Handboek De Jager (1950)

Zo kocht ik het boek. Het omslag zat er niet meer bij.

Boksen. Spel van aanval en verdediging,  door K. de Jager, Oud Professional Bondsleraar N.B.B. en W. de Jager, Leraar M.O. Gymnastiek Bondsleraar N.B.B.
Amsterdam: Strengholt, 1950

Kun je leren boksen uit een boek? Er is een tijd geweest dat ik hartstochtelijk daarop hoopte. Toen trainde ik nog en voelde dat het niet ging. Mijn allerlaatste strohalm was een boek uit Amerika. The Gleason’s Gym Total Body Boxing Workout for Women. Ik legde het op de bank en werkte mijzelf pagina voor pagina erdoorheen. Een mooi boek. Maar ik leerde er niet uit boksen.

En toch is het goed dat zulke boeken er zijn. Ze leggen de opvattingen van een trainer vast, of zelfs van een tijd. Boksen. Spel van aanval en verdediging, door K. en W. de Jager verscheen in 1950, middenin de wederopbouw van Nederland. Hoe stond het boksen er toen voor? Niet zo best, lijkt het, want herhaaldelijk verdedigen de auteurs het mooie, het edele, het sportieve en het eerlijke van de sport.

Dat er veel en goed gebokst werd in deze tijd, is een duidelijker feit. Losjes verwijzen de schrijvers bijvoorbeeld naar de ‘Interacademiale wedstrijden’ (p.44) waar studenten boksen. Dan vervolgen ze:

“Er zijn nog vele namen te noemen van bekende Nederlandse boksers, doch wij zullen volstaan met enkele van de meest bekende, als: de Boer, Baan, Sanders, Disch, van Vliet, L. Nicolaas, Donnars, Saks, Rosman, Brand, Ploeg, Steenhorst, Wierts, Ringlever, Jan Nicolaas, Jo de Groot, enz. Wij ontveinzen ons niet dat wij er vele, minstens even belangrijke hebben overgeslagen.
Besluiten wij dit korte overzicht met het noemen van onze huidige professional kampioenen:
Nolten in het vlieggewicht, Schneyder in het bantamgewicht. Jan Nicolaas, nog steeds kampioen in het lichtgewicht en tot voor kort weltergewicht. De laatste titel verloor hij aan de Roode, die zijn titel inmiddels weer verloren is aan Job Roos.
In het middengewicht is Luc van Dam de kampioen, die momenteel hard aan het werk is voor een gevecht om de Europese titel en hiervoor ook een goede kans maakt.
Doornbosch in het halfzwaargewicht en Jan Klein kampioen zwaargewicht.
Ten slotte nog Jan de Bruin, die wellicht binnen niet al te lange tijd een uitdaging zal richten aan van Dam.” (p.44-45)

Het is nogal plechtig, maar wel informatief. Jammer dat de meeste voornamen ontbreken. Toen kende iedereen die namen. Maar nu niet meer.

Achterin het boek staan zogenaamde ‘verboden handelingen’. Daar trof ik niet de mooie duidelijke foto’s aan die het boek elders volop heeft, maar vier bladzijden met tekeningen, steeds twee boksers die een verboden handeling demonsteren. Voor de zekerheid staat die eronder benoemd: Te lage stoot. Slaan met open handschoen. Stoot met de onderarm. Duwen met de voorarm. Stoot met de elleboog. Stoot op de rug. Zo gaat het verder.

Mocht verder alles in 1950? Niet echt. Het is een behoorlijk veeleisend boek, dat na de inleidende stukken nogal technisch is. De foto’s zijn vooral aanwezig om goed en fout beter uit te leggen. Staan, stoten, verdediging, aanvallen, voor alles is er een foto.

