iedereen welkom is die de boksport liefde toedraagt.

I.M. John Kristalijn (artikel)

(volledige versie van artikel in Den Haag Centraal,  11 juli 2009)

Er ging een schok door de Haagse bokswereld toen bekend werd dat John Kristalijn overleden was. Zijn dood sluit het tijdperk Kristalijn af, dat zoveel betekend heeft voor het naoorlogse Haagse boksen en daarmee voor het boksen in Nederland.

John begon als bokser, maar hij was vooral trainer, promotor en manager van ‘zijn jongens’. Die dragen herinneringen met zich mee aan een bijzondere man, vol temperament, zeker als het om de bokssport ging.

“In ’57 ben ik met boksen gestopt, en in ’59 ben ik in Den Haag een eigen zaak begonnen, een electronische groothandel. Daar was ik een jaar of tien mee aan de gang en toen kreeg ik personeel. Ik denk, nu wordt het eens tijd om aan mezelf te denken. Toen ben ik een cursus gaan doen voor boksinstructeur”. Woorden van John Kristalijn zelf, afkomstig uit het mooie boek van Evert-Jan Mulder, dat over de legendarische boksschool gaat. (Uitgeverij De Nieuwe Haagsche).

Als trainer invallen bij een andere school bracht John Kristalijn op het idee voor zichzelf te beginnen: “Toen ben ik begonnen aan de Dunne Bierkade, in 1969. Na twee jaar trainen hadden we acht nieuwelingen-kampioenen van Zuid-Holland. Is nooit meer gebeurd daarna. Zulke stukken in de krant”.

Zo begon de periode Kristalijn. Met een enorme inzet en met resultaten. In 1975 verhuisde de school naar de Galileistraat waar Kristalijn met zijn rechterhand Herman Rozemulder de ene na de andere kampioen voortbracht.

Herman: “Hoe dat kon? Omdat Kristalijn veel verstand van boksen had en wist hoe hij mensen kon motiveren. De meeste trainers maken de fout om iemand te leren boksen zoals zijzelf boksen. John keek naar de sterke punten van iemand en leerde daarop stoten aan, die ze dus goed konden gebruiken. En mensen aan de gang houden, dat kon hij ook goed. Als je won, moest je drie, vier, vijf keer per week komen trainen. Hij was een man die zei wat hij wilde. Voor sommigen kwam dat hard over, maar als je het met hem kon vinden, was het een geschikte man. Met humor ook. Voor zijn boksers was hij een oprechte vent, als hij aan de ring stond hadden ze allemaal vertrouwen in hem.”

Veel grote namen uit het Haagse boksen van heden en verleden staan in blijvend verband met Kristalijn. Te veel om op te noemen, met kampioenstitels op nationaal en regionaal niveau. Hij was trainer van onder andere Mourad Louati, Fred Westgeest, Mohammed El Farouni, Richard Gras, Willy van Delden, Richel Hersisia, Rob de Jong, Chris van Veen en Martin Lek. De laatste twee namen het initiatief voor de oprichting van boksvereniging Haagse Directe, waar veel boksers komen die elkaar kennen van Kristalijn.

Ze hebben van John Kristalijn hetzelfde geleerd: discipline, doorzetten, vertrouwen op de trainer. En ook: kijken naar de bokser zelf, los van afkomst, maatschappelijke positie of inkomen.

Bij Kristalijn was niemand meer als een ander. Veel boksers uit de school van Kristalijn zijn zelf trainer geworden, overwegend bij Haagse Directe. Twee van hen, Chris van Veen en Herman Rozemulder, waren de negende juli op de besloten begrafenis van John Kristallijn aanwezig.

Chris van Veen: “Hij was dag en nacht met boksen bezig, vooral het wedstrijdboksen zat in hem. Van bijna alle boksers in Nederland wist hij wat ze konden en dan zorgde hij dat zijn jongens een goede kans hadden om te winnen. Doordat hij zelf vaak wedstrijden en gala’s organiseerde in Amicitia, kon hij bepalen wie je tegenstander was. Mij belde hij vaak op om te zeggen dat ik over over een paar dagen de ring in moest. Dan ging ik. Tegen John zei ik geen nee. Uit respect. Ik herinner me hem als altijd bij de ring staand, altijd aanwijzingen gevend.”

Enkele maanden geleden vertoonde RTV West de documentaire Oud Zweet, waarin een aantal voormalige Kristalijn-boksers voor de laatste keer terugging naar de oude school. In een verlaten pand trainden ze. Uit de vloer van de ring liet Chris van Veen het stuk zagen waarop hij jaren had staan touwtjespringen bij de warming up. Dat stuk hangt nu bij de Haagse Directe aan de muur, recht tegenover de twee ringen waar de wedstrijdboksers trainen. John Kristalijn was een man die niet vergeten zal worden. Hij werd 78 jaar.

John Kristalijn (1931- 2009)