Seminar Royce Gracie

Seminar BJJ Royce Gracie, 4 november 2012. Den Haag, Sporthal Hellas. Organisatie: Duncan Smit en Robbert Jol, Honbu Kamakura, onder ausp. van de International Budo Kai (IBK).

We stonden allemaal in de sporthal te wachten, of nou ja, allemaal. De een was wat in z’n tas aan het zoeken. De ander stond op de mat, helemaal klaar met de warming up. Elders werd wat gepraat. Ik keek opzij en zag vanuit de gang een magere man naar me toe lopen, zijn pak was schoon en een beetje versleten. Dat was hem. Royce Gracie himself. Die gewoon doorliep, langs me heen, dwars door de groep, naar de mat.

Hij viel dus niet meteen op. ‘t Was niet zo dat de aarde beefde toen hij binnenkwam. Iedereen praatte ook gewoon door.

Royce stond op de mat. Ik keek naar wat hij deed. Rekken, strekken. En zijn ogen sluiten, een paar minuten lang. Vermoedelijk begon het daar. De concentratie die uit zou groeien tot een eenpersoons-energieveld.

Het was druk, op een goede manier. Pers. FightStar TV, die ook filmde  bij het besloten ochtendprogramma op Kamakura. De oud-worstelaar Thomas was uit Amsterdam overgekomen, en daarmee waren er drie mannen aanwezig uit die allereerste editie van de Ultimate Fighter Challenge, dat legendarische toernooi uit 1993. De andere twee waren de finalisten: Royce Gracie en Kamakura’s kancho Gerard Gordeau. Alleen daarom al was ik gegaan. De historische sensatie om die twee in dezelfde ruimte te zien. Al hadden ze een telefoonboek voorgelezen.  Ik zag Remco Pardoel, zwarte band BJJ en in de tweede UFC, die van 1994. Gerard Gordeau stond toen in zijn hoek. Ook MMA-vechter Stefan Struve was in de groep.  Blond en lang: ruim twee meter.

Er was veel vechtsportgeschiedenis aanwezig, maar ook toekomst. En heden, want uit alle windstreken waren er vechtsporters naar het seminar gekomen. Ik signaleerde Satisch Jhamai van de Haagse sportschool Shaolin Ryu. Die grote belangstelling is logisch, het was de eerste keer dat Gracie hier was. Hij doet een Europese toernee.

Die middag zag ik discipline. En toewijding. Het bleef rustig. Gracie demonstreerde een techniek, dan werd dat in tweetallen geoefend. Gracie liep rond, keek, controleerde en corrigeerde.  Riep hij:  ”Time out, time out”, dan verzamelde iedereen zich en werd de volgende techniek onderwezen. Er zat een sterke candans in. Roepen, luisteren en kijken, nadoen. En dat ruim drie uur lang. Iedereen bleef volle aandacht geven. Gracie ook.

De pers werd in de hand gehouden. Niet filmen. Er komt waarschijnlijk een dvd. Beperkt foto’s maken.

Op de tribune raakte ik  in gesprek met de Amerikaanse Bobby Thompson. Hij traint nu ongeveer tien jaar bij Royce Gracie en heeft sinds kort de bruine band. Een zwarte komt pas na vijftien jaar, dat betekent dus vijftien jaar constante inzet, binnen en buiten de sportschool. Bobby heeft ook een sportschool: xequematebjj.com. Die loopt heel redelijk maar dat kon beter. Want wat is het geval? Het grote publiek komt af op zwartebanders met sportschool. Dat publiek weet niet dat de ene zwarte band de andere niet is. Je kunt best ergens na een paar jaartjes zo’n zwarte band scoren, ergens waar ze het zo nauw niet nemen. Maar ja, zwarte band, dat heeft nou eenmaal een uitstraling. Terwijl (en dit vind ik zelf, hoor) een enkele vezel van een bruine band van de ene sportschool meer waard kan zijn dan twee zwarte banden van een andere.

Bobby volgt de Gracie familie al jaren. De levensstijl. De sport. En het eten: er is iets als het Gracie Diet. Veel water, en enorm veel regels over welke voedingsstoffen je wanneer mag eten en wel of niet combineren. “Hij zondigt nooit, ” zei Bobby over Royce. “En daarom heeft hij ook zoveel energie, de afgelopen nachten heeft hij bij elkaar zo’n vijf uur  geslapen.”