Dit boek is een schoolvoorbeeld van de ‘sweet science’ van het boksen. Dat richt zich niet zozeer op het analyseren van wedstrijden, maar op de trainingen en in het bijzonder de technische kanten ervan. Het taalgebruik is verheven en soms stroperig. Dan is even wennen. Daarna leest het gewoon. Dat de twee auteurs hun autoriteit vol zelfbewustzijn uitdragen, is niet zo gek, K(arel) de Jager  had een boksschool in Den Haag, zijn bijnaam was ‘de professor’. W. de Jager is waarschijnlijk familie. Beiden waren zoals ze op het titelblad laden vermelden daarbij nog ‘Bondsleraar’.

Dat de grote hoeveelheid details wat veel kan zijn, begrijpen de De Jagers. Maar pas op pagina 167 leggen ze uit hoe hun boek gebruikt moet worden:

“Let wel, lezers, deze stof wordt alleen ‘levend’ wanneer men ze uitvoert, het mag geen theorie blijven. Men moet deze vormen even bestuderen en begrijpt men de portée van de zaak, dat is wat wij ervan opschrijven een gemakkelijke richtlijn. Is men zover, dat dit alles niet meer nodig is en men zelf goed met de stof overweg kan, dan is ons doel bereikt. Doch, wij wijzen er nogmaals op, een korte studie van de oefenstof zal dan noodzakelijk zijn.”(p.167)

Kennis en kunde was dus noodzakelijk. Dit is geen boek voor leken, blijkt ook uit het hoofdstuk over ‘weren’. Dat is niet hetzelfde als ontwijken, want dat is “het doen missen van een stoot” (p.143) Dat kan door achteruitgaan, slippen (achterwaarts of zijwaarts), door bukken, door de zijpas of side-stepping, door duiken. Weren is weer iets anders:

Weren
Door de wering verandert men de richting van de stoot, zodat hij mist. Een ontwijkende beweging wordt hierbij niet gemaakt. Het wordt alleen toegepast bij de rechte stoot.

Wering tegen linker en rechtse directe naar de kaak:
A. Met de linkerhand duwt men de arm van de aanvaller opzij, zodat diens stoot rechts passeert. Dit mag niet ontaarden in een weg-“slaan”. Het is dan ook niet zozeer een beweging van de arm, maar meer van de schouder. Ook deze beweging hoeft niet groot te zijn, hiermee geeft men zich maar onnodig bloot.
B. Hetzelfde als A met de rechterhand, waarbij de stoot dus links passeert. Men moet er verder aan denken niet de arm van te voren “uit te halen”, daar dit tegenstander zal waarschuwen.” (p.148)

En zo gaat het nog een tijdje door. De auteurs houden van lijstjes, indelingen en daarin alles heel precies te zeggen. Het heeft wel wat. Maar: in kleine doses.

Waarschijnlijk K. de Jager. De foto staat zonder bijschrift naast de titelpagina.

Boksen. Spel van aanval en verdediging
door K. de Jager, Oud Professional Bondsleraar N.B.B. en W. de Jager, Leraar M.O. Gymnastiek Bondsleraar N.B.B.
Amsterdam: Strengholt, 1950
Inhoudsopgave
Voorwoord; Inleiding; I Geschiedenis van het boksen; II Enige Algemene Beschouwingen: De kracht van de boksstoot. Het sparren. Boksen ook een psychische strijd! De knock-out. Is het boksen gevaarlijk? Het boksen in de opvoeding. Stijl en techniek. Training. He tseconderen. Het wedstrijdboksen en het publiek. Is boksen spel? Amateurisme en de beroepssport. Kwaliteiten van de bokser. Kwaliteiten van de instructeur. De taak van de jury; III Uitgangshouding, voetenwerk en beschrijving der verschillende boksstoten; IV Verdediging; V Indeling der stoten en hun toepassing; VI Het invechten; VII Schijnbewegingen; VIII Tactiek; IX Het lesgeven.
Korte nabeschouwing
Literatuur
Enkele verboden handelingen