Na het seminar veranderde alles. Iedereen werd losser. Lachen en praten, en enorm veel foto’s maken. Gracie poseerde onvermoeibaar. En het beste moment van die middag kwam toen. Voor een fotograaf ging dat ene groepje van vier echte zwarte band mannen staan: Duncan Smit (geeft BJJ bij Kamakura), Gerard Gordeau, Remco Pardoel (Godfather of BJJ in Nederland) en Royce Gracie. In mijn ooghoek zag ik Thomas ook kijken naar zoveel vechtsportkracht bij elkaar. Thomas lachte en riep:  ”Mooie middag, wat!”

Paastoernooi worstelen jeugd

Paastoernooi worstelen De Halter, Utrecht. Geweest: zaterdagmiddag  23 april 2011.

Wat me nog het meest verbaasde, was die oneindig lijkende stroom jongens en meisjes die van worstelen hielden. Hun favoriete sport. Ze kwamen uit alle landen van Europa, plus Amerika en Rusland en Mexico. Wie weet nog meer. Achttien landen in totaal. Zo’n vijfhonderd worstelaars waren aanwezig op het jeugdtoernooi. Europees niveau. De Utrechtse worstelclub De Halter tekende voor de organisatie en dat deden ze voor de 41ste keer. “Het grootste jeugdworsteltoernooi van de wereld”, staat trots op hun website.

Hoe ze  dat gedaan hebben met vooral vrijwilligers, is me een raadsel. Aan alles leek gedacht. Persberichten, Hyves, web en twitter. Wedstrijdoverzichten werden ter plekke uitgeprint, verdeeld over verschillende kleuren papoer. Er waren glossy folders met een indeling van de twee toernooidagen. Electronische wedstrijdborden die onder andere de resterende tijd aangaven. Juryleden en scheidsrechters, van de Worstelbond, van internationale organisaties of vrijwilligers. Artsen stonden paraat met de koffer in de hand. En dan de worstelaars met hun trainers, familie en supporters. Al met al een volle sporthal, die daarbij groot genoeg was voor zes worstelmatten. Soms waren er op alle zes tegelijkertijd wedstrijden gaande, ik wist gewoon niet waar ik moest kijken. Dus liep ik een beetje heen en weer, en hoorde zo’n beetje alle talen om me heen spreken.

Gewoon publiek leek er weinig te zijn.

Edmar Abdoulaev (Worstelbond, Topsportzaken) zat te jureren. Hij was kort geleden als scheidsrechter aanwezig bij de Europese kampioenschappen in Dortmund. Edmar is een bevlogen man. We spraken even over het worstelen in Nederland en hij somde meteen op welke landen hier aanwezig waren. En dat dit toernooi Europees niveau had. We vonden het alletwee mooi, alleen begon ik me steeds meer af te vragen waar de Nederlandse jeugd was. Hier en daar zag ik wel NL-worstelaars. Maar ’t was een minderheid.

De meisjespartijen vond ik erg leuk om te zien. Hippe, leuke meisjes, gekleed in het klassieke worstelcostuum komen op de mat en veranderen daar in worstelaars. Spanning, concentratie en snelheid. En daarna elkaar een hand geven, net als aan de trainer van de tegenpartij. Worstelen is voor meisjes een gewone sport.

Aan Robbie van Straten (De Halter) vroeg ik waarom het worstelen hier niet zo populair is. Hij vertelde over de onwennigheid die we hebben om elkaar aan te raken. Dat is waar, en worstelen is gewoon aanrakerig. Het lijkt wel of we verleerd zijn dat zoiets ook geen bijbetekenissen kan hebben. Aan De Halter ligt het niet; zij organiseren ‘stoeicursussen’ voor jonge kinderen, trekken de scholen in en halen de jeugd naar hun club.

Het deed me goed om ook ouderen te zien, soms met (klein)kinderen die ook worstelden. Hier en daar zag ik een indrukwekkend bloemkooloor. Dat is onder worstelaars een ereteken, las ik in de autobiografie van de Amerikaanse worstelaar Randy Couture.  Zulke oren moet je immers verdienen. Ik geloof het meteen.

De sfeer was zacht, gastvrij. Contact leggen ging heel gemakkelijk. Ik sprak met een man uit Hongarije, die vertelde over zijn worsteljaren. Daarna sprong hij op en ging scheidsrechteren. Een hoge bobo, maar gewoon aanspreekbaar.

Blijft nog de vraag open, hoe een mens verstand van worstelen kan krijgen. Je ziet dat het heel technisch is, maar handboeken die de grepen uitleggen zijn er niet. Dat is bepaald een aandachtspuntje